Jonge Nederlanders: trombonist Sebastiaan Kemner in Harmony of Spheres

Sebastiaan Kemner  trombone
Heleen Bongenaar  sopraan
Michaela Riener  mezzosopraan
Fanny Alofs  alt
Jussi Lehtipuu  bariton
Maciej Straburzynski  bas
m.m.v. Wouter Snoei  geluidsregie
m.m.v. Jeroen Smith  lichtregie

Dit concert maakt deel uit van de serie Jonge Nederlanders.

Zangteksten zijn gratis verkrijgbaar aan de zaal.

Met dank aan de begunstigers van het Fonds Hemelbestormers.

Bekijk ook de koffer van Sebastiaan Kemner.

Harmony of the spheres
een coproductie van Silbersee en Lonelinoise

Josquin des Prez (ca. 1450-1521)

Ut Phoebi radiis

Wouter Snoei (1977)

Interlude

Giuliano Bracci (1980)

Non sta, si svolge e gira (2012)

Orlando di Lasso (1532-1594)

In me transierunt irae tuae

Wouter Snoei

Interlude

Jan Pieterszoon Sweelinck (1561-1621)

Psalm 19, ‘Les cieux en chacun lieu’, SwWV 19 (1614)

Wouter Snoei

Interlude

Giuliano Bracci

Those Evenings of the Brain

Orlando di Lasso


Si caelum et caeli caelorum

Wouter Snoei (1977)

Interlude

Seung-Won Oh (1969)

Music of Celestial Harmony

Lambert de Sayve (1548/49-1614)

Miserere mei Deus

Wouter Snoei (1977)

Interlude

Orlando di Lasso

Timor et tremor

er is geen pauze
einde ± 21.30 uur

Toelichting

Harmony of the spheres

Door Sabien van Dale

Sinds de Oudheid tot ver in de Renaissance heeft de theorie van de muziek der sferen de verbeelding van ontelbare schrijvers, dichters en componisten gevoed. Trombonist Sebastiaan Kemner en muziekcollectief Silbersee verweven de Renaissance met onze tijd en willen het publiek vocaal, instrumentaal en elektroakoestisch een tijdloze sterrenhemel laten ervaren.


Beweging wordt eeuwigdurende klank

In de Oudheid verklaarde men de kosmische beweging en het begrip aan de hand van zeven kristallijnen koepels die de aarde omringen en de toen bekende zeven planeten dragen die de aarde omcirkelen. De beweging van de hemelsferen brengt harmonische en, letterlijk ‘hemelse muziek’ voort. Sebastiaan Kemner beeldt zich in hoe de aanblik van de sterrenhemel een gevoel van nietigheid opwekt: ‘We zijn op elkaar aangewezen in deze perfect vormgegeven wereld waar we nog maar zo ongelooflijk weinig van af weten.’

De vele puzzelstukken van dit programma worden aaneengeregen door vijf gedeeltelijk elektronische en gedeeltelijk elektroakoestische korte werkjes van de Nederlandse klank­onderzoeker en componist Wouter Snoei. ‘Ze vormen telkens een overgang tussen de andere stukken, waarbij ze soms mee en soms tegen kleuren’, verklaart Snoei. Hij creëert naar eigen zeggen ‘een textuur die zich langzaam ontwikkelt en onderbroken wordt door de omliggende werken, een structuur die onvermijdelijk doorgaat, ook als je niet kijkt.’ Hij verbindt zijn ‘klank­landschap’ ook harmonisch met de omliggende werken door soms de stemmen van de zangers of de klank van de trombone te mixen middels live processing die via vier tot zes luidsprekers door de ruimte m het publiek verspreid wordt.


Pythagoras en Josquin

Pythagoras (zesde eeuw v. Chr.) onderzocht als eerste de afstanden van de planeten. Hij bracht ze empirisch in verband met de wiskundige verhoudingen van welluidende toonintervallen. De link tussen wiskunde en geluid fascineerde hem mateloos. Zouden de planeten niet ieder een eigen toon voortbrengen en samen een prachtig akkoord vormen? Worden die klanken geordend door de goddelijke rede? Door het besef van het bestaan van natuurlijke wetmatigheden ontstond later een vaste reeks tonen, de basis van ons westerse toon­systeem. Renaissance-componisten als Josquin Desprez lieten zich daardoor regelmatig tot woordspelletjes en muzikale raadsels verleiden.

In Ut Phoebi radiis gebruikt Josquin in een op- en neergaande beweging de namen van de notenladder als eerste lettergreep van elke zin (toen nog zes trappen: ut-re-mi-fa-sol-la). Dit ceremonieel motet presenteert Maria als hemelse koningin. Het is een vertrouwd beeld in de katholieke iconografie. Maria is omgeven door een krans van zonnestralen en staat op de sikkel van de maan, een verwijzing naar de wisselvalligheid van het leven.

