Janine Jansen en Denis Kozhukhin spelen Brahms, Schumann en meer

Janine Jansen viool
Denis Kozhukhin piano

Ook interessant:
- De vioolkoffer van Janine Jansen
- 7 onmisbare opnamen van Janine Jansen

Robert Schumann (1810-1856)

Sonate nr. 1 in a kl.t., op. 105 (1851)
Mit leidenschaftlichem Ausdruck
Allegretto
Lebhaft

Johannes Brahms (1833-1897)

Sonate nr. 2 in A gr.t., op. 100 (1886)
Allegro amabile
Andante tranquillo – Vivace
Allegretto grazioso (quasi Andante)

pauze ± 20.55 uur

Francis Poulenc (1899-1963)

Sonate (1942-43)
Allegro con fuoco
Intermezzo: Très lent et calme
Presto tragico

Olivier Messiaen (1908-1992)

Thème et variations (1932)
Thème: Modéré
Modéré
Un peu moins modéré
Modéré, avec éclat
Vif et passionné
Très modéré

Maurice Ravel (1875-1937)

Sonate in G gr.t. (1922-27)
Allegretto
Blues: Moderato
Perpetuum mobile: Allegro

einde ± 22.15 uur

Toelichting

Robert Schumann (1810-1856)

Eerste sonate

Door Hugo Bouma

In de zomer van 1850 verhuisde het echtpaar Clara en Robert Schumann naar Düsseldorf, waar Robert een post had geaccepteerd als van het stedelijke koor en orkest. Hij werd er feestelijk ontvangen en schreef in Düsseldorf enkele van zijn meest geliefde werken, maar al binnen een jaar verzuurden de verhoudingen. Robert was geen zeer begenadigd dirigent, hij vergiste zich regelmatig en kon vooral ook sociaal niet goed aarden. Wel bleef hij intensief componeren; de Eerste vioolsonate ontstond binnen een week in september 1851. Aan de concertmeester van het orkest schreef hij dat hij dit stuk had gecomponeerd terwijl hij ‘uitermate boos was op bepaalde mensen’.

Of die woede in de muziek is terug te horen valt te betwijfelen, maar een opgewekt stuk is het niet. Het rusteloze eerste deel blijft lang hangen op de laagste snaren van de viool, en in plaats van een geciviliseerde discussie met de pianopartij, vallen de twee elkaar regelmatig in de rede. In tegenstelling tot Schumanns andere kamermuziekwerken heeft deze maar één middendeel, maar dit vervult wel een dubbelrol. Het is afwisselend en , met aldoor pauzes om te kunnen omschakelen. Tot slot horen we een puntig, geagiteerd perpetuum ­mobile, waarin het openings­ van het eerste deel uiteindelijk nog om de hoek komt kijken.

Johannes Brahms (1833-1897)

Tweede sonate

Door Hugo Bouma

‘Het is hier zo vergeven van ën dat je moet uitkijken dat je er niet over struikelt.’ Aldus schreef Johannes Brahms over zijn verblijf aan het meer van Thun in Zwitserland, in de zomer van 1886. Meerdere van zijn vrienden kwamen hem daar opzoeken (waaronder ook een jonge zangeres op wie hij een beetje verliefd was) en alles wijst erop dat hij het er uitstekend naar zijn zin had. Dit resulteerde ook in grote productiviteit: in dezelfde zomer schreef Brahms naast deze opgewekte, e Tweede vioolsonate ook een sonate, een en diverse eren.

Hoewel Brahms’ andere twee vioolsonates langer en technisch uitdagender zijn, beschouwt men deze, juist vanwege de zangerigheid en de opgewektheid, als de moeilijkste om overtuigend te brengen. Zelf noemt de componist het een ‘ voor piano en viool’, omdat het melodisch materiaal bijzonder eerlijk tussen beide instrumenten is verdeeld. In wezen is het hele werk een hoogromantisch lied; de componist gebruikte de liederen die hij dezelfde zomer schreef ook als tische inspiratie. Ook hier heeft het middendeel een dubbelrol als en , maar zonder enige complicatie of rusteloosheid. Het slotdeel is niet snel of uitgesproken , maar breed uitgemeten en zangerig.

