Jonge Nederlanders: Mathieu van Bellen en zijn Busch Trio
Jonge Nederlanders 20.15 uur
Mathieu van Bellen viool
Miguel da Silva altviool
Ori Epstein cello
Omri Epstein piano
Johann Sebastian Bach 1685-1750
Chaconne
uit ‘Tweede partita in d kl.t.’, BWV 1004 (1720)
voor viool solo
Richard Strauss 1864-1949
Sonate in Es gr.t., op. 18 (1887)
voor viool en piano
Allegro, ma non troppo
Improvisation: Andante cantabile
Finale: Andante – Allegro
pauze
Johannes Brahms 1833-1897
Tweede pianokwartet in A gr.t., op. 26 (1861)
Allegro non troppo
Poco adagio
Scherzo. Poco allegro
Finale. Allegro
begin van de pauze ca. 21.00 uur
einde van het concert ca. 22.15 uur
Toelichting
Johann Sebastian Bach 1685-1750
Chaconne
Tekst: Dirk Luijmes
‘De Chaconne is voor mij een van de schitterendste, onbegrijpelijkste muziekstukken ter wereld’. Zo stak in 1877 Johannes Brahms de loftrompet over de beroemde Chaconne, waarmee Johann Sebastian Bach zijn Tweede voor viool solo besloot.
‘Op één systeem, voor een klein instrument, schrijft de man een volledige wereld van diepste gedachten en machtigste gevoelens. Zou ik me willen voorstellen dat ik het stuk had kunnen maken, dan weet ik zeker dat ik van bovenmatige opwinding en ontsteltenis waanzinnig geworden zou zijn.’
Terwijl Bach, getuige de vele lovende getuigenissen van zijn tijdgenoten, als - en klavecimbelspeler een ongeëvenaard niveau bereikte, liet hij zich ook als strijker niet onbetuigd. Hij kreeg vioollessen van zijn vader Johann Ambrosius en was in het begin van zijn muzikale carrière als violist actief in Weimar. Volgens zijn zoon Carl Philipp Emanuel kende hij ‘alle mogelijkheden van de strijkinstrumenten door en door’.
Dat laatste wordt ten volle onderstreept in Bachs werken waarin een hoofdrol is weggelegd voor de viool. Net als de vioolconcerten en de s voor viool en klavecimbel schreef (of voltooide) de componist zijn ‘Sei Solo â Violino senza Basso accompagnato’ in de jaren dat hij als kapelmeester werkzaam was in Köthen.
Het is niet onwaarschijnlijk dat de componist zich bij het schrijven van werken voor deze ongebruikelijke bezetting liet inspireren door de vioolsolo’s van de Duitse violist Johann Paul Westhoff, die hij in Weimar had ontmoet. Ook de naam van de bekende Dresdense violist Johann Georg Pisendel valt regelmatig in dit verband.
Het bekendste deel van de Tweede in d klein, BWV 1004 is ongetwijfeld de door Brahms beschreven monumentale slotchaconne, een meesterwerk met 64 rijke en afwisselende variaties. Na de derde variatie verandert de herhaalde bas langzaam en krijgt de chaconne een vrijere vorm, met een middendeel in .
De eenstemmige virtuoze passages en de vele dubbelgrepen (waarbij soms alle vier vioolsnaren tegelijkertijd klinken) vormen anno 2017 nog steeds een dankbare uitdaging voor de uitvoerende.
Richard Strauss 1864-1949
Sonate
Toen Richard Strauss in 1887 zijn kersverse symfonische fantasie Aus Italien dirigeerde, kreeg hij heel wat kritiek te verduren. ‘De zogenaamde strenggelovige musici hadden namelijk bezwaar tegen de talrijke onbekende nieuwigheden in het werk,’ schreef de componist aan een collega.
Tot die tijd had Strauss min of meer de ‘conservatieve’ wegen bewandeld, die zijn voorgangers Felix Mendelssohn, Brahms en Robert Schumann hadden geplaveid. Rond 1886 begon hij zich echter steeds meer te oriënteren op nieuwe vormen.
