Jonge Nederlanders: Nora Fischer zingt Messiaen
Nora Fischer zang
Daniël Kool piano
teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal
Maurice Ravel 1875-1937
Cinq mélodies populaires grecques (1904-06)
Le réveil de la mariée
Là-bas, vers l’église
Quel galant m’est comparable
Chanson des cueilleuses de lentisques
Tout gai!
Olivier Messiaen 1908-1992
Poèmes pour Mi (1937)
Action de grâces
Paysage
La maison
Epouvante
L’épouse
Ta voix
Les deux guerriers
Le collier
Prière exaucée
pauze
Leonard Bernstein 1918-1990
La bonne cuisine (1947) ‘4 Recipes’
Plumpudding
Queues de boeuf
Tavouk Gueunksis
Civet à toute vitesse
Maurice Ravel 1875-1937
Trois poèmes de Stéphane Mallarmé (1913)
Soupir (à Igor Stravinsky)
Placet futile (à Florent Schmitt)
Surgi de la croupe et du bond (à Erik Satie)
Béla Bartók 1881-1945
Falun (Dedinské scény) (‘Dorpsgezichten’), op. 87a (1924)
Szénagyujtéskor (Pri hrabaní) (‘Hooien’)
A menyasszonynál (Pri neveste) (‘Bij de bruid’)
Lakodalom (Svatba) (‘De bruiloft’)
Bölcsodal (Ukoliebavka) (‘Wiegenlied’)
Legénytánc (Tanec mládencov)
(‘Jongensdans’)
Toelichting
Maurice Ravel 1875-1937
Cinq mélodies en Trois poèmes
In zijn relatief kleine vocale oeuvre was Maurice Ravel een trendvolger – maar op een volstrekt originele manier. Dat de kunst rond 1900 ook in Frankrijk tot een substantieel genre was uitgegroeid is vooral te danken aan Claude Debussy en Ravels leermeester Gabriel Fauré. Hun mélodies – de aanduiding chansons bleef veeleer gereserveerd voor traditionele volksliedjes – kunnen zich kwalitatief meten met het monumentale corpus aan Lieder dat in Duitsland sinds Franz Schubert was ontstaan.
De verschillen tussen Franse en Duitse liedkunst beginnen bij de gebruikte poëzie. Ravel was een muzikale kameleon die zich makkelijk in andere culturen kon verplaatsen; voor de Cinq mélodies populaires grècques gebruikte hij bestaande (oude) volksliedjes die hij van zijn karakteristieke weelderige ën voorzag.
Bovendien: de gedichten waarop Ravel en zijn voorgangers zich baseerden waren van heel andere aard dan de Duitsromantische, namelijk meer gebaseerd op de klank van taal en sterk geneigd het onderwerp niet rechtstreeks te benoemen maar indirect aan te duiden. Dat geldt zeker voor Stéphane Mallarmé, van wiens associatieve (en vaak ondoorgrondelijke) poëzie zowel Ravel als Debussy de muzikale mogelijkheden zagen; Ravel noemde Mallarmé een ‘bevrijder van de taal’ die woorden van hun gefixeerde betekenis ontdeed, ten gunste van en .
In de Trois poèmes stelt Ravel beweging en timbres volledig in dienst van de taal en de klank van de gedichten. Deze drie liederen vormen een wonderschoon, eenzaam eilandje in Ravels oeuvre, ongewoon vrij van vorm, experimenteel qua klankbeeld en, in het laatste lied, de atonaliteit verkennend. Behalve door Mallarmé werd Ravel hier hoorbaar geïnspireerd door Igor Stravinsky’s recente Liederen op Japanse teksten – die op hun beurt beïnvloed waren door Arnold Schönbergs Pierrot lunaire.
Olivier Messiaen 1908-1992
Poèmes pour Mi
tekst: Michiel Cleij
Voor de diepgelovige katholiek Olivier Messiaen was componeren een spirituele missie. Zijn muziek heeft altijd een sacrale en zelfs rituele inslag, of het onderwerp nu de sterrenhemel is of vogels of landschappen. Zijn klankwereld overlapt aanzienlijk met die van Debussy – ook zo’n hoeder van de mystiek achter de klank – maar is duidelijk moderner en extremer.
Poèmes pour Mi is een vroeg werk. ‘Mi’ was de koosnaam die Messiaen gaf aan Claire Delbos, zijn eerste echtgenote, en de negendelige erencyclus is dan ook een bejubeling van het huwelijk. Ravel en Debussy waren hier nog duidelijk zijn belangrijkste inspiratoren, maar de eigenaardigheden van zijn latere stijl kondigen zich al aan.
De teksten (van hemzelf) geven de verbintenis tussen man en vrouw weer in visioenachtige episodes, gevat in wonderlijke, grillige muziek.
Menselijk fanatisme en goddelijke rust wisselen elkaar af; daarbij imiteert Messiaen vaak geluiden van vogels, die als ‘bemiddelaar’ tussen het aardse en het hemelse fungeren. Het religieuze gehalte is onmiskenbaar; de lijn van Action de grâces is ronduit psalmachtig.
In de daaropvolgende eren zoomt Messiaen geleidelijk in op het aardse decor dat de echtelieden omgeeft – een natuurlandschap, een huis. Na al die vloeiende bewegingen is Epouvante een plotselinge explosie van ingehouden angst, waarna serene rust terugkeert: Ta voix zit vol vriendelijke vogelimitaties. De gemoederen spelen weer op in Les deux guerriers, maar de tekst maant de echtelieden één front te vormen op het huwelijksslagveld. Daarop is Le collier het ‘warmbloedigste’ lied uit de cyclus.
