Jörgen van Rijen en Camerata RCO: Pärt en Bach
Jörgen van Rijen trombone
Camerata RCO
Arvo Pärt (1935)
Fratres (1977; bew. J. van Rijen)
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Allegro in F gr.t., KV 580b (jaartal onbekend)
voor klarinet, bassethoorn en strijktrio
Arvo Pärt
Pari intervallo (1980/arrangement 1995)
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Concert in d kl.t., BWV 974 (1713-14)
naar het Hoboconcert in d kl.t. van Alessandro Marcello (arr. J. van Rijen)
Andante
Adagio
Allegro
pauze (± 21.05 uur)
Johann Sebastian Bach
Concert in c kl.t., BWV 981 (1713-14)
naar het Vioolconcert in e kl.t., opus 1 nr. 2 van Benedetto Marcello (arr. J. van Rijen)
Adagio
Vivace
Grave
Prestissimo
Felix Mendelssohn (1809-1847)
Konzertstück in f kl.t., opus 113 (1832)
voor klarinet, bassethoorn en piano
Arvo Pärt
Vater unser (2005-11)
(bew. J. van Rijen)
Felix Mendelssohn
Konzertstück in d kl.t., opus 114 (1833)
voor klarinet, bassethoorn en piano
Johann Sebastian Bach
Concert in D gr.t., BWV 972 (1713-14)
naar het Vioolconcert in D gr.t.,
RV 230 van Antonio Vivaldi
(arr. J. van Rijen)
Allegro
Larghetto
Allegro
einde (± 22.20 uur)
Toelichting
Vertalen voor trombone
Door Paul Jansen
Arvo Pärt een Johann Sebastian Bach van deze tijd? Het klinkt haast aanmatigend. Toch is de directe relatie tussen de Estse tachtiger en de ke Thomascantor een reden voor trombonist Jörgen van Rijen, solotrombonist van het Koninklijk Concertgebouworkest om beide componisten bijeen te brengen.
De relatie is zo hecht dat hij voorbij de vergelijkbare mathematische constructie en de voorliefde voor het religieuze gaat. Vandaar dat het hele programma in het verlengde van Pärts Fratres is opgebouwd rond het idee van broeders of zelfs letterlijk broers. Zo waren Alessandro en Benedetto Marcello, van wie Bach respectievelijk een hoboconcert en een vioolconcert bewerkte, broers van elkaar.
En zo schreef Wolfgang Amadeus Mozart zijn voor klarinet, bassethoorn en strijktrio, KV 580b voor de broers Johann en Anton Stadler en componeerde Felix Mendelssohn zijn Konzertstücke, 113 en 114 voor vader en zoon Heinrich en Carl Baermann – beiden uitstekende klarinettisten.
Pärt: Fratres, Pari intervallo en Vater unser
Arvo Pärt geldt als de peetvader van de Nieuwe eenvoud of de Nieuwe spiritualiteit. Het werk van Pärt is in tegenstelling tot dat van Johann Sebastian Bach inderdaad ‘eenvoudig’ in die zin dat het voor de luisteraar bijzonder navolgbaar is door de heldere lijnen en een dito k. Pärt kwam tot zijn ‘vereenvoudiging’ nadat hij zich niet meer thuis voelde bij de naoorlogse avant-garde. Vanaf 1976 domineren aandoende melodieën en kale, haast middeleeuwse meerstemmigheid zijn werk. Pärt vatte zijn stijl zelf samen als tintinnabuli, wat zoveel betekent als ‘klokjes’.
De eerste werken van deze ‘coming out’ waren onder andere Pari lo en Fratres (‘Broeders’), dat zo’n eigen leven ging leiden dat er inmiddels vele door de componist geautoriseerde versies van bestaan. Voor Gidon Kremer schreef Pärt een versie voor viool en piano. De hiervan afgeleide versie voor en kamerorkest stond weer model voor de bewerking die Jörgen van Rijen ervan maakte.
