Jeanne d'Arc au bûcher door het Koninklijk Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest
Stéphane Denève dirigent
Rotterdam Symphony Chorus (instudering: Wiecher Mandemaker)
Nationaal Kinderkoor (instudering: Wilma ten Wolde, vocal coach: Irene Verburg)
Spreekrollen
Judith Chemla (Jeanne d’Arc, een stem)
Jean-Claude Drouot (Frère Dominique, een stem)
Adrien Gamba-Gontard (een stem, een bode,
Guillaume de Flavy (de ezel, een bode, Heurtebise,
een priester)
Christian Gonon (een stem, een bode, Moedertje
Wijnvat, Regnault de Chartres, een priester)
Zangrollen
Claire de Sévigné sopraan (La Vierge)
Christine Goerke sopraan (een stem, Marguerite)
Judit Kutasi mezzosopraan (Catherine)
Jean-Noël Briend tenor (een stem, een stem van de
aarde, een bode, Porcus, klerk)
Steven Humes bas (een stem, een stem van de aarde,
een bode, een boer, stem van Perrot)
Koorsolisten
Andreas Goetze, Stella Kattevilder
M.m.v.
Caecilia Thunnissen (mise-en-espace)
Jan Van den Bossche (dramaturgie)
Ganna Poppea Veenhuysen (assistent mise-en-espace)
Clement & Sanou (scenografie)
Tiedo Wildschut (lichtontwerp)
Marianne Rübsaam (technisch producent)
Arthur Honegger (1892-1955)
Jeanne d’Arc au bûcher (1935-44)
dramatisch oratorium op een tekst van Paul Claudel voor gemengd koor, kinderkoor en orkest
Proloog
De stemmen uit de hemel
Het boek
De stemmen van de aarde
Jeanne uitgeleverd aan de beesten
Jeanne aan de staak
De koningen, of De uitvinding van het kaartspel
Catharina en Margaretha
De koning die naar Reims gaat
Het zwaard van Jeanne
Trimazo
Jeanne d’Arc in de vlammen
eerste uitvoering door het Koninklijk Concertgebouworkest
er is geen pauze
einde (± 21.40 uur)
Dit programma maakt deel uit van de series D en A. De concerten worden voorzien van boventiteling. Ze zijn mede mogelijk gemaakt door de Freundeskreis Schweiz.
Het concert van 28 september wordt opgenomen door AVROTROS voor uitzending op 30 september om 14.15 uur via NPO Radio 4.
Op vrijdag 28 september is er een inleiding vóór het concert en Meet the Artists direct na afloop. Om 19.15 uur geeft musicoloog Michel Khalifa een inleiding in de Koorzaal. Uw gratis kaartje hiervoor kunt u reserveren via de Concertgebouwlijn (0900-6718345, € 1 per gesprek) of afhalen aan de kassa van Het Concertgebouw. Direct na het concert spreekt artistiek directeur Joel Ethan Fried in de Spiegelzaal.
Toelichting
Arthur Honegger 1892-1955
Honegger: Jeanne d'Arc au bûcher
Door Mark van Dongen
De historische Jeanne
De historische Jeanne d’Arc werd geboren op een boerderij in de Lorraine rond 1412, midden in de zogenaamde Honderdjarige Oorlog tussen het Engelse en het Franse koningshuis. Filips de Goede, hertog van Bourgondië, had een verdrag met de Engelsen gesloten, waarbij bepaald was dat de Franse koning Karel VI – met uitsluiting van de kroonprins (dauphin) – zou worden opgevolgd door de zoon van zijn zuster en haar echtgenoot Hendrik V van Engeland. De laatste had in 1415 bij Azincourt de Fransen vernietigend verslagen en daarmee het grootste deel van het noorden van Frankrijk in handen gekregen.
Tijdens het proces waarbij zij in 1431 veroordeeld zou worden tot de brandstapel, verklaarde Jeanne dat zij dertien was toen zij voor het eerst de hemelse stemmen van de heilige Catharina van Alexandrië en Margaretha van Antiochië hoorde, die haar een historische missie influisterden.
In 1429 haalde ze de weifelende dauphin uit het kasteel van Chinon, voerde ze als vaandeldraagster zijn leger aan dat het belegerde Orléans – voor de Engelsen de sleutel tot het zuiden – ontzette, en overtuigde hem om zich in Reims te laten zalven en kronen als koning Karel VII van het herenigde Frankrijk.
