Jonge Nederlanders: Lucie Horsch

Lucie Horsch blokfluit
Alexandra Nepomnyashchaya klavecimbel/kistorgel
Gideon den Herder cello 

pauze ca. 20.50 uur
einde ca. 22.00 uur 

Dit concert maakt deel uit van de serie Jonge Nederlanders.

Georg Philipp Telemann 1681-1767

Derde fantasia in b kl.t., TWV 40:4 (1732-33)
Largo – Vivace – Largo – Vivace
Allegro 

Georg Friedrich Händel 1685-1759

Sonate in F gr.t., HWV 369 (1725-26)
Grave
Allegro
Alla siciliana
Allegro 

Carl Philipp Emanuel Bach 1714-1788

Sonate in g kl.t., Wq. 135 (1735)
Adagio
Allegro
Vivace

François Couperin 1668-1733

Quatrième concert (1714-15)
Prélude
Allemande
Courante française
Courante à l’italienne
Sarabande
Rigaudon
Forlane 

pauze

Isang Yun 1917-1995

Der Besucher der Idylle
Der Affenspieler
uit ‘Chinesische Bilder’ (1993) 

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Sonate in E gr.t., BWV 1035 (1741)
Adagio ma non tanto
Allegro
Siciliano
Allegro assai

Joseph Bodin de Boismortier 1689-1755

Vierde sonate in e kl.t., op. 91 (1741-42)
Gayement
Gracieusement
Gayement

Claude Debussy 1862-1918

Syrinx (1913) 

Nicolas Chédeville 1705-1782

Zesde sonate in A gr.t., RV 59, op. 13 nr. 4 (1737)
(toegeschreven aan Antonio Vivaldi)
Preludio: Largo
Allegro, ma non presto
Pastorale, ad libitum
Allegro

Toelichting

Een barokconcert met moderne intermezzi

tekst: Agnes van der Horst

‘Ik wil vooral het publiek laten kennismaken met de vele verschillende facetten van de blokfluit’, zegt Lucie Horsch over het programma dat ze voor vanavond samenstelde. ‘Maar ik vind het ook mooi om de verschillen te laten horen tussen de Duitse, Franse en Italiaanse muziek.’ Zo ontstond een programma met muziek van de zeventiende tot en met de twintigste eeuw. Of, zoals Lucie Horsch het verwoordt, ‘een barokconcert met moderne intermezzi’. Veel verschillende stijlen dus op dit programma. Sommige stukken zijn nieuw en uitdagend, andere zijn opnieuw ontdekte oude bekenden.

Zoals de Derde fantasia van Georg Philipp Telemann. Lucie: ‘Ik zag ooit een YouTube-­filmpje, waarin Frans Brüggen dit werk uitvoerde. Hoe hij dat deed vond ik zo fantastisch dat ik het stuk zelf ook wilde spelen. Ik heb les van Walter van Hauwe, hij was ooit een leerling van Brüggen en daardoor voel ik me indirect ook een beetje leerling van hem. Brüggens expressieve manier van spelen spreekt me erg aan. Ik heb dit stuk al een aantal keer uitgevoerd. Maar ik wil dit programma met Telemann openen omdat ik het gevoel heb dat ik hem dat ben verschuldigd. Voor mij is de fluitmuziek van Telemann de kern van het blokfluitrepertoire van de Barok.’

Carl Philipp Emanuel was het petekind van Telemann en de misschien wel meest getalenteerde zoon van Johann Sebastian Bach. Hij is de componist van de Empfindsame (emotievolle) Stil, waarin elementen uit de Barok en het Classicisme zijn verenigd. ‘Je hoort in de verte Johann Sebastian Bach, maar de toon is lichter’ verklaart Lucie. ‘De muziek klinkt soms bijna spontaan. De is heel gedetailleerd. Er gebeurt ontzettend veel en de stemming slaat voortdurend om. Dit stuk is oorspronkelijk voor hobo, maar kan heel goed worden uitgevoerd op ­sopraanblokfluit.’

Met de muziek van de aan het begin van de twintigste eeuw geboren Zuid-Koreaanse componist Isang Yun maakt het ­programma een flinke sprong in de tijd. Lucie Horsch leerde Yuns muziek kennen via Walter van Hauwe. ‘Walter had Yun een compositie­opdracht gegeven en de vier Chinesische Bilder was het resultaat. Het zijn goed opgebouwde, sfeervolle en aangrijpende stukken. Ze zijn gebaseerd op vier prenten die vroeger in het ouderlijk huis van Isang Yun hingen. Ieder deel wordt op een andere fluit gespeeld. In het eerste, Der Besucher der Idylle, gebruik ik een tenorblokfluit. In de muziek is te horen dat Yun verwijst naar traditionele oosterse muziek en naar traditionele instrumenten als de Japanse shakuhachi. In dit stuk gebruik ik technieken als flatterzunge (met trillende tong – als in de letter r) en . Deel 3, Der Affenspieler, is gebaseerd op een prent van een toneelspeler met een aapje. De muziek is heel beeldend en humoristisch. In het begin hoor je als het ware hoe het ­aapje van het ene op het andere pootje danst. Er zitten veel natuurgeluiden in deze muziek, zo wordt de wind uitgebeeld met trillers. Ik speel dit deel op de renaissance-sopraanblokfluit. De klank van die fluit is scherper, puurder en meer direct dan het geluid van barokfluiten.’ 

