Janine Jansen en Alexander Gavrylyuk
Extra concert 20.15 uur
Janine Jansen viool
Alexander Gavrylyuk piano
Francis Poulenc 1899-1963
Sonate (1942-43)
voor viool en piano
Allegro con fuoco
Intermezzo: Très lent et calme
Presto tragico
Johannes Brahms 1833-1897
Derde sonate in d kl.t., op. 108 (1886-88)
voor piano en viool
Allegro
Adagio
Un poco presto e con sentiment
Presto agitato
pauze
Karol Szymanowski 1882-1937
Drie mythes, op. 30 (1915)
voor viool en piano
Zrodlo Aretuzy (De fontein van Arethusa)
Narcyz (Narcissus)
Driady i Pan (Dryaden en Pan)
Sergej Prokofjev 1891-1953
Tweede sonate in D gr.t., op. 94bis (1943-44)
voor viool en piano
(oorspronkelijk voor fluit en piano)
Moderato
Presto
Andante
Allegro con brio
begin van de pauze ca. 20.55 uur
einde van het concert ca. 22.05 uur
Toelichting
Francis Poulenc 1899-1963
Sonate
- Francis Poulencs voor viool en piano dateert uit de Tweede Wereldoorlog
- Als daad van verzet droeg de componist het stuk op aan schrijver Federico García Lorca, een slachtoffer van het Franco-regime
Tekst: Axel Meijer
Francis Poulenc voltooit zijn voor viool en piano in 1943, tijdens de Duitse bezetting van Frankrijk. De oorlog gaat niet ongemerkt aan de componist voorbij: eerst dient hij, 41 jaar oud, anderhalve maand bij de luchtafweer, en na de capitulatie bevindt Poulenc zich onder het naziregime als bekend homoseksueel in een extra kwetsbare en verdachte positie. Niettemin richt hij met gelijkgestemden de verzetsorganisatie Front national des musiciens op, en blijft hij teksten van entartete dichters op muziek zetten, onder wie Louis Aragon en Paul Éluard. Ook met zijn Sonate pleegt Poulenc een daad van artistiek verzet: hij draagt haar op aan de Spaanse dichter en schrijver Federico García Lorca, het beroemdste slachtoffer van het fascistische Franco-regime.
Al deze omstandigheden klinken door in het werk, waarvan vooral het eerste en derde deel een stuk donkerder en hoekiger zijn dan gewoonlijk bij Poulenc. Ook de tempoaanduidingen, respectievelijk con fuoco en tragico, zijn veelzeggend. De e passages die toch ook hier af en toe opduiken, benadrukken de boosheid en het verdriet eerder dan dat ze die verlichten. Het middendeel is een trage klaagzang in Spaanse kleuren, waarin het -begin van de viool verwijst naar de gitaar, die zo’n grote rol speelde in leven en werk van Lorca.
Johannes Brahms 1833-1897
derde sonate
- Johannes Brahms' Derde is eigenlijk zijn zesde: met drie eerdere sonates maakte hij de kachel aan
- De componist laat in deze sonate zien dat hij het genre tot in de puntjes beheerst.
Net als veel andere componisten vernietigt Poulenc regelmatig eigen werk waarover hij niet tevreden is: zo is zijn enige gepubliceerde vioolsonate feitelijk zijn derde poging. Maar wat stevige zelfkritiek betreft spant Johannes Brahms waarschijnlijk de kroon. De componist maakt met zijn eerste drie vioolsonates letterlijk de kachel aan, alvorens hij er een laat uitgeven. Zo bekeken is zijn Derde voor piano en viool in d klein dus zijn zesde.
Brahms laat hier wel zien dat hij de vorm inmiddels volledig beheerst: het is een zeer compact werk, ondanks de ongebruikelijk genereuze vier delen en de grote rijkdom aan tisch materiaal. In het eerste deel valt de efficiëntie vooral op in de doorwerking: Brahms baseert die op een enkele toon in de pianobas, een schier oneindig volgehouden punt op a. Het tweede deel is een even kort als romantisch voor de viool, en in het dwarrelende toont Brahms zich tegelijkertijd van zijn humoristische als van zijn laconieke kant. De finale is een overdonderend , tjokvol grillige ideeën, in de vorm van een rondo.
Karol Szymanowski 1882-1937
drie mythes
- De Poolse componist Karol Szymanowski was een fanatiek vernieuwer; hij ontwikkelde een heel eigen vioolklank
- Drie Mythes bestaat uit drie delen: De fontein van Arethusa, Narcissus en Dryaden en Pan
Afstammeling van verbannen landadel, estheet, langebrievenschrijver, reiziger – de figuur van Karol Szymanowski zou niet hebben misstaan in een Franse roman van rond 1900. Toch is de Poolse componist een volbloed twintigste-eeuwer, met een sterk ontwikkelde antenne voor de nieuwste ontwikkelingen in de muziek. Een mooi voorbeeld is het drieluik Drie mythes uit het voorjaar van 1915. Samen met zijn goede vriend, de briljante violist Paweł Kochański, ontwikkelt Szymanowski voor dit stuk een geheel nieuwe vioolklank: met ten, ’s, gelijktijdig plukken en strijken, en zelfs met kwarttonen ontstaan klanken waar latere componisten als Sergej Prokofjev, Igor Stravinsky en Béla Bartók dankbaar gebruik van maken.
De drie delen van het stuk zijn gebaseerd op Griekse mythes. De fontein van Arethusa is genoemd naar een zeenimf die voor de verliefde stroomgod Alpheüs naar het eiland Ortygia vlucht, en daar door Artemis in een zoetwaterbron wordt veranderd. Narcissus is het beroemde verhaal van de jongeling die in het water kijkt en verliefd wordt op zijn eigen spiegelbeeld. Dryaden en Pan gaat over de wellustige bosgod die achter de boomnimfen aanzit.
