Jonge Nederlanders: Animato Kwartet
Animato Kwartet:
Shin Sihan viool
Tim Brackman viool
Elisa Karen Tavenier altviool
Pieter de Koe cello
Joseph Haydn (1732-1809)
Strijkkwartet in Es gr.t.,
op. 2 nr. 3, Hob. III: 9 (1766)
Allegro molto
Menuet – Trio
Adagio
Menuet – Trio – Variatie I/II/III
Finale. Allegro
Felix Mendelssohn (1809-1847)
Tweede strijkkwartet in a kl.t., op. 13 (1827)
Adagio – Allegro vivace
Adagio non lento
Intermezzo: Allegretto con moto – Allegro di molto
Presto
pauze (± 21.05 uur)
Jonathan Brigg (1984)
Second String Quartet (2018)
Luminous; yearning
Skittish and intense
Tender
Nederlandse première
Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)
Tweede strijkkwartet in A gr.t., op. 68 (1944)
Ouverture: Moderato con moto
Recitatief en Romance: Adagio
Wals: Allegro
Thema met variaties: Adagio
einde (± 22.15 uur)
Toelichting
Joseph Haydn 1732-1809
Haydn: Strijkkwartet
Door Lies Wiersema
Het elegante Haydn-kwartet waarmee dit programma opent is oorspronkelijk helemaal geen strijkkwartet. Het werd in de achttiende eeuw, waarschijnlijk vanuit commerciële overwegingen, wel zo gepresenteerd. De naam Joseph Haydn verkocht immers goed op het concertpodium en bewerkingen maakten in die tijd deel uit van het kwartetgenre.
De oorspronkelijke versie die Haydn schreef was een voor vier strijkers en twee s (Divertimento in Es groot, Hob. II: 21: I). Daarna volgde een bewerking voor strijkkwartet. Dit betekende dat de hoornpartijen moesten worden ondergebracht bij de strijkers.
Er zijn vijf delen, waaronder twee ten. In de energieke opening van het eerste deel is de partij goed voorstelbaar. Na het eerste menuet volgt een delicaat en . In de oorspronkelijke versie voor sextet zwijgen de hoorns in dit langzame deel, dat in zijn geheel met s wordt gespeeld. Het tweede menuet is een menuet met variaties: na het volgen drie variaties, waarna het menuet terugkeert.
De krachtige unisono opening van de Finale roept eveneens de klank van de hoorns op, die een vrolijk jachttafereel lijken aan te kondigen. Entertainmentmuziek van de bovenste plank die wellicht bestemd was om uitgevoerd te worden op het slot Weinzierl nabij Wenen, het landgoed van baron Carl Joseph Fürnberg, aan wiens kinderen de componist muziekles gaf.
Felix Mendelssohn 1809-1847
Mendelssohn: Tweede strijkkwartet
Door Aad van der Ven
‘Het mysterie dat zich in de muziek bevindt’, zo schreef Felix Mendelssohn aan zijn Zweedse collega Adolf Fredrik Lindblad, ‘kan in een meerdelige compositie slechts tot stand komen door een sterke samenhang.’ Opgegroeid als hij was met kamermuziek in de huiselijke kring, had hij goede voorbeelden.
Met familie en vrienden werden op zondagmiddagen strijkkwartetten van Joseph Haydn, Wolfgang Amadeus Mozart en Ludwig van Beethoven gespeeld. Vooral Beethovens late kwartetten fascineerden hem. Zo jong als hij was slaagde Mendelssohn er als geen ander in de schrijfwijze van Beethoven te doorgronden en die zodanig verder te ontwikkelen dat enkele van zijn kamermuziekwerken als het ware een brug naar de vormen.
Daartoe behoort ook het Tweede strijkkwartet, waarvan hij het centrale ontleende aan het door hemzelf in dezelfde periode geschreven Frage. Het is niet meer dan een je van drie noten in een gepuncteerd , dat inderdaad klinkt als de vraag die in dit liefdeslied wordt gesteld (‘Ist es wahr?’). Zoals Beethoven in het ook van die tijd daterende kwartet 135 een motiefje op de woorden ‘Muss es sein?’ introduceerde.
Bij Mendelssohn wordt het korte thema in het openingsdeel omgekeerd en uitgebreid en vormt het in het vloeiende in een andere vermomming de start van een to. Het nestelt zich in weer een andere gedaante in het sierlijke Intermezzo en krijgt in het briljante laatste deel gezelschap van talrijke andere ideeën. Deze finale heeft door de rijkdom aan ideeën en de langzame epiloog meer gewicht dan men van een slotdeel van een strijkkwartet gewend was.
Gebruikelijker was een pretentieloos laatste deel dat alle zorgen wegspoelt. Dit kwartet van Mendelssohn onderscheidt zich ook van de traditionele vorm door het ontbreken van een of . Maar dat is schijn. Want zonder dat het die naam draagt bezit de midden-episode van het derde deel, op de plaats van het traditionele , alle speelsheid en grilligheid die men van een scherzo verwacht.
Jonathan Brigg 1984
Second String Quartet
Door Lonneke Tausch
De Brit Jonathan Brigg (tevens en pianist) combineert graag elementen van avant-garde, postminimalisme en jazz. Hij componeerde in zijn vaderland onder meer voor het London Philharmonic Orchestra, en maakt de laatste tijd met name in Nederland carrière.
