Jonge Nederlanders: Dudok Kwartet
Dudok Kwartet:
Judith van Driel viool
Marleen Wester viool
Lotte de Vries altviool
David Faber cello
György Ligeti 1923-2006
Tweede strijkkwartet (1968)
Allegro nervoso
Sostenuto, molto calmo
Come un meccanismo di precisione
Presto furioso, brutale, tumultuoso
Allegro con delicatezza
De delen van het Tweede strijkkwartet van Ligeti worden afgewisseld met de onderstaande werken van Perotinus, Brahms en Debussy in een eigen bewerking door het Dudok Kwartet:
Perotinus ca. 1200
selectie uit ‘Viderunt omnes’
oorspronkelijk voor vocaal ensemble
Johannes Brahms 1833-1897
Intermezzo in b kl.t., op. 119 nr. 1 (1892)
oorspronkelijk voor piano solo
Claude Debussy 1862-1918
Canope
uit ‘Préludes II’ (1911-13)
oorspronkelijk voor piano solo
pauze
Joseph Haydn 1732-1809
Strijkkwartet in C gr.t., op. 54 nr. 2,
Hob. III: 57 (1788)
Vivace
Adagio
Menuet – Trio
Adagio – Presto
Max Knigge 1984
OhEngelOh Revisited (2015)
wereldpremière
Toelichting
ligeti, perotinus, brahms, debussy
De wind komt nooit precies uit het noorden, wat de weerman ook zegt. Altijd is er wel een vleugje uit het oosten bij, zodat je zou moeten spreken van noordoost, of van oostnoordoost, of van een gemiddelde hoek van 337 graden. Maar één ding weet je zeker bij zogenaamde noordenwind: hij komt niet uit het zuiden.
De stijlperioden in muziek gedragen zich als de wind. wordt nooit , en hedendaags wordt niet klassiek, maar een kleine of grote vleug Romantiek is niet ongewoon in barokmuziek en hedendaagse muziek met een barokke of romantische inslag komt ook voor. Deze bestuiving van stijlen maakt het mogelijk om drie composities uit drie verschillende eeuwen tussen de vijf delen van het Tweede strijkkwartet van György Ligeti te spelen zonder dat het een allegaartje wordt. De intermezzo’s moeten dan natuurlijk wel zorgvuldig gekozen worden en dat heeft het Dudok Kwartet gedaan. Oorspronkelijk was het de bedoeling om drie pianopreludes van Claude Debussy voor strijkkwartet te bewerken. Debussy componeerde vierentwintig van die preludes, dus keus te over zou je zeggen. Toch bleek er uiteindelijk slechts één geschikt. Alleen voor Canope konden in een strijkkwartet de juiste kleuren gevonden worden, terwijl het ook nog eens goed bij de muziek van Ligeti paste. Voor de vrijgekomen plekken koos het kwartet twee waardige plaatsvervangers: het Intermezzo in b klein, 119 nr. 1 voor piano van Johannes Brahms en een gedeelte van de vocale compositie Viderunt omnes van Perotinus. Bij schrijven dezes was nog niet bekend waar de knip in Viderunt omnes zal plaatsvinden en misschien gaat het kwartet op dat punt, met slechts een korte ingehouden adem als pauze, in één beweging door met Ligeti. Maar helemaal zeker is het niet. Het is work in progress.
Zo zullen ‘impressionistische’ pianomuziek uit 1913, romantische pianomuziek uit 1892, middeleeuwse koormuziek en een avantgardistisch strijkkwartet uit 1968 tot een geheel gesmeed worden. Ligeti zou het idee vermoedelijk met instemming hebben ontvangen, want hij had een grote behoefte om in zijn composities naar het verleden te verwijzen. Hij voelde zich in al zijn vernieuwingsdrang via een soort geheime navelstreng verbonden met het verleden, ‘als een astronaut die met een koord aan de satelliet gezekerd is terwijl hij vrij door de ruimte beweegt’. Volgens Ligeti verschuilt de hele strijkkwartettraditie van Beethoven tot Webern zich ergens op de achtergrond van zijn Tweede strijkkwartet. Maar niemand kan precies aanwijzen waar de stijl van bijvoorbeeld Beethoven of Brahms zich doet gelden. De luisteraar kan hun invloed hooguit voelen.
Joseph Haydn 1732-1809
strijkkwartet in c groot
Hans Keller – een voormalige strijkkwartetcoach aan de Yehudi Menuhin School – schreef eens dat het Strijkkwartet in C groot, 54 nr. 2 met afstand het origineelste kwartet is dat Haydn ooit gecomponeerd heeft. Dat is lastig te beamen voor een gewone sterveling die niet al diens zesenveertig kwartetten kan dromen, maar de originaliteit springt de luisteraar inderdaad tegemoet. Probeer in het eerste deel maar eens te voorspellen wanneer de rusten vallen, hoe lang ze uitpakken en hoe Haydn weer verder zal gaan en u begrijpt wat Keller bedoelt. En ook het langzame, verstilde einde van het vierde deel wijst erop dat Haydn zin had om de grenzen van zijn stijl op te zoeken en eens iets anders dan gewoonlijk te schrijven. Het moeten voor de toenmalige luisteraars hardhandige of juist heerlijke schokken zijn geweest.
Max Knigge 1984
ohengeloh revisited
Hoe schokkend zal het nieuwste strijkkwartet van Max Knigge zijn dat vanavond in première gaat? Knigge verzekert desgevraagd dat experiment of vernieuwing niet zijn hoogste doel is. Hij is vooral op zoek naar schoonheid en bijzondere kleuren, en hij respecteert de muzikale traditie waarin de luisteraar allerlei aanknopingspunten aangeboden krijgt om de muziek te kunnen volgen. Daarom is het goed mogelijk dat een deel van het publiek na het concert zijn jes na kan fluiten.
Knigge verbreedt graag zijn eigen horizon. De laatste tijd voert zijn zoektocht hem naar het gebruik van swingende s. Zijn gids hierin is Anton Goudsmit, de man die zijn gitaar kan laten klinken alsof Jimi Hendrix in een jazzkelder is beland. Bovendien wil Knigge voor elk ensemble waarmee hij samenwerkt een eigen passende klank creëren. Zulke op maat gesneden vernieuwing zal eerder heerlijk dan schokkend klinken.
Martin Kaaij