Terwijl de koning zich verschanste aan de Loire trok Jeanne zonder zijn steun op naar het door de Bourgondiërs belegerde Compiègne, waar zij werd gevangengenomen en in bewaring werd gesteld van Jean de Luxembourg, die haar voor 10.000 pond aan de Engelsen verkocht. Ze werd overgeleverd aan de naar Rouen (zetel van het Engelse bezettingsleger) uitgeweken bisschop van Beauvais, Pierre Cauchon, die het proces leidde dat haar als ketter, hoer en heks veroordeelde, waarna ze op 30 mei 1431 levend werd verbrand.
De kerkelijke rechtbank van Rouen, gesteund door de Engels-gezinde doctoren van de Parijse Sorbonne, heeft Jeanne uiteindelijk kunnen veroordelen omdat ze tegen het bijbelse kledingvoorschrift in – uit bescherming tegen verkrachting – mannenkleren was blijven dragen. In 1456 is dit vonnis herzien en werd zij in ere hersteld, in 1909 zalig en in 1920 heilig verklaard.
Zoals de zeer katholieke schrijver Paul Claudel (1868-1955), die de tekst van Arthur Honeggers Jeanne d’Arc au bûcher schreef, zou zeggen: ‘Dit is de eeuwige Jeanne d’Arc, die op de drempel der moderne tijd erkend werd als de patrones van onze nationale eenheid.’
De muziek
Het dramatisch Jeanne d’Arc au bûcher is te zien als muzikaal fresco, bestaande uit taferelen die het levensverhaal van de heilige Jeanne cinematografisch illustreren. Jeanne – wier martelaarschap in de christelijke traditie het Franse volk ter verlossing wordt voorgehouden – ziet in haar laatste momenten als in een flashback haar leven aan zich voorbijtrekken.
Zijn filmmuziekervaring heeft componist Arthur Honegger kunnen gebruiken voor het opvolgen van Claudels gedetailleerde aanwijzingen. Wat meteen opvalt is dat het beschouwelijke aspect van de tekst – deels teruggaand op de historische procesverslagen – is toebedeeld aan de sprekende hoofdrolspelers. Spreektekst neemt zo de rol op zich die in oratoria en ’s normaal is voorbehouden aan de ’s, terwijl de kleinere gezongen partijen de handeling illustreren, in sommige gevallen vanuit hemels perspectief, in andere juist contrasterend aards en banaal. Het drama wordt samengebonden door het koor en het orkest.
In de in 1944 toegevoegde Proloog bezingt het koor – in naar Genesis verwijzende woorden – de diepe duisternis die over het verscheurde Frankrijk ligt. In een parafrase van de psalm De profundis smeekt de solosopraan Gods hulp af, waarna we in het koor de kerkklokken horen die Jeanne oproepen om het land te verenigen.
Scène I
De stemmen uit de hemel
Het oorspronkelijke scenario begint met het huilen van de hond in de nacht (ondes-Martenot, een vroeg elektronisch instrument), afgezet tegen de hemelse stemmen die Jeanne aanroepen.
Scène II
Het boek
De muziek stopt geheel (dit gebeurt drie maal in het ). Jeanne wordt aangesproken door de heilige Dominicus, stichter van de kloosterorde der predikers en zielzorgers, die als een evangelist haar ware levensverhaal zal vertellen uit het boek dat zij zelf niet lezen kan.
Scène III
De stemmen van de aarde
Dominicus wordt afgezet tegen de geestelijken die Jeanne aanklagen in als klokken beierende termen: ‘ketterse, heks, afvallige’ (let op het subtiele ‘assez, assez, assassez’: ‘genoeg, genoeg, laten we haar doden!’).
In een verbasterd ‘potjeslatijn’ voeren de bas en de tenor de aardse stemmen aan die – in een parodie op de igingsscènes in de Passionen van Johann Sebastian Bach – oproepen haar te veroordelen tot de vuurdood (de opvlammende ondes-Martenot), waarna Dominicus deze valse priesters vergelijkt met de wilde beesten die de vroege christenen verscheurden.
Scène IV
Jeanne uitgeleverd aan de beesten
Nadat de grommende tijger (trombone), de jankende vos (saxofoons) en de sissende slang (es-klarinet) hebben geweigerd, verklaart het potsierlijke zwijn Porcus (‘cochon’, een verwijzing naar bisschop Cauchon) zich in een grotesk met koor bereid het gerechtshof van blatende schapen voor te zitten.