  • Een grafische weergave van de harmonie der sferen

Kepler en Lassus

Terwijl bij Pythagoras en zijn navolgers het begrip ‘’ voornamelijk een geestelijk concept was, duurde het tot de Renaissance vooraleer harmonische samenklanken en meerstemmigheid tot muzikale werkelijkheid evolueerden. Wiskundige en astronoom Johannes Kepler (1571-1630) speelde daarin een centrale rol. In tegenstelling tot de ‘antieken’ dacht hij niet dat de beweging van de hemellichamen effectief geluid veroorzaakte. Hij verbond het oude concept van de ‘harmonie der sferen’ liever met . De geometrie van de hemelsferen was volgens hem aantoonbaar in de meest perfecte poly­fone composities van zijn tijd.

Kepler vroeg meerdere componisten een motet te schrijven waarin de harmonieën dienden verwerkt die het resultaat waren van de planetaire gegevens uit zijn onderzoek. Kepler oordeelde dat Orlando di Lasso het best zijn ideeën benaderde. Als voorbeeld nam hij Lassus’ motet In me transierunt. Daarin wordt elke zangstem verbonden aan een planeet: sopraan (Mercurius), alt (Aarde en Venus), tenor () en bas (Saturnus en Jupiter). De bewegingen van elke planeet passen bij hun overeenstemmende zangpartij, de ene in vrijere, hoge regionen, de andere met grotere of kleinere toonafstanden of zelfs in melodisch-geometrische figu­ren.

‘De fusie tussen trombone en menselijke stem is dé manier om zo dicht mogelijk bij de ultieme harmonie der sferen te komen’

Voor Kepler en zijn tijdgenoten komt de perfectie van al wat door het goddelijke is gecreëerd tot uiting in de relatie tussen geometrie, astronomie en muziek: Si caelum et caeli caelorum (‘alle hemelen bevatten het goddelijke’) bezingt de essentie van deze gedachte. Daartegenover legt het diepe verlangen naar orde ook een angstgevoel bloot. Het motet Timor et tremor van Lassus ademt zowel de beklemming van de angst als het smeken om bescherming in oorlogstijd. Tegenover de volmaaktheid van de kosmos staat de armzalige mens met al zijn fouten en zonden, een gedachte die nergens beter tot uitdrukking komt dan in de vaak getoonzette psalmtekst Miserere mei Deus.


Een fusie van stemmen

Temidden van de overwegend donkere, ingetogen polyfone gezangen plaats Sebastiaan Kemner bewust de psalm Les cieux en chacun lieu van Jan Pieterrszoon Sweelinck. Bij monde van Koning David is dit een boodschap van de hemel, namelijk dat God de leider is van alle muziek. ‘Dit driedelige stuk vormt een uitbundig contrast, je voelt het licht openen in het midden van het programma’, vertelt Sebastiaan enthousiast, ‘het voelt als een raderwerk dat precies in elkaar valt’.

Voor Kemner is de fusie tussen de trombone en menselijke stemmen dé manier om zo dicht mogelijk bij de ultieme harmonie der sferen te komen: ‘Deze combinatie is al vele honderden jaren gebruikt om het goddelijke en het ontzaglijke mee te verklanken. Het open geluid van de trombone mengt goed met zangstemmen. Net als de menselijke stem is de trombone in staat tot subtiele nuances. Ze kunnen allebei de noten als het ware ‘masseren’ en het publiek transporteren naar een andere wereld.’

Klank als mysterie

Het spelen met tijdsgewrichten en het zoeken naar klankexperimenten bracht Kemner tot samenwerking met twee jonge componisten. De Koreaanse Seung-Wong Oh biedt een moderne Oosterse kijk op het ‘harmonie der sferen’.

Kemner: ‘Seung Wong Oh heeft zich nauwgezet verdiept in dit voor haar minder bekende gegeven. In Music of Celestial Harmony citeert ze uit Keplers geschriften. Net als Lassus verbindt ze aan elke stem een andere planeet. Maar je hoort tegelijk ook haar eigen achtergrond. Haar muziek heeft vaak iets ritueels en ze voegt timbres toe met natuurlijke en met typisch Aziatische percussie-instrumenten. Daardoor is dit een heel sfeervol stuk geworden.

Voor de tweede opdracht heb ik mij gericht tot Giuliano Bracci. Toen ik een strijkkwartet van hem had gehoord, was dat voor mij een eye-­opener. Ik heb bij hem nadien een duet besteld (Those Evenings of the Brain) voor alt Fanny Alofs en mezelf. Omdat de trombone van nature luider klinkt dan de altstem was het een uitdaging om de twee mooi te mengen. Als trombonist leer ik veel van zangers en ik benadruk graag de e kant van mijn instrument.’

