Jerusalem Kwartet & Sharon Kam: Brahms’ Klarinetkwintet
Jerusalem Kwartet
Alexander Pavlovsky viool
Sergei Bresler viool
Ori Kam altviool
Kyril Zlotnikov cello
Sharon Kam klarinet
Dit concert maakt deel uit van de serie Kleine Zaal Melange.
Joseph Haydn (1732-1809)
Strijkkwartet in G gr.t., op. 76 nr. 1, Hob. III:75 (1797)
Allegro con spirito
Adagio sostenuto
Menuet: Presto – Trio
Finale: Allegro ma non troppo
Erich Wolfgang Korngold (1897-1957)
Tweede strijkkwartet in Es gr.t., op. 26 (1937)
Allegro
Intermezzo (Allegretto con moto)
Larghetto (Lento)
Waltz (Tempo di Valse)
pauze (± 21.00 uur)
Johannes Brahms (1833-1897)
Klarinetkwintet in b kl.t., op. 115 (1891)
Allegro
Adagio – Più lento
Andantino – Presto non assai ma con sentimento
Con moto – Un poco meno mosso
einde (± 22.00 uur)
Toelichting
Joseph Haydn 1732-1809
Haydn: Strijkkwartet
Door Lies Wiersema
Joseph Haydn was 65 en inmiddels de beroemdste componist van Europa toen hij zijn laatste volledige serie van zes strijkkwartetten schreef. De reizende muziekhistoricus Charles Burney berichtte enthousiast over zijn eerste indrukken: ‘Nooit heb ik aan instrumentale muziek meer genoegen beleefd: deze werken zijn vol vindingrijkheid, vuur, goede smaak en nieuwe effecten en ze schijnen niet zozeer het product van een hoogverheven genie te zijn, die al zo veel en goeds geschreven heeft, maar van een zeer gecultiveerd talent dat nog niets van zijn oude vuur verloren is.’
De kwartetten 76 bevatten allerlei nieuwigheden, zoals een finale in een kwartet in , en snelle ’s in plaats van het gebruikelijke . In de opening van het eerste deel van het Strijkkwartet in G groot trekken de drie als hamerslagen neergezette en onmiddellijk de aandacht, gevolgd door de eenzame inzet van een onbegeleide . Even lijkt zich bij volgende inzetten een te ontwikkelen, maar Haydn zet de luisteraar alleen maar op het verkeerde been.
De langzaam voortschrijdende klanken van het sostenuto doen denken aan de late kwartetten van Ludwig van Beethoven. Een achtige wordt enkele malen herhaald en afgewisseld met een levendige dialoog tussen en eerste viool.
In het derde en vierde deel zijn de vernieuwingen van 76 duidelijk zichtbaar. Haydn gebruikt voor het derde deel de traditionele aanduiding ‘’, maar schrijft er boven en kiest voor een van één tel per maat. Daarmee is het in feite een ‘avant la lettre’ en loopt het vooruit op Beethoven.
Een andere nieuwigheid is de Finale in . Het begint met een onrustig unisono in het duistere g klein. Tegen het eind keert het karakter terug met een e variant van dezelfde melodie, alsof het licht doorbreekt. Typisch haydneske humor en een stormachtig slotakkoord besluiten het werk.
Erich Wolfgang Korngold 1897-1957
Korngold: Tweede strijkkwartet
Anderhalve maand na de dood van Brahms werd Erich Korngold geboren, zoon van de Joodse muziekcriticus Julius Korngold. Hij groeide op in het fin-de-siècle Wenen van Mahler en Schönberg en bleek met zijn jeugdige composities al vroeg een muzikaal fenomeen, door Mahler ‘een genie’ genoemd. Een door de Weense Hofopera uitgevoerd ballet dat hij schreef op zijn elfde maakte hem definitief beroemd.