Heftig, maar niet boosaardig, is het slotlied. De ‘klappen’ in de begeleiding en de intense zanglijnen culmineren in een extatisch klankweefsel. Geen overdreven blijdschap hier, geen kitscherig gejubel, maar een pure uiting van natuurlijke kracht en beweging. Uiteindelijk komt de muziek tot een gespierd soort stilstand, klaar voor een volgende ronde.
Leonard Bernstein 1918-1990
La bonne cuisine (1947) ‘4 Recipes’
Behalve , componist en pianist was Leonard Bernstein ook nog een flamboyant gezelschapsmens die zelden een party oversloeg – als je zijn biografie leest verbaas je je erover dat hij überhaupt zo’n hoge leeftijd haalde. Wereldfaam maakte hij met jazzy orkeststukken en de musical West Side Story, maar het bundeltje La bonne cuisine schreef hij veel eerder, als twintiger. Zijn typische, zeer Amerikaanse flair is hier al volop aanwezig: moeiteloos vermengt hij Mozart-achtige welsprekendheid met jazzy ën. Ondertussen krijg je vier recepten mee, van respectievelijk plumpudding, ossestaart, een oosters kipgerecht en ‘hazenpeper bereid op topsnelheid’.
Béla Bartók 1881-1945
Falun (Dedinské scény) (‘Dorpsgezichten’), op. 87a (1924)
Béla Bartók baseerde zich op eeuwenoude volksmuziek en werd daarmee een van de modernste en origineelste componisten van de vorige eeuw. Terwijl zijn collega’s elders in Europa folklore losjes als smaakversterker gebruikten verkende Bartók de traditionele Balkanmuziek op wetenschappelijke basis. Die oermuziek bleek complex en gevarieerd genoeg om als ‘grammatica’ te dienen voor een hedendaags componist. Hoezeer Bartók zich ook door zijn tijdgenoten Claude Debussy en Igor Stravinsky liet beïnvloeden, altijd hoor je in zijn composities de ritmische en melodische patronen van oude Balkanmuziek terug.
De erencyclus Falun (‘Dorpsgezichten’) is gebaseerd op Slowaakse volksliedjes. Daarin speelde ook idealisme mee: volgens de Hongaar Bartók kon muziek bijdragen aan de verbroedering tussen de eeuwig twistende Balkanvolkeren. In eigen land werd hij zelfs ‘verrader’ genoemd vanwege zijn interesse voor niet-Hongaarse folklore. In vijf liederen geeft Bartók een kleurrijk beeld van het Slowaakse boerenleven zonder het ook maar enigszins te romantiseren. De eerste twee liederen bezingen vruchtbaarheid met onopgesmukte, bezwerende lijnen. De overige drie – waarvan Bartók ook een orkestversie maakte – hebben een ritmischer karakter, vaak met de percussieve pianobegeleiding waarmee Bartók een zekere beruchtheid verwierf. Overigens is het zonneklaar dat Bartók onder de indruk was van Stravinsky’s recente compositie Les noces; ook hier wordt een huwelijksfeest (in het derde lied) met klok-achtige effecten verklankt.
Michiel Cleij
Biografie
Nora Fischer, zang
Nora Fischer treedt op met gezelschappen als Yo-Yo Ma’s Silk Road Ensemble, het Kronos Quartet, Asko|Schönberg, L’Arpeggia-ta en De Nationale , en was te gast op Oerol, Lowlands en Into the Great Wide Open. In 2018 bracht Deutsche Grammophon haar album Hush uit, met eigenzinnige vertolkingen van muziek uit de vroege samen met gitarist Marnix Dorrestein.
De zangeres werkte samen met tal van hedendaagse componisten, onder wie David Lang en Osvaldo Golijov. Louis Andriessen schreef speciaal voor haar de cyclus The Only One, in première gebracht met de Los Angeles Philharmonic en herhaald met het BBC Symphony Orchestra tijdens de Proms in Londen en met het Radio Filharmonisch Orkest in de NTR ZaterdagMatinee.
In de maakte Nora Fischer haar debuut in januari 2014 voor Dutch Classical Talent. In seizoen 2017/18 zong ze er in het kader van haar Rising Stars-tournee, die haar – op voordracht van Het Concertgebouw en BOZAR in Brussel – naar vijftien belangrijke Europese concertzalen voerde.
Daniël Kool, piano
Daniël Kool begon met pianospelen toen hij vijf was en op zijn negende won hij zijn eerste regionale concours. In 1997 werd hij toegelaten tot de jongtalentklas van Marjès Benoist aan het Conservatorium van Amsterdam. Later volgde hij lessen bij onder anderen Mila Baslawskaja.
Na het winnen van prijzen tijdens diverse nationale en internationale concoursen groeide de pianist uit tot een veelgevraagd solist en kamermusicus. Hij maakt deel uit van een aantal ensembles en vormt een duo met celliste Ketevan Roinishvili. Ook met Nora Fischer treedt hij geregeld op.
Daniël Kool musiceert veelvuldig op de Nederlandse podia, en reisde voor het geven van concerten tevens naar bijvoorbeeld Indonesië en de Verenigde Arabische Emiraten. In 2003 maakte hij zijn debuut in Carnegie Hall in New York.
Naast zijn activiteiten als musicus werkt Daniël Kool als psycholoog in het Jeroen Bosch Ziekenhuis in ’s-Hertogenbosch.

