Jean-Guihen Queyras en Alexandre Tharaud

Spotlight op Jean-Guihen Queyras/Grote Strijkers 20.15 uur

Jean-Guihen Queyras cello
Alexandre Tharaud piano

 

Francis Poulenc 1899-1963

Suite française d’après Claude Gervaise (1935)
oorspronkelijk voor ensemble; versie voor cello en piano (1953)
Bransle de Bourgogne
Pavane
Petite marche militaire
Complainte
Bransle de Champagne
Sicilienne
Carillon

Manuel de Falla 1876-1946

selectie uit ‘Suite popular española’ (1914)
oorspronkelijk voor viool en piano;
bewerking voor cello en piano van Maurice Maréchal
El paño moruno
Nana
Asturiana
Jota

Igor Stravinsky 1882-1971

Suite italienne (1932-33) 
gebaseerd op delen uit het ballet ‘Pulcinella’ (1919-20)
voor cello en piano
Introduzione
Serenata
Aria
Tarantella
Minuetto e finale

pauze

Robert Schumann 1810-1856

Adagio und Allegro in As gr.t., op. 70 (1849)
oorspronkelijk voor hoorn en piano
Adagio: Langsam, mit innigem Ausdruck
Allegro: Rasch und feurig

Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975

Sonate in d kl.t., op. 40 (1934)
voor cello en piano
Allegro non troppo
Allegro
Largo
Allegro

begin van de pauze ca. 20.55 uur
einde van het concert ca. 21.55 uur

Toelichting

introductie

Vernieuwing en verleden

Tekst: Carine Alders

In de jaren 1920 en ’30 gingen vernieuwing en hernieuwde aandacht voor het verleden hand in hand. Zeven jaar na zijn schokkend moderne Le sacre du printemps verloor Igor Stravinsky zich in de muziek van de achttiende-eeuwse Italiaanse componist Giovanni Battista Pergolesi. In de Parijse salon van Winaretta Singer, een broedplaats van avant-garde muziek, stal klaveciniste Wanda Landowska met Johann Sebastian Bach, Jean-Philippe Rameau en Georg Friedrich Händel de harten van componisten als Francis Poulenc en Manuel de Falla. Beiden componeerden een klavecimbelconcert voor haar. Dmitri Sjostakovitsj greep in 1934 na verpletterende nieuwe orkestwerken voor zijn sonate terug op de klassieke vorm.

Manuel de Falla 1876-1946

suite popular española

Manuel de Falla groeide op in Cádiz en studeerde piano en compositie in Madrid. Met lesgeven en het schrijven van ’s (een soort Spaanse s) poogde hij zijn familie te onderhouden. Het lukte nauwelijks, Falla verliet in de zomer van 1907 Madrid om in Parijs enkele aan hem beloofde concerten te gaan spelen.

De violist Paul Kochanski, met wie Falla in Spanje enkele concerten had gegeven, maakte zijn reis financieel mogelijk. Falla zou zeven jaar in het mekka van de moderne muziek blijven. Componisten als Paul ­Du­kas en Isaac Albéniz zetten zich voor hem in, hij sloot er vriendschap met Igor Stravin­sky en Claude Debussy.

Dankzij een contract met uitgever Max Eschig kon hij zich voor het eerst volledig aan het componeren wijden. Het resultaat was Siete canciones populares españolas, een cyclus gebaseerd op Spaanse volksliedjes. Het werk was meteen populair en samen met Kochanski maakte Falla een bewerking voor viool en piano. Uit dank droeg hij deze  popular española aan hem op.

De geliefde suite zou nog vele malen bewerkt worden, tot een orkestversie van Luciano Berio in 1978 aan toe. De trans­criptie voor en piano is van de Franse cellist Maurice Maréchal (1892-1964). Verbindend in de liederen uit verschillende Spaanse streken is liefde en ontrouw.

Francis Poulenc 1899-1963

suite française d’après Claude Gervaise

Voor de française d’après Claude Gervaise vond Poulenc zijn inspiratie bij een ‘musicien compositeur’ uit de zestiende eeuw, Claude Gervaise. Ook putte hij uit zijn eigen klavecimbelconcert voor Wanda Landowska.

Poulenc stak graag de draak met oude muziek – hij voerde verkleed als Landowska toneelstukjes op voor vrienden – en gaf er zijn eigen moderne en vaak humoristische draai aan. Zo ontsporen elegante dansen met steeds luider wordende en en eigenwijze en. Het abrupte einde, het tempo en de lichtvoetigheid van de kleine uit de dragen niet bepaald bij aan het militaire gezag.

De suite is oorspronkelijk geschreven als toneelmuziek, voor blazers en klavecimbel. Poulenc maakte zelf zeer succesvolle bewerkingen, waaronder deze voor en piano.

Igor Stravinsky 1882-1971

suite italienne

Op het moment dat het Falla zo goed ging dat hij zijn familie naar Parijs over wilde laten komen, brak de Eerste Wereldoorlog uit. Falla keerde noodgedwongen terug naar Madrid. Ook Stravinsky’s successen met Serge Dia­ghilevs Les ballets russes kwamen krakend tot stilstand nu Parijs in de ban van de mobilisatie was.

Op uitnodiging van de Spaanse koning weken Diaghilev en Stravinsky uit naar Madrid, waar ze hartelijk door Falla ontvangen werden. In 1916 trok het gezelschap naar Napels, waar Stravinsky samen met Pablo Picasso een commedia dell’arte-­voorstelling bezocht.

