Janine Jansen speelt Sibelius’ Vioolconcert
Extra Concert 20.15 uur
NHK Symphony Orchestra Tokyo
Paavo Järvi dirigent
Janine Jansen viool
Jean Sibelius 1865-1957
Vioolconcert in d kl.t., op. 47 (1903-05)
Allegro moderato
Adagio di molto
Allegro ma non tanto
pauze
Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975
Tiende symfonie in e kl.t., op. 93 (1953)
Moderato
Allegro
Allegretto
Andante-Allegro: L’istesso tempo
begin van de pauze ca. 20.50 uur
einde van het concert ca. 22.10 uur
Toelichting
Jean Sibelius 1865-1957
vioolconcert
tekst: Floris Don
Valt er een mooiere, mysterieuzere opening van een vioolconcert te bedenken dan de eerste maten waarmee de Finse componist Jean Sibelius zijn concert begint? Die staan zeker op één hoogte met de beroemde slagen die het Vioolconcert in D groot, 61 van Ludwig van Beethoven inluiden of het geheimzinnige als opmaat van Benjamin Brittens Vioolconcert, opus 15. In het geval van Sibelius klinken zacht glanzende kabbelingen in de strijkers, waarna de solist net na de tel en op een milde een melancholische inzet.
‘Een geweldig idee voor een opening’, vond Sibelius ook zelf, zo schreef hij in september 1902 aan zijn vrouw Aino. In deze brief maakt Sibelius voor het eerst gewag van zijn nieuwe vioolconcert, al zou de rest door een moeizaam compositieproces nog enkele jaren op zich laten wachten. De reden hiervoor lijkt niet moeilijk te achterhalen: Sibelius had een drankprobleem en was zelf weliswaar violist, maar zeker geen .
‘Het was pijnlijk te moeten toegeven dat ik voor een carrière als vioolvirtuoos veel te laat ben begonnen met studeren’, zei Sibelius hierover. En het bleef hem dwarszitten, want nog in 1915 noteerde hij een droom in zijn dagboek: ‘Ik was twaalf jaar oud, en een virtuoos.’
Als componist was Sibelius juist zeer geliefd. Met name in zijn vaderland werd hij op handen gedragen en behoorde hij tot een nieuwe generatie kunstenaars die het ontwaakte Finse nationalisme omarmde en een zelfstandige koers wenste te voeren ten opzichte van grootmacht Rusland: ‘Suomi Herää!’ (Finland ontwaakt!)
In patriottische orkestwerken als Finlandia had Sibelius zijn vaderland effectief gepropageerd als het land van duizend meren, stille wouden en een eigenzinnige lutherse moraal. Toch werd de première van het Vioolconcert in 1905 in Helsinki, met Viktor Nováček als solist en de componist op de bok, geen succes. ‘Saaie muziek,’ vond een criticus, ‘al zal het valse spel van de solist niet geholpen hebben.’
Toegegeven: na die prachtige, mysterieuze opening bood Sibelius zijn toehoorders een lastige kluif. Het eerste deel duurde in de oorspronkelijke versie bijna twintig minuten: een meanderend geheel met een solocadens in plaats van de reguliere doorwerking en met nog eens een Bach-achtige solocadens aan het slot.
Pas in de gereviseerde versie van 1905 werd het Vioolconcert een succes. Het openingsdeel kreeg een compactere vorm en de tweede solocadens werd weggelaten. De virtuositeit van het slotdeel – een opwindende polonaise – was nu strakker vormgegeven en werd door vioolsterren als Jascha Heifetz effectief benut. Bovendien valt het concert ondanks de snelle nootjes op door de zeer donkere orkestkleuren en vaak zwaarmoedige stemming: voor soloconcerten een relatieve zeldzaamheid.
Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975
Tiende symfonie
Door Paul Janssen
Het oeuvre van Dmitri Sjostakovitsj is niet los te zien van zijn leven in de Sovjet-Unie. Al zullen we nooit precies weten wat nu waar is en wat niet, feit blijft dat de componist met zijn noten reageerde op de gebeurtenissen om hem heen. Een goed voorbeeld daarvan is de Tiende symfonie in e klein, het eerste werk dat Sjostakovitsj schreef na de dood van zijn kwelgeest Josef Stalin op 5 maart 1953.
