Jerusalem kwartet speelt Dvořák

Spotlight: Jerusalem Kwartet / Kleine Zaal Melange 20.15 uur 

Jerusalem Kwartet:
Alexander Pavlovsky viool
Sergei Bresler viool
Ori Kam altviool

Kyril Zlotnikov cello
Veronika Hagen altviool
Gary Hoffman cello

Antonín Dvořák 1841-1904

Twaalfde strijkkwartet in F gr.t., 
op. 96 (1893) ‘Amerikaans’
Allegro ma non troppo
Lento
Molto vivace
Finale. Vivace ma non troppo

Derde strijkkwintet in Es gr.t., op. 97 (1893)
Allegro non tanto
Allegro vivo
Larghetto
Finale: Allegro giusto

pauze

Strijksextet in A gr.t., op. 48 (1878)
Allegro moderato
Dumka (Elegie): Poco allegretto
Furiant: Presto
Finale, Tema con variazioni: Allegretto
   grazioso, quasi andantino

begin van de pauze ca. 21.20 uur
einde van het concert ca. 22.20 uur

dit concert wordt opgenomen door Concertzender voor latere uitzending

Toelichting

Antonín Dvořák (1841-1904)

‘Amerikaans’ strijkkwartet

Door Noortje Zanen

Van alle kamermuziek die Antonín Dvořák voor strijkers heeft geschreven zijn de nummers 96 en 97 misschien wel het bekendst. De succesvolle Tsjechische componist componeerde deze werken in zijn Amerikaanse jaren van 1892-95, net als zijn beroemde Negende symfonie ‘Uit de Nieuwe Wereld’.

De oprichtster van het conservatorium in New York, Jeannette Thurber, had Dvořák naar Amerika gehaald in de hoop dat hij een bijdrage kon leveren aan de ontwikkeling van de Amerikaanse muziek, die nog geen duidelijk herkenbare stijl had. Had Dvořák immers niet hetzelfde gedaan voor de Tsjechische muziek? Zij bood hem een baan aan als directeur en docent compositie van haar conservatorium en betaalde hem meer dan tien keer zo veel als hij in Praag verdiende voor een vergelijkbare positie.

  • Antonín Dvořáks huis in Spillville, Iowa

Dvořák vond de oorsprong van de Amerikaanse muziek in de Afrikaanse muziek van de zwarte bevolking en in de muziek van de inheemse bevolking die hij in Iowa ontmoette. Vaak wordt gesuggereerd dat de invloed van beide culturen duidelijk aanwezig is in de Amerikaanse composities van Dvořák, herkenbaar aan de pentatonische ën, syncopen en karakteristieke Afrikaanse s. Dvořák heeft echter geen authentieke melodieën overgenomen, en het gebruik van , pentatoniek en opvallende ritmes kan net zo goed verwijzen naar invloed van ­Tsjechische volksmuziek.

Ondanks het succes van zijn goedbetaalde, nieuwe functie was Dvořák niet gelukkig in New York. Hij had heimwee naar zijn vaderland en naar zijn kinderen. In de zomer van 1893 huurde hij een groot huis in de ­Tsjechische nederzetting Spillville in Iowa om zijn gezin tijdelijk te kunnen herenigen. De nabijheid van zijn familie en de vele wandelingen in de natuur (let op de imitatie van vogelgeluiden in het derde deel van het strijkkwartet) gaven de componist nieuwe, positieve energie. Bovendien kwam hij tijdens deze zomer voor het eerst in aanraking met muziek van de inheemse bevolking.

In deze context begon hij aan zijn Twaalfde strijkkwartet in F groot en in drie dagen was de eerste schets al klaar. Dvořák was er zelf ook van onder de indruk, want hij schreef op de laatste pagina van het manuscript ‘God zij dank, ik ben tevreden. Het ging snel.’ Het geluk overstroomt de luisteraar van de eerste tot de laatste noot, behalve in het hypnotiserende langzame deel, dat wellicht refereert aan Dvořáks heimwee naar Tsjechië.

Antonín Dvořák (1841-1904)

'Amerikaans' strijkkwartet

Ondanks het succes van zijn goedbetaalde, nieuwe functie was Dvořák niet gelukkig in New York. Hij had heimwee naar zijn vaderland en naar zijn kinderen. In de zomer van 1893 huurde hij een groot huis in de Tsjechische nederzetting Spillville in Iowa om zijn gezin tijdelijk te kunnen herenigen.

De nabijheid van zijn familie en de vele wandelingen in de natuur (let op de imitatie van vogelgeluiden in het derde deel van het strijkkwartet) gaven de componist nieuwe, positieve energie. Bovendien kwam hij tijdens deze zomer voor het eerst in aanraking met muziek van Indianen.

In deze context begon hij aan zijn Twaalfde strijkkwartet in F groot en in drie dagen was de eerste schets al klaar. Dvořák was er zelf ook van onder de indruk, want hij schreef op de laatste pagina van het manuscript ‘God zij dank, ik ben tevreden. Het ging snel.’