De wereld van zijn Weense jeugd was veelkleurig. Met mentoren als Zemlinsky en Mahler, een conservatieve muziekcriticus als vader en het regelmatig bezoeken van de Weense salons had Korngold zowel de serieuze kunstmuziek als de lichte muziek van , en film in zich opgenomen. Die uiteenlopende achtergronden zijn terug te vinden in zijn composities, die geschreven zijn in een laatromantische muzikale taal die dicht bij de tonaliteit bleef.
Vanwege het opkomende antisemitisme vestigde hij zich in de jaren 1930 definitief in de Verenigde Staten, waar hij vooral filmmuziek schreef. Het tweede van zijn drie strijkkwartetten kwam vlak voor zijn eerste bezoek aan Hollywood tot stand in een periode waarin hij verschillende s bewerkte, onder meer van Johann Strauss. In de finale van zijn kwartet speelt hij hiermee.
Het openingsdeel is een afwisseling van geagiteerde passages en romantischer episoden, gevolgd door een humoristisch Intermezzo, dat doet denken aan een Weens koffiehuis. In het Larghetto met zijn mysterieuze openingsakkoorden en nostalgische, weemoedige stemmingen klinkt een heel andere wereld. De finale is een en al Weense , in een opzwepende opeenvolging van wisselende tempi.
Het componerende wonderkind uit het fin-de-siècle Wenen kreeg in Amerika twee Oscars voor zijn filmmuziek, maar voelde zich tegen het eind van zijn leven vergeten als componist van serieuze muziek. Langzamerhand begint zijn muziek deel uit te maken van het concertrepertoire.
Johannes Brahms 1833-1897
Brahms: Klarinetkwintet
Door Lies Wiersema
Johannes Brahms had al aangekondigd met componeren te stoppen toen hij in 1891 in Meiningen de klarinettist, Richard Mühlfeld, ontmoette. Mühlfeld, van huis uit violist, had zich ontwikkeld tot de eerste klarinettist van het hoforkest en gold in zijn tijd als een uitzonderlijk en eigenzinnig musicus. Gefascineerd door zijn spel schreef Brahms aan Clara Schumann: ‘Niemand hier kan fraaier klarinet spelen dan Herr Mühlfeld […] hij is de beste blazer die ik ken, […] de nachtegaal van het orkest’.
Mühlfeld werd Brahms’ inspiratiebron voor een viertal nieuwe composities met de klarinet als voornaamste instrument. Hiervan wordt het Klarinetkwintet in b klein een van zijn meest oorspronkelijke en hartstochtelijke werken genoemd.
Sfeer en karakter van het werk worden sterk bepaald door het weemoedige timbre van de a-klarinet (die iets lager klinkt dan de gebruikelijke bes-klarinet) en de b klein. In de vier delen speelt muzikaal materiaal uit de opening een belangrijke rol.
De dalende beweging met vloeiende sextolen (ritmische figuren van zes noten in vier tellen) waarmee de twee violen het eerste deel openen, is een motto dat het hele werk beheerst en alle delen cyclisch met elkaar verbindt. De klarinet met zijn stijgende -beginthema is hier primus inter pares. Afwisselend mengt hij zich onder de strijkers of onderscheidt hij zich als solist.
Dat verandert in het driedelige : hier treedt de klarinet sterker op de voorgrond. Vooral in de middensectie met haar zigeunerachtige lijnen krijgt de klarinettist de kans alle klankkwaliteiten en technische mogelijkheden van zijn instrument te laten horen, van weemoedige zangerigheid tot virtuoze hartstocht. Het beviel het premièrepubliek zo goed dat het herhaald moest worden.
Na een achtig Andantino ontwikkelt de finale zich als een met vijf variaties. De na de laatste variatie herinnert aan het ‘mottothema’ in de openingsmaten en daarmee is de thematische cirkel rond. Dankzij Mühlfeld schiep Brahms aan het eind van zijn leven nog een paar uitzonderlijke kamermuziekwerken met klarinet. Mühlfeld werd op zijn beurt dankzij Brahms een internationaal prominent kamermusicus.