Voor de twee delen van Yuns ­Chinesische Bilder wordt het Quatrième concert van François Couperin gespeeld, dat werd geschreven voor het hof van Lodewijk XIV. Zo klinkt Franse elegantie tussen oosterse verfijning. ‘Deze muziek ademt de sfeer van Versailles’ zegt Lucie Horsch. ‘Ik speel dit op de voice ­flute, een instrument met een grote sonoriteit, met een bereik tussen dat van de alt- en de tenorfluit in. Franse muziek had in die tijd heel veel verschillende tekens voor allemaal verschillende versieringen. Waren in andere landen de versieringen vaak vrij, in Frankrijk werden ze allemaal gedetailleerd uitgeschreven. Het kost veel tijd, maar het is ook heel leuk om uit te zoeken welk teken voor ­welke versiering staat en hoe die gespeeld moet worden. Daarna is het natuurlijk de kunst het allemaal zó te brengen dat het vanzelfsprekend en logisch klinkt.’

Over de in E groot van Johann Sebastian Bach zegt Lucie Horsch: ‘Bach moest er natuurlijk in, zo’n grote componist! Het mooie is – en dat gebeurt altijd bij Bachs composities: als je zo’n sonate gaat spelen, ontdek je steeds weer nieuwe dingen. Ik houd heel veel van Bach. Het is jammer dat hij geen blokfluitconcerten heeft geschreven, maar gelukkig is er zijn hobo- en traverso­repertoire om uit te putten.’

Bach bewonderde het werk van Couperin en schreef net als Couperin zijn kamermuziekstukken vaak voor uitvoeringen aan een hof – deze sonate ontstond aan het hof van Potsdam.
Bachs Franse tijdgenoot Joseph Bodin de Boismortier schreef vooral muziek voor de salons van de gegoede burgerij. Lucie: ‘Couperin, dat is Versailles, majesteitelijke muziek, maar de muziek van De Boismortier ademt de sfeer van een huisconcert in een Franse salon. Zijn Vierde sonate in e klein is een echt repertoirestuk, met veel versieringen, trillers en variaties.’

Alle composities op het programma zijn lievelingsstukken van Lucie Horsch, maar Syrinx voor (dwars)fluit solo van Claude Debussy is net iets bijzonderder. ‘Dit stuk ben ik nog aan het ontdekken, dus daar verheug ik me extra op. En ik kan verdedigen dat ik dit stuk op blokfluit speel, want Debussy had het in eerste instantie de titel Flûte de Pan gegeven en naar mijn mening komt het geluid van de voice flute daar dicht bij in de buurt.’ Het weemoedige en meditatieve Syrinx is bewust tussen de levendige en energieke muziek van De Boismortier en Vivaldi geprogrammeerd, zegt Lucie. ‘Boismortier en Vivaldi speel ik op sopraanblokfluit, maar Syrinx als contrast op de voice flute, die een lagere en een beetje hesige klank heeft. Dat zorgt voor een mooi, meditatief moment.’

De aan Antonio Vivaldi toegeschreven Zesde sonate in A groot is in feite het werk van de Franse componist Nicolas Chédeville. Door de naam van een beroemde tijdgenoot als Vivaldi op de te zetten steeg het aantal verkochte exemplaren aanzienlijk, een bekende verkooptruc uit die tijd. ‘Er is zo lang gedacht dat deze muziek van Vivaldi was, het moet dan wel goede muziek zijn’, zegt Lucie met ijzeren logica. De sonate sluit af met een waterval van razendsnelle noten. ‘Een stressmomentje’, zegt de blokfluitiste. ‘Als hier iets mis gaat, gaan de mensen met die fout in de oren naar buiten.’ Ze lacht er vrolijk bij, ze houdt van uitdagingen.

Biografie

Alexandra Nepomnyashchaya, klavecimbel en kistorgel

Alexandra Nepomnyashchaya ­studeerde vanaf jonge leeftijd ­piano en klavecimbel aan het Gnessin Muziek Instituut in haar geboortestad Moskou en vervolgde sinds 2004 haar studie op klavecimbel en fortepiano aan het Nationaal Tsjaikovski Conservatorium in diezelfde stad.

