Joshua Bell & Academy of St Martin in the Fields: Saint-Saëns

Academy of St Martin in the Fields
Joshua Bell viool/leiding

 

Lees ook: Notenbeeld - Barbers Adagio for Strings

Sergej Prokofjev (1891-1953)

Eerste symfonie in D gr.t., 
op. 25 (1916-17) ‘Klassieke’ 
Allegro 
Larghetto 
Gavotte 
Finale: Molto vivace

Camille Saint-Saëns (1835-1921)

Derde vioolconcert in b kl.t.,
op. 61 (1880) 
Allegro non troppo 
Andantino quasi allegretto 
Molto moderato e maestoso – Allegro non troppo

pauze (± 21.00 uur)

Samuel Barber (1910-1981)

Adagio for Strings, 
op. 11 (1936)

Georges Bizet (1838-1875)

Symfonie in C gr.t. (1855) 
Allegro vivo 
Adagio 
Scherzo: Allegro vivace 
Allegro vivace

einde (± 22.00 uur)

Dit concert wordt mede mogelijk gemaakt door Aon

Toelichting

Sergej Prokofjev (1891-1953)

Prokofjev: Eerste symfonie

Door Heleen van de Leur

Joshua Bell brengt met zijn ensemble een gevarieerd programma, waarin negentiende en twintigste-eeuwse werken elkaar afwisselen. Toch is het lastig te horen wat uit welke eeuw komt. Prokofjev houdt ons voor de gek met een klassieke symfonie, terwijl Saint-Saëns’ vioolconcert vurig en vooruitstrevend klinkt. Het stuk van Barber zal vast een belletje doen rinkelen zodra u het hoort. Het is in korte tijd tot de klassiekers gaan behoren, terwijl het nog geen eeuw oud is. Een jeugdwerk van Bizet – in klassieke vorm – sluit het concert af.

Prokofjev: Eerste symfonie 

Sergej Prokofjev was pas 26 toen hij zijn eerste symfonie publiceerde, die hij ‘De Klassieke’ noemde. Dat was een bijnaam waar hij meerdere redenen voor had: omdat hij de symfonie in de klassieke stijl van Joseph Haydn schreef was het simpelweg een logische ondertitel, al deed hij het naar eigen zeggen ook om te provoceren (het is hoorbaar geen échte klassieke symfonie); en ook omdat hij hoopte dat het werk uiteindelijk een klassieker zou worden. 

  • Serge Prokofjev
  • Serge Prokofjev

Prokofjevs Eerste symfonie is uiteindelijk een soort miniatuursymfonie geworden. Hij duurt minder dan een kwartier, wat zelfs voor een klassieke symfonie erg kort is. In deze minieme ruimte weet Prokofjev ons alle onderdelen van een klassieke symfonie voor te schotelen. Hij begint met een in , dat inderdaad erg klassiek klinkt voor Prokofjev, die in veel van zijn andere werk een echte modernist was.

Toch klopt niet alles: af en toe wordt er een tel weggelaten, en de reprise start in de verkeerde . Kleine knipoogjes naar de twintigste-eeuwse luisteraar zijn het, maar omdat Haydn ook wel hield van dat soort muzikale grapjes, kan het ook worden gezien als een extra Haydn-verwijzing. 

Het langzame tweede deel is elegant en ingetogen, en vormt daardoor een contrast met het energieke en vrolijke eerste deel. De Gavotte die erop volgt is een van de kortste symfoniedelen ooit geschreven.

Deze vrolijke dans dooft snel uit en de climax volgt pas in het laatste snelle deel, dat ook het meest virtuoze deel van de symfonie is. Let vooral ook op de orkestratie: Prokofjev koos er bij uitzondering voor om de symfonie te schrijven zonder piano aan zijn zijde. Dat zou zorgen voor ‘duidelijkere en helderdere orkestrale kleuren’, zo lezen we in zijn autobiografie.

Camille Saint-Saëns (1835-1921)

Saint-Saëns: Derde vioolconcert

Camille Saint-Saëns schreef zijn Derde vioolconcert in b klein, 61 voor de Spaanse violist Pablo de Sarasate. Hij schreef al eerder werken voor hem, waaronder zijn Tweede vioolconcert. Sarasate was een , maar dit derde en tevens laatste vioolconcert is minder technisch dan Saint-Saëns’ twee eerdere vioolconcerten.

Hij keert in dit concert terug naar een vorm met drie afzonderlijke delen, waar zijn vorige vioolconcerten minder duidelijk afgebakende delen hadden. De viool laat in het eerste deel bijna direct van zich horen: Saint-Saëns laat de langzame introductie die we vaak bij eerste delen van een soloconcert zien achterwege. De en in dit werk liggen ver uit elkaar.

Het eerste van het eerste deel staat in b klein, terwijl het tweede deel begint in Bes groot. Qua karakter zijn de delen al even contrasterend. Het eerste deel is vurig, met Spaanse invloeden, het Andantino serieus en contemplatief, met veel oog voor detail georkestreerd. Ongebruikelijk is dat het laatste deel juist wél een langzame introductie heeft; hierna volgt een uitbundig en beweeglijk slot,

Samuel Barber 1910-1981

Barber: Adagio for Strings

Samuel Barbers for Strings, 11 wordt gezien als een van de droevigste stukken ooit geschreven. Barber schreef het eigenlijk als deel voor een strijkkwartet, maar toen hij doorhad hoe goed het was gelukt, arrangeerde hij het voor strijkorkest. Het groeide in de afgelopen decennia uit tot een werk voor herdenkingen, begrafenissen en sterfscènes in films.