Ook het even mathematische Pari lo voor vier niet-gespecificeerde stemmen of instrumenten paste Van Rijen aan met goedvinden van de componist. In dit werk komt vooral de religieuze Pärt aan bod. In de jaren tachtig moest het christendom in de Baltische Staten door de sovjetonderdrukking nog steeds in bedekte termen beleden worden. Pärt gebruikte daarom niet de tekst van Psalm 137, maar zette de ervan vierstemmig in lange, trage lijnen. Als vocalisten het werk uitvoeren zingen zij alleen klinkers. De gebruikte klinkers zijn die van de woorden ‘kyrie eleison’. In de versie met de trombone in de hoofdrol moeten die er uiteraard bij gedacht worden.
Het Vater unser schreef Pärt in 2005 voor jongenssopraan en piano. De strenge mathematiek van de eerdere werken is hier verdwenen, al blijft de eenvoud van de begeleidende stemmen aanwezig. Op verzoek van Andreas Scholl arrangeerde Pärt dit korte werk in 2013 voor en strijkers. Deze versie nam Jörgen van Rijen als basis voor zijn bewerking, die volgens hem niet veel meer inhoudt dan het spelen van de vocale partij op de trombone.
Mozart: Allegro
Wolfgang Amadeus Mozart was goed bevriend met de klarinettist en zijn medebroeder bij de vrijmetselarij Anton Stadler. Voor hem schreef hij onder andere het beroemde Klarinetconcert in A groot, KV 622 en het even geliefde Klarinetkwintet in A groot, KV 581. In de tijd dat Mozart het klarinetkwintet schreef componeerde hij ook een in F groot voor Anton Stadler en diens eveneens klarinet spelende broer Johann. Het charmante stuk bleef onvoltooid liggen. In de jaren zeventig van de vorige eeuw voltooide de onlangs overleden musicoloog en Mozartspecialist Franz Beyer het werk.
Bewerkingen van Bach
Maakte Pärt van onder andere Fratres meerdere versies, voor Johann Sebastian Bach was het bewerken van eigen en andermans composities vanzelfsprekend. Het was een manier om bepaalde muziek naar de huiskamer te transformeren en om de stijl van anderen in de vingers te krijgen. Zo hield hij zich in de tijd dat hij in Weimar werkzaam was (1708-17) uitvoerig bezig met de soloconcerten van vooral zijn Italiaanse collega’s.
Bach was enorm geïntrigeerd door het destijds nieuwe soloconcert, de dynamische snel-langzaam-snel-vorm en de lichtvoetige Italiaanse tongval. Het werk van Antonio Vivaldi was favoriet, maar ook de concerten van de broers Alessandro en Benedetto Marcello ontsnapten niet aan de -herinterpretatie van de Duitse grootmeester. Bach transformeerde zo in de jaren 1713-14 diverse concerten tot aansprekende - en klavecimbel-werken (BWV 592-596 voor orgel en BWV 972-987 voor klavecimbel), waarbij hij het stemmenweefsel soms verrijkte en de melodie van de solo-partij voorzag van briljante versieringen.
De praktijk om deze bewerkingen van Bach weer terug te vertalen naar de oorspronkelijke concerten voor een solo-instrument en orkest heeft al veel moois opgeleverd. Zo is het Hoboconcert van Alessandro Marcello mede dankzij Bachs klavecimbelbewerking BWV 974 een van de bekendste hobo-concerten uit de geworden. De versieringen in de solopartij zijn doorgaans de versieringen die Bach voorschreef.
Jörgen van Rijen paste deze vertaalslag niet alleen toe op het Hoboconcert van Alessandro Marcello en het Vioolconcert in D groot van Vivaldi, maar ook op een verloren gewaand Vioolconcert in e klein van Benedetto Marcello. De orkestpartijen van dit concert zijn overgeleverd, maar de solopartij voor de viool is tot op heden nog niet gevonden.
Van Rijen, die voor de uitvoering van deze barokconcerten kon rekenen op het advies van oudemuziekspecialist Jan Willem de Vriend, baseerde zich met de kennis van de orkestpartijen op Bachs klavecimbelbewerking BWV 981 om de solopartij te destilleren en deze naar de trombone te vertalen. Zo blaast de trombonist een verloren gewaand barokconcert nieuw leven in.