Hij werkte met het Nieuw Ensemble (Song to the Bare City, 2011) en Orkest de ereprijs (The Brain within its Groove, 2015; Circus, 2017) en het NJO gaf hem de opdracht voor Katabasis, dat in de zomer-academie van 2016 werd uitgevoerd door het Animato Kwartet. Over zijn nog maar net voltooide nieuwste strijkkwartet schreef Brigg eind november in een mail aan de redactie:
‘Alhoewel de drie delen van dit korte kwartet aan de oppervlakte heel wat contrasten laten zien, zijn ze verbonden door een intense en misschien spirituele stemming. Het eerste deel is een antwoord op Virgil Thomsons A Solemn Music [een werk voor blaas-orkest uit 1949, red.]; het echoot diens myste-rieuze, dwalende hymnische en en zoekt naar wat daartussen ligt.
Het tweede deel is rusteloos, obsessief, en geneigd zichzelf tegen te spreken. Het derde deel poogt troost te bieden maar er blijft een pijnlijke spanning bestaan tussen de statische -akkoorden en de warmte die ze over trachten te brengen.’
Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975
Sjostakovitsj: Tweede strijkkwartet
Door Rutger Helmers
Dmitri Sjostakovitsj schreef zijn Tweede strijkkwartet in A groot in de zomer van 1944 in Ivanovo, op het voormalige landgoed dat de Sovjet-Componistenbond in de Tweede Wereldoorlog had ingericht om haar leden te midden van alle onrust de omstandigheden te bieden voor serieus creatief werk.
Hoewel het werk onmiskenbaar sporen vertoont van de moeilijke tijden waarin het geschreven is, is de oorlog in dit kwartet minder nadrukkelijk aanwezig dan in bijvoorbeeld zijn monumentale Zevende en tragische Achtste symfonie, die hij in de jaren ervoor had voltooid. Wel sluit dit kwartet aan bij de trend om nationaal-gekleurde werken te schrijven in een folkloristische stijl die het Russische patriottisme aan zou kunnen wakkeren, maar de boodschap is, zoals altijd bij Sjostakovitsj, allerminst eenduidig.
Zo begint het stuk in een voorzichtig , maar eindigt nadrukkelijk in . Bovendien bevat het naast Russische ook sporen van joodse traditionele muziek, net als het Tweede dat hij in dezelfde zomer voltooide. De twee werken gingen samen in première in Sjostakovitsj’ geliefde Leningrad, dat inmiddels bevrijd was van het lange en verwoestende beleg van de Duitsers.
Het kwartet is opgedeeld in de gebruikelijke vier delen, die in dit geval titels hebben gekregen die aan een doen denken. De Ouverture opent met een fris en optimistisch , dat verstoord wordt door een nerveus tweede thema bestaande uit hardnekkig herhaalde noten en dalende lijnen; de spanning die hierdoor ontstaat wordt nooit echt opgelost.
Het tweede deel biedt ruimte voor contemplatie: het heeft een mijmerende, improvisatorisch aandoende van de eerste viool, die voortdurend tegen de lang aangehouden en van de andere instrumenten aan schuurt. De Romance in dit deel (‘romans’ is in het Russisch de gebruikelijke term om een kunstlied aan te duiden) heeft een ritme, waarmee vooruitgeblikt wordt op het derde deel, de Wals, die weliswaar het van de zwierige Weense dans heeft maar deze in een bijzonder vervreemdend en verontrustend licht plaatst.
Voor de echte kenners is in de tumultueuze middensectie van dit derde deel een citaat uit de finale van de Vierde symfonie te herkennen, een werk dat de componist in 1936 onder druk had teruggetrokken en dat op het moment dat hij zijn Tweede strijkkwartet schreef nog altijd niet in première was gegaan. De variatiereeks in de finale past wat de vorm en de melodie van het thema betreft mooi in de trend van de folkloristisch geïnspireerde muziek van de oorlogsjaren, maar van de optimistische noot waar de Ouverture mee begon, is uiteindelijk maar weinig over.
Biografie
Animato Kwartet, kwartet
Afgelopen november kreeg het Animato Kwartet de Kersjesprijs 2023 uitgereikt, nadat het van Het Kersjes Fonds in 2017 ook al het strijkkwartet-stipendium had gekregen.
Na een tournee langs dertien Nederlandse concertpodia won het kwartet in juni 2022 de publieksprijs van Dutch Classical Talent, en datzelfde jaar was het ook laureaat van het Joseph Joachim Concours in Weimar.
Het ensemble bestaat sinds 2013, was gedurende drie jaar artist in residence bij de Nederlandse Strijkkwartet Academie, en volgde masterclasses bij onder meer Alfred Brendel, Ásdis Valdimarsdóttir, Jan Willem de Vriend en Gerhard Schulz. Violist Marc Danel en violist/pedagoog Eberhard Feltz hebben een grote bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van het Animato Kwartet.
De strijkers waren geregeld te horen in zalen als TivoliVredenburg in Utrecht (ook tijdens Janine Jansens Internationaal Kamermuziek Festival), Diligentia in Den Haag, het Muziekgebouw Eindhoven en De Doelen in Rotterdam. Het was te gast op de Strijkkwartet Biënnale Amsterdam in 2020 en 2024 en reisde voor optredens naar Portugal, Duitsland (debuut in het Gewandhaus in Leipzig in oktober 2023), Noorwegen, Zwitserland (Verbier Festival) en Frankrijk. Met pianiste Hanna Shybayeva maakte het Animato Kwartet in 2020 en 2021 cd-opnames van Beethovens Eerste en Vierde pianoconcert in een kwintetbewerking.
Met het ‘Amerikaanse’ strijkkwartet van Dvořák maakte het Animato Kwartet in een Lunchconcert op 23 november 2016 zijn debuut in de , en in januari 2019 keerde het er terug in de serie Jonge Nederlanders.