Daarvoor was het vijf jaar betrekkelijk stil geweest rond de componist. Logisch: op 10 februari 1948 kreeg Sjostakovitsj een nóg stevigere reprimande van de Sovjet-autoriteiten dan de beruchte aanval in 1936 met het artikel in de Pravda, ‘Chaos in plaats van muziek’. Alles wat Sjostakovitsj geschreven had, werd nu omschreven als ‘krankzinnig somber en neurotisch’ en ‘tegennatuurlijk voor de Sovjetburgers’. Alle opnamen van zijn werk moesten worden vernietigd en alle partituren werden herzien. Tot de dood van Stalin componeerde Sjostakovitsj geen noot meer voor publieke uitvoeringen en wijdde hij zich aan de 24 Preludes en ’s voor pianiste Tatjana Nikolajeva.
Pas na de dood van Stalin pakte hij ‘bevrijd’ de symfonische draad weer op. Voor de Tiende symfonie zou hij volgens Nikolajeva al in 1951 de eerste schetsen hebben neergezet, maar daar bestaat geen bewijs van. In het omstreden boek Testimony (1979) tekende musicoloog Solomon Volkov namens Sjostakovitsj op dat deze symfonie handelde over ‘Stalin en de jaren van Stalins regime’. Het tweede deel, een , zou zelfs een muzikaal portret van Stalin zijn. En het is geen vleiend portret: een doorlopend fortissimo dendert als een stoomwals door dit slechts vier minuten durende deel. Het staat in schril contrast met het donkere Moderato, gevat in de vorm van een indrukwekkende boog, waarmee deze symfonie begint. Beide delen lijken uiteindelijk een lange opmaat voor het derde deel, dat begint als een grimmige , maar dat al snel een getuigenis van de persoonlijke wederopstanding van Sjostakovitsj lijkt te worden.
In dit Allegretto komt voor het eerst het DSCH (de noten d-es-c-b in Duitse spelling) voor, een verklanking van de initialen van de componist. ‘Een verklaring van individualisme in een cultuur van totalitair collectivisme’ is Sjostakovitsj’ daad wel genoemd. Toch was er een ander motief, een motief dat gedurende het derde deel twaalf keer herhaald wordt, dat de gemoederen nog meer bezighield.
Pas met het boven water komen van correspondentie uit 1953 van Sjostakovitsj met zijn leerlinge Elmira Nazirova bleek dat dit motief, dat verwantschap vertoont met een uit Gustav Mahlers Das von der Erde, staat voor Elmira. Het thema e-a-e-d-a laat zich met enige creativiteit lezen als E, L(a), Mi, R(e), A. Sjostakovitsj schreef aan zijn geliefde studente: ‘Dit is het resultaat. Zelfs als ik niet tot dit resultaat gekomen was, zou ik constant aan je denken – of dit feit nu wel of niet in mijn waardeloze manuscript opgetekend is.’
In het vierde deel, dat weer somber begint, keert het DSCH-thema prominent terug. En hoewel de symfonie uiteindelijk in een optimistisch eindigt, blijft de bij Sjostakovitsj immer sombere ondertoon aanwezig. Dat vond de Unie van Sovjet-Componisten blijkbaar ook. Want toen men dit werk na de première in 1954 toetste, werd het wel herkend als een keerpunt in de geschiedenis van de Sovjet-Unie, maar kon men het niet goed plaatsen in de traditie van het zo gewenste Sovjet-realisme. De jonge componist Andrej Volkonski kwam uiteindelijk met de politiek meest acceptabele omschrijving: de Tiende symfonie was een ‘optimistische tragedie’.
Biografie
NHK Symphony Orchestra, Tokyo, orkest
Het NHK Symphony Orchestra, Tokyo werd in 1926 opgericht onder de naam New Symphony Orchestra. Het was het eerste orkest wereldwijd dat in 1930 een elektrische opname maakte van een Mahlersymfonie: de Vierde.
Het gezelschap kreeg zijn huidige naam in 1951, nadat het zich had aangesloten bij de Japanse publieke omroep, de NHK (Nippon Hoso Kyokai).
Vandaag de dag verzorgt het rond de honderdtwintig concerten per seizoen. Het orkest speelde de Japanse premières van Mahlers Eerste, Vierde en Achtste symfonie. Sinds 2022 is Fabio Luisi chef-. Eerdere dirigenten zijn Charles Dutoit, Herbert Blomstedt, Vladimir Ashkenazy, Paavo Järvi, Tadaaki Otaka en Tatsuya Shimono.