Francis Poulenc (1899-1963)

Sonate

Door Hugo Bouma

Componeren voor ­solostrijkers was niet iets dat Francis Poulenc uit zichzelf graag deed. Blazers, piano en de menselijke stem lagen hem beter. Twee eerdere pogingen tot een vioolsonate, uit 1919 en 1924, had hij uit ontevredenheid weer vernietigd. Op aandringen van de jonge violiste Ginette Neveu (die uiteindelijk de première zou spelen) zette hij, middenin de Tweede Wereldoorlog, een derde poging wél door. Het stuk is geschreven ter nagedachtenis aan de Spaanse dichter en toneelschrijver Federico García Lorca, die in 1936 een van de eerste slachtoffers werd van het fascistische regime in Spanje, mede vanwege zijn socialistische opvattingen en zijn homoseksualiteit. Deze oprechte zwaarmoedigheid was een extra uitdaging voor de componist, die het best op zijn gemak was als hij zich ironisch en afstandelijk kon opstellen.

Ondanks dit alles is de vioolsonate vanaf de eerste maat onmiskenbaar Poulenc. Driftige uitbarstingen en theatrale, grenzend aan sentimentele lyriek, wisselen elkaar in hoog tempo af. Als verwijzing naar Lorca is de muziek bij vlagen ook Spaans getint, met name in het introverte tweede deel. Dit draagt ook een citaat van de dichter: ‘De gitaar laat dromen huilen.’ Aan het begin van het derde deel lijken we teruggekeerd in Poulencs karakteristieke Parijse cabaret-idioom. Dit wordt echter onderbroken door bruuske en, waarna de desolaat tot stilstand komt.

Olivier Messiaen (1908-1992)

Thème et variations

Door Hugo Bouma

Olivier Messiaen schreef deze set variaties voor viool en piano als huwelijksgeschenk voor zijn eerste vrouw, violiste Claire Delbos. Veel van de aspecten van zijn latere werk zoals zijn obsessieve passie voor vogels, zijn synthetische, symmetrische s en toonladders en zijn spiritueel-katholieke overtuiging, komen in deze vroege compositie nog niet tot uiting; we horen eigenlijk een Messiaen-light die pas net – maar met succes – begonnen is zijn eigen compositorische stem te ontwikkelen. Mede hierdoor is het een van zijn meest toegankelijke werken. Het wordt na zijn introductie in iedere variatie verder vermomd en vervaagd, terwijl de piano een steeds prominentere, virtuozere rol begint te spelen. Ten slotte keert in de vijfde en laatste variatie het thema in volle, tri­omfantelijke glorie terug.

Maurice Ravel (1875-1937)

Sonate

Door Hugo Bouma

Een snelle werker is Maurice Ravel nooit geweest. Eindeloos kon hij aan een stuk blijven schaven en priegelen, en zijn totale oeuvre is daardoor ook frustrerend overzichtelijk gebleven. Maar zelfs naar zijn eigen maatstaven kwam deze slechts langzaam tot stand. De eerste schetsen zijn uit 1922, maar de première vond, na al tweemaal uitgesteld te zijn, pas in 1927 plaats, met op viool Ravels compositieklasgenoot, de Roemeen George Enescu. Hij had zich ook een extra uitdaging op de hals gehaald: de viool en de piano moesten namelijk niet, zoals bij de meeste stukken, toenadering tot elkaar zoeken, maar juist verder uit elkaar groeien en concluderen dat hun klanken fundamenteel onverenigbaar waren.

