Jordi Savall leidt het Concertgebouworkest

Concertgebouworkest
Jordi Savall dirigent

Dit concert maakt deel uit van de serie Z.

Het concert wordt live uitgezonden door AVROTROS via NPO Radio 4.

Ook interessant: 
Infographic: Historische uitvoeringspraktijk
Jordi Savalls smakenspel
Een Frans pronkjuweel op de tocht

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Orkestsuite nr. 3 in D gr.t., BWV 1068 (ca. 1731)
[Ouverture]
Air
Gavotte I / II
Bourrée
Gigue

Jean-Philippe Rameau (1683-1764)

Suite uit ‘Les Boréades’ (1763 of eerder, samenstelling J. Savall)
Ouverture
Contredanse en rondeau
Entrée (Scene 4)
Gavotte pour les heures et les Zéphirs I & II
Menuets I / II
Contredanse très vive
eerste uitvoering door het ­Concertgebouworkest

pauze ± 15.00 uur

Francesco Geminiani (1687-1762)

Concerto grosso in d kl.t., op. 5, nr. 12 (1727)
sopra ‘La Follia’ d’Arcangelo Corelli
Largo e staccato, Allegro
Adagio
Allegro
eerste uitvoering door het ­Concertgebouworkest

Georg Friedrich Händel (1685-1759)

Music for the Royal Fireworks, HWV 351 (1749)
Ouverture
Bourrée
La Paix (Largo alla Siciliana)
La Réjouissance (Allegro)
Menuet I
Menuet II

einde ± 16.10 uur

Toelichting

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Bach: Derde orkestsuite

Door Clemens Romijn

Frankrijk door Bachs verrekijker

Het lijkt misschien een paradox: Bach was een kosmopoliet die nooit een voet buiten Duitsland zette. Toch was hij zeer goed op de hoogte van wat er speelde in buurland Frankrijk, maar natuurlijk ook Italië en zelfs Engeland. Dat was dankzij de enorme bibliotheek die hij bijeen sprokkelde, met muziek van voorbije eeuwen, maar ook van de nieuwste modestukken van Franse, Italiaanse en Duitse makelij.

Zo zijn Bachs vier orkestsuites een afspiegeling van de muzikale modes aan het Franse hof waar balletmeester en hofcomponist Jean-Baptiste Lully de scepter zwaaide. Bach opent de Derde orkestsuite dan ook met een plechtige gepuncteerde ouverture, laat een snel tisch gedeelte volgen, en sluit af met het langzame begindeel. Franser kan het bijna niet.

Het vervolg is een vrije opeenvolging van dansen en karakterstukken met Franse titels, waaronder de bekende ontroerende en verstilde . Een extra feestelijke karakter krijgt de door de met ten en . Het is daarom niet vreemd dat Bach het openingsdeel gebruikte als inleiding bij de stralende kerstcantate nr. 110 waar hij het koor psalm 126 vers 2 laat zingen: ‘Toen waren onze monden gevuld met gelach en gezang.’

Jean-Philippe Rameau (1683-1764)

Rameau: Suite uit ‘Les Boréades’

Door Clemens Romijn

Briljante zwanenzang van Rameau

De belangrijkste Franse tijdgenoot van Bach en Händel, Jean-Philippe Rameau, was aanvankelijk het briljante brein achter muziektheoretische werken en composities voor klavecimbel. Maar op zijn vijftigste bekeerde hij zich volledig tot het Franse muziektheater en domineerde dat zo sterk, dat er in 1749 een regeling werd getroffen: in de Parijse Opéra mochten jaarlijks ‘slechts’ twee van zijn werken op de planken gebracht worden, om Rameaus collega’s niet te veel te ontmoedigen.

In zijn zwanenzang Les Boréades volgde Rameau het Griekse mythologische verhaal over de liefde van koningin Alphise voor een vreemdeling genaamd Abaris. De koningin is echter gedoemd tot een gearrangeerd huwelijk met een afstammeling van Boreas, de god van de noordenwind. Tot woede van Boreas bedankt de koningin daarvoor. Hij ontketent een enorm onweer en sleurt haar mee naar het rijk van de onderaardse winden. Het is te horen in ‘Les Vents’ (De Winden, deel van de Ouverture) waar violen en fluiten in een suizend c klein enorme ’s aanjagen en de lage strijkers maar blijven beuken met hun lawaaierig herhaalde tonen.

  • Jean-Philippe Rameau

Met hulp van de god Apollo weet Abaris de gekwelde koningin Alphise te bevrijden. Hij blijkt zowaar een kleinkind te zijn van Boreas! Het stel mag na alle verwikkelingen ten slotte trouwen. Veel van de gebeurtenissen op het podium zijn te volgen in de instrumentale gedeelten van de , zoals de jachtscène aan het begin, die al in de Ouverture wordt aangekondigd door signalen. Ook zijn er fraaie rollen weggelegd voor fluiten, klarinetten en ten. Een machtig stuk virtuoze orkestratiekunst van een tachtigjarige!

