John Malkovich in 'Just call me God'
Extra Concert 21.00 uur
Just Call Me God – A Dictator’s Final Speech
met muziek van Johann Sebastian Bach, Richard Wagner, Charles Ives, César Franck, Franz Schubert en Martin Haselböck
in opdracht van de Elbphilharmonie Hamburg;
ontwikkeld door Michael Sturminger en Martin Haselböck voor Musikkonzept, Wenen
er is geen pauze
einde van het concert ca. 22.30 uur
Deze voorstelling wordt voorzien van Engelse boventiteling.
Na afloop van het concert zijn de foyers geopend.
cast
John Malkovich acteur | Satur Diman Cha, Head of State and General of the Armies of the United People’s Republic of Carcissia, called the Dictator
Sophie von Kessel actrice | Caroline Thomas, attractive and successful journalist in her early forties, chief interviewer for CCN-TV
Martin Haselböck orgel | Reverend Lee Dunklewood, field chaplain
Franz Danksagmüller live elektronica
Errol Trotman acteur | Lieutenant Alexander Vronsky, called Alex
Felix Dennhardt acteur | Vincent Schluszman, photographer and cameraman
Josef Rabitsch acteur | Joseph Sokol, soldier
Valentin Ledebur acteur | Neil Forrester, soldier
team
Michael Sturminger tekst en regie
Martin Haselböck muzikaal concept
Renate Martin en Andreas Donhauser decor- en kostuumontwerp
Christoph Hofer geluidstechniek
Marcus Loran lichtontwerp
Paul Sturminger podium/wapens/rekwisieten
Marie Sturminger kostuums en make-up
Andrea Klien regie-assistent
Linda Wiesinger projectcoördinatie
Toelichting
Just call me God
tekst: Anne Stuart, naar teksten van Michael Sturminger en Martin Haselböck
Hoe weet een leider zijn volk te overtuigen van zijn macht? En hoe krijgt het aanzien van een dictator goddelijke proporties? De geschiedenis telt oneindig veel voorbeelden van leiders die zichzelf zo’n bovenmenselijke positie toedichtten, en er zijn hele volksstammen ingetuind.
In dit theaterstuk, uit de koker van de Oostenrijkse auteur Michael Sturminger, speelt John Malkovich een tirannieke dictator die tot op het laatste moment geloofwaardigheid afdwingt. Het , ‘de koning der instrumenten’, wordt bespeeld door Martin Haselböck en representeert Malkovich’ macht.
‘Als een leider eenmaal op de troon zit, is zijn heerschappij vooral nog een kwestie van performance’, schrijft Sturminger over het concept. Macht is, net als ‘goddelijkheid’, een vorm van theater, gebaat bij krachtige symboliek en overtuigende middelen, zoals muziek, licht, kostuums, rekwisieten en levensgrote portretten.
In Just Call Me God heeft John Malkovich een hele garderobe tot zijn beschikking, vol tenues van verschillende dictators uit de geschiedenis. Met behulp van uniformen, helmen, geweren, hoeden, brillen, badges en een levensgroot scherm wordt het publiek meegevoerd in de charme van een charismatisch leider.
Een grote rol in Just Call Me God is weggelegd voor het orgel, al eeuwenlang een gewild middel om macht tentoon te spreiden en religieus gedachtengoed aan de man te brengen. Het instrument kan grote ruimten vullen met klank, menigten overstemmen en het ziet er indrukwekkend uit. Daarbij is de organist zelf meestal niet in beeld; hij zit verstopt tussen de registers in een uithoek van de kerk, of, zoals in Het Concertgebouw, gaat schuil achter een ombouw.
De nadruk ligt dus op de klank, de context en de betekenis, en helemaal niet op de musicus, waardoor het orgel zich naadloos in de symboliek voegt waarvan macht en religie afhankelijk zijn. Om die reden was het orgel geliefd onder despoten. De Romeinse keizer Nero wilde bijvoorbeeld niets liever dan organist worden.
Tsaar Peter de Grote gaf bouwer Arp Schnitger de opdracht een orgel met maar liefst honderd registers te bouwen voor zijn paleis in Sint-Petersburg en Adolf Hitler had een monsterlijk groot exemplaar in gedachten voor zijn Reichsparteitagsgelände in Nürnberg. Zelfs Mobutu Sese Seko liet een Duits concertorgel installeren in zijn ‘Versailles in de jungle’ in zijn geboorteplaats Gbadolite.