Hoe dit bewerkstelligd moest worden horen we meteen in de opening van het stuk: beide instrumenten zetten na elkaar dezelfde zangerige in, maar de en komen nergens overeen. Hoe sereen de muziek ook is, ons bekruipt inderdaad het ongemakkelijke gevoel dat viool en piano langs elkaar heen praten. Uit de hierop volgende Blues blijkt Ravels fascinatie met de ‘nieuwe Amerikaanse muziek’ die in de jaren 1920 langzaamaan ook Europa begon te bereiken. Na deze ­sonate zou de componist nog in meerdere stukken naar jazz en blues verwijzen. Ook hier zijn we echter nooit ver verwijderd van het polytonale ongemak dat aan het hele werk ten grondslag ligt. Het slotdeel is een notenwaterval van de viool, terwijl de piano kalm naar de eerste twee delen blijft verwijzen.

Biografie

Janine Jansen, viool

In oktober 1999 stond Janine Jansen in de als Rising Star en in mei 2000 in de serie Jonge Nederlanders. In 2003 verscheen haar debuut-cd, richtte ze haar Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht op én won ze de Nederlandse Muziekprijs. Het jaar erop maakte ze een dubbel debuut bij het Concertgebouworkest, waar ze meermaals terugkeerde en in 2020/2021 artist in residence was.

Die positie heeft ze in het huidige seizoen bij de Berliner Philharmoniker. Het Swedish Radio Symphony Orchestra presenteert haar dit seizoen bovendien als ‘artist in focus’. Seizoen 2025/2026 behelst ook tournees met het Concertgebouworkest en Klaus Mäkelä, met het London Symphony Orchestra en Antonio Pappano en met het Tonhalle-­Orchester Zürich en Paavo Järvi, en met de Camerata Salzburg reisde Janine Jansen naar Azië.

recitals met Martha Argerich en Mischa Maisky zijn er dit seizoen in Wenen, Luzern en Tokio, en duorecitals met Denis Kozhukhin of Sunwook Kim in Azië en Europa. Janine Jansen kreeg onder meer de Concertgebouw Prijs (2013) en de Johannes Vermeer Prijs (2018). Ze groeide op in een muzikaal gezin, studeerde bij Coosje Wijzenbeek, ­Philipp Hirshhorn en Boris Belkin en geeft sinds november 2023 les aan de Kronberg Academy.

De violiste bespeelt de ‘Shumsky-­Rode’-Stradivarius uit 1715. Haar vorige optreden in de Eigen Programmering was op 11 september 2024 De vier jaargetijden van Vivaldi met Amsterdam Sinfonietta, en op 14 augustus 2025 stond ze samen met het Concertgebouworkest en Klaus Mäkelä voor het laatst in de .

Denis Kozhukhin, piano

Sinds Denis Kozhukhin in 2010 het Koningin Elisabeth Concours in Brussel won, onderhoudt hij een wereldwijde carrière. Hij werd geboren in Nizjni Novgorod en kreeg zijn eerste pianolessen op vijfjarige leeftijd van zijn moeder. Later studeerde hij in Madrid bij Dmitri Bashkirov en Claudio Martínez-Mehner.

Aan de International Piano Academy Lake Como had hij les van Fou Ts’ong, Stanislav Ioudenitch, Peter Frankl, Boris Berman, Charles Rosen en Andreas Staier, en in Stuttgart van Kirill Gerstein. Denis Kozhukhin werd als solist uitgenodigd door onder meer het London Symphony ­Orchestra, Philharmonia, het Sint-Petersburg Filharmonisch Orkest, de Staats­kapelle Berlin en de orkesten van Oslo, Stockholm, Kopenhagen, San Francisco, Chicago, Philadelphia, Los Angeles, Washington en Dallas. In een residency bij het Barcelona Symphony ­Orchestra voerde hij alle vier pianoconcerten van Rachmaninoff uit.

In Nederland soleerde de pianist bij het Nederlands Philharmonisch, Amsterdam Sinfonietta, het Radio Filharmonisch Orkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Concertgebouworkest (2017). Hij speelde op de BBC Proms (debuut 2018), op de festivals van bijvoorbeeld Verbier, Gstaad en Grafenegg en op het Klavier-Festival Ruhr. Voor solorecitals was Denis Kozhukhin drie keer te gast in de serie Meesterpianisten (2014, 2016 en 2017). In februari 2022 en maart 2025 verzorgde hij met Janine Jansen duo­s in de .