De Vioolsonate in Es groot, 18 die in november 1887 op papier kwam, is een van de laatste voorbeelden van zijn classicistische periode en bleef ook lange tijd Strauss’ laatste kamermuziekwerk. Na tal van orkestwerken en ’s zou hij pas aan het einde van zijn leven nog wat (lange tijd onuitgegeven) gelegenheidswerken voor kleinere bezettingen schrijven.
Meteen in het eerste deel van de vioolsonate wordt duidelijk dat het werk orkestraal gedacht is; de piano krijgt voortdurend meerstemmige en toegewezen, de vioolpartij is groots. Hoewel in dit deel de nog wel aanwezig is (met een ‘klassieke’ expositie van twee ’s, een doorwerking en een reprise) laat de componist zijn fantasie – net als in de symfonische gedichten die hij vanaf deze tijd gaat schrijven – de vrije loop.
Het zangerige tweede deel ging ook een eigen leven leiden, omdat het apart als Improvisation uitgegeven werd. Het laatste, temperamentvolle deel begint met een donkere inleiding in es klein, en doet regelmatig aan de muzikale taal van Schumann en Brahms denken.
Johannes Brahms 1833-1897
Tweede pianokwartet
Nadat Wolfgang Amadeus Mozart de standaard had gezet met zijn pianokwartetten volgden romantische meesters als Mendelssohn en Schumann met nieuwe meesterwerken in dit genre. Rond 1855 ging Johannes Brahms zich voor de bezetting interesseren, en niet zo’n klein beetje ook.
Hij begon meteen met drie verschillende werken, waarvan er twee in 1861 hun definitieve vorm kregen en nummer drie nog tot 1874 op voltooiing moest wachten. Destijds maakte vooral het eerste kwartet indruk, onder meer vanwege het zigeunerachtige ervan.
Brahms’ vriend, vioolvirtuoos Joseph Joachim, was echter ook zeer te spreken over het Pianokwartet in A groot, 26: ‘De toon van de innigste zachtheid wisselt af met frisse levenslust,’ schreef hij in 1861, terwijl hij er vijf jaar later aan toevoegde: ‘Wie zo schrijft is edel en goed.’ Brahms’ Tweede pianokwartet heeft bijna symfonische afmetingen.
Na het openingsdeel, waarin het niet zozeer om grote contrasten gaat, volgt een prachtig . Omdat hij aan het einde van dit deel een van Franz Schubert citeert – waarin sprake is van de liefde – denken sommige commentatoren dat Brahms hier zinspeelt op zijn gevoelens voor Clara Schumann.
Na een ontspannen volgt een Finale waarin (ook hier) onder meer een Hongaars aandoende een rol speelt.
Biografie
Mathieu van Bellen, viool
Mathieu van Bellen studeerde in België bij Nico Baltussen, bij Jan Repko aan het Conservatorium van Amsterdam en Chetham’s School of Music in Manchester (dankzij een studiebeurs van de VandenEnde Foundation), in Londen bij Itzhak Rashkovsky en in Berlijn bij Ulf Wallin.
Hij was laureaat van de Yehudi Menuhin Competition, de Wieniawski Competition, het Prinses Christina Concours en het Nederlands Vioolconcours ‘Oskar Back’, en in 2018 werd hij String Player of the Year op het Royal College of Music.
In 2014 was zijn eerste solo-cd verschenen, in 2015 schreef hij de GrachtenfestivalPrijs op zijn naam en in 2017 debuteerde hij in de serie Jonge Nederlanders in de .
Orkestervaring deed de violist op toen hij in 2014 concertmeester was van het European Union Youth Orchestra onder leiding van Vasily Petrenko en Vladimir Ashkenazy. Als solist werd hij uitgenodigd door bijvoorbeeld het Nationaal Orkest van België, Southbank en de Camerata Athena.