De klerk is de ezel, wiens gebalk doorklinkt in de ondes-Martenot tijdens een parodistisch dat gebaseerd is op een middeleeuws studentenlied uit Beauvais. Jeanne bekent dat ze met hulp van boven de Engelsen heeft verslagen, maar haar ontkenning dat het daarbij om de duivel zou gaan wordt verdraaid. Ze zal moeten branden aan de staak.
Scène V
Jeanne aan de staak
Jeanne vraagt in wanhoop om uitleg, waarop Dominicus in een korte gesproken dialoog verklaart dat haar veroordeling de uitkomst is van een politiek kaartspel.
Scène VI
De koningen, of De uitvinding van het kaartspel
De koningen Karel VII van Frankrijk (met hare majesteit ‘domheid’), Hendrik VI van Engeland (gepaard aan ‘hoogmoed’), Filips de Goede van Bourgondië (‘gierigheid’) en de Dood (met zijn gade de ‘wellust’, in smachtende violen) zijn slechts buitenstaanders; het eigenlijke spel wordt gespeeld door de ‘Jacques’ (boeren), die de adellijke krijgsheren vertegenwoordigen.
Het zijn de Engelse prins Jan van Bedford, Jean de Luxembourg, aartsbisschop Regnault van Chartres en de Franse aanvoerder Guillaume de Flavy die door een onvoorzichtigheid bij Compiègne Jeanne letterlijk ‘verspeelden’. De als klavecimbels geprepareerde piano’s onderstrepen het mechanische karakter van deze historische scène.
Scène VII
Catharina en Margaretha
Klokken in koor en orkest luiden het noodlot (een transpositie van het BACH- naar as-g-bes-a), maar Jeanne hoort daarin de stemmen van de heiligen die haar oproepen de dauphin naar Reims te voeren.
Scène VIII
De koning die naar Reims gaat
Uit het gelui komt een volkslied voort (De klokken van Laon). Folkloristische personages die de gescheiden helften van Frankrijk vertegenwoordigen, Heurtebise voor het koren telende noorden en Moedertje Wijnvat voor het wijn producerende zuiden, worden samengebracht.
Een klerk roept het volk op om met een plechtige antifoon de koninklijke processie te verwelkomen. Het van fanfare, volkslied, en klokken voert dan naar de vraag of Jeanne hemelse moed dan wel wereldse schuld moet worden toegeschreven.
Scène IX
Het zwaard van Jeanne
De complexe, lange passage waarin Jeanne haar militaire roeping duidt, vormt het emotionele hart van het oratorium. Zij keert terug naar het landelijke Domrémy van haar jeugd, waar Catharine en Marguerite haar roepen, waar kinderen het meilied Trimazo zingen en waar in de winter, begeleid door nachtegalen, het motief van de hoop opklinkt: ‘Dit zwaard heet niet haat, het heet liefde’. Terug in Rouen, na haar veroordeling, is Jeanne nu gesterkt door geloof, hoop en liefde.
Scène X
Trimazo
Met gebroken stem probeert Jeanne het meiliedje na te zingen voordat zij als een kaars in vlammen zal opgaan.
Scène XI
Jeanne d’Arc in de vlammen
De parallel met de kruisiging van Jezus wordt doorgetrokken. Jeanne komt bij op de brandstapel. Verlaten door Dominicus en omringd door degenen die haar veroordelen heeft ze een moment van angst en twijfel, maar de Heilige Maagd staat haar bij: de vlammen zullen haar van haar ketenen bevrijden.
Het vuur wordt bezongen op een tekst die Claudel ontleende aan het Zonnelied van Franciscus. Jeanne zal als een vlam voor Frankrijk blijven branden. Tot slot zingt de nachtegaal, als tegenhanger van de huilende hond van het begin, met een motief dat in Honeggers Symphonie liturgique (1945-46) als ‘ van de duif’ de roep om blijvende vrede zou verklanken.
Biografie
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest
Stéphane Denève, dirigent
Stéphane Denève is music director van het St. Louis Symphony Orchestra, artistiek leider van de New World Symphony in Miami, en sinds 2023 vaste gastdirigent van het Radio Filharmonisch Orkest. In recente jaren was hij eerste gastdirigent van The Philadelphia Orchestra en chef- van de Brussels Philharmonic, en voorheen stond hij aan het roer van het Radio-Sinfonieorchester Stuttgart en het Royal Scottish National Orchestra.
