Jonge Nederlanders: sopraan Lilian Farahani
Lilian Farahani sopraan
Maurice Lammerts van Bueren piano
Corina van Eijk regie
Joske Commandeur videoanimatie
Henk Post licht
Yannick Verweij technische ondersteuning
Dit concert maakt deel uit van de serie Jonge Nederlanders.
Met dank aan de begunstigers van het Fonds Hemelbestormers
Lees ook: Sopraan Lilian Farahani: ‘De beste studiedag betekent soms niets doen’
Richard Strauss (1864-1949)
Drei Lieder der Ophelia, op. 67 (1918)
Wie erkenn’ ich mein Treulieb
Guten Morgen, ‘s ist Sankt Valentinstag
Sie trugen ihn auf der Bahre bloss
Jake Heggie (1961)
Eve-Song (1996)
My Name
Even
Good
Listen
Snake
Woe to Man
The Wound
The Farm
pauze ± 21.00 uur
Maurice Ravel (1875-1937)
Shéhérazade (1903)
Asie
La flûte enchantée
L’indifférent
Astor Piazzolla (1921-1992)
Chiquilín de Bachín (1969)
Yo soy María
uit ‘Maria de Buenos Aires’ (1968)
einde ± 22.05 uur
Toelichting
Jonge Nederlanders: sopraan Lilian Farahani
Door Michiel Cleij
Met dit programma eert sopraan Lilian Farahani een aantal sterke vrouwen. De bijbelse Eva verschijnt naast Shakespeares tragische personage Ophelia en de Perzische sprookjesvertelster Sjeherazade. Wat ze gemeen hebben is hun eigenzinnigheid: ze nemen hun lot in eigen handen, of verzetten zich tegen het patriarchaat, of komen anderszins voor zichzelf op.
Strauss
Het oudste werk is van Richard Strauss – een romanticus, maar wel eentje die inmiddels in de moderne tijd was aangeland. Eerder componeerde hij ’s over de slagvaardige vrouwfiguren Salome en Elektra – een enorm verschil met de negentiende-eeuwse portrettering van vrouwelijke personages als willoze slachtoffers. Shakespeares Ophelia wordt krankzinnig na de moord op haar vader door haar geliefde Hamlet, waarop ze zich verdrinkt. Strauss – wiens eigen manische moeder in een inrichting verbleef – maakt haar waanzin invoelbaar, zowel in de zanglijnen als in de soms bijna bizarre begeleiding. In het eerste en derde rouwt Ophelia om haar vader; in het tussenliggende gezang geeft ze met pijnlijke vrolijkheid een beeld van Hamlets grilligheid en ontrouw. Haar zelfmoord wordt niet verklankt, maar hangt als een donderwolk over de slotregels. Ook zonder de visuele bombast van opera kon Strauss een tragedie haarscherp voor je geestesoog laten verschijnen.
Heggie
Een eigentijdse Eva verschijnt in Eve-Song van Jake Heggie, momenteel een van Amerika’s succesvolste componisten. Voor Farahani, altijd op zoek naar repertoire waarin ze meer kan zijn dan een zingende verteller, bleek deze cyclus een perfecte match – met dank, benadrukt ze, aan haar vaste begeleider Maurice Lammerts van Bueren, die Heggies werk bij haar introduceerde. ‘Klassieke liederen hebben vaak een verheven toon en een geparfumeerde expressie, maar Heggie zoekt juist een directheid waarmee je je kunt identificeren. Deze songs zijn confronterend, grillig en uitbundig, soms op het geëxalteerde af. Het zijn echt mini-operaatjes, met lange melodische lijnen waarin je flink kunt uitpakken. Je volgt Eva in haar verkenning van het paradijs, maar vanuit een modern perspectief. Ze stelt kritische vragen over haar bestaan en laat zich niet door God of Adam de wet voorschrijven: ze eet van die appel omdat ze haar eigen keuzes wil maken en álle aspecten van haar wereld wil ervaren. En ze bedient zich van eigentijds Engels, inclusief gevloek en getier. Dat maakt de herkenbaarheid nog groter.’
