Jonge Nederlanders: Alexander Warenberg met Beethoven en Prokofjev
Alexander Warenberg cello
Paolo Giacometti piano
Noralie video/visuals
Dit concert maakt deel uit van de serie Jonge Nederlanders.
Met dank aan de begunstigers van het Fonds Hemelbestormers
Ludwig van Beethoven (1770-1828)
Variaties in Es gr.t. op 'Bei Männern, welche Liebe fühlen' (uit 'Die Zauberflöte', KV 620 van Mozart), WoO 46 (1801)
Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)
Sonate in d kl.t., op. 40 (1934)
Allegro non troppo
Allegro
Largo
Allegro
pauze ± 20.55 uur
Eugène Ysaÿe (1858-1931)
Sonate, op. 28 (1924)
voor cello solo
Lento e sempre sostenuto
Poco allegretto e grazioso
Adagio
Allegro tempo fermo
Sergej Prokofjev (1891-1953)
Sonate in C gr.t., op. 119 (1949)
Andante grave – Allegro moderato
Moderato
Allegro ma non troppo
einde ± 22.00 uur
Toelichting
Eugène Ysaÿe (1858-1931)
Ysaÿe: Sonate in c klein
Door Liesbeth Houtman
De Belg Eugène Ysaÿe was een van de grootste vioolvirtuozen van zijn tijd. De Hongaarse violist Carl Flesch (1873-1944) noemde hem ‘de beste en meest persoonlijke violist die ik ooit heb gehoord’. Met zijn indringende spel inspireerde Ysaÿe componisten als Franck, Chausson, Saint-Saëns en Debussy.
Minder bekend is dat hij ook zelf componeerde. Lessen daarin heeft hij nooit gevolgd, maar met het laatromantische idioom kon hij prima overweg. Alleen zijn Zes s, 27 voor viool solo uit 1923 hielden repertoire. In elk van deze door Bach geïnspireerde stukken behandelde Ysaÿe een andere speelstijl, en elk ervan droeg hij op aan een andere beroemde collega-violist.
De Sonate in c klein, opus 28 voor solo ontstond één jaar later en lijkt in dezelfde vlaag van inspiratie te zijn gecomponeerd. Het werk, opgedragen aan de Belgische cellist Maurice Dambois, roept onmiskenbaar de solosuites van Bach in herinnering. In de vier delen belicht Ysaÿe steeds een andere kant van de technische en expressieve mogelijkheden van de cello.
Sergej Prokofjev (1891-1953)
Prokofjev: Sonate in C groot
Door Liesbeth Houtman
Mstislav Rostropovitsj maakte in 1947 furore met het Eerste concert van Sergej Prokofjev. Twee jaar later hoorde de componist hem een van Mjaskovski spelen.
Tot drie keer toe moesten Rostropovitsj en pianist Svjatoslav Richter de Sonate in C groot spelen voor een commissie
Prokofjev was zo onder de indruk dat hij vastbesloten was een sonate voor de jonge cellist te componeren. Een ambitieus plan, aangezien de Sovjet-autoriteiten hem in 1948 hadden beschuldigd van formalisme en veel van zijn muziek in de ban werd gedaan. Tot drie keer toe moesten Rostropovitsj en pianist Svjatoslav Richter de Sonate in C groot, 119 spelen voor een commissie. Maar de toestemming kwám er: op 1 maart 1950 klonk de officiële première in het conservatorium van Moskou. De ernstig zieke Prokofjev kon er zelf niet bij zijn. Fysiek was hij allesbehalve fit, maar in zijn hoofd borrelde het als nooit tevoren.
Zelden componeerde hij zulke expressieve en intens persoonlijke muziek. In het monumentale openingsdeel verkent hij het lage register van de cello, met traag voortstromende ën. Daarop volgt een ogenschijnlijk eenvoudig . Het energieke slotdeel doet soms denken aan de balletmuziek van Romeo en Julia. Op de noteerde Prokofjev een motto van de dissidente schrijver Maksim Gorki: ‘De mens – dat heeft een trotse klank.’ Dat kon maar één ding betekenen: ondanks alles bleef Prokofjev zichzelf trouw.
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Beethoven: Variaties in Es groot
Door Lonneke Tausch
Ludwig van Beethoven componeerde voor piano en vijf s plus drie variatiereeksen. Hij noemde weliswaar expliciet de piano als eerste instrument, maar de cello was al onmiskenbaar geëvolueerd tot gelijkwaardige partner – en was dus niet langer, zoals in de achttiende eeuw gebruikelijk was, vooral een verdubbelaar van de pianopartij.
De laatste van de drie variatiereeksen baseerde Beethoven op ‘Bei Männern, welche Liebe fühlen’ uit Die Zauberflöte van Wolfgang Amadeus Mozart. Van die uit 1791 speelde in 1801 een nieuwe productie, en Beethoven koos het populaire duet tussen Pamina en Papageno over de edele liefde tussen man en vrouw als basis voor zijn duovariaties.