In 2013 studeerde ze aan het Conservatorium van Amsterdam af bij Menno van Delft en Richard Egarr. Momenteel volgt ze nog lessen aan de Musikhochschule in München bij Christine Schornsheim. Ondertussen won Alexandra Nepomnyashchaya verschillende belangrijke onderscheidingen, waaronder de eerste prijzen van het Klavecimbel Concours van Sint-Petersburg en het Volkonsky Internationaal Klavecimbel Concours in Moskou.

Tijdens het Praagse Lente Internationaal Concours van 2012 kreeg ze zowel de eerste prijs en de prijs voor de beste uitvoering van het opdrachtwerk als een speciale prijs van de Martinu˚ Stichting. Afgelopen zomer won ze de derde prijs op het Internationale Bach Concours in ­Leipzig. ­

Alexandra Nepomnyashchaya heeft ­inmiddels een drukke concertpraktijk opgebouwd. Als ­solist en kamermusicus trad ze op in onder meer Moskou, Sint-Petersburg, Versailles, Florence en Hong Kong, maar ook tijdens het Festival Oude ­Muziek Utrecht en Klassiek op het Amstelveld.

Gideon den Herder, cello

Gideon den Herder studeerde aanvankelijk bij Monique Bartels in Amsterdam en bij ­Clemens Hagen in Salz­burg. In Zürich behaalde hij zijn solisten­diploma bij ­Thomas ­Grossenbacher.

Op ­ bekwaamde hij zich onder be­ge­leiding van Jaap ter Linden en Roel Dieltiens. In 2003 kreeg Gideon den Herder de titel Jong Muziektalent van het Jaar, en in 2009 won hij met het Otone het oudemuziek­concours À Tre in Trossingen (Duitsland).

Als lid van het Van Baerle Trio won ­Gideon den Herder verschillende prijzen, waaronder de Kersjesprijs en de eerste prijzen van het ARD Concours 2013 in München en het internationale kamermuziekconcours van Lyon in 2011. Het Van Baerle concerteert veelvuldig en is te gast in beroemde zalen als de Musikverein in ­Wenen, de Cité de la Musique in Parijs, de Philharmonie in Keulen en het Barbican Centre in Londen. ­

Gideon den Herder is daarnaast sinds 2014 als aanvoerder van de sectie verbonden aan het Residentie Orkest in Den Haag. Hij bespeelt een instrument van bouwer Giuseppe ­Dall’Aglio met een strijk­­stok toegeschreven aan ­Dominique Peccatte, beide in bruikleen van het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds.

Lucie Horsch, blokfluit

Vanaf haar elfde studeerde Lucie Horsch blokfluit bij Walter van Hauwe aan het conservatorium van haar geboorteplaats Amsterdam. Na een pianostudie bij Marjes Benoist en Jan Wijn behaalde ze in 2023 haar master fortepiano bij Olga Pashchenko.

Haar liefde voor zang – ze zong zeven jaar in het Nationaal Kinderkoor – ­resulteerde in een tweede masterstudie in de klas van Xenia Meijer, en als mezzo­sopraan kreeg ze masterclasses van Elly Ameling en Margreet Honig.

Lucie Horsch tourde in Europa met de Academy of Ancient Music, Amsterdam Sinfonietta en het Orkest van de Achttiende Eeuw en in Japan met het B’Rock Orchestra. Ook werkte ze met de Hong Kong Philharmonic en het Los Angeles Chamber Orchestra. Voor kamermuziek ging ze naar de Sommets Musicaux de Gstaad, het Solsberg Festival, de Thüringer Ba­chwochen, de Dresdner Musikfestspiele, het paasfestival in Aix-en-Provence, Wigmore Hall in Londen, KKL Luzern en het Wiener Konzerthaus.

Met haar ­debuut-cd gewijd aan Vivaldi won Lucie Horsch in 2017 een Edison; de opvolger, Baroque Journey, kreeg in 2019 een Op­us Klassik. Edison Klassiek Publieksprijzen won ze met Origins (2023) en The Frans Brüggen Project (2025). Lucie Horsch won in 2009 de allereerste editie van het Koninklijk Concertgebouw Concours en kreeg in 2016 de Concertgebouw Young Talent Award, waarna Het Concert­gebouw haar voordroeg voor het ECHO Rising Stars-programma (2021/2022).

In 2020 kreeg ze de Nederlandse Muziekprijs en in 2022 een Borletti-Buitoni Trust ­Fellowship. Haar blokfluiten zijn gebouwd door Seiji Hirao, Frederick Morgan, ­Stephan Blezinger en anderen. Het vorige optreden in de was in oktober 2025 in de serie Close-up, in de week waarin ze ook met het Concertgebouworkest en Maxim Emelyanychev het voor haar gecomponeerde Vents et lyres van Lotta Wennäkoski in wereld­première bracht.