Janine Jansen, Christian Thielemann & Sächsische Staatskapelle Dresden
Sächsische Staatskapelle Dresden:
Christian Thielemann dirigent
Janine Jansen viool
Dit concert maakt deel uit van de serie Wereldberoemde Symfonieorkesten.
Ook interessant:
- De 7 onmisbare opnamen van Janine Jansen
- De werkdag van Janine Jansen
- Hoe zit Mendelssohns Vioolconcert in elkaar?
Felix Mendelssohn (1809-1847)
Vioolconcert in e kl.t., op. 64 (1844)
Allegro molto appassionato
Andante
Allegretto non troppo – Allegro molto vivace
pauze ± 20.45 uur
Richard Strauss (1864-1949)
Eine Alpensinfonie, op. 64 (1911-15)
Nacht – Sonnenaufgang – Der Anstieg – Eintritt in den Wald – Wanderung neben dem Bache – Am Wasserfall – Erscheinung – Auf blumige Wiesen – Auf der Alm – Durch Dickicht und Gestrüpp auf Irrwegen – Auf dem Gletscher – Gefahrvolle Augenblicke – Auf dem Gipfel – Vision – Nebel steigen auf – Die Sonne verdüstert sich allmählich – Elegie – Stille vor dem Sturm – Gewitter und Sturm – Abstieg – Sonnenuntergang – Ausklang – Nacht
einde ± 22.15 uur
Met dank aan de begunstigers van het Fonds Wereldberoemde Symfonieorkesten.
Toelichting
Felix Mendelssohn 1809-1847
Mendelssohn: Vioolconcert
Door Noortje Zanen
Toen Felix Mendelssohn in 1838 aangaf ’een vioolconcert in e klein in gedachten te hebben’, was niet alleen zijn vriend Ferdinand David, de concertmeester van het Gewandhausorchester in Leipzig voor wie het concert bedoeld was, euforisch. De ‘hele beschaafde vioolwereld’ wachtte op dit concert. Toch zouden alle betrokkenen en geïnteresseerden nog zeven jaar geduld moeten hebben, voordat het in première ging op 13 maart 1845 in Leipzig, met inderdaad als solist Ferdinand David. Drie maanden later, nadat de immer zelfkritische Mendelssohn met hulp van David nog flink wat fragmenten had herzien, verscheen het Vioolconcert in druk bij uitgeverij Breitkopf & Härtel in Leipzig en tegelijkertijd in Londen en Milaan. Sindsdien is de triomftocht van dit meesterwerk niet te stoppen. Verrassend genoeg was het niet de componist en Kapellmeister van het Gewandhausorchester zelf die tijdens de sensationele wereldpremière op de bok stond, maar de Deense componist en Niels Gade, die als tweede dirigent van het orkest in seizoen 1844/1845 tijdelijk de concertserie in Leipzig dirigeerde.
Mendelssohn noemde het in 1838 al ‘een opening die me niet met rust laat’
De karakteristieke en aantrekkelijke openingsmelodie van de solist die meteen in de tweede maat begint, was voor de luisteraars van destijds een grote verrassing. Een soloconcert begon namelijk meestal met een uitgebreide orkestintroductie. Mendelssohn noemde het in 1838 al ‘een opening die me niet met rust laat’. Wat ook ongebruikelijk en vernieuwend was, was de lengte en de plek van de virtuoze solocadens: niet vlak voor het eind van het eerste deel, maar op een veel prominentere plek in de doorwerking, vlak voordat het orkest aan de reprise begint. Dat de drie delen ononderbroken in elkaar overgaan was ook opmerkelijk. Mendelssohn verweeft de contrasterende delen op een subtiele manier.
Na het e molto introduceert een opvallende solo het dromerige en zangerige . En nadat de vioolsolo de laatste betoverende van het middendeel heeft afgerond volgt een geniale overgangspassage voor solist en strijkers naar de energieke, uitbundige en speelse finale. Violisten die Mendelssohns Vioolconcert zo precies mogelijk willen uitvoeren volgens de wensen van de componist hebben het geluk dat niemand minder dan Joseph Joachim (1831-1907) een uitgebreid voorwoord heeft nagelaten bij zijn eigen editie. Deze legendarische vioolvirtuoos had naar eigen zeggen “het geluk” dat hij het stuk op zijn zestiende ’meerdere keren onder leiding van de componist heeft mogen uitvoeren.’ En dus was Joachim ‘zeer vertrouwd’ met Mendelssohns intenties, ‘want hij liet niet na om af en toe kritiek te leveren.’ Wie aarzelt over bepaalde tempoaanduidingen of andere technische of muzikale aanwijzingen vindt een schat aan informatie in Joachims (nog altijd beschikbare) editie.
