Janine's Bach Festival: de concerten van Bach met Amsterdam Sinfonietta

Amsterdam Sinfonietta
Candida Thompson viool/leiding
Janine Jansen viool
Pauline van der Rest viool

Dit concert maakt deel uit van de serie Spotlight en van Janine’s Bach Festival.

Ook interessant:
- Bachs leven in kaart
- 'Wat zit er in de koffer van Janine Jansen?'

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Allegro 
uit ‘Sonate in e kl.t.’, BWV 1023 (1723?)
oorspronkelijk voor viool en basso continuo; bewerking voor strijkers door Ottorino Respighi (1909)

Gottfried Heinrich Stölzel (1690-1749) / Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Bist du bei mir, BWV 508 
uit ‘Klavierbüchlein für Anna Magdalena Bach’ (1725);
bewerking voor strijkorkest door Otto Klemperer (1935)

Carl Philipp Emanuel Bach (1714-1788)

Sinfonia in G gr.t., Wq 173 (1741) 
Allegro assai
Andante
Allegretto

Johann Sebastian Bach

Vioolconcert in E gr.t., BWV 1042 (1730) 
Allegro
Adagio
Allegro assai

pauze ± 20.55 uur

Johann Sebastian Bach

Dubbelconcert in d kl.t., BWV 1043 (1730-31)
Vivace
Largo ma non tanto
Allegro

Brandenburgs concert nr. 3 in G gr.t., BWV 1048 (1721)
Allegro
Adagio cadenza
Allegro

Vioolconcert in a kl.t., BWV 1041 (1730)
Allegro moderato
Andante
Allegro assai

einde ± 22.10 uur

Toelichting

Janine's Bach Festival: de concerten van Bach met Amsterdam Sinfonietta

Door Marcel Bijlo

Het is vandaag precies 339 jaar geleden dat Johann Sebastian Bach in Eisenach het levenslicht zag. Hij kwam in een muzikaal gespreid bedje terecht, want de familie Bach was op het moment van Johann Sebastians geboorte in het bezit van zo ongeveer alle muzikale posten die er in de omgeving van Eisenach, ­gelegen in het Oost-Duitse Thüringen, te vergeven waren. De Bach-familie was al een aantal generaties lang een groot leverancier van muzikaal talent en het spreekt vanzelf dat ook Johann Sebastian vanaf zijn vroegste kindertijd met muziek in aanraking kwam. Maar waar de meeste van zijn familieleden gewoon goede musici en componisten waren, bleek al snel dat Johann Sebastian over uitzonderlijke muzikale gaven beschikte. Hij zou uitgroeien tot een componist die we nu beschouwen als een van de allergrootsten die ooit geleefd heeft. 

Bach, de viool en de Italiaanse muziek

Al vroeg in zijn leven gaf Bach blijk van een groot talent voor de viool. In zijn gymnasiumtijd in Lüneburg speelde hij enthousiast in het orkest en hij was al snel op de hoogte van alle mogelijkheden die het instrument te bieden had. Na aanstellingen als organist in Arnstadt en Weimar, waar hij vooral veel kerkmuziek componeerde, kwam hij in 1717 terecht aan het hof van Anhalt-Köthen. Daar had hij geen kerkmuzikale verplichtingen en wijdde hij zich voornamelijk aan het schrijven van instrumentale muziek. Hij verdiepte zich in het werk van zijn Italiaanse tijdgenoten, daartoe mede aangemoedigd door de componerende prins Ernst von Sachsen-Weimar, die veel reisde en manuscripten uit Italië voor hem meebracht. Zo kwam Bach in aanraking met ­muziek van Antonio ­Vivaldi, ­Alessandro Marcello en Tomaso Albinoni, die hij grondig bestudeerde. Vioolconcerten werkte hij om tot stukken voor klavecimbel, er en passant steeds laagjes bij componerend.  

