John Eliot Gardiner dirigeert de Matthäus-passion

The Monteverdi Choir
English Baroque Soloists
Sir John Eliot Gardiner dirigent
Mark Padmore tenor (Evangelist)
Stephan Loges bariton (Christus)
Hannah Morrison sopraan
Clare Wilkinson alt*
Eleanor Minney alt*
Reginald Mobley countertenor*
Alex Ashworth bas*
Nicholas Mogg bas*
Ashley Riches bas*
Jonathan Sells bas*
Nationaal Jeugdkoor
Wilma ten Wolde instudering 

*solisten afkomstig uit het koor

Johann Sebastian Bach
1685-1750

Matthäus-Passion, BWV 244 (1727, revisie 1736) 
op teksten van Christian Friedrich Henrici, alias Picander

begin van de pauze ca. 20.40 uur
einde van het concert ca. 22.40 uur

teksten verkrijgbaar aan de zaal

Toelichting

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Matthäus Passion

Tekst: Dirk Luijmes

‘Toen in een grote stad deze passiemuziek voor de eerste keer werd uitgevoerd, met twaalf violen, vele hobo’s, ten en andere instrumenten, stonden vele mensen versteld en wisten niet wat ze ervan moesten denken. (…) Allen waren verbijsterd, keken elkaar aan en zeiden: “Waar moet dit toe leiden?” Een oude adellijke weduwe zei: “God helpe ons, mijn kinderen! Het is net alsof we bij een komedie zijn”.’

Zouden ze over de Matthäus-Passion gaan, deze woorden die in 1732 werden opgetekend door de Saksische schrijver Christian Gerber? Het is goed mogelijk, want enig opzien zal Johann Sebastian Bachs meest omvangrijke compositie toch wel gebaard moeten hebben, nadat die in 1729 en vermoedelijk ook al in 1727 in Leipzig tot klinken kwam.

Als de monden van de kerkgangers destijds nog niet openvielen van verbazing, dan moet dat toch in 1736 geweest zijn – zouden wij denken – toen Bach de dubbelkorigheid volledig gestalte gaf en meteen al in het monumentale openingskoor zijn muziek van drie kanten de kerk in liet stromen.

Het is overigens ook voorstelbaar dat de gelovigen blij waren dat ze na de slotsarabande ‘Wir setzen uns’ eindelijk de koude kerk konden verlaten, want zo geliefd was de muziek van de Thomaskantor in zijn dagen niet bij de doorsnee muziekliefhebber. Velen vonden Bachs ke stijl maar ‘bombastisch, verward en gekunsteld’ en het is dan ook geen wonder dat zijn muziek na zijn dood snel werd vergeten.

Gelukkig zorgde Bachs zoon Carl Philipp Emanuel – anders dan diens oudere broer Wilhelm Friedemann – goed voor de nalatenschap van zijn vader en bleef de door Bach zelf met zorg behandelde van de Matthäus-­Passion bewaard. Ook nadat Felix Mendelssohn in 1829, op twintigjarige leeftijd, Bachs noten nieuw leven inblies – hij voerde de Matthäus-­Passion voor het eerst sinds lange tijd weer uit, waarbij hij klarinetten en een piano gebruikte en verschillende ’s schrapte – zou het nog lang duren voor de grootsheid van het werk ten volle werd onderkend.

?
Heeft Bachs passie iets van een opera? Zeker, maar zoals Bach-kenner Christoph Wolff vaststelde, kan zelfs de opera ‘zich wat betreft variëteit aan compositorische typen en vormen niet meten met de Matthäus-­Passion, omdat de opera geen cantus-firmus­techniek kent, zoals Bach die hanteert in het openings- en slotkoor van het eerste deel, of de polyfone motetstijl, zoals in sommige turba-koren in de passie’.

In al die vormen spreidt Bach een enorm vakmanschap ten toon, of het nu om een , om een of om een harmonisatie gaat. Steeds weet hij de draagwijdte van de tekst in zijn noten te illustreren. Voorbeelden te over: als Jezus de Olijfberg op gaat, loopt de continuolijn mee omhoog. Als Bach de van het koraal ‘O Haupt voll Blut und Wunden’ laat terugkeren, komt hij steeds met andere ën als de tekst daarom vraagt.

Nog veel meer dan zijn barokke vakbroeders gebruikt hij bovendien de kleur van en om zijn verhaal kracht bij te zetten; zo klinken Jezus’ laatste woorden (‘Eli, Eli’) in de ongebruikelijke toonsoort bes klein. Een operacomponist in Bachs tijd had er een aan puntje kunnen zuigen.