Richard Strauss 1864-1949
Strauss: Eine Alpensinfonie
Door Noortje Zanen
Richard Strauss schreef Eine Alpensinfonie voor de Dresden Hofkapelle, één van de oudste en ter wereld en tevens de voorloper van het orkest dat vanavond op het podium zit. Hoewel de titel aangeeft dat het om een symfonie gaat, wordt dit werk meestal aangeduid als Strauss’ laatste symfonische gedicht. Strauss behoort samen met zijn voorganger Franz Liszt (1811-1886) tot de pioniers van dit tot de verbeelding sprekende genre. ‘Tondichtungen’, zoals Strauss ze noemde, zijn geïnspireerd op buitenmuzikale zaken, zoals een boek, een gedicht of een visuele indruk. Strauss voltooide zijn beroemdste symfonische gedichten zoals Till Eulenspiegel, Also sprach Zarathustra, Don Quichote en Ein Heldenleben allemaal in de jaren 1890, dus het was een verrassing dat hij in de jaren 1910 naar dit genre teruggreep. Hij had zich toen immers al gevestigd als gevierd componist sinds het enorme succes van Salomé in 1905.
Een vakantie in de Beierse Alpen inspireerde Strauss om zijn muzikale gedicht af te ronden
Wat Strauss ertoe heeft bewogen om tóch nog een symfonisch werk te schrijven weten we niet precies, al zijn er wel een paar gebeurtenissen aan te wijzen die de toondichter mogelijk hebben geïnspireerd. Na de geslaagde première van Der Rosenkavalier begin 1911 gaf hij zijn librettist Hugo von Hofmannsthal meteen een nieuwe opdracht voor zijn volgende opera Ariadne auf Naxos. Op 15 mei 1911 schreef hij hem: ’Terwijl ik op jouw input wacht hou ik mezelf bezig met het schrijven van een symfonie’. In diezelfde maand overleed zijn collega Gustav Mahler, wat mogelijk ook een extra impuls opleverde om zijn symfonie te voltooien als een soort in memoriam. Dat het daarna nog vier jaar zou duren voordat Eine Alpensinfonie in première ging, komt waarschijnlijk omdat Strauss het te druk had met het schrijven en dirigeren van zijn opera’s. Uiteindelijk inspireerde een vakantie in zijn villa in Garmisch in de Beierse Alpen hem om zijn muzikale gedicht af te ronden.
Het werk bestaat uit 22 korte delen voorzien van verklarende titels die samen een wandeling door de Alpen beschrijven van zonsopgang tot zonsondergang, mede geïnspireerd op een jeugdherinnering van Strauss aan een bergwandeling met vrienden die werd verstoord door een hevige storm. Ook luisteraars die de titels niet precies proberen te volgen zullen met gemak stukken van de wandeling herkennen: van een stralende zonsopkomst tot een moeizame klim naar de top met een spectaculair uitzicht als beloning tot een spannende afdaling met een onstuimig onweer, waarna tenslotte de rust terugkeert, de zon ondergaat en de maan opkomt. Ook de vogels in het bos zijn treffend verklankt, evenals de bruisende waterval en de gevaarlijke gletsjer. Om al deze verschillende natuurverschijnselen tevoorschijn te kunnen toveren schreef Strauss een reusachtig orkest van minimaal 130 musici voor, met onder andere opvallend veel s, een viervoudige bezetting van de andere blaasinstrumenten, uitgebreid waaronder een windmachine, een en een fors strijkorkest. Strauss droeg het werk op aan graaf Nicolaus Seebach, de intendant van de Dresden Hofkapelle, het orkest dat het werk na veel discussie niet in Dresden in première bracht maar in de Philharmonie in Berlijn op 28 oktober 1915, gedirigeerd door de componist zelf.
Biografie
Sächsische Staatskapelle Dresden, orkest
De Sächsische Staatskapelle Dresden werd op 22 september 1548 door keurvorst Moritz von Sachsen in het leven geroepen. In september vorig jaar, het seizoen van het 475-jarig jubileum, speelde het orkest voor het laatst in Het Concertgebouw.
Het gezelschap stond onder leiding van een aantal historische figuren, onder wie Heinrich Schütz, Carl Maria von Weber en Richard Wagner, die het orkest zijn ‘wonderlijke harp’ noemde.
De musici brachten drie van de ’s van Richard Strauss in première en hij droeg Eine Alpensinfonie aan hen op.