In dit melancholische werk weet Barber met zeer weinig muzikaal materiaal de luisteraar te beroeren. Het is een eenvoudige stijgende lijn die in eerste instantie door de eerste viool wordt gespeeld, begeleid door zachte en in de andere strijkers. Onder de oppervlakte smeult echter iets: de akkoorden klinken niet vredig of lieflijk.

Ook de eerst hoopvol stijgende lijn stelt snel teleur voor wie hoopt op een opbeurend stuk muziek. De lijkt nooit zijn top te bereiken en altijd nog hoger te willen reiken. Het eerste komt nog enkele keren terug, waarbij Barber zowel in als in textuur naar een hoogtepunt toe werkt.

Pas na ruim driekwart van het werk ontstaat na de hartverscheurende climax eindelijk een harmonisch rustpunt. Doordat Barber zo weinig harmonische rustpunten gebruikt, en doordat de aan het einde van het werk imperfect is, blijft de luisteraar verlangen naar een oplossing. Dit onvervulde verlangen veroorzaakt het diepdroevige gevoel dat velen krijgen van dit  for Strings.

Georges Bizet 1838-1875

Bizet: Symfonie

Georges Bizet zag zijn eigen Symfonie in C groot als een echt jeugdwerk (hij schreef het op zijn zeventiende) en publiceerde het niet. Jaren na zijn dood dook het op, en het werd uiteindelijk pas in 1935 voor het eerst gespeeld.

Sindsdien is het een van zijn meer gespeelde orkestwerken. In dit vroege werk horen we duidelijk invloeden van Charles Gounod terug, bij wie Bizet indertijd studeerde. Voor de geoefende luisteraar zijn de overeenkomsten met Gounods Symfonie in C groot duidelijk hoorbaar.

Wellicht dat Bizet zijn eigen symfonie dus niet wilde publiceren om de strijd met zijn leermeester niet aan te gaan. Hoewel we hier te maken hebben met een schoolopdracht, klinkt de muziek absoluut niet schools, maar al behoorlijk volwassen. De ’s zijn sterk en helder, en de vorm is klassiek maar nooit saai of voorspelbaar.  

Biografie

Joshua Bell, viool

Joshua Bell studeerde vanaf zijn twaalfde bij Josef Gingold. Twee jaar later soleerde hij onder leiding van Riccardo Muti bij The Philadelphia Orchestra, op zijn zeventiende debuteerde hij in Carnegie Hall in New York en op zijn achttiende kreeg hij de Avery Fisher Career Grant.

Musical America riep de Amerikaanse violist uit tot Instrumentalist of the Year, en het World Economic Forum tot Young Global Leader.

Met componist John Corigliano maakte Joshua Bell de Oscar-winnende soundtrack van The Red Violin (1998). Naast samenwerkingen met tal van collega’s uit de klassieke muziek musiceerde hij ook met Chick Corea, Wynton Ma­rsalis, Sting en Anoushka Shankar, en hij levert graag zijn bijdrage aan educatieprojecten en familieconcerten.

Afgelopen zomer verscheen naast de wereldpremière-­opname van het Vioolconcert van de Oekraïense componist Thomas De Hartmann ook een Mendelssohn-cd met pianist Jeremy Denk en cellist Steven Isserlis. Met sopraan Larisa Martínez tourt Joshua Bell met het project Voice and the Violin en als gastsolist treedt hij aan bij de New York Philharmonic, het Orchestre Philharmonique de Radio France, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en het Zweeds Radio ; bij het Deutsches Sinfonie-Orchester Berlin soleert én dirigeert hij. Met de NDR Elbphilharmonie Hamburg, de Hong Kong Philharmonic, de New York Philharmonic, het Chicago Symphony Orchestra en het Seattle Symphony Orchestra voerde hij The Elements uit – een waarvoor hij Jake Heggie, Jennifer Higdon, Edgar Meyer, Jessie Montgomery en Kevin Puts ieder een deel liet componeren.

Joshua Bell bespeelt de ‘Huberman’-­Stradivarius uit 1713. Zijn vorige optredens in Het Concertgebouw waren in 2019 in de : in januari met de Academy of St Martin in the Fields – waarvan hij sinds 2011 artistiek leider is – en in juli in Dvořáks Vioolconcert met de Bamberger Symphoniker.

Academy of St Martin in the Fields

De Academy of St Martin in the Fields gaf in november 1959 zijn eerste concert in de Londense kerk waaraan het gezelschap zijn naam ontleent. Oprichter Neville Marriner was tot 2011 artistiek leider, waarna violist Joshua Bell deze positie van hem overnam. Nauw verbonden aan de formatie zijn ook concertmeester Tomo Keller en ‘principal guest artist’ Murray Perahia.

De Academy of St Martin in the Fields voert wereldwijd zowel symfonisch repertoire als grootschalige kamermuziek uit, doorgaans onder leiding van een ‘meespelend leider’. Hoogtepunten van seizoen 2025/2026 zijn onder andere een optreden in Carnegie Hall in New York met BrahmsVioolconcert, ter viering van Joshua Bells vijftienjarige jubileum als leider van het orkest, en een concert bij de zeventigste verjaardag van ­componist Sally Beamish.

Bestsellers uit de ruim vijfhonderd werken tellende discografie zijn Vivaldi’s De vier jaar­getijden uit 1969 en de soundtrack van de Oscar-­winnende film Amadeus uit 1984. De Academy of St Martin in the Fields besteedt veel aandacht aan educatie en participatie en organiseert verschillende workshops voor scholieren en volwassenen. De musici verzorgen masterclasses en concertinleidingen, en vaste samenwerkingen bestaan met Southbank , de Guildhall School of Music and Drama in Londen en het Royal Northern College of Music in Manchester.

Het vorige optreden van de Academy of St Martin in the Fields in Het Concertgebouw was op 29 januari 2020 met pianist/componist Fazıl Say.