Als gastdirigent stond Stéphane Denève voor de Wiener Symphoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het London Symphony Orchestra, de en van Boston en Chicago en The Cleveland Orchestra. producties leidde hij in Amsterdam, Londen, Parijs, Milaan, Berlijn, Madrid en Brussel en tijdens de festivals van Matsumoto en Glyndebourne.
Stéphane Denève heeft bijzondere affiniteit met de muziek van zijn geboorteland Frankrijk en is mede via zijn directeurschap van het Centre for Future Orchestral Repertoire (CffOR) een pleitbezorger van hedendaags repertoire. Na zijn overtuigende debuut bij het Concertgebouworkest met Frank Martins Golgotha in 2013 keerde hij meerdere malen terug. Zo leidde hij in september 2018 Honeggers opera- Jeanne d’Arc au bûcher, waarvan de cd-opname op RCO Live internationaal hoog geprezen werd. In 2019 leidde hij het orkest in Debussy’s Pelléas et Mélisande bij De Nederlandse Opera.
Stéphane Denève werd geboren in het Noord-Franse Tourcoing. Hij studeerde af aan het conservatorium van Parijs en werkte al vroeg in zijn carrière met en als Georg Solti, Georges Prêtre en Seiji Ozawa.
Rotterdam Symphony Chorus
Het Rotterdam Symphony Chorus is een jong symfonisch koor, opgericht door de Stichting Laurenscantorij in samenspraak met De Doelen en het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Het wordt gevormd uit zangers van het Laurens Collegium Rotterdam en de Laurenscantorij en staat onder artistieke leiding van Wiecher Mandemaker.
In november 2013 debuteerde het koor in Ein deutsches Requiem van Johannes Brahms met Lucas en Arthur Jussen. Het voerde ook A Sea Symphony van Ralph Vaughan Williams uit met het Rotterdams Philharmonisch Orkest en Beethovens Negende symfonie met Het Gelders Orkest.
In 2017 bracht het koor scenische uitvoeringen van Beethovens Fidelio met het Orkest van de Achttiende Eeuw, in november 2017 Brittens War Requiem en in mei 2018 Elgars The Dream of Gerontius.
Het is de eerste keer dat het Rotterdam Symphony Chorus te horen is samen met het Koninklijk Concertgebouworkest.
Nationaal Kinderkoor, koor
Het Nationaal Kinderkoor, het Nationaal Jongenskoor, het Nationaal Vrouwen Jeugdkoor en het Nationaal Gemengd Jeugdkoor worden georganiseerd door Vocaal Talent Nederland. In het Nationaal Kinderkoor zingen talentvolle kinderen van 10 tot en met 15 jaar uit heel Nederland.
Van 2001 tot 2023 was Wilma ten Wolde artistiek leider, sinds 2023 is de artistieke leiding van het Nationaal Kinderkoor en het Nationaal Jongenskoor in handen van Irene Verburg en László Norbert Nemes. Het Nationaal Kinderkoor wordt vaak uitgenodigd voor concerten met orkesten, in Nederland en daarbuiten.
Het zong onder leiding van onder anderen Bernard Haitink, Nikolaus Harnoncourt, Mariss Jansons, Simon Rattle, Jordi Savall, Markus Stenz en Jaap van Zweden. Bij het Concertgebouworkest zijn de koren van Vocaal Talent Nederland met grote regelmaat te gast; de laatste keer was in mei 2025, toen het Nationaal Kinderkoor en het Nationaal Jongenskoor samenwerkten met het orkest in Mahlers Achtste symfonie, onder leiding van Klaus Mäkelä.
Judith Chemla, actrice
Jean-Claude Drouot, acteur
Jean-Claude Drouot is een van oorsprong Belgische acteur, wiens carrière zo’n vijfenvijftig jaar omspant, met rollen in tientallen films en tv-series. Na een opleiding aan de Vrije Universiteit Brussel verhuisde Jean-Claude Drouot naar Parijs, waar hij les kreeg van acteur en regisseur Charles Dullin.
In 1963 werd hij een televisiebekendheid dankzij de titelrol in de serie Thierry la Fronde. In de jaren daarna was hij te zien in Franse films als Le bonheur van Agnès Varda (1965) en Claude Chabrol’s La rupture (1970), maar ook in internationale coproducties als Mister Freedom (1969) en The Lighthouse at the End of the World (1971).
