Jonge Nederlanders: Aidan Mikdad speelt Beethoven en Liszt

Aidan Mikdad piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Jonge Nederlanders.

Dit concert wordt live uitgezonden in het NTR Avondconcert op Radio 4.

Lees ook het interview: pianist Aidan Mikdad speelt liever zonder Aidan

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Achtste sonate in c kl.t., op. 13 (1797-98) ‘Pathétique’
Grave – Allegro di molto e con brio
Adagio cantabile
Rondo. Allegro

Franz Schubert (1797-1828) / Franz Liszt (1811-1886)

Gretchen am Spinnrade (1814/1837-38)
Erlkönig (1815/1837-38)

Maurice Ravel (1875-1937)

Gaspard de la nuit (1908)
Ondine: Lent
Le gibet: Très lent
Scarbo: Modéré

pauze ± 21.10 uur

Aleksandr Skrjabin (1871-1915)

Fantasie in b kl.t., op. 28 (1900)

Etude in E gr.t.: Brioso
Etude in gis kl.t.: Alla ballata
Etude in B gr.t.: Piacevole
uit ‘Etudes’, op. 8 (1894)

Franz Liszt (1811-1866)

Après une lecture du Dante, fantasia quasi sonata
uit ‘Années de pèlerinage, deuxième année, Italie’ (1838-49)

einde ± 22.20 uur

Toelichting

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Beethoven: Achtste sonate

Door Anneloes Brand

Aidan Mikdad heeft ‘het talent, de ambitie en de motivatie om in zijn vakgebied tot de allerbesten te gaan behoren’. In 2017 kreeg de toen vijftienjarige pianist deze lof toegezwaaid bij de toekenning van de Concertgebouw Young Talent Award. Voor vanavond stelde hij een uitgelezen programma samen om zijn pianistieke gaven tentoon te spreiden.

Beethoven: Achtste sonate

Nadat Ludwig van Beethoven in 1792 van Bonn naar Wenen was verhuisd, was de jonge pianist-componist in hoge mate afhankelijk van de genegenheid en gunsten van adellijke beschermheren. Prins Karl von Lichnowsky was een van hen. Als dank voor de gulle gaven droeg Beethoven diverse composities, waaronder de Achtste in c klein, aan hem op.

Uitgever Hoffmeister publiceerde de expressieve Achtste  in 1799 passend als ‘Grande Sonate Pathétique’, en die naam bleef hangen. Het succesvolle werk toont Beethovens compositorische vaardigheid en groeiende persoonlijke stijl.

Het intense eerste deel – met een vragende introductie, die een paar keer terugkeert – bevat plotselinge dynamische wendingen en dramatische pauzes, die weldra als ‘typisch beethoveniaans’ zouden worden bestempeld. Het uze, sonore langzame deel is in staat je innerlijke rust te herstellen.

Het slot- lijkt luchthartig, maar bevat een melancholieke ondertoon en eindigt met een statement.

Franz Schubert 1797-1828 / Franz Liszt 1811-1886

Schubert/Liszt: Gretchen am Spinnrade en Erlkönig

Franz Liszt geldt als de eerste ‘popster’ onder de pianisten en was als componist een belangrijk figuur voor de ontwikkeling van de . Hij was tevens een groot voorvechter van muziek van andere componisten: hij transponeerde een flink aantal werken tot pianocomposities, die hij tijdens zijn concerten ten beste gaf.

Liszt bewerkte bijvoorbeeld meer dan vijftig eren van Franz Schubert en liet ze in verschillende uitgaven publiceren. In 1838 verscheen 12 Lieder von Franz Schubert, opgedragen aan de Gravin van Aragón, waarin Liszts arrangementen van de onvergetelijke Erlkönig en Gretchen am Spinnrade zijn opgenomen.

‘Grietje aan het spinnewiel’ (uit Goethes Faust) verhaalt van de verwarrende gevoelens van de nog onschuldige Gretchen, nadat ze verliefd is geworden op Faust. De bewegingen in Schuberts pianopartij verbeelden niet alleen het gesnor van het spinnewiel, maar ook Gretchens toenemende wanhoop en gespannenheid.

Erlkönig (‘Elfenkoning’) verklankt Goethes aangrijpende gedicht over de poging van een vader zijn doodzieke, ijlende kind in veiligheid te brengen te paard door stormachtig weer – tevergeefs.

Maurice Ravel 1875-1937

Ravel: Gaspard de la nuit

Maurice Ravel liet zich voor Gaspard de la nuit inspireren door beeldende, macabere teksten uit het gelijknamige boek van Aloysius Bertrand (1807-1841). De componist ervoer de totstandkoming als een hels karwei, en dat vond hij ook niet verwonderlijk, aangezien ‘de duivel zelf [Gaspar genaamd] de teksten had gecreëerd’.