Biografie
Jerusalem Quartet, kwartet
Het Jerusalem Quartet treedt al dertig jaar op; dit jubileum wordt – in tien steden, waaronder Amsterdam, Bonn (Beethovenfest), Keulen (Philharmonie) en Zürich (Tonhalle) – gevierd met een speciale focus op de vijftien strijkkwartetten van Sjostakovitsj.
De huidige complete reeks in de begon op 1, 2 en 3 december. In eerdere seizoenen verzorgde het Jerusalem Quartet ook complete kwartetcycli van andere componisten, bijvoorbeeld een Beethovencyclus in Wigmore Hall in Londen en een Bartókcyclus op de Salzburger Festspiele en in de Elbphilharmonie in Hamburg.
Andere hoogtepunten in seizoen 2025/2026 zijn twee Noord-Amerikaanse tournees, en optredens met pianiste Elisabeth Leonskaja in onder meer het Gewandhaus in Leipzig en de Alte Oper in Frankfurt. Voor zijn discografie heeft het Jerusalem Quartet talloze prijzen en onderscheidingen ontvangen, waaronder de Diapason d’Or en de BBC Music Magazine Award. De musici namen Haydn, Schubert, Ravel, Debussy en Bartók op, maar bijvoorbeeld ook – samen met sopraan Hila Baggio – Jiddische cabaretliederen uit het Warschau van rond 1920.
In 2025 verscheen een nieuwe release van de kwartetten nr. 2, 7 en 10 van Sjostakovitsj. In Het Concertgebouw was het Jerusalem Quartet sinds zijn debuut in oktober 2000 geregeld te gast; in seizoen 2016/2017 wijdde het bijvoorbeeld een Spotlight aan het 175ste geboortejaar van Dvořák. In november 2018 bracht het viertal Sharon Kam mee naar de voor het Klarinetkwintet van Brahms, en in februari 2023 Elisabeth Leonskaja voor het Pianokwintet van Sjostakovitsj. Na vijftien jaar heeft altviolist Ori Kam (nog wel op de foto) begin dit seizoen het Jerusalem Quartet verlaten. Voor de programma’s van deze maand wordt hij vervangen door Alexander Gordon.
Sharon Kam, klarinet
Sharon Kam, student van Charles Neidich aan de Juilliard School of Music, won in 1992 het ARD Concours in München. Haar solodebuut maakte ze op haar zestiende met Mozarts Klarinetconcert bij het Israëlisch Filharmonisch Orkest onder leiding van Zubin Mehta en kort daarna speelde ze zijn Klarinetkwintet met het Guarneri String Quartet in Carnegie Hall, New York.
Mozart blijft terugkeren in haar agenda: zo speelde ze het Klarinetconcert ook in januari 2019 in Het Zondagochtend Concert.
Sharon Kams bevlogenheid voor hedendaagse muziek blijkt uit premières van componisten als Herbert Willi (Salzburger Festspiele), Krzysztof Penderecki en Peter Ruzicka (Donaueschingen). Onderdeel van het lopende seizoen is een residency in de Tonhalle Düsseldorf; andere uitnodigingen kwamen van het Staatsorchester Stuttgart, de Philharmonie Essen, het Beethoven-Orchester Bonn, het Orchestre de Chambre de Lausanne en het Praags .
De discografie van de klarinettiste, die ook jazz en omvat, werd bekroond met onder meer de Echo Klassik en de Preis der deutschen Schallplattenkritik. Recente opnames zijn Contrasts (met pianist Matan Porat en haar broer Ori Kam, altviolist), klarinetconcerten van Weber, Kurpiński en Crusell en Hindemiths Klarinetkwartet met Antje Weithaas, Julian Steckel en Enrico Pace. Sinds 2022 geeft Sharon Kam les aan de Hochschule für Musik, Theater und Medien in Hannover.
In de was ze de afgelopen jaren te beluisteren met het Jerusalem Quartet (17 en 18 november 2018, Brahms) en met de collega’s van de genoemde Hindemith-opname (2 mei 2022).