  • Bach

Van Bach wordt wel beweerd dat hij zijn muziek vaak recyclede, maar dat deed hij in feite nooit. Want als hij zijn eigen of andermans muziek hergebruikte, voegde hij daar altijd iets nieuws aan toe. Als hij bijvoorbeeld een vioolconcert van een andere componist bewerkte voor klavecimbel maakt hij er altijd een echt Bach-stuk van. Een volgende stap was het zelf gaan componeren van op Italiaanse leest geschoeide vioolconcerten. Die drie concerten staan vanavond in het middelpunt. 

Bachs vioolconcerten

Dat Bach in Köthen meer dan drie vioolconcerten heeft gecomponeerd is waarschijnlijk, maar daar hebben we de originele versies niet meer van. Bach nam ze echter mee naar Leipzig waar hij ze omwerkte tot klavecimbelconcerten. Ook van de drie vanavond uitgevoerde concerten bestaan klavecimbelversies, maar we horen ze hier in hun originele gedaante.

Wat leerde Bach van zijn Italiaanse voorbeelden? Het vioolconcert had in Italië een definitieve vorm gekregen waarbij het orkest een sterk dienende rol kreeg toebedeeld. Er waren voor- en tussenspelen die de solistische passages omlijstten. De nadruk lag op het solo-instrument, vaak bespeeld door de componist zelf. De concerten waren meestal driedelig: snel – langzaam – snel. Het langzame deel werd niet altijd echt uitgecomponeerd, vaak was het een overgang naar het snelle slotdeel. Solist en orkest wisselden elkaar af maar de solist domineerde. 

Bach deed dat anders. Zijn vioolconcerten zijn breder van opzet dan die van zijn Italiaanse tijdgenoten, de rol van het orkest is veel groter en het langzame deel is veel uitgebreider. Bovendien gaat de solist vaak een dialoog aan met de twee vioolpartijen in het orkest en verdwijnt soms zelfs tussen die twee vioolpartijen. In het derde deel van het Vioolconcert in a klein, BWV 1041 zet Bach zelfs alles op zijn kop: de soloviool ‘begeleidt’ gedurende een paar maten het orkest en het hoofd­ gaat door alle orkestpartijen heen. Hier maakt Bach dankbaar gebruik van de mogelijkheid om meerdere snaren van de viool tegelijk aan te strijken. 

Die voortdurende wisseling van rol tussen solist en orkest maakt Bachs vioolconcerten heel anders dan die van bijvoorbeeld Vivaldi. De Italiaanse vioolconcerten vormen een uitdaging voor de solist, maar bij die van Bach bestaat de uitdaging er juist in om solist en orkest zo goed mogelijk te laten samenwerken, zodat alles in de doorlopend bewegende stemmen helder blijft. In de langzame delen van alle drie de concerten neemt de solist echt het voortouw, in dat van het Dubbelconcert in d klein, BWV 1043 krijgen de twee violisten om de beurt de hoofdrol. 

Brandenburgse concerten

Bach leerde dus best veel van zijn Italiaanse collega’s, maar had een volstrekt individuele manier van vioolconcerten componeren. Die individualiteit spreekt ook uit de zes Brandenburgse concerten, BWV 1046-1051 die Bach schreef in opdracht van de markgraaf van Brandenburg. In deze zes concerten stelt Bach een sologroep steeds tegenover een orkestgroep, op de manier van het Italiaanse concerto grosso. Arcangelo Corelli (1653-1713) had deze vorm ontwikkeld en onder diens invloed schreven tal van componisten, onder wie ook Bachs land- en leeftijdsgenoot Georg Friedrich Händel, werken in dit genre. 

De sologroep, het concertino, bestond meestal uit twee violen en een , en ging in dialoog met het orkest, het ripieno. Maar ook hier deed Bach het anders. In alle zes de ­Brandenburgse concerten gebruikt hij een andere bezetting voor het concertino, waarin ook plaats is voor bijvoorbeeld blokfluit of . Het derde Brandenburgs concert dat we vanavond horen is alleen voor strijkers. 