De dictator die door Malkovich wordt gepresenteerd heeft een voorliefde voor ‘orgelhits’ van Johann Sebastian Bach, César Franck en Olivier Messiaen. Gaandeweg versmelten de stukken en worden er steeds meer elektronische effecten gebruikt, zoals verdubbelingen en loops. Ook de stem van de dictator wordt langzaamaan in het geheel opgenomen. Zijn klankwereld gaat zo een eigen leven leiden en vormt een nieuwe realiteit.
Just Call Me God vertelt het verhaal van de laatste negentig minuten in het leven van een afgezette dictator, waarin hij zijn ‘geleende’ goddelijkheid verliest, zijn onsterfelijkheid, en zijn leven. Het laat ons zien hoe gemakkelijk we verleid kunnen worden, en hoe weinig ervoor nodig is om ons te laten vrezen, geloven en vereren.
Synopsis
Door zijn personeel in de steek gelaten, besluit de in ongenade gevallen dictator (Malkovich) zichzelf op te sluiten in een geïmproviseerde inloopkast in zijn pronkerige concertzaal. Met alleen nog zijn charisma overrompelt hij de arriverende legertroepen, en overtuigt hij een oorlogsjournaliste (Von Kessel) om zijn allerlaatste speech te filmen. Hij gijzelt de organist en dwingt hem om zijn woorden te begeleiden.
De geïmproviseerde speech loopt uit op een samenraapsel van verhalen en citaten van dictators en tirannen uit het verleden. Terwijl het oorspronkelijke karakter van de dictator op de achtergrond raakt, bouwt Malkovich aan een universeel model van een machtig en gewelddadig man.
Ondertussen eist hij van de organist – nog steeds vastgetapet aan de bank – een grote verscheidenheid aan muziek: van Renaissance tot , van Klassiek tot en van vroegmoderne tot aan hedendaagse werken.
De muziek volgt de historische personages die in de speech worden aangehaald, waaronder Nero, Dzjenghis Khan, Robespierre, Napoleon, Hitler, Stalin, Mao Zedong, Pol Pot, Khadafi en Saddam Hoessein.
Het orgelspel raakt onder steeds meer elektronische effecten bedolven, en smelt samen met de stem van de dictator. Zijn optreden wordt zo overtuigend, dat de organist, de journaliste en de soldaten – tot verbazing van de dictator – gaan geloven aan een productie van grote historische waarde mee te werken.
Biografie
John Malkovich, acteur
John Malkovich begon zijn carrière als mede-oprichter en lid van de Steppenwolf Theatre Company in Chicago, in 1976. Hij verhuisde in 1980 naar New York. Vier jaar later debuteerde hij op Broadway, als Biff in Death of a Salesman. Voor zijn aandeel in de televisieversie hiervan kreeg hij in 1985 een Emmy Award. John Malkovich nam tevens de Abie Award en de Drama Desk Award in ontvangst.
De eerste speelfilm waarin hij speelde was Places in the Heart (1984); dit leverde hem meteen een Oscarnominatie op voor de beste mannelijke bijrol. Hij was ook te zien in onder meer The Killing Fields (1984), Dangerous Liaisons (1988) en In the Line of Fire (1993). In 1999 had hij de titelrol in Being John Malkovich van regisseur Spike Jonze.
The Dance Upstairs (2002) was de eerste film die John Malkovich regisseerde. In de afgelopen jaren was de Amerikaanse acteur te zien in bijvoorbeeld Secretariat (2010), Warm Bodies (2013) en de televisieserie Crossbones (2014). John Malkovich werkte al eerder samen met Michael Sturminger en Martin Haselböck, in de muziektheaterprojecten The Infernal Comedy (2008) en The Giacomo Variations (2011).
In Het Concertgebouw maakt hij zijn debuut.
Sophie von Kessel, actrice
De Duitse actrice Sophie von Kessel studeerde in Wenen (Max-Reinhardt-Seminar), New York (Juilliard School) en Berlijn (bij Uta Hagen).
Al sinds 1994 is zij veelvuldig te zien in uiteenlopende tv-producties voor de grote Duitse zenders zoals de ARD en de ZDF. Bekend werd ze bij de Duitse tv-kijker vooral door haar aandeel in de serie Schloss Hohenstein (1992-95). Van 1997 tot 2001 maakte Sophie von Kessel deel uit van het ensemble van de Münchner Kammerspiele.