In Het Concertgebouw trad het NHK Symphony Orchestra voor het eerst op in de zomer van 2001, samen met pianiste Martha Argerich. De Europese tournee van 2025 wordt ondersteund door het Agency for Cultural Affairs, Government of Japan en de Japan Arts Council, en gesponsord door ANA Holdings Inc., Iwatani Corporation, Aisin Corporation, East Japan Railway Company, Mitsubishi Estate Co., Ltd. en Mizuho Bank, Ltd.
Paavo Järvi, dirigent
Paavo Järvi studeerde directie in zijn geboorteland Estland, aan het Curtis Institute of Music in Philadelphia en bij Leonard Bernstein in Los Angeles. Sinds het seizoen 2019/2020 is hij chef- van het Tonhalle-Orchester Zürich. In het verleden had Paavo Järvi vergelijkbare posities bij het NHK Symphony Orchestra in Tokio, het Orchestre de Paris, het hr-Sinfonieorchester Frankfurt, het Cincinnati Symphony Orchestra en het Malmö .
Sinds 2004 is hij artistiek leider van Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen, en bij het Nationaal Symfonieorkest van Estland is hij artistiek adviseur. Ieder seizoen sluit de af met een week van uitvoeringen en masterclasses op het Pärnu Music Festival in Estland, dat hij in 2011 heeft opgericht.
Paavo Järvi ontving tal van prijzen en onderscheidingen, waaronder de Orde van de Witte Ster (2013) en de Orde van Verdienste (2021) van de Republiek Estland. Zowel Diapason als Gramophone riepen hem in 2017 uit tot Artist of the Year en in september 2019 werd hij verkozen tot Opus Klassik Conductor of the Year. Opnamen onder zijn leiding van werken van Sibelius, Grieg en Tsjaikovksi waren goed voor Grammy Awards.
Als gastdirigent is Paavo Järvi actief met gezelschappen als de Berliner en Wiener Philharmoniker, de Staatskapelle Dresden, het Gewandhausorchester Leipzig en de New York Philharmonic. Sinds zijn debuut bij het Concertgebouworkest in 2004 keerde hij met grote regelmaat terug, zoals in november 2019 voor concerten in Amsterdam en op tournee in Taiwan en Japan. In juni 2023 leidde hij de Ammodo Masterclass Dirigeren. Bij de meest recente samenwerking, in april en mei 2025, stonden werken van Mägi, Saint-Saëns en Stravinsky op het programma.
Janine Jansen, viool
In oktober 1999 stond Janine Jansen in de als Rising Star en in mei 2000 in de serie Jonge Nederlanders. In 2003 verscheen haar debuut-cd, richtte ze haar Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht op én won ze de Nederlandse Muziekprijs. Het jaar erop maakte ze een dubbel debuut bij het Concertgebouworkest, waar ze meermaals terugkeerde en in 2020/2021 artist in residence was.
Die positie heeft ze in het huidige seizoen bij de Berliner Philharmoniker. Het Swedish Radio Symphony Orchestra presenteert haar dit seizoen bovendien als ‘artist in focus’. Seizoen 2025/2026 behelst ook tournees met het Concertgebouworkest en Klaus Mäkelä, met het London Symphony Orchestra en Antonio Pappano en met het Tonhalle-Orchester Zürich en Paavo Järvi, en met de Camerata Salzburg reisde Janine Jansen naar Azië.
recitals met Martha Argerich en Mischa Maisky zijn er dit seizoen in Wenen, Luzern en Tokio, en duorecitals met Denis Kozhukhin of Sunwook Kim in Azië en Europa. Janine Jansen kreeg onder meer de Concertgebouw Prijs (2013) en de Johannes Vermeer Prijs (2018). Ze groeide op in een muzikaal gezin, studeerde bij Coosje Wijzenbeek, Philipp Hirshhorn en Boris Belkin en geeft sinds november 2023 les aan de Kronberg Academy.
De violiste bespeelt de ‘Shumsky-Rode’-Stradivarius uit 1715. Haar vorige optreden in de Eigen Programmering was op 11 september 2024 De vier jaargetijden van Vivaldi met Amsterdam Sinfonietta, en op 14 augustus 2025 stond ze samen met het Concertgebouworkest en Klaus Mäkelä voor het laatst in de .