Meer dan een opera
Wie verder kijkt, denkt meer te zien. Zo buitelen musicologen en theologen over elkaar heen om aan te tonen dat die geniale noten veel meer bevatten dan een opera-achtige, effectieve uitbeelding van het lijdensverhaal.

De hele Matthäus-Passion zou bol staan van de getalssymboliek. Om wat lukraak gekozen voorbeelden te noemen: als je goed telt, is het totaal aantal noten in de continuobegeleiding van Jezus 365, het aantal dagen van een jaar. De snelle noten die de aardbeving na Jezus’ dood begeleiden, kun je met enige goede wil onderverdelen in 18, 68 en 104 noten, waarmee Bach zou verwijzen naar de psalmen met die nummers waarin ook sprake is van het beven van de aarde.

De gehele structuur van de Matthäus zou je – volgens sommigen – zelfs in een evenwichtige vorm kunnen onderbrengen en de componist zou zijn naam (B=2, A=1 etc.) ook op allerlei niveaus hebben achtergelaten. En dat alles ter meerdere glorie van de Schepper.

Uitvoeringspraktijk
Uiteraard lopen de ideeën over dit soort theorieën nogal uiteen. Dat geldt trouwens ook voor al die verschillen in uitvoeringspraktijk. Ruim een eeuw geleden klonk de Matthäus-Passion met vele coupures in het Amsterdamse Concertgebouw traag in een romantische orkestbezetting, en kreeg de Evangelist meteen applaus als hij de juiste snaar raakte in het recitatief ‘Und weinete bitterlich’. Over opera gesproken!

Zijn dit soort praktijken de laatste decennia (zeker in ons land) verleden tijd, tegenwoordig maakt men zich er druk over of we het juiste tempo van Bach wel benaderen, of we wel het juiste aantal zangers hebben gevonden en of we in de juiste Bach-stemming spelen. En wie bang is dat de passie in deze tijd niet overkomt, hertaalt de tekst in hedendaags Nederlands (‘Hoor van verre jammerklagen. Jezus! – Wie? – Je medemens!/ Jezus! – Waar? – Ze slaan hem lens!’) dan wel in het Fries (‘Is bliksem en tonger it flokken fergongen!?’).

Een humanistisch statement, een muzikaal evangelie, een piëtistische geloofsbelijdenis, een kerkopera, een voertuig voor verborgen kabbalistische boodschappen, een laatste baken in deze tijd van secularisatie… iedereen heeft zijn eigen Matthäus. Vele boeken zijn er inmiddels over vol geschreven en nog steeds zijn de laatste woorden over de passie en de hele cultuur er omheen niet gezegd.

Integendeel, steeds weer kun je nieuwe verbanden leggen, nieuwe details ontdekken, en het werk naar je eigen hand zetten. Net als andere meesterwerken – of ze nu uit de koker van een Shakespeare of een Goethe komen – bezit de Matthäus-Passion immers tal van lagen, en is de compositie als een vakkundig geslepen diamant die – afhankelijk van de lichtval – steeds andere facetten laat zien. Een mer à boire voor wetenschappers, leken, mystici en musici. Én voor de luisteraar: want het geheim van het stuk laat zich niet in woorden of in getallen vangen. Dat geheim moet je vooral ervaren.

Biografie

John Eliot Gardiner, dirigent

John Eliot Gardiner wordt beschouwd als een sleutelfiguur in de ontwikkeling van de historische uitvoeringspraktijk. Zijn repertoire beslaat de vroege tot en met de twintigste eeuw.

De afgelopen decennia bleef hij zijn visie vernieuwen en verbreden.

Hij is oprichter en artistiek leider van zowel de English Baroque Soloists als het Monteverdi Choir. In 1989 riep hij bovendien het Orchestre Révolutionnaire et Romantique in het leven. John Eliot Gardiner is chef- geweest van het Dallas Symphony Orchestra, het CBC Vancouver Orchestra en de Opéra Natio­nal de Lyon. Als gastdirigent leidde hij onder meer het London Philharmonic ­Orchestra, het London Symphony ­Orchestra, de Berliner en de Wiener Philharmoniker, het ­Mahler Chamber ­Orchestra, het Orcheste National de France en het Leipziger ­Gewandhausorchester.

Hij maakte ruim 250 plaat- en cd-opnamen en ontving meer Gramophone Awards dan welke andere levende klassieke artiest ook. Voor de live-opnames van Bachs complete geestelijke s kreeg hij de Gramophone Special Achievement Award. John Eliot Gardiner heeft verschillende eredoctoraten en een ‘honorary fellowship’ aan King’s College in Cambridge en is voorzitter van het Bach Archiv in Leipzig. In 2013 verscheen zijn Bach-biografie Music in the Castle of Heaven.