Gaspard de la nuit is tevens een duivels werk om te spelen; het was Ravels opzet een pianocompositie te schrijven die ‘moeilijker dan Balakirevs Islamey’ zou zijn. Het werk bestaat uit drie delen, waar Ravel de betreffende gedichten bij schreef.

Ondine verbeeldt de mooie, ondeugende watergeest die sterfelijke mannen met verleidelijke zang naar haar magische onderwater­rijk probeert te lokken.

In Le gibet (‘De galg’) heerst een sinistere sfeer: met huiveringwekkende samenklanken en het onverbiddelijke luiden van een verre doodsklok, verklankt Ravel een lijk aan een galg, roodgekleurd door de zonsondergang.

Even angstaanjagend is Scarbo, het portret van de gnoom die naar believen van gedaante verandert en bliksemsnel verschijnt en weer verdwijnt. Surrealistische, hallucinerende muziek. 

Aleksandr Skrjabin 1872-1915

Skrjabin: Etudes en Fantasie

Aleksandr Skrjabin maakte in zijn korte leven een aanzienlijke muzikale ontwikkeling door. Aangezien hij het merendeel van zijn oeuvre voor piano schreef en aanvankelijk nog onder invloed van Chopin (en Liszt) stond, werd hij ook wel de ‘Russische Chopin’ genoemd.

Net als de genoemde voorgangers, componeerde Skrjabin een flink aantal s – studiestukken waarin de focus op een bepaalde speeltechnische vaardigheid ligt, maar die evenzeer interessante concertstukken zijn.

Ondanks de invloed van Chopin en Liszt is in zijn eerste set s, 8 ook al Skrjabins eigen stem te horen: een grillig verloop, ritmische complexiteit en .

De virtuoze Fantasie in b klein, opus 28 van enkele jaren later is een gespierder werk dan we gewend zijn van de volwassen componist Skrjabin, die bekend staat als mystiek en spiritueel. 

Franz Liszt 1811-1886

Liszt: Après une lecture du Dante

In de jaren 1830 maakte Liszt samen met zijn maîtresse ­Marie d’Agoult diverse reizen door Europa. In 1838-39 verbleven de twee in Italië en lazen zij onder meer La divina commedia (‘De goddelijke komedie’) van de laatmiddeleeuwse dichter en filosoof Dante Alighieri.

Blijkbaar greep de tocht door de hel naar het paradijs Liszt zeer aan. Hij zette Dantes epos om in een van zijn meest veelzeggende toonschilderingen, Après une lecture du Dante (‘Na het lezen van Dante’).

De componist ontleende de titel aan een gedicht van Victor Hugo en voegde de ondertitel ‘fantasia quasi sonata’ toe; de een­delige pianosonate doet eerder aan als een .

Liszt bewerkte het werk in 1849 en in 1858 liet hij het als zevende (en laatste) stuk in Années de pèlerinage, deuxième année, Italie uitgeven.

Après une lecture du Dante wordt beschouwd als een van de moeilijkst uitvoerbare pianocomposities ooit. 

Biografie

Aidan Mikdad, piano

In 2017 kreeg Aidan Mikdad de Concertgebouw Young Talent Award, nadat hij in 2013 – op elfjarige leeftijd – het Koninklijk Concertgebouw Concours gewonnen had. Momenteel studeert hij aan het Conservatorium van Amsterdam bij Naum Grubert, nadat hij aan datzelfde instituut een aantal jaren had gestudeerd bij Mila Baslawskaja.

Aan de Royal Academy of Music in Londen had hij les van Joanna MacGregor, en bij gelegenheid volgde hij lessen bij onder anderen Sergei Babayan, Paul Badura-Skoda, Jonathan Biss, Enrico Pace, Jorge Luis Prats en Jean-Yves Thibaudet.

Eerste prijzen won Aidan Mikdad bij de International Piano Competition van Lagny-sur-Marne (2014) en de Premio Internazionale Pianistico ‘A. Scriabin’ (2016). Hij gaf inmiddels solorecitals op podia in Nederland, België, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, Italië en Israël.

Met Het Gelders Orkest speelde hij het Pianoconcert van Grieg, met het Orkest van het Oosten en het Praags Philharmonisch Orkest het Eerste pianoconcert van Liszt en met het van het Conservato­rium van Amsterdam het Concert voor twee piano’s van Poulenc samen met Ramon van Engelenhoven.

Aidan Mikdads debuut in de dateert van april 2016, toen hij bij Rotterdam soleerde in het Twintigste pianoconcert, KV 466 van Mozart. Ook voor kamermuziek werd hij geregeld uitgenodigd, bijvoorbeeld door het Alma Quartet voor het Pianokwintet van Sjostakovitsj.

Vandaag geeft Aidan Mikdad zijn eerste solorecital in de .