Het vrij sobere wordt steeds anders verwerkt: in de vierde variatie bijvoorbeeld verrassend in , in de vijfde springerig en levendig en in de zesde in een uitgerekt, langzaam tempo.
Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975
Sjostakovitsj: Cellosonate
Door Christiane Schima
De muziek van Dmitri Sjostakovitsj is gemeten naar de westerse avant-garde van na 1945 een anachronisme. De componist moest in de voormalige Sovjet-Unie een artistieke spagaat maken, tussen klassiek en modern.
Had Sjostakovitsj in jongere jaren brutale modernistische werken geschreven, na 1935 moest hij zich aanpassen aan de kunstideologie van het stalinistische regime. Toen hij in 1934 de in d klein componeerde was de censuur nog niet zo rigide. Hoewel Sjostakovitsj na uitvoeringen van zijn ’s De neus en Lady Macbeth uit het district Mtsensk in 1930 en 1934 in Leningrad reeds wat problemen had met de conservatieve smaak van het Russische publiek, waren er vooralsnog geen sancties van officiële zijde.
Niettemin moet hij gevoeld hebben dat er in zijn land een andere wind waaide in de kunst. Daarbij kwamen in datzelfde jaar nog zijn huwelijksproblemen en een tijdelijke scheiding van zijn vrouw. De in d klein is opgedragen aan de cellist Viktor Kubatsky, die bij de première in december 1934 in Moskou door de componist zelf op de piano begeleid werd.
Het werk van de toen 28-jarige Sjostakovitsj blinkt uit door gewaagde en, avontuurlijke wisselingen van en pikante s, zoals in het ritmisch meeslepende tweede deel . Donkere, kale ën en melancholieke cantilenes kenmerken het langzame deel Largo. Muzikaal gezien verraadt de sonate invloeden van de Franse Groupe des Six, Stravinsky en Prokofjev. Speeltechnisch is het een briljant stuk, een feest voor zowel de als de piano die zich in het slotdeel uitleeft in een virtuoze .
Biografie
Alexander Warenberg, cello
Alexander Warenberg speelt vanaf zijn vijfde jaar en kreeg van zijn achtste tot zijn achttiende les van Monique Bartels aan het Conservatorium van Amsterdam. Sinds 2016 studeert hij bij Frans Helmerson, tot 2019 aan de Barenboim-Said-Akademie in Berlijn en tegenwoordig aan de Kronberg Academy.
In 2016 won de jonge cellist de eerste prijs en de publieksprijs van het concours van de Amsterdamse Cello Biënnale. Daarnaast won hij het internationale celloconcours ‘Antonio Janigro’ in Kroatië, het Britten Cello Concours en het Prinses Christina Concours.
In kamermuziekverband trad Alexander Warenberg op met Janine Jansen, Menahem Pressler, Denis Kozhukhin en Liza Ferschtman. In de zomer van 2017 nam hij deel aan de Verbier Festival Academy. Ook was hij te gast tijdens het Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht, het Grachtenfestival in Amsterdam, Wonderfeel, het Delft Chamber Music Festival, het Festival Bad Ragaz in Zwitserland en Fest in Finland.
Sinds 2017 vormt hij samen met Yang Yang Cai (piano) en Shin Sihan (viool) het Amsterdam Piano , dat in maart 2019 debuteerde in de . Afgelopen februari was hij in de Kleine Zaal te gast als lid van het Chianti Ensemble.
Alexander Warenberg ontvangt een studiebeurs van de VandenEndeFoundation en bespeelt een instrument van Jean-Baptiste Vuillaume uit 1845 dat hem ter beschikking is gesteld door het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds.
Paolo Giacometti, piano
Paolo Giacometti treedt wereldwijd op als solist en kamermusicus, zowel op modern als historisch instrumentarium. Hij werd geboren in Milaan, maar woont sinds zijn vroege kindertijd in Nederland. Jan Wijn was zijn docent aan het Conservatorium van Amsterdam, waar hij met de hoogste onderscheiding afstudeerde. György Sebök was eveneens een belangrijk mentor en van grote invloed op Paolo Giacometti’s muzikale ontwikkeling.
De pianist deelde het kamermuziekpodium met collega’s als Pieter Wispelwey, Gordan Nikolić, Janine Jansen, Bart Schneemann en Viktoria Mullova. Naast zijn kamermuziekoptredens en solorecitals soleerde de pianist bij tal van orkesten; hij musiceerde onder leiding van en als Frans Brüggen, Kenneth Montgomery en Jaap van Zweden.
Paolo Giacometti bouwde een omvangrijke discografie op. Voor het derde deel van het complete pianowerk van Rossini (1998-2007) kreeg hij in 2001 een Edison, en ook zijn opnames van muziek van onder anderen Schubert, Schumann, Fauré en Chopin werden enthousiast ontvangen.
Paolo Giacometti geeft les aan de Robert Schumann Musikhochschule in Düsseldorf.
In de van Het Concertgebouw trad hij eerder bijvoorbeeld op met bariton Thomas Oliemans en met het Hamlet , dat hij vormt met violiste Candida Thompson en celliste Xenia Jancovic.