Ravel
Ravels liederen over Sjeherazade, de vertelster uit de klassieke sprookjesbundel Duizend-en-een-nacht, zijn wel degelijk ‘geparfumeerd’ en gecultiveerd. ‘Maar’, zegt Farahani, ‘het onderwerp raakt natuurlijk de middenoosterse snaar in mij. En ook Sjeherazade is een sterke vrouw, die met haar verhaalkunst haar executie net zolang uitstelt tot ze vrij is.’
Maurice Ravel was tijdens de Wereldtentoonstelling van 1889 in Parijs in de ban geraakt van exotiek – en dus ook, kort daarna, door de dichtbundel Schéhérazade van zijn kameraad Tristan Klingsor. Daarin trok niet alleen de oriëntaalse sfeer hem aan, maar ook de vrije versvorm; die staat dicht bij spreektaal en geeft de zanglijnen een spontaan, improvisatorisch effect.
Na het monumentale Asie – vol fascinatie voor de verfijnde, maar soms ook brute schoonheid van het Oosten – volgt La flûte enchantée, waarin een slavin haar ‘heer’ moet behagen terwijl ze buiten het fluitspel van haar geliefde hoort. En in L’indifferent is het woord gericht tot een van de eunuchen waarmee Perzische vorsten zich omringden: de androgyne jongeman ‘met de vrouwelijk wiegende heupen’ is seksueel onverschillig en laat zich niet verleiden tot een glas wijn bij de dichter thuis.
Net als flamenco en blues is tango duistere muziek, ondanks de frivole klank
Piazzolla
Terwijl Jake Heggie zijn liedkunst een eigentijdse aardsheid meegeeft, doen de tango’s van Astor Piazzolla eigenlijk het omgekeerde. Piazzolla bracht deze traditionele ‘bordeelmuziek’ naar de concertzaal en voegde er elementen uit jazz en klassieke muziek aan toe. Daar kreeg hij in eigen land heel wat kritiek op; velen vonden zijn composities te ingewikkeld en Piazzolla’s uitbreiding van het traditionele tango-ensemble met een elektrische gitaar kwam hem zelfs op een doodsbedreiging te staan. Toch vervreemdde hij nooit van zijn wortels; het bleef muziek over de schaduwkant van Buenos es. Want net als flamenco en blues is tango duistere muziek, ondanks de frivole klank. Dat blijkt het sterkst uit de tangoliederen die Piazzolla schreef met de dichter cio Ferrer. Chiquilín de Bachín vertelt over het zwerfjochie (een ‘engeltje in jeans’) dat rozen verkoopt om te overleven, geen schoenen meer heeft en niet wil zien hoe zijn moeder als straatprostituee werkt. Uit de ‘tango-opera’ María de Buenos Aires klinkt het lied waarmee de hoofdpersoon zich introduceert: ze is hoer en heilige tegelijk, gedoemd tot een liederlijk bestaan en sterft en herrijst steeds weer in een onverbiddellijke cyclus – en symboliseert daarmee de eeuwige hoop op een beter leven.
Biografie
Lilian Farahani, sopraan
De Nederlands-Iraanse sopraan Lilian Farahani studeerde aan de conservatoria van Den Haag en Amsterdam, bij onder anderen Sasja Hunnego. Ze voltooide in 2015 de Dutch National Academy en begon een voorspoedige carrière als opera-, - en concertzangeres.
In de afgelopen jaren zong ze op de grote Nederlandse podia bij gezelschappen als De Nationale Opera, Opera Zuid en de Nederlandse Reisopera, maar ook aan de operahuizen van onder andere Nancy, Bern en Essen.
Daarnaast soleerde ze bij orkesten als het Concertgebouworkest (oktober 2022, Partita van Dallapiccola), het London Symphony Orchestra, het Residentie Orkest, het Nederlands Kamerorkest, het Orkest van de Achttiende Eeuw, het Nederlands Blazers Ensemble en Pygmalion.