In de jaren tachtig richtte Jean-Claude Drouot zich op het theater. Sinds een jaar of twintig is hij weer vaker op het scherm te zien, zoals in Alain Guesniers film Va, petite! (2002) en recentelijk in de Franse detectiveserie Capitaine Marleau.
Adrien Gamba-Gontard, acteur
Adrien Gamba-Gontard richt zich vooral op komische rollen in het theater. Hij is opgeleid aan het Conservatoire National Supérieur d’Art Dramatique in Parijs.
Na zijn succesvolle optredens in Les Fables de La Fontaine van Robert Wilson en stukken van de achttiende-eeuwse toneelschrijver Carlo Goldoni was Adrien Gamba-Gontard vanaf 2007 verbonden aan de Comédie-Française in Parijs. Daar speelde hij onder meer in Alfred Jarry’s Ubu Roi, Shakespeare’s The Merry Wives of Windsor, Drie zusters van Tsjechov en Le malade imaginaire van Molière.
Na zijn vertrek bij de Comédie-Française in 2012 speelde Adrien Gamba-Gontard in onder meer Maeterlincks La mort de Tintagiles, Mozarts La clemenza de Tito in het Théatre des Champs-Élysées en in de films Le petit Cyrano en Les nouvelles folies françaises.
Christian Gonon, acteur
Christian Gonon uit Toulouse volgde in Parijs de acteeropleiding van Jean Périmony en studeerde daarna aan de École Nationale Supérieure des Arts et Techniques du Théâtre. Hij viel op in onder meer Victor Hugo’s Lucretia Borgia en Dantons Tod van Georg Büchner.
Voor zijn interpretatie van D’Artagnan in De drie musketiers ontving hij de Jean Marais-prijs voor beste komische acteur. Ook was hij te zien in de prijswinnende film Memento (1992) en was hij hoofdrolspeler in Et si je parle van Sébastien Gabriel (2002).
Als vaste acteur van de Comédie-Française sinds 1998 vertolkte hij Bassanio in The Merchant of Venice, de Man en Renard in Robert Wilsons Les Fables de La Fontaine, Gremio in Shakespeare’s The Taming of the Shrew en Jack in L’Ordinaire van Michel Vinaver.
Christian Gonon maakt zijn debuut bij het Koninklijk Concertgebouworkest.
Claire de Sévigné, sopraan
De Canadese sopraan Claire de Sévigné studeerde in Toronto aan de -afdeling van McGill University, aan de University of Toronto en aan de ensemblestudio van de Canadian Opera Company. Ze was finaliste tijdens Placido Domingo’s Operalia-concours en won prijzen tijdens onder meer de Montreal International Competition en het Marcello Giordani Foundation Vocalistenconcours.
Van 2015 tot 2017 werkte ze aan het Opernhaus Zürich. In 2016 werd haar cd met s van Vivaldi genomineerd voor een JUNO Award. Recent had Claire de Sévigné veel succes met de rol van Blonde in Mozarts Die Entführung aus dem Serail, waarmee ze optrad bij de Canadian Company, op het Finse Savonlinna Opera Festival, in het Opernhaus Zürich en in het Théâtre des Champs-Élysées in Parijs. Claire de Sévigné debuteert bij het Koninklijk Concertgebouworkest.
Christine Goerke, sopraan
Christine Goerke studeerde zang in haar geboorteplaats New York. De sopraan treedt op in vooraanstaande huizen wereldwijd, waaronder de Metropolitan Opera in New York, het Royal Opera House Covent Garden in Londen en La Scala in Milaan. Naast e sopraanrollen van Mozart en Händel staan de laatste jaren steeds vaker dramatische Wagner- en Strauss-rollen op haar repertoire.
Zo werd ze in maart 2019 hoog geprezen om haar vertolking van Brünnhilde in Wagners Der Ring des Nibelungen bij de Metropolitan . Daarnaast had ze veel succes met Wagner-rollen als Kundry in Parsifal, Ortrud in Lohengrin, de titelrollen van Richard Strauss’ Elektra en dne auf Naxos, Puccini’s Turandot, Alice Ford in Verdi’s Falstaff en Ellen Orford in Brittens Peter Grimes.
In 2001 won ze de prestigieuze Richard Tucker Award. In 2015 werd ze door Musical America uitgeroepen tot Vocalist of the Year en in 2017 werd ze geëerd met een Opera News Award. Christine Goerke debuteerde in december 2016 bij het Concertgebouworkest als Brünnhilde in het derde bedrijf van Wagners Die Walküre onder leiding van Valery Gergiev. In september 2018 vertolkte ze Marguerite in Honeggers Jeanne d’Arc au bûcher.