Hier maakte Stravinsky kennis met de lompe en beschonken paljas Pulcinella. Diaghilev vroeg Stravinsky een ballet te componeren geïnspireerd op de commedia dell’arte, met gebruikmaking van muziek toegeschreven aan Giovanni Battista Pergolesi. Het resultaat, Pulcinella, ging op 18 mei 1920 in Parijs in première, Picasso ontwierp kostuums en decor.

Om zijn inkomsten uit het componeren aan te vullen trad Stravinsky ook op als en ­pianist in eigen werken. Voor deze gelegenheden bewerkte Stravinsky in 1932 samen met cellist Gregor Piatigorsky Pulcinella tot de  italienne voor en piano. Het is moeilijk te geloven dat we hier te maken hebben met de componist die enkele jaren eerder Parijs compleet op z’n kop zette met zijn ‘barbaarse’ muziek, hoewel in de Tarantella en de finale de ons nu zo vertrouwde maar dwingende s even de kop op steken.

Robert Schumann 1810-1856

Adagio und Allegro

Het waren roerige tijden in het midden van de negentiende eeuw. Financieel ging het Robert Schumann niet best, en tot overmaat van ramp wilde zijn vaste uitgever zijn Album für die Jugend niet uitgeven; muziek van Schumann bracht volgens zeggen niets meer op. Gelukkig keerde het tij toen het jeugdalbum met pianowerken bij een andere uitgever een doorslaand succes werd.

Maar op 3 mei 1849 brak de revolutie uit in Dresden, het volk barricadeerde de straten en het leger moest orde op zaken stellen. Deur aan deur werden mannen geronseld om tegen het leger te vechten. Schumann vluchtte via zijn achterdeur. Toen hij na dagen terugkwam en de aangerichte schade zag, componeerde hij vier patriottische en.

Tegenover een collega verzuchtte hij dat de sfeer van revolutie hem goed gedaan had, hij had nog nooit zo’n werklust gehad. Een niet aflatende en hoogwaardige stroom muziek ‘voor tussen de schuifdeuren’ vloeide uit zijn pen, zijn inkomsten uit composities bereikten dat jaar een record.

Een van deze werken is het  und in As groot, 70, oorspronkelijk voor en piano gecomponeerd. Onduidelijk is of het initiatief van de uitgever kwam of van de componist, maar om de aantrekkelijkheid voor de markt te verhogen stond op de uitgave dat het werk ook met of (alt)viool gespeeld kon worden.

Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975

sonate

Toen Sjostakovitsj in d klein eens op de radio klonk, lichtte hij het werk zelf toe met de woorden: ‘Dit is mijn eerste, en hopelijk niet mijn laatste instrumentale sonate. Hij is geschreven in de klassieke vorm. Het eerste deel is een gebruikelijk , het tweede deel een , het derde een , gevolgd door een finale.'

Cellist Arnold Ferkelman – die later het werk meerdere malen zou uitvoeren met de componist aan de piano – herinnerde zich de teleurstelling bij het publiek tijdens de première in Leningrad op Eerste Kerstdag 1934. Het was niet de ultranieuwe muziek die ze van Sjostakovitsj gewend waren. 

Cellist Victor Kubatsky, aan wie de opgedragen is, had tal van wijzigingen aangebracht in het manuscript. Sjostakovitsj maakte ze allemaal weer ongedaan voor de première. Ondanks de klassieke vorm klinkt dit werk van het hele programma het meest modern in onze oren.

Biografie

Alexandre Tharaud, piano

Alexandre Tharaud won in 1989, kort na zijn studie in Parijs, de tweede prijs van het ARD Concours in München. Op 28 januari 2006 maakte hij in de zijn Concertgebouwdebuut met werken van Rameau en Ravel, en in seizoen 2020/2021 had hij een Spotlightserie.

De pianist soleerde bij het London Philharmonic Orchestra, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het hr-Sinfonieorchester Frankfurt, het Orchestre de Paris, het Orchestre National de France, de Tokyo Metropolitan Symphony en de orkesten van São Paulo, Cincinnati, Philadelphia en Cleveland.

Met het Concertgebouw­orkest speelde hij Bach onder leiding van Jan Willem de Vriend (2013). In Nederland is Alexandre Tharaud ook bekend van het Prinsengrachtconcert 2015, en in 2017 speelde hij in de het Pianoconcert voor de linkerhand van Ravel met het Orchestre Métropolitain de Montréal onder leiding van Yannick Nézet-Séguin. Solorecitals gaf hij bijvoorbeeld in de Philharmonie de Paris, Wigmore Hall in Londen en de Alte Oper Frankfurt en op tournee in Japan, China en Korea.

De veelbekroonde discografie telt meer dan 25 albums en reikt van de via Mozart, Beethoven, Schubert, Chopin, Brahms en Rachmaninoff tot de belangrijkste Franse componisten van de twintigste eeuw. Zijn brede artistieke interesse blijkt ook uit samenwerkingen met theater- en filmmakers, dansers, schrijvers en musici in andere genres dan klassiek. In 2012 speelde Alexandre Tharaud naast Isabelle Huppert in de film Amour van Michael Haneke, en in 2017 publiceerde hij Montrez moi vos mains, over het dagelijks leven van een pianist.