Mendelssohn: Konzertstücke
In de late jaren twintig van de negentiende eeuw raakte Felix Mendelssohn bevriend met de briljante klarinettist Heinrich Baermann en zijn zoon Carl. Toen de Baermannen in 1832 tijdens een concerttour Berlijn aandeden waar Mendelssohn woonde en studeerde, vroeg de componist de heren om bij hem thuis zijn favoriete gerechten te maken: Dampfnudeln (gestoomde zoete knoedels) en Rahmstrudel (roomstrudel). Als tegenprestatie verwachtten de Baermannen een stuk voor klarinet, bassethoorn en piano.
Het Konzertstück in f klein, 113 met de ondertitel ‘De slag nabij Praag! Grand duet voor Dampfnudeln en Rahmstrudel, klarinet en bassethoorn’ klonk tijdens het diner. Een maand later kregen vader en zoon Baermann ook een Konzertstück in d klein, opus 114 toegestuurd met in de opdracht het volgende vrolijke advies: ‘Doe ermee wat je goeddunkt. Als je het niet kunt gebruiken, gooi het in het vuur. Als je het wel kunt gebruiken, schrap en voeg toe en maak er iets plezierigs van.’
Biografie
Camerata RCO, ensemble
Camerata RCO bestaat uit leden van het Koninklijk Concertgebouworkest die naast hun orkestbaan ook in kleiner verband met elkaar musiceren. Niet alleen is het repertoire anders, de collega’s vinden ook dat muziek in kleinere bezetting persoonlijker en intiemer is. Camerata RCO heeft in Nederland verschillende residencies (Spaarndam, Dordrecht) waardoor het een speciale band kan ontwikkelen met zijn publiek.
Ook trad het gezelschap op in New York, Montréal, Tokio, Seoul, Minsk, Madrid, Rome, Heidelberg, Wenen, Istanbul en Honolulu. Het is regelmatig te gast in radio- en televisie-uitzendingen en bracht cd’s uit met muziek van Corelli, Mozart, Mendelssohn en Ravel. Recente albums zijn Bruckners Zevende symfonie in een arrangement voor kamerensemble gedirigeerd door Olivier Patey en Bruckners Zesde symfonie gearrangeerd en geleid door Rolf Verbeek; dit laatste werk bracht Camerata RCO afgelopen zomer nog live in Wigmore Hall in Londen.
Eerder nam de groep ook bewerkingen op van Mahlers Vierde en Negende symfonie, onder leiding van Lucas Macías Navarro respectievelijk Gustavo Gimeno. Camerata RCO was in de onder meer te beluisteren in Het Zondagochtend Concert van 14 januari 2024 (Vivaldi en Bottesini).
Jörgen van Rijen, trombone
Jörgen van Rijen is solotrombonist van het Concertgebouworkest sinds 1997. Sinds 2007 maakt hij daarnaast deel uit van het Lucerne Festival Orchestra. Als solist trad de trombonist – behalve met zijn eigen orkest – onder meer op met het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het BBC Symphony Orchestra, het Tsjechisch Philharmonisch Orkest en het Residentie Orkest Den Haag.
Hij studeerde bij George Wiegel aan het Rotterdams Conservatorium en in Lyon bij Michel Becquet. trombone studeerde hij bij Daniel Lassalle, en ook volgde hij lessen en masterclasses bij Christian Lindberg, Joseph Alessi, tist Brian Pollard en cellist Anner Bijlsma.
Jörgen van Rijen won de internationale tromboneconcoursen van Guebwiller en Toulon, en componisten als Theo Verbey, Martijn Padding, Jacob ter Veldhuis en Jan van Vlijmen componeerden nieuw werk voor hem.
In 2012 bracht hij de wereldpremière van Kalevi Aho’s Tromboneconcert; in april 2017 hield hij met het Concertgebouworkest het Tromboneconcert van James MacMillan ten doop en in november 2021 ook het opdrachtwerk Three Muses in Video Game van Tan Dun.
Jörgen van Rijen kreeg in 2004 de Nederlandse Muziekprijs en in 2006 een Borletti-Buitoni Trust Award. Hij geeft les aan het Conservatorium van Amsterdam en aan de Royal Academy of Music in Londen.