Mathieu van Bellen is een fervent kamermusicus en vormt sinds 2012 met de broers Ori en Omri Epstein het Busch Trio (Kersjesprijs 2016). Het ensemble is vernoemd naar violist//componist Adolf Busch (1891-1952), wiens Guadagnini-viool (Turijn, 1783) Mathieu van Bellen bespeelt.
In 2014 richtte hij het Scaldis Kamermuziek Festival op in zijn geboortestreek in Zeeuws-Vlaanderen en in 2017 werd hij artistiek directeur van het Reizend Muziek Gezelschap.
Miguel da Silva, altviool
Miguel da Silva is afkomstig uit Reims en begon zijn muzikale opleiding aldaar, om deze te voltooien in Parijs bij Serge Collot.
In 1984 was de altviolist oprichter van het Ysaÿe Kwartet, samen met drie studiegenoten. Na prijzen tijdens het Internationaal Strijkkwartet Concours in Evian verwierf deze formatie snel bekendheid. In 2014 sloot het kwartet deze succesvolle periode van dertig jaar af.
Naast zijn werk met het Ysaÿe Kwartet deelde Miguel da Silva het kamermuziekpodium met tal van andere musici, onder wie Augustin Dumay, Antonio Meneses, Truls Mørk en Emmanuel Pahud. Als solist werd Miguel da Silva geëngageerd door gezelschappen als het Orchestre de Chambre de Paris en het Orchestre Symphonique de Bretagne.
Miguel da Silva is als docent verbonden aan conservatoria in Parijs en Lübeck. Sinds 2014 is hij bovendien master in residence van de Muziekkapel Koningin Elisabeth in Waterloo.
Naast zijn werk met het Ysaÿe Kwartet deelde Miguel da Silva het kamermuziekpodium met tal van andere musici, onder wie Augustin Dumay, Antonio Meneses, Truls Mørk en Emmanuel Pahud. Als solist werd Miguel da Silva geëngageerd door gezelschappen als het Orchestre de Chambre de Paris en het Orchestre Symphonique de Bretagne.
Miguel da Silva is als docent verbonden aan conservatoria in Parijs en Lübeck. Sinds 2014 is hij bovendien master in residence van de Muziekkapel Koningin Elisabeth in Waterloo.
Ori Epstein, cello
Ori Epstein is afkomstig uit Tel Aviv. Hij begon op zesjarige leeftijd met spelen en studeerde vanaf 2002 aan de Purcell School in Londen. Later volgde hij lessen bij Pal Banda, Miklós Perényi en Antonio Meneses. Momenteel studeert Ori Epstein aan de Muziekkapel Koningin Elisabeth in Waterloo bij Gary Hoffman.
De cellist won tijdens de Bromsgrove International Musicians’ Competition een derde prijs en kreeg tijdens de Tunbridge Wells International Young Concert Artists Competition zowel de eerste prijs als de publieksprijs.
In januari 2012 formeerde Ori Epstein samen met Mathieu van Bellen en zijn broer Omri Epstein het Busch Trio, een piano dat sindsdien succes boekte met optredens in onder meer de Londense Wigmore Hall en de van Het Concertgebouw (op 14 februari 2016).
Omri Epstein, piano
Omri Epstein begon op zevenjarige leeftijd met pianolessen aan het conservatorium in Tel Aviv. Gedurende zijn studietijd won hij al verschillende prijzen en kreeg hij een beurs van de America-Israel Cultural Foundation.
In 2002 verhuisde Omri Epstein naar Groot-Brittannië voor lessen aan de Purcell School, gevolgd door opleidingen aan de Universität der Künste in Berlijn en het Royal College of Music en de Royal Academy of Music in Londen. Onder zijn docenten waren Ruth Nye en Sulamita Aronovsky.
Omri Epstein won een tweede prijs tijdens de Tunbridge Wells International Young Concert Artists Competition. Als uitvloeisel daarvan vertolkte hij bij het Israeli Symphony Orchestra onder leiding van Damian Iorio het Derde pianoconcert van Rachmaninoff.
Samen met Matthieu van Bellen en zijn broer Ori vormt Omri Epstein het Busch Trio.