Later dit voorjaar is Lilian Farahani cover voor de rol van The Bride in Innocence, de laatste van Kaija Saariaho, bij de Metropolitan Opera in New York. Ze zong deze rol eerder op het Festival d’Aix-en-Provence, in het Royal Opera House in Londen, en bij De Nationale Opera en San Francisco Opera. Verder zal ze de rol van Musetta (La bohème van Puccini) vertolken bij de Opéra national de Lorraine in Nancy, Caen en Luxemburg.
Na haar in 2019 verschenen debuut-cd WOMAN – the making of… lanceerde ze in 2024 samen met pianist Maurice Lammerts van Bueren het album Nomad. Sinds haar debuut in een lunchconcert in april 2015 trad Lilian Farahani meermaals op in de , bijvoorbeeld in maart 2022 in de serie Jonge Nederlanders.
Maurice Lammerts van Bueren, piano
Maurice Lammerts van Bueren was leerling van Jan Wijn aan het Conservatorium van Amsterdam. Mila Baslawskaja was zijn docent kamermuziek, en lessen begeleiding kreeg hij van Graham Johnson en Rudolf Jansen.
De pianist legde zich gaandeweg toe op het liedbegeleiden. Zangers met wie hij intensief samenwerkt zijn Ellen Valkenburg, Lilian Farahani, Henriette Feith, Liza Lozica, Tinka Pypker, Berend Eijkhout en Tim Kuypers.
Daarnaast deelde hij het podium met onder anderen Angelika Kirchschlager, Henk Neven, Thomas Oliemans, Peter Gijsbertsen, Robert Holl en Christianne Stotijn. Voordat Maurice Lammerts van Bueren zich volledig richtte op het werken met zangers was hij al actief als kamermusicus.
Als pianist van het Trio Suleika (2001-2014) won hij onder meer de Kersjesprijs en de Vriendenkrans van Het Concertgebouw. Hij heeft inmiddels achttien cd’s opgenomen, onder andere het solo-album 57 MAZURKI met de complete ’s van Chopin.
Maurice Lammerts van Bueren is als coach verbonden aan de zangafdeling van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Als gastdocent gaf hij begeleidingslessen, masterclasses en liedklassen aan de conservatoria van Enschede en Utrecht. Naast zijn loopbaan als musicus is Maurice Lammerts van Bueren ook actief als portretfotograaf; zijn werk verscheen in onder meer het NRC, het AD en de Volkskrant.
Corina van Eijk, regie
Corina van Eijk studeerde af aan de regieafdeling van de Toneelacademie in Maastricht en regisseerde haar eerste , Der Schauspieldirektor van Mozart, aan het Utrechts Conservatorium. In die beginjaren werkte ze als assistent aan De Munt in Brussel en het Aalto Theater in Essen.
In haar woonplaats Spanga richtte ze ‘Stichting Spanga het Verona van Weststellingwerf’ op en in 1989 presenteerde ze met L’elisir d’amore van Donizetti haar eerste buitenproductie.
De basis voor een eigenzinnig operagezelschap was gelegd, en Opera Spanga maakte tientallen opvallende voorstellingen. In 2002 verscheen ook de eerste van tot nog toe vijf operafilms.
Corina van Eijk werd geëngageerd door de Nederlandse Reisopera, de huizen van Ludwigshafen, Linz en Nantes, de Dutch National Opera Academy, het Nine Circles Chamber Theatre in New York, het Nederlands Philharmonisch Orkest en Culturele Hoofdstad Leeuwarden-Fryslân 2018.
Ze verzorgde casting en productieleiding voor films en tv, acteerde, gaf les aan de Jeugdtheaterschool Friesland, begeleidde studenten van de Academie voor Expressie in Kampen en gaf workshops operaregie aan de Toneelacademie Maastricht en aan de conservatoria van Zwolle, Groningen en Amsterdam.