Hij is Commandeur dans l’Ordre des Arts et des Lettres en Chevalier de la Légion d’Honneur. In 1998 werd hij geridderd in de Queen’s Birthday Honours List en in 2005 kreeg hij het Verdienstkreuz in Duitsland. In januari 2016 kreeg hij de Concertgebouw Prijs toegekend. Het Concertgebouworkest leidde hij vele malen sinds 1994.

Tussen 2021 en 2023 leidde hij bij het orkest een Brahms-cyclus; opnamen van de vier symfonieën werden uitgebracht op Deutsche Grammophon.

English Baroque Soloists, Ensemble

De English Baroque Soloists werden opgericht in 1978 door John Eliot Gardiner. Het ­ensemble zoekt sinds die tijd naar vernieuwing binnen de oude muziek en combineert spel met de klank van historisch instrumentarium.

De musici koesteren een breed repertoire en wijden zich aan zowel kamermuziek, symfonisch repertoire als ’s. Op cd brachten ze ­onder meer vele van de latere symfonieën van Mozart uit, alsmede al zijn pianoconcerten.

In de loop der jaren trad de formatie op in bijvoorbeeld de ­Scala in Milaan en het Sydney House en ook zeer geregeld in Het Concert­gebouw – voor het laatst in BachMatthäus-Passion in maart 2016. Naast de eigen concerten treden de English Baroque Soloists regelmatig op aan de zijde van het eveneens door John Eliot Gardiner opgerichte Monteverdi Choir.

Hun meest roemruchte gezamenlijke onderneming was de Bach Cantata Pilgrimage in 2000. Meer recent deelden de groepen het podium tijden de Bach Marathon in de Londense Royal Albert Hall en tijdens opvoeringen van Glucks opera Orfeo ed Euridice in Hamburg, Versailles en Londen. De English Baroque Soloists staan onder patronage van Charles, Prince of Wales.

Monteverdi Choir, koor

‘Als er een Nobelprijs voor koren bestond, zou het Monteverdi Choir die moeten krijgen’, aldus Le Monde. John Eliot Gardiner richtte het Monteverdi Choir in 1964 op voor een uitvoering van Monteverdi’s Vespers. Het groeide uit tot een veelzijdig koor dat zowel concerten geeft als ingezet wordt bij producties.

Het werkte samen met bijvoorbeeld het Gewandhausorchester in Leipzig, de Londense dansgroep van Hofesh Shechter, het National Youth Choir of Scotland, de Opéra Comique en het Théâtre du Châtelet in Parijs, het Royal House Covent Garden en natuurlijk Gardiners instrumentale ensembles, de English Baroque Soloists en het Orchestre Révolutionnaire et Romantique. Het meest ambitieuze project was ongetwijfeld de Bach Cantata Pilgrimage in 2000, toen het koor in het 250ste geboortejaar van Johann Sebastian Bach al diens 198 religieuze s uitvoerde in meer dan zestig kerken in Europa en Noord-Amerika.

Onder de recentere programma’s vinden we de gelauwerde tournee door Europa en de Verenigde Staten met Monteverdi’s drie overgeleverde opera’s en bejubelde uitvoeringen van Verdi’s Messa da requiem. Het Monteverdi Choir heeft meer dan 150 lp- en cd-opnamen en talloze prijzen op zijn naam staan. Met het Concertgebouworkest was het in september 2021 en oktober 2022 te horen in koorwerken van Brahms onder leiding van John Eliot Gardiner.

Nationaal Jeugdkoor, koor

Vocaal Talent Nederland scout in het hele land jong vocaal talent en biedt de kans dat talent tot bloei te brengen. Onder verantwoordelijkheid van artistiek directeur Wilma ten Wolde kunnen getalenteerde jonge zangers in diverse koor­samenstellingen in de professionele muziekwereld en op het hoogste niveau ­podiumervaring opdoen.

Centraal staat de ontwikkeling van kinderen, jeugd en jongeren. Voor jonge kinderen zijn er speciale opleidingsklassen. Beschermheer van Vocaal Talent Nederland is Sir Simon ­Rattle, chef- van de Berliner Philharmoniker.