Tegenwoordig woont ze in München, waar ze al ruim tien jaar vast verbonden is aan het Residenztheater en onder meer speelt in klassiekers als De kersentuin van Tsjechov, Macbeth van Shakespeare en Madame Bovary van Flaubert. Ze betrad het toneel daarnaast onder meer bij de Salzburger Festspiele (in 2008 en 2009 in Jedermann van Von Hofmannsthal) en bij het Deutsches Theater Berlin.
Onder de prijzen die ze won was in 2015 de Kurt-Meisel-Preis, uitgereikt door de Verein der Freunde des Bayerischen Staatsschauspiels.
Martin Häselbock, orgel en muzikaal concept
Martin Haselböck is organist en . Na zijn studie in Wenen en Parijs ontwikkelde hij een vruchtbare en diverse carrière. Hij concerteert veelvuldig als organist en nam meer dan vijftig solo-cd’s op.
Bekende componisten, onder wie Alfred Schnittke, Ernst Krenek en Friedrich Cerha, schreven nieuw werk voor hem. In 1985, toen hij net als organist in de Weense Hofburgkapelle was aangesteld, richtte Martin Haselböck zijn eigen orkest op: de Wiener Akademie. Na talrijke concertprogramma’s en tientallen cd-opnamen is hij nog altijd dirigent van dit gezelschap.
Als gastdirigent gaf Martin Haselböck leiding aan onder meer de Wiener Symphoniker, het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin en de Los Angeles Philharmonic. Als dirigent werkte hij in de theaters van steden als Hamburg, Hannover en Keulen. Van 2007 tot 2010 was Martin Haselböck artistiek leider van het Reinsberg Festival in Oostenrijk. Sinds seizoen 2005/06 is hij bovendien music director van het Musica Angelica Baroque Orchestra in Los Angeles.
Zijn vorige optreden in Het Concertgebouw – als – was op 7 oktober 2014 in een programma met de Wiener Akademie en Ronald Brautigam op fortepiano.
Franz Danksagmüller, live elektronica
Franz Danksagmüller studeerde , compositie en in Wenen, Linz, Saarbrücken en Parijs. Van 1999 tot 2005 was hij organist en componist van de kathedraal van Sankt Pölten (Oostenrijk).
Als uitvoerend musicus of componist werkte hij samen met vele bekende gezelschappen, waaronder de Camerata Salzburg, de Wiener Symphoniker, het City of Birmingham Symphony Orchestra en het Arnold Schönberg Chor in Wenen.
In zijn muziek combineert Franz Danksagmüller graag klassieke orkestrale ensembles met live elektronica. Historisch instrumentarium en de stem vervullen eveneens vaak een belangrijke rol. Franz Danksagmüller werkte herhaaldelijk samen met wetenschappers, bijvoorbeeld van het CERN in Genève, en zocht naar manieren om data als het startpunt voor een muzikale reis te gebruiken.
Met saxofonist Bernd Ruf presenteerde hij onlangs buxtehude_21, waarin de twee musici een brug sloegen tussen muziek uit de en live elektronica. Ook in dat project stonden en experiment centraal. Sinds 2005 is Franz Danksagmüller verbonden aan de Musikhochschule Lübeck.
Michael Sturminger, tekst en regie
Michael Sturminger studeerde regie en scenarioschrijven aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Wenen. Sinds 1990 is hij actief als schrijver en regisseur van films, theaterproducties en ’s.
Het werk van Mozart speelt in zijn carrière een centrale rol; een belangrijke mijlpaal was de door hem geregisseerde productie van Mozarts Il sogno di Scipione tijdens de Salzburger Festspiele in 2006.
Michael Sturminger werkte ook voor theaters als de Wiener Staatsoper, het Opernhaus Zürich en het Mariinski Theater in Sint-Petersburg. Voor hedendaags muziektheater werkte hij samen met componisten als HK Gruber, György Ligeti en Irmin Schmidt.
In 2008 maakte Michael Sturminger samen met onder anderen Martin Haselböck en John Malkovich The Infernal Comedy, voor orkest, twee sopranen en acteur. In de jaren daarna was dit muziektheaterwerk te zien in verschillende steden in de Verenigde Staten, Zuid-Amerika en Europa.




