Jonge Nederlanders: Tobias Borsboom en Piotr Jasiurkowski
Jonge Nederlanders 20.15 uur
Piotr Jasiurkowski viool
Tobias Borsboom piano
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Sonate in e kl.t., KV 304 (1778)
Allegro
Tempo di menuetto
César Franck 1822-1890
Sonate in A gr.t. (1886)
Allegretto ben moderato
Allegro
Recitativo – Fantasia: ben moderato
Allegretto poco mosso
pauze
Karol Szymanowski 1882-1937
Sonate, op. 9 (1904)
Allegro moderato
Andantino tranquillo e dolce – Scherzando (più
molto) – Tempo I
Finale. Allegro molto, quasi presto
Krzysztof Penderecki 1933
Drie miniaturen (1959)
Miniatuur 1
Miniatuur 2
Miniatuur 3
Henryk Wieniawski 1835-1880
Fantaisie brillante, op. 20 (1865)
voor viool en piano; oorspronkelijk voor viool en orkest
begin van de pauze ca. 21.00 uur
einde van het concert ca. 22.10 uur
Toelichting
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
sonate
Tekst: Michiel Cleij
Het artistieke leven van Wolfgang Amadeus Mozart kende geen rustpunten. Die kon hij zich niet permitteren, als hij dat al had gewild. Wanneer hij niet voor een opdrachtgever componeerde, deed hij dat wel voor zichzelf.
Hij moest muziek schrijven voor edellieden, geestelijken en theaterdirecteuren, lesmateriaal voor zijn leerlingen maken, rijke en/of bevriende musici van nieuw repertoire voorzien. Daarnaast componeerde hij voor eigen gebruik: als of pianist kon hij de belangstelling voor zijn muziek aanzienlijk vergroten.
Levensonderhoud mag dan de motor achter Mozarts fenomenale activiteit geweest zijn, maak- en speelplezier was de brandstof. Zonder onverzadigbare ‘muziekhonger’ en aangeboren nieuwsgierigheid was hij nooit zo productief geweest in zoveel verschillende disciplines, financiële nooddruft ten spijt.
Het was onvermijdelijk dat Mozart zich op het relatief nieuwe genre van de vioolsonate zou storten. Na een aantal conventionele werkjes componeerde hij op zijn tweeëntwintigste de veel originelere Vioolsonate in e klein, KV 304. Traditioneel is nog wel de tweedelige opbouw (spoedig zou Mozart grootschaliger s schrijven), maar daarbinnen gebeurt veel.
Behalve de welbespraakte verteltrant van het werk (met aan het slot een passage waarin alle eerdere ’s en motieven nog even voorbijkomen) valt vooral de dramatische toon op: niet alleen het eerste deel, maar ook het ‘’ dat daarop volgt heeft een ingehouden droefenis die je eerder van een latere componist uit de zou verwachten dan van Mozart.
Maar je moet wel van ijs zijn als een teleurstellend verblijf in Parijs en het gelijktijdige overlijden van je moeder geen sporen nalaat in de muziek die je op dat moment schrijft.
César Franck 1822-1890
sonate
Tekst: Anneloes Brand
In zijn eigen tijd werd César Franck slechts in een beperkte kring bejubeld, namelijk als organist van de Basilique Ste-Clotilde en het Trocadéro en als docent aan het Parijse Conservatorium. In de laatste jaren van zijn leven raakte hij beter bekend als componist, maar na zijn dood steeg zijn roem pas echt.
Samen met zijn Symfonie in d klein, 48 behoort de voor viool en piano in A groot tot Francks populairste composities – niet zo verwonderlijk, want het werk staat bol van prachtige ën, verbeeldingskracht, en temperament.
Dat het zo geliefd is blijkt ook uit het aantal en de verscheidenheid van de bewerkingen die ervan werden gemaakt. Er bestaan onder meer versies voor fluit, , altviool en zelfs tuba, maar alleen die voor cello kreeg goedkeuring van de componist.
Het huwelijk van de Belgische viool Eugène Ysaÿe en Louise Bourdeau vormde de aanleiding en inspiratie voor Francks enige vioolsonate. Net als Franck was Ysaÿe geboren in Luik. Hij werd een voorvechter van nieuwe Franse muziek, niet alleen als violist maar ook als componist.
Ysaÿe speelde Francks in A groot voor het eerst tijdens zijn huwelijksfeest op 26 september 1886 en bezorgde het werk drie maanden later in Brussel zijn publieke première. Daarna voerde hij het nog vele malen tijdens tournees uit en vertelde zijn publiek er dan graag bij dat hij het ‘con amore’ (met liefde) speelde, aangezien het een huwelijksgeschenk was.
Karol Szymanowski 1882-1937
sonate
Tekst: Michiel Cleij
In 1905 was Karol Szymanowski een van de oprichters van ‘Jong Polen’, een groep die Poolse muziek wilde promoten maar ondertussen sterk op de Duitse traditie leunde. Szymanowski’s muzikale oriëntatie was binnen de groep veruit het breedst.
Hij reisde jarenlang door grote delen van Europa, wat er ongetwijfeld toe bijdroeg dat zijn componeerstijl altijd iets onbestemds heeft, ondanks zijn hoorbare banden met Poolse (volks-)muziek. Daarnaast werd hij sterk beïnvloed door de wonderlijke klankwereld van Aleksander Skrjabin.
De vioolsonate die Szymanowksi op 21-jarige leeftijd componeerde is een weelderig laatromantisch werk, maar niet gespeend van moderne snufjes. Het begindeel heeft een bijna obsessief karakter: de indringende passages in de pianopartij hebben een Skrjabin-achtige ‘bezetenheid’.