De stichting organiseert vier nationale koren: het Nationaal Kinderkoor, het Nationaal Jongenskoor, het Nationaal Vrouwen Jeugdkoor en het Nationaal Gemengd Jeugdkoor

Deze maand zingt in Het Concertgebouw het Nationaal Kinderkoor op 17 maart in MahlerDerde symfonie met de Los Angeles Philharmonic onder leiding van ­Gustavo Dudamel en is het Nationaal Jongenskoor te gast bij het Koninklijk Concertgebouworkest op 18 en 20 maart in BachMatthäus-Passion. Voor de Matthäus-uitvoering van vandaag is een groep zangers geselecteerd uit de verschillende koren van Vocaal Talent Nederland.

Mark Padmore, tenor

Mark Padmore, opgeleid aan King’s College in Cambridge en in 2016 Vocalist of the Year van Musical America, is veelvuldig te gast bij de bekende orkesten van Londen, Berlijn, München, Wenen en New York. Bij het Concertgebouworkest zong hij in Bachs Matthäus-Passion, Mozarts Requiem en Brittens War Requiem. Zijn uitvoeringen van Bachs Passionen als zanger én met het Orchestra of the Age of Enlightenment zijn wereldwijd geprezen.

Na residencies bij het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks (2016/2017) en de Berliner Philharmoniker (2017/2018) was de tenor in 2021/2022 in residence bij Wigmore Hall in zijn geboortestad Londen, waar hij zijn verbintenis vierde met de pianisten Till Fellner, Imogen Cooper, Mitsuko Uchida en Paul Lewis.

Van 2012 tot 2022 was Mark Padmore artistiek leider van het St. Endellion Summer Music Festival in Cornwall. Dit seizoen is Mark Padmore in residence bij het Oxford er Festival, tourt hij met Mitsuko Uchida door Japan en verzorgt hij met het Nash Ensemble de wereldpremière van A Constant Ob­session van Mark-Anthony Turnage.

Op het toneel vertolkte hij de hoofdrollen in Birtwistle’s The Corridor and the Cure en Stravinsky’s The Rake’s Progress en – recentelijk nog aan de Royal Opera Covent Garden – Aschenbach in Brittens Death in Venice. In de was Mark Padmore vaak te gast, bijvoorbeeld met Kristian Bezuidenhout in Schuberts Die schöne Müllerin (september 2015), Schwanengesang (juni 2017) en Winterreise (januari 2018). In oktober 2019 zong hij er met pianist ­Aaron Pilsan A ­Padmore Cycle van Thomas Larcher.

Stephan Loges, bariton (Christus)

Stephan Loges was koorknaap in het Kreuz­chor in zijn geboortestad Dresden voordat hij ging studeren aan de Hochschule der Künste in Berlijn en de Guildhall School of Music and Drama in Londen.

Vroeg in zijn carrière won hij de Wigmore Hall International Song Competition, en hij geeft dan ook veelvuldig s in zalen als Wigmore Hall in Londen, Carnegie Hall in New York, het Wiener Konzerthaus, De Munt in Brussel en tijdens het Klavierfestival Ruhr, het Oxford er Festival en de Vocal Arts Series in Washington.

In mei 2006 gaf Stephan Loges met pianist Roger Vignoles een li­edrecital in de , en in maart 2015 zong hij in de de Christus-partij in Bachs Matthäus-Passion door het ­Orchestra of the Age of Enlightenment onder leiding van Mark Padmore.

Onder zijn rollen vinden we Father Truelove in Stravinsky’s The Rake’s Progress en Golaud in Debussy’s Pélleas et Mélisande. Stephan Loges vertolkt oude muziek met onder meer de Akademie für Alte Musik Berlin en The English Concert en recenter repertoire bij gezelschappen als het Melbourne Symphony Orchestra, het Mo­zarteum Orchester en het ­Scottish Chamber Orchestra.

Hannah Morrison, sopraan

Hannah Morrison is van Schots-­IJslandse origine, werd geboren in Nederland en studeerde piano en zang aan het conservatorium in Maastricht. Ook had ze les in Keulen en aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen.

De sopraan kan bogen op een breed repertoire en zong inmiddels op vele bekende podia in Europa, de Verenigde Staten en Japan. Tal van orkesten en ensembles engageerden haar, waaronder het Gewandhausorchester Leipzig, het Boston Sym­phony Orchestra, B’rock, het Bach Collegium Japan, het Ricercar Ensemble en het Beethoven Orchester Bonn.

Hannah Morrison zingt ook graag eren en werd voor s uitgenodigd door onder meer de Philharmonie in haar woonplaats Keulen en Wigmore Hall in Londen.

In Het Concertgebouw soleerde ze eerder bij het Monteverdi Choir onder leiding van John Eliot Gardiner (Matthäus-­Passion 2016) en in mei 2017 in een Bach-programma van Collegium Vocale Gent en Philippe Herreweghe.