Tijdens de Renaissance was het gebruikelijk om in vocale muziek een partij te vervangen door trombone (of een ander instrument). Ook met zijn Non sta, si svolge e gira (2012) sluit Bracci aan bij eeuwenoude tradities. Hier maakt hij een collage van teksten van Giordano Bruno, dichter en filosoof uit de zestiende eeuw. De hoofdthema’s zijn de oneindigheid van het universum en de menselijke conditie in een ruimte die geen vooraf bepaald centrum heeft. De muziek focust op de individualiteit van één stem en het punt waar alle stemmen ineen vloeien en niets anders worden dan klank op zich. Een gedachte die de kern van dit programma vormt.

Biografie

Sebastiaan Kemner, trombonist

In 2020 kreeg Sebastiaan Kemner de Nederlandse Muziekprijs – als tweede trombonist, na zijn leraar Jörgen van Rijen in 2004. Sebastiaan Kemner studeerde aan het Conservatorium van Amsterdam ook bij Pierre Volders en Remko de Jager, en won prijzen in New York (International Trombone Association) en Düsseldorf (Aeolus Wind Competition).

In zijn afstudeerjaar 2015 was hij artist in residence bij het Nationaal Jeugdorkest, en een jaar later finalist bij de Dutch Classical Talent Award.

De academische kant van zijn beroep verkende hij in een masteropleiding aan de University of Oxford, waar hij vervolgens werd toegelaten tot het PhD-programma. De trombonist werkte met de Berliner Philharmoniker, het Concertgebouworkest, het Lucerne Festival Orchestra en het Ensemble InterContemporain. Naast zijn werk als solist maakt Sebastiaan Kemner deel uit van het muziekcollectief LUDWIG en het New Trombone Collective. Sinds 2018 is hij ook hoofdvakdocent aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.

Diverse componisten schreven nieuw repertoire voor zijn eigenzinnige programma’s, waarin hij ook (vergeten) bestaande muziek en bewerkingen integreert en nieuwe mogelijkheden onderzoekt voor ruimtelijke opstellingen en live-elektronica. Eén keer eerder speelde Sebastiaan Kemner in de , in een Lunchconcert in mei 2016 met pianiste Andrea Vasi.

Silbersee, ensemble

Silbersee is een caleidoscopisch gezelschap m zanger en artistiek leider Romain Bischoff. De groep is geworteld in , maar zet ramen en deuren wijd open voor eigenzinnige talenten in de meest uiteenlopende genres en disciplines. Silbersee houdt van experiment en is altijd op zoek naar nieuwe kunstvormen, bijzondere bestuivingen en onverwachte uitkomsten.

Onder de musici met wie Silbersee de afgelopen tijd samenwerkte, zijn de componisten Yannis Kyriakides, Martin Fondse en Kate Moore, Asko|Schönberg, vocaal ensemble Psallentes en zangeres Sterre Konijn. 

Afgelopen zomer presenteerde Silbersee in Bergen en op Terschelling de strandopera Kaapdiegoeiekoop. Met Sebastiaan Kemner maakte Silbersee eerder de productie Walls of the Universe, bij de uitreiking van zijn Nederlandse Muziekprijs uitgevoerd met het Residentie Orkest, Ed Spanjaard, sopraan Rinnat Moriah en Lonelinoise.

Silbersee is te vinden op kleine en grote podia, festivals en op onverwachte binnen- en buitenlocaties. In december 2017 debuteerde het gezelschap in de met schrijver Arthur Japin in het Scherpdenkers-programma Stille Nacht am Silbersee.

Lonelinoise, hedendaags muziekcollectief

Het hedendaagsemuziekcollectief Lonelinoise is in 2020 opgericht door hoboïst Vincent van Wijk en trombonist Sebastiaan Kemner vanuit de wens om de ‘wilde en wonderlijke’ klanken van de nieuwste muziek te ontsluiten voor een breed publiek.

Ze zijn ervan overtuigd dat het in de uitdagende tijden waarin wij leven noodzakelijk is om het onbekende te blijven onderzoeken. Evenzeer als andere muziekgenres – en precies als het leven zelf – kan eigentijdse klassieke muziek mooi, zoet en troostend zijn, en ook confronterend, ruig en onaangenaam.

In seizoen 2020/2021 is Lonelinoise begonnen aan een webcast over de kracht van hedendaags klassiek die inzoomt op het werk van componisten van de laatste grofweg zeventig jaar, onder wie Louis Andriessen, Claude Vivier, Isang Yun, Giacinto Scelsi en John Cage.