Francesco Geminiani (1687-1762)

Geminiani: Concerto grosso

Door Clemens Romijn

Londense hommage aan Corelli

Natuurlijk was Händel niet de enige buitenlandse musicus die zich in Engeland vestigde. Behalve de Nederlanders Willem de Fesch en Pieter Hellendaal waren het vooral Italianen, onder wie viool­ en componist Francesco Geminiani, geboren in Lucca en een leerling van de fameuze violist Arcangelo Corelli uit Rome. Als een eerbetoon aan zijn grote voorbeeld gaf Geminiani vanaf 1726 Twaalf concerti grossi uit die waren gebaseerd op de geruchtmakende Vioolsonates, 5 van Corelli.
Het twaalfde concert is gebouwd op een van de bekendste ’s uit de muziekgeschiedenis, La Follia, of in het Spaans La Folia (‘gekte, razernij’). Wat bij Corelli een extreem virtuoos vioolsolostuk was, werkte Geminiani uit tot een genadeloze exercitie voor strijkorkest. Het Concerto grosso in d klein bestaat uit het foliathema met 25 variaties.

Georg Friedrich Händel (1685-1759)

Händel: Music for the Royal Fireworks

Door Clemens Romijn

Koninklijk vuurwerk

Veel muziek van Händel heeft zijn roem te danken aan belangrijke gebeurtenissen in de Europese en Engelse politiek van zijn tijd, zoals het Utrecht Te Deum en Jubilate. Ze waren bedoeld als eerbetoon aan de politieke macht, als mf­geschal na een gewonnen oorlog, of als een muzikale omlijsting van officiële feestelijkheden. Zo ook zijn Music for the Royal Fireworks.

Met de Vrede van Aken kwam in 1748 een einde aan een langdurige en bloedige oorlog waarin koning George verwikkeld was: de Oostenrijkse Successie-­oorlog. Voor die gelegenheid werd in april 1749 een reusachtig vuurwerk afgestoken in Green Park in Londen met muziek van Händel. De imposante bezetting telde 100 man: 40 strijkers, 24 hobo’s, 12 ten, 9 s, 9 ten en . Händel was mordicus tegen een openbare repetitie vooraf, toch verzamelde zich een massa van 12.000 mensen in Vauxhall. Door de enorme toeloop en chaos ontstond een drie uur durende verkeersopstopping op London Bridge.

De uitvoering tijdens het vuurwerk was een groot succes, ondanks de regen. Händel schreef toepasselijke muziek: majestueus, in een stralend, krachtig D groot. Een machtige klankpoort in Franse ­gepuncteerde stijl opent het geheel. Ook de overige delen zijn in Franse stijl. Eerst een snelle Bourrée, gevolgd door een bedaard deinende Siciliano die de vrede moet verbeelden. Dan een spetterend door overheerst vreugdestuk (La Réjouis­sance, de vreugde). En ten slotte twee galante modestukken, twee ten, het eerste mild en klein bezet, en het tweede krachtig en stralend en met een tutti-bezetting. Een voor die tijd machtig klankspektakel.

In dit concert klinkt een echt Europees programma met muziek uit Duitsland, Frankrijk, Italië en Engeland. Het is in goede handen bij Jordi Savall, sinds de jaren 1970 een van de sleutelfiguren in de wereld van de oude muziek. En ook de man die als bezield musicus en programmeur met zijn eigen ensembles het ideaal van een verenigd Europa uitdraagt. Zoiets stond ook de Franse hofklavecinist François Couperin ten tijde van Lodewijk XIV voor ogen met zijn werkenreeks Les goûts-réunis (‘de verenigde stijlen’). Mooie symboliek is dat de hier gespeelde componisten leeftijdgenoten waren en alle vier vanuit hun eigen land grensoverschrijdende muziek de wereld instuurden.

Van de Leipziger Thomascantor en leider van het collegium musicum, Johann Sebastian Bach, staat een machtig staaltje Franse stijlkunde op de lessenaars. Dan schilderachtige orkestmuziek uit de zwanenzang van Jean-Philippe Rameau naar stof uit de Griekse mythologie. Van de Italiaans-Engelse vioolvirtuoos Francesco Geminiani een eerbetoon aan zijn grote voorbeeld Arcangelo Corelli. En van de ‘Saksische reus’ uit Engeland, Georg Friedrich Händel, stralende muziek voor bij een groots vuurwerk in Green Park in Londen ter gelegenheid van de Vrede van Aken in 1748.

Biografie

Jordi Savall, dirigent

De rijke carrière van Jordi Savall als uitvoerend musicus, , docent, onderzoeker en programmeur maakt de Catalaan een van de meest vooraanstaande architecten van de huidige herwaardering van historische muziek.

Jordi Savall begon zijn opleiding als zanger in het kinderkoor in zijn geboorteplaats Igualada toen hij zes jaar oud was. Hij leerde spelen en voltooide zijn studie aan het Conservatorium van Barcelona in 1964. Vanaf 1968 studeerde hij viola da gamba en oude muziek aan de Schola Cantorum Basiliensis in Zwitserland. Daar volgde hij in 1973 zijn leraar August Wenzinger op en gaf hij jarenlang cursussen en masterclasses.

Met wijlen zijn echtgenote, sopraan Montserrat Figueras, richtte Savall drie ensembles op: Hespèrion XX (1974, later Hespèrion XXI), La Capella Reial de Catalunya (1987) en Le Concert des Nations (1989). Hij leverde in 1992 een belangrijke bijdrage aan Alain Corneau’s film Tous les matins du monde (die een César won voor de beste soundtrack) en startte in 1998 zijn eigen platenlabel Alia Vox.

Jordi Savall initieerde talloze bijzondere muzikale en culturele projecten en is een veelgevraagd gastdirigent bij orkesten over de hele wereld. Zijn jarenlange toewijding aan het muzikale erfgoed leverde hem vele onderscheidingen op, waaronder de prestigieuze Léonie Sonning Music Prize (2012).

Jordi Savall dirigeert voor het eerst het Concertgebouworkest.