Carl Philipp Emanuel Bach

Ook van Bachs zoon Carl Philipp Emanuel klinkt een werk voor strijkers, en wel de allereerste strijkerssinfonia die hij schreef. Ervaring met het componeren voor orkest had hij eerder opgedaan met een achttal klavecimbelconcerten. En al zet de zevenentwintigjarige Bachzoon hier zijn eerste schreden op symfonisch vlak, je hoort al dat zijn stijl radicaal anders is dan die van zijn vader. De ’s van Carl Philipp Emanuel Bach passen in de nieuwe tijdgeest van de ‘Sturm und Drang’. Abrupte wendingen, snelle stemmingswisselingen en een voor ke oren niet altijd even logisch gebruik schudden de Duitse muziekwereld halverwege de achttiende eeuw flink op.

Bachbewerkingen uit de twintigste eeuw

Door Lonneke Tausch

Het programma van vanavond wordt geopend met twee bijzondere twintigste-eeuwse bewerkingen. De legendarische Duitse Otto Klemperer (1885-1973) bewerkte het me­lodieuze Bist du bei mir. Het was door Bach opgenomen in het tweede klavierboekje dat hij samenstelde voor zijn tweede vrouw Anna Magdalena, die daarmee haar klaviervaardigheden ontwikkelde. Lang is gedacht dat Bist du bei mir door Bach gecomponeerd was, maar inmiddels staat wel vast dat het van de hand is van tijdgenoot Gottfried Heinrich Stölzel. Bach waardeerde diens muziek, en had partituren van Stölzel in zijn bibliotheek. Voor zijn Anna Magdalena koos hij een uit Stölzels Diomedes oder die triumphierende Unschuld uit 1718. 

Componist/violist Ottorino Respighi (1879-1936) tekende voor een bewerking van de BWV 1023 (zie ook pagina 97). Respighi had bij leven al een grote reputatie als orkestrator, zowel dankzij zijn eigen oorspronkelijke composities als vanwege de arrangementen die hij maakte van oude muziek. Bijvoorbeeld zijn Antiche arie e danze (gebaseerd op Italiaanse luitmuziek) en de orkestsuite Gli ucelli (naar klaviermuziek van Rameau en anderen) brachten hem net zozeer roem als de ruim bemeten symfonische gedichten van zijn Romeinse trilogie. Wat de Italiaan in 1909 over Bach te zeggen had, was nog vrij bescheiden: zijn uitvergroting van de vioolsonate voegt vooral een laatromantische gloed toe aan Bachs ke toontaal.  

Biografie

Amsterdam Sinfonietta, strijkorkest

Amsterdam Sinfonietta, opgericht in 1988, geeft zo’n 65 concerten per jaar in binnen- en buitenland met strijkersrepertoire van de tot opdrachtcomposities en nieuwe arrangementen. De uitvoeringen staan meestal onder leiding van concertmeester en artistiek leider – sinds 2003 – Candida Thompson (hierboven op de foto).

De strijkers trekken op met vooraanstaande solisten, onder wie violiste Simone Lamsma, cellisten Kian Soltani en Sol Gabetta en pianisten Lucas en Arthur Jussen, Fazıl Say en Beatrice Rana.

Een tournee met Janine Jansen met De vier jaargetijden van Vivaldi werd in 2022 bekroond met De Ovatie van de VSCD. Amsterdam Sinfonietta gaat ook graag grensverleggende samenwerkingen aan – recent met Nai Barghouti respectievelijk Maria Mena – en integreert in zijn programma’s film, dans (bijvoorbeeld met ISH Dance Collective) of theater (bijvoorbeeld met Orkater). De discografie omvat titels als The Mahler Album, The Argentinian Album, Lento Religioso en Tides of Life (met Thomas Hampson), maar ook Franse chansons met Thomas Oliemans en producties met De Dijk, Jonathan Jeremiah en Rufus Wainwright.

In samenwerking met Het Concertgebouw zijn er sinds 2005 KleuterSinfonietta-­voorstellingen, zoals deze maand Speelgoedfabriek Tokkel & Strijk. Het Concertgebouwdebuut van Amsterdam Sinfonietta dateert van 28 maart 1993, en in seizoen 2023/2024 was het gezelschap Spotlight-artiest van de Eigen Programmering. De vorige keer dat een afvaardiging uit het strijkorkest kamermuziek speelde in de was op 13 april 2024, samen met pianist Alexander Gavrylyuk.