Onder de chef-en waren Karl Böhm, Kurt Sanderling, Herbert Blomstedt – nog steeds eredirigent –, Giuseppe Sinopoli, Bernard Haitink (2002-2004), Fabio Luisi (2007-2010) en Christian Thielemann (2012/2013 tot en met 2023/2024). Eerste gastdirigent is sinds 2012 Myung-whun Chung.
Sinds 2007 stelt de Sächsische Staatskapelle Dresden jaarlijks een ‘Capell-Compositeur’ aan; dit waren onder anderen Hans Werner Henze, Sofia Goebaidoelina, Wolfgang Rihm, György Kurtág, Arvo Pärt, Peter Eötvös, Aribert Reimann, Matthias Pintscher, Olga Neuwirth en Georg Friedrich Haas.
Het orkest heeft zijn thuisbasis in de Semperoper, waar het elk seizoen zo’n vijftig concerten verzorgt en 250 opera- en balletuitvoeringen begeleidt. Tournees voeren daarnaast naar de belangrijkste podia van de wereld, en het orkest is partner van het Gustav Mahler Jugendorchester.
In 2007 kreeg de Sächsische Staatskapelle Dresden als enige orkest ooit de Preis der Europäischen Kulturstiftung für die Bewahrung des musikalischen Weltkulturerbes, en bij het einde van zijn tienjarige residency op de Salzburger Osterfestspiele ontving het in 2022 de Herbert-von-Karajan-Preis.
Christian Thielemann, dirigent
Met ingang van deze maand is Christian Thielemann Generalmusikdirektor van de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn. Via posities aan de Deutsche Oper Berlin, in Gelsenkirchen, Karlsruhe, Hannover en Düsseldorf werd hij in 1988 Generalmusikdirektor in Nürnberg, waarna hij in 1997 naar zijn geboortestad Berlijn terugkeerde als Generalmusikdirektor – tot 2004 – van de Deutsche Oper.
Vervolgens leidde hij tot 2011 de Münchner Philharmoniker en van 2012 tot afgelopen zomer de Sächsische Staatskapelle Dresden – waarmee hij op 7 september 2023 te gast was in Het Concertgebouw. Bij het Concertgebouworkest was hij sinds 1997 meerdere keren te gast.
Van 2013 tot 2022 was Christian Thielemann artistiek leider van de Osterfestspiele Salzburg, en sinds zijn debuut in zomer 2000 bij de Bayreuther Festspiele keert hij daar jaarlijks terug en werd hij er Musikdirektor. De is te gast bij huizen en orkesten wereldwijd en onderhoudt nauwe banden met zowel de Berliner als de Wiener Philharmoniker; zo leidde hij bij dit laatste orkest in 2019 en in 2024 het vermaarde Nieuwjaarsconcert.
In 2023 verkreeg Christian Thielemann het erelidmaatschap en de erering van de Wiener Staatsoper, en afgelopen april werd hij ook door de Wiener Philharmoniker tot erelid benoemd.
Janine Jansen, viool
In oktober 1999 stond Janine Jansen in de als Rising Star en in mei 2000 in de serie Jonge Nederlanders. In 2003 verscheen haar debuut-cd, richtte ze haar Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht op én won ze de Nederlandse Muziekprijs. Het jaar erop maakte ze een dubbel debuut bij het Concertgebouworkest, waar ze meermaals terugkeerde en in 2020/2021 artist in residence was.
Die positie heeft ze in het huidige seizoen bij de Berliner Philharmoniker. Het Swedish Radio Symphony Orchestra presenteert haar dit seizoen bovendien als ‘artist in focus’. Seizoen 2025/2026 behelst ook tournees met het Concertgebouworkest en Klaus Mäkelä, met het London Symphony Orchestra en Antonio Pappano en met het Tonhalle-Orchester Zürich en Paavo Järvi, en met de Camerata Salzburg reisde Janine Jansen naar Azië.
recitals met Martha Argerich en Mischa Maisky zijn er dit seizoen in Wenen, Luzern en Tokio, en duorecitals met Denis Kozhukhin of Sunwook Kim in Azië en Europa. Janine Jansen kreeg onder meer de Concertgebouw Prijs (2013) en de Johannes Vermeer Prijs (2018). Ze groeide op in een muzikaal gezin, studeerde bij Coosje Wijzenbeek, Philipp Hirshhorn en Boris Belkin en geeft sinds november 2023 les aan de Kronberg Academy.
De violiste bespeelt de ‘Shumsky-Rode’-Stradivarius uit 1715. Haar vorige optreden in de Eigen Programmering was op 11 september 2024 De vier jaargetijden van Vivaldi met Amsterdam Sinfonietta, en op 14 augustus 2025 stond ze samen met het Concertgebouworkest en Klaus Mäkelä voor het laatst in de .