Ondanks de beschrijvende titels moet het stuk niet als programmamuziek worden gezien, aldus Szymanowski zelf: ‘Het is niet bedoeld als een drama dat zich in scènes ontvouwt, maar eerder als een muzikale uitdrukking van de schoonheid van de mythen.’
Serge Prokofjev 1891-1953
tweede sonate
- De Tweede van Russische componist Sergej Prokofjev is oorspronkelijk geschreven voor fluit en piano
- Prokofjev schreef de sonate in neo-klassieke stijl: hij steekt muzikale elementen uit voorgaande eeuwen in een modern jasje
Eind 1943 gaat Sergej Prokofjevs in D groot voor fluit en piano in première. Op verzoek van de aanwezige violist David Oistrach maakt de componist binnen korte tijd een vioolbewerking die bekend wordt als de Tweede sonate in D groot, 94bis. (Prokofjevs Eerste sonate, waaraan de componist dan al zes jaar werkt, verschijnt pas twee jaar later.)
Anders dan bij Poulenc is in Prokofjevs 94 weinig terug te horen van de oorlog. Prokofjev baseert dan ook veel van zijn materiaal op vooroorlogse schetsen, die werden geïnspireerd door het spel van de Franse fluitist Georges Barrère. Een Franse invloed is vooral te horen in het eerste deel, Moderato, met zijn serene openingsmelodie, en in het , waarin de goede verstaander bovendien Prokofjevs door de Sovjets verboden liefde voor jazzmuziek terug hoort. In het , maar met name in het wild dansende con brio, treedt de balletcomponist in Prokofjev naar voren. Overigens zet de viool halverwege dit laatste deel een in die Poulenc bijna twintig jaar later zal gebruiken in zijn laatste werk, een hobosonate, opgedragen ‘à la memoire de Serge Prokofieff’.
Biografie
Janine Jansen, viool
In oktober 1999 stond Janine Jansen in de als Rising Star en in mei 2000 in de serie Jonge Nederlanders. In 2003 verscheen haar debuut-cd, richtte ze haar Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht op én won ze de Nederlandse Muziekprijs. Het jaar erop maakte ze een dubbel debuut bij het Concertgebouworkest, waar ze meermaals terugkeerde en in 2020/2021 artist in residence was.
Die positie heeft ze in het huidige seizoen bij de Berliner Philharmoniker. Het Swedish Radio Symphony Orchestra presenteert haar dit seizoen bovendien als ‘artist in focus’. Seizoen 2025/2026 behelst ook tournees met het Concertgebouworkest en Klaus Mäkelä, met het London Symphony Orchestra en Antonio Pappano en met het Tonhalle-Orchester Zürich en Paavo Järvi, en met de Camerata Salzburg reisde Janine Jansen naar Azië.
recitals met Martha Argerich en Mischa Maisky zijn er dit seizoen in Wenen, Luzern en Tokio, en duorecitals met Denis Kozhukhin of Sunwook Kim in Azië en Europa. Janine Jansen kreeg onder meer de Concertgebouw Prijs (2013) en de Johannes Vermeer Prijs (2018). Ze groeide op in een muzikaal gezin, studeerde bij Coosje Wijzenbeek, Philipp Hirshhorn en Boris Belkin en geeft sinds november 2023 les aan de Kronberg Academy.
De violiste bespeelt de ‘Shumsky-Rode’-Stradivarius uit 1715. Haar vorige optreden in de Eigen Programmering was op 11 september 2024 De vier jaargetijden van Vivaldi met Amsterdam Sinfonietta, en op 14 augustus 2025 stond ze samen met het Concertgebouworkest en Klaus Mäkelä voor het laatst in de .
Alexander Gavrylyuk, piano
Alexander Gavrylyuk is geboren in Oekraïne en maakte op zijn negende zijn concertdebuut. Op zijn dertiende verhuisde hij naar Sydney, op zijn vijftiende won hij het Horowitz Internationaal Pianoconcours in Kyiv en een jaar later de Hamamatsu International Piano Competiton. In 2005 won hij de Gouden Medaille van het Arthur Rubinstein Concours in Tel Aviv en een jaar later maakte hij Berlijn tot zijn uitvalsbasis, totdat hij zich in Nederland vestigde.
Alexander Gavrylyuk werd uitgenodigd door de BBC Proms, de Hollywood Bowl, Mostly Mozart, het Klavier-Festival Ruhr en de Kissinger Sommer.
Hij soleerde bij de orkesten van New York, Los Angeles, Chicago, Dallas, San Francisco, Detroit, São Paulo, Sydney, Seoul en Tokio, het NDR Elbphilharmonie Orchester, Philharmonia, het Royal Scottish National Orchestra, het City of Birmingham Symphony Orchestra en het Australian Chamber Orchestra.
In de speelde hij met het Concertgebouworkest (voor het eerst in 2010), het Nederlands Philharmonisch Orkest en het Radio Filharmonisch Orkest en trad hij in 2016 en 2019 op met violiste Janine Jansen. s voeren de pianist de wereld over; zo had hij in seizoen 2023/2024 een residency met drie soloprogramma’s in Wigmore Hall in Londen en is hij momenteel in residence bij de Chautauqua Institution. In 2009 maakte Alexander Gavrylyuk zijn Nederlandse debuut in Het Concertgebouw in de serie Meesterpianisten, en zijn laatste optreden was op 13 april 2024 in de in een kwartet van Brahms en een et van Schubert samen met strijkers van Amsterdam Sinfonietta.