Candida Thompson, viool

Candida Thompson studeerde in 1989 met onderscheiding af bij David Takeno aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen en bekwaamde zich verder aan het Banff Centre for the Arts in Canada. Ze leidde strijkorkesten in Scandinavië, Nederland, Spanje en Groot-Brittannië.

De Britse ­violiste is een gepassioneerd kamermusicus, deelde het podium met musici als Isaac Stern, Janine Jansen, Harriet Krijgh, Simone Lamsma, Isabelle Faust en Bruno Giuranna, en werd uitgenodigd op evenementen als het Kuhmo Festival (Finland), het Gubbio Festival (Italië), het Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht en La Musica (Verenigde Staten).

Met celliste Xenia Jancovic en pianist Paolo Giacometti vormt ze het Hamlet Piano­tri­o. Als soliste trad ­Candida Thompson op met talloze orkesten in Europa, de Verenigde Staten en het Verre Oosten. Bij Amsterdam Sinfonietta werd ze in 1995 concertmeester en in 2003 tevens artistiek leider. Ze bespeelt een viool van Guarneri del Gesù (Cremona, 1698-1744).

Janine Jansen, viool

In oktober 1999 stond Janine Jansen in de als Rising Star en in mei 2000 in de serie Jonge Nederlanders. In 2003 verscheen haar debuut-cd, richtte ze haar Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht op én won ze de Nederlandse Muziekprijs. Het jaar erop maakte ze een dubbel debuut bij het Concertgebouworkest, waar ze meermaals terugkeerde en in 2020/2021 artist in residence was.

Die positie heeft ze in het huidige seizoen bij de Berliner Philharmoniker. Het Swedish Radio Symphony Orchestra presenteert haar dit seizoen bovendien als ‘artist in focus’. Seizoen 2025/2026 behelst ook tournees met het Concertgebouworkest en Klaus Mäkelä, met het London Symphony Orchestra en Antonio Pappano en met het Tonhalle-­Orchester Zürich en Paavo Järvi, en met de Camerata Salzburg reisde Janine Jansen naar Azië.

recitals met Martha Argerich en Mischa Maisky zijn er dit seizoen in Wenen, Luzern en Tokio, en duorecitals met Denis Kozhukhin of Sunwook Kim in Azië en Europa. Janine Jansen kreeg onder meer de Concertgebouw Prijs (2013) en de Johannes Vermeer Prijs (2018). Ze groeide op in een muzikaal gezin, studeerde bij Coosje Wijzenbeek, ­Philipp Hirshhorn en Boris Belkin en geeft sinds november 2023 les aan de Kronberg Academy.

De violiste bespeelt de ‘Shumsky-­Rode’-Stradivarius uit 1715. Haar vorige optreden in de Eigen Programmering was op 11 september 2024 De vier jaargetijden van Vivaldi met Amsterdam Sinfonietta, en op 14 augustus 2025 stond ze samen met het Concertgebouworkest en Klaus Mäkelä voor het laatst in de .

Pauline van der Rest, viool

Pauline van der Rest won prijzen op de Honda Competition for Classical ­Music 2019, het Internationaal Louis Spohr Concours 2019 en het Internationaal ­Grumiaux Concours 2018. Vorig jaar behaalde ze bovendien, op haar achttiende, de halve finale van de Montreal International Music Competition. 

De ­Belgische violiste trad op in zowel Flagey als Bozar in Brussel en op podia in Moskou en Hamburg, en soleerde bij het Orchestre Philharmonique Royal de Liège en het Groot Har­monieorkest van de Belgische Gidsen.

Pauline van der Rest studeert sinds 2021 bij Boris Garlitsky aan de Folkwang Universität der Künste in Essen en sinds 2023 bij Janine Jansen aan de Kronberg Academy. Afgelopen december nam ze als New Generation Artist  deel aan Janine Jansens Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht.

Pauline van der Rest maakt vandaag haar debuut in Het Concertgebouw.