Het Andantino is het meest effectieve deel en omvat tevens een piepklein, getokkeld . Italiaanse invloeden verraden zich in de Finale: een tarantella die af en toe uitwaaiert (en afremt) in meerstemmige weefsels.
Bij de première in 1909 werd violist Pavel Kochanski begeleid door Arthur Rubinstein, de legendarische pianist die in de jonge Szymanowski al ‘een grootmeester’ herkende. Rubinstein bleef Szymanowki’s ontwikkeling op de voet volgen en was een van zijn belangrijkste pleitbezorgers in het buitenland.
Krzysztof Penderecki 1933
drie miniaturen
Tussen de naoorlogse modernisten neemt Krzysztof Penderecki een aparte plek in. Enerzijds experimenteerde hij heel wat af; roemrucht is zijn klankstudie met ‘gillende’ strijkersglissando’s die de titel Threnos (klaagzang) voor de slachtoffers van Hiroshima kreeg, een typisch avant-gardestuk dat afrekende met het ‘ouderwetse’ idee dat muziek per se oorstrelend moet zijn.
Anderzijds vond hij al in de jaren vijftig dat veel van zijn generatiegenoten hun doel voorbijschoten: te cerebraal, te publieksonvriendelijk. Penderecki heeft nazi-gruwelen aanschouwd en communistische dwang ervaren; daarom ziet hij gevaar in al te dogmatische vernieuwingsdrift, hoe goedbedoeld die ook was.
De Drie miniaturen voor viool en piano klinken modern, maar niet schokkend. Met hun akoestische ‘speldenprikjes’ sluiten ze aan bij de klankwereld van Anton Webern; tegelijkertijd wekken ze de indruk van vrije s, waarin de viool – Penderecki’s ‘eigen’ instrument – met uiteenlopende speeltechnieken een scala aan wonderlijke sferen oproept.
Henryk Wieniawski 1835-1880
fantaisie brillante
Henryk Wieniawski was een van die typisch negentiende-eeuwse kosmopolitische kunstenaars: geboren in Polen, opgeleid in Parijs en uiteindelijk wortel schietend in Rusland. Evenals zijn landgenoot Frédéric Chopin brak hij een lans voor Poolse muziek in het buitenland en met name in Parijs.
De opkomst van muzikale salons aldaar gaf musici volop gelegenheid om zich als solist of in kamerbezetting te profileren. Een als Wieniawski gooide hoge ogen, zowel met eigen composities als met uitvoeringen van geliefde repertoirestukken; zo vertolkte hij met Franz Liszt aan de piano onder meer Beethovens Kreutzersonate.
De Fantaisie brillante, 20 is een typisch product van die periode: ’s uit een van Frankrijks meest geliefde ’s, Faust van Charles Gounod, zijn hier met evenveel flair als theatergevoel voor viool gearrangeerd waarbij de piano slechts een ondersteunende rol heeft.
Biografie
Piotr Jasiurkowski, viool
Piotr Jasiurkowski komt uit Lubin in Polen en kreeg zijn eerste vioollessen toen hij zeven was. In 1998 werd hij toegelaten tot het Conservatorium Maastricht, als jongste vioolstudent ooit. Masterclasses volgde hij bij onderen anderen Vadim Repin en Herman Krebbers. Kort na zijn afstuderen in 2011, summa cum laude, kreeg hij daar een aanstelling als docent.
Piotr Jasiurkowski won diverse prijzen, bijvoorbeeld tijdens het Grachtenfestival Conservatorium Concours in 2005. Als solist werkte hij met gezelschappen als het Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin, het Litouws Staats en het Koreaans Kamerensemble. Op tournee reisde de violist naar concertzalen in landen als België, Frankrijk, Engeland, Zweden, Rusland, Egypte en Tunesië.
In 2010 verscheen de debuut-cd van Piotr Jasiurkowski, getiteld A Virtuoso Violin, met werken van onder anderen Rossini, Paganini en Saint-Saëns. In 2013-2015 was hij een van de deelnemers aan het Tour & Award-traject van Dutch Classical Talent.
In de van Het Concertgebouw debuteerde hij in de serie Lunchconcerten in november 2012. Piotr Jasiurkowski bespeelt de ‘Petrus Guarnerius, Mantua 1682’-viool, hem ter beschikking gesteld door het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds.
Tobias Borsboom, piano
Tobias Borsboom had aan de afdeling Jong Talent van het conservatorium in Utrecht les van Paolo Giacometti; later in Amsterdam was Jan Wijn zijn docent. De pianist won prijzen van onder meer het Prinses Christina Concours, het Entrée Kamermuziekconcours en het Grachtenfestival Conservatorium Concours.
Zowel solo als samen met violist Piotr Jasiurkowski viel Tobias Borsboom meervoudig in de prijzen tijdens twee edities van de Dutch Classical Talent Tour & Award, georganiseerd door Concertvrienden. Een ander recent hoogtepunt in zijn prille carrière was afgelopen jaar een serie uitvoeringen van Gershwins Pianoconcert in F groot met het Nederlands Studenten Orkest.
In opdracht van productiehuis Oorkaan werkt Tobias Borsboom in het huidige seizoen 2015/16 aan Meneer Tobias en het Zwarte Monster, een muziekvoorstelling voor kinderen vanaf vier jaar onder regie van Dagmar Slagmolen. Onder de titel De pianoboom organiseert Tobias Borsboom een serie concerten in Den Haag en omstreken.