Judit Kutasi, mezzosopraan
Judit Kutasi komt uit het Roemeense Timisoara. Zij studeerde aan de Universiteit van Oradea en de Gheorghe Dima Muziekacademie en volgde masterclasses bij onder anderen Fabio Luisi, Brigitte Fassbaender en Ann Murray.
De mezzosopraan won onder meer de International Music Competition Vox Artis 2012. Tot haar repertoire behoren rollen als Ulrica in Un ballo in maschera en Maddalena in Rigoletto (beide van Verdi), Erda in Wagners Siegfried en de titelrol van Bizets Carmen.
Judit Kutasi stond als soliste op het podium van bijvoorbeeld het Opernhaus Zürich (waar ze enkele jaren lid van het ensemble was), de Deutsche Oper Berlin en de Koninklijke Opera in Stockholm. Bij het Koninklijk Concertgebouworkest maakt ze haar debuut.
Jean-Noël Briend, tenor
Jean-Noël Briend begon zijn carrière als bariton, maar ontwikkelde zich onder leiding van Christian Tréguier tot tenor. Hij werd verder gecoacht door Janine Reiss, Anne-Marie Fontaine en Christian Jean.
Zijn eerste internationale succes beleefde hij in het seizoen 2011/12 bij de Staatsoper Stuttgart als Faust in La damnation de Faust van Berlioz, waarna hij dezelfde rol zong bij de Münchner Philharmoniker onder leiding van Stéphane Denève. Jean-Noël Briend vertolkte de rol van Don José in Carmen van Bizet al ruim zestig keer.
Ook viel hij onder meer te bewonderen als Prins Sjoejski in Moesorgski’s Boris Godoenov en in de titelrol van Wagners Lohengrin en kroop hij in de huid van Walter Benjamin in Michel Tabachniks recente opera Benjamin, dernière nuit. Jean-Noël Briend maakt zijn debuut bij het Koninklijk Concertgebouworkest.
Steven Humes, bas
Steven Humes ontving zijn muziekopleiding aan het New England Conservatory en Boston University. Hij was acht jaar lang een vast ensemblelid van de Bayerische Staatsoper in München, waar hij meer dan 500 keer optrad.
Zijn repertoire bevat Wagner-rollen als König Marke in Tristan und Isolde, König Heinrich in Lohengrin en Daland in Der fliegende Holländer. Steven Humes treedt op in de meest vooraanstaande operahuizen wereldwijd.Onder zijn vele opnamen bevindt zich de geroemde dvd van Weills Rise and Fall of the City of Mahagonny met de Los Angeles Opera in 2007, die twee Grammy’s won.
Steven Humes stond op het concertpodium met werken als de requiems van Mozart en Verdi en Bachs Matthäus-Passion. Recent zong hij in Honeggers Jeanne d’Arc au bûcher in New York en op tournee in Frankrijk. Bij het Koninklijk Concertgebouworkest treedt hij voor de eerste keer op.
Caecilia Thunnissen, mise-en-espace
Caecilia Thunnissen studeerde Regie en Acteren aan de Theaterkade in Amsterdam en Theaterwetenschappen aan de Universiteit Utrecht, waarna zij als freelance regisseur, actrice en producent werkte in projecten variërend van tot film. Zij richtte TIS Theater op, waar zij twee muziektheaterproducties creëerde.
Bij De Nationale assisteerde ze Pierre Audi in Tan Duns Marco Polo (2008) en Martin Kušej in Wagners Der fliegende Holländer (2009). Bij het VocaalLAB (nu Silbersee) regisseerde zij jonge zangers en gaf zij physical performance trainingen. Tussen 2010 en 2012 was ze dramaturg en bedrijfsleider van Dance Company Nanine Linning.
Sinds 2013 werkt Caecilia Thunnissen regelmatig samen met het Koninklijk Concertgebouworkest, zoals in de semi-scenische uitvoeringen van Wagners Der fliegende Holländer en Lohengrin. Sinds februari 2015 is ze bovendien artistiek directeur van Oorkaan, waarvoor zij onder meer de regie verzorgde van het familieconcert Muzikale catwalk (in 2017) van het Concertgebouworkest onder leiding van Daniele Gatti.