Het geluk overstroomt de luisteraar van de eerste tot de laatste noot, behalve in het hypnotiserende langzame deel, dat wellicht refereert aan Dvořáks heimwee naar Tsjechië.

Antonín Dvořák 1841-1904

Derde Strijkkwintet

Dvořáks voorliefde voor de , het instrument dat hij zelf speelde, is duidelijk waarneembaar in zijn Derde strijkkwintet in Es groot. In de eerste plaats omdat hij (net als Mozart eerder ook deed) voor een tweede altviool koos in plaats van een tweede .

Maar ook omdat bijna alle delen worden geopend door één van de altviolen. Alleen in het laatste deel klinkt het vrolijke openingsmotief als eerste in de vioolpartij. Net als in het ‘Amerikaanse’ strijkkwartet zit dit strijkkwintet vol met pentatonische ën, syncopen en opvallende s die zowel naar de oorspronkelijke Amerikaanse cultuur als naar de Tsjechische cultuur kunnen verwijzen.

Het derde deel is waarschijnlijk gebaseerd op de eerste melodie die Dvořák noteerde in Amerika, mogelijk bedoeld als nieuw volkslied. Van een nieuw Amerikaans volkslied is het nooit gekomen, maar de melodie vond een dankbare plaats in dit swingende strijkkwintet.

Antonín Dvořák 1841-1904

Strijksextet

Dvořák schreef zijn Strijksextet in A groot in 1878, ruim tien jaar voordat hij aan zijn Amerikaanse avontuur begon. Het was een gelukkige periode in zijn leven, aan het begin van zijn carrière. Zijn composities werden eindelijk gewaardeerd en hij ontving een prestigieuze Oostenrijkse staatsbeurs ter ondersteuning van ‘jonge, arme en talentvolle kunstenaars’.

De bekende Weense muziekcriticus Eduard Hanslick, die in de jury van deze staatsbeurs zat, feliciteerde de jonge componist per brief en sprak de wens uit dat Dvořáks muziek ook bekend zou worden buiten het kleine Tsjechische vaderland, dat immers ‘toch al niets voor u doet’.

Johannes Brahms was ook onder de indruk van Dvořák en introduceerde hem bij zijn Duitse uitgever Simrock. Dit was het begin van Dvořáks inter-nationale doorbraak. Het Strijksextet in A groot was zijn eerste compositie die in het buitenland in première ging: de eer was aan Joseph Joachim, die het werk voor het eerst uitvoerde in Berlijn in 1879 met zijn eigen strijkkwartet en twee bevriende musici.

De muziek is rijk van klank dankzij de extra en en zit vol met Slavische invloeden zoals markante, gepuncteerde s, zigeunerachtige ën en onverwachte ën.

Het succes was groot. Nadat Joachim het strijksextet in 1880 ook in Londen had gespeeld schreef een recensent: ‘We moeten veel meer Dvořák leren kennen, en snel een beetje!’

Biografie

Jerusalem Quartet, kwartet

Het Jerusalem Quartet treedt al dertig jaar op; dit jubileum wordt – in tien steden, waaronder Amsterdam, Bonn (Beethovenfest), Keulen (Philharmonie) en Zürich (Tonhalle) – gevierd met een speciale focus op de vijftien strijkkwartetten van Sjostakovitsj.

De huidige complete reeks in de begon op 1, 2 en 3 december. In eerdere seizoenen verzorgde het Jerusalem Quartet ook complete kwartetcycli van andere componisten, bijvoorbeeld een Beethovencyclus in Wigmore Hall in Londen en een Bartókcyclus op de Salzburger Festspiele en in de Elbphilharmonie in Hamburg.

Andere hoogtepunten in seizoen 2025/2026 zijn twee Noord-­Amerikaanse tournees, en optredens met pianiste Elisabeth ­Leonskaja in onder meer het Gewandhaus in Leipzig en de Alte Oper in Frankfurt. Voor zijn discografie heeft het Jerusalem Quartet talloze ­prijzen en onderscheidingen ontvangen, waaronder de Diapason d’Or en de BBC Music Magazine Award. De musici namen Haydn, Schubert, Ravel, Debussy en Bartók op, maar bijvoorbeeld ook – samen met sopraan Hila Baggio – ­Jiddische cabaretliederen uit het ­Warschau van rond 1920.

In 2025 verscheen een nieuwe release van de kwartetten nr. 2, 7 en 10 van Sjostakovitsj. In Het Concertgebouw was het Jerusalem Quartet sinds zijn debuut in oktober 2000 geregeld te gast; in seizoen 2016/2017 wijdde het bijvoorbeeld een Spotlight aan het 175ste geboortejaar van Dvořák. In november 2018 bracht het viertal Sharon Kam mee naar de voor het Klar­inet­kwi­ntet van Brahms, en in ­februari 2023 Elisabeth Leonskaja voor het Piano­kwin­tet van Sjostakovitsj. Na vijftien jaar heeft altviolist Ori Kam (nog wel op de foto) begin dit seizoen het Jerusalem Quartet verlaten. Voor de programma’s van deze maand wordt hij vervangen door Alexander Gordon.