Jaap Van Zweden Met Sjostakovitsj' Achtste Bij Het Concertgebouworkest
Serie B 20.15 uur
Koninklijk Concertgebouworkest
Jaap van Zweden dirigent
Denis Kozhukhin piano
begin van de pauze ca. 20.50 uur
einde van het concert ca. 22.25 uur
Het concert van donderdag 18 mei wordt opgenomen door AVROTROS voor uitzending op zondag 21 mei om 14.00 uur via NPO Radio 4.
Sergej Prokofjev 1891-1953
Derde pianoconcert in C gr.t., op. 26 (1916-21)
Andante, Allegro
Tema con variazioni
Allegro ma non troppo
pauze
Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975
Achtste symfonie in c kl.t., op. 65 (1943)
Adagio – Allegro non troppo – Allegro – Adagio
Allegretto
Allegro non troppo
Largo
Allegretto
Prokofjev en Sjostakovitsj
Sergej Prokofjev en Dmitri Sjostakovitsj. Ze leken in niets op elkaar en ook hun muziek verschilde als dag en nacht. En toch werden ze al tijdens hun leven in één adem genoemd als de componisten die de muziek van de Sovjet-Unie van haar internationale glans verzekerden. Twee kanten van een medaille: de een ving jarenlang de zonnestralen op, de ander verkende de koude diepte van de tragiek.
Toelichting
Sergej Prokofjev 1891-1953
Derde pianoconcert
tekst: Olga de Kort
Sergej Prokofjev was een man van daden. Uitstel stond voor hem gelijk aan het mislopen van veelbelovende kansen. Het liefst werkte hij aan drie composities tegelijk en binnen een mum van tijd was hij met de eerste schetsen klaar. Maar soms had ook Prokofjev iets te veel onder handen en moest hij zijn schetsen opzij leggen.
Zo ook bij het Derde pianoconcert in C groot, een van de langst uitgestelde werken in Prokofjevs hele oeuvre. Hij werkte er vijf jaar aan, met lange tussenpozen, voortdurend afgeleid door andere, urgentere zaken.
De eerste ’s dateren van augustus 1916, maar toen had de vijfentwintigjarige componist het veel te druk met zijn De speler. In zijn dagboek noteerde Prokofjev hoe hij verlangde naar de tijd wanneer hij helemaal vrij zou zijn om een nieuw, spectaculair, vijfdelig concert ‘met een leitmotiv’ te componeren.
De eerste mogelijkheid kwam pas in januari 1918, en binnen een halfjaar was de zo goed als klaar. Het duurde echter nog drie jaar tot het Derde pianoconcert zijn definitieve gestalte kreeg met het oog op de uitvoeringen in Chicago in december 1921.
De concerten waren in Prokofjevs overvolle agenda geperst tussen de repetities van de Liefde voor drie sinaasappels door.
Hij had amper de tijd om zijn pianopartij in te studeren, en toen hij bij de finale was, ontdekte hij tot zijn eigen ontsteltenis dat hij vergeten was om deze uit te werken. Aangezien de schetsen in Frankrijk lagen en hij zich geen noot meer voor de geest kon halen, restte Prokofjev niets anders dan de pianopartij van de finale opnieuw te componeren.
Drie weken voor de première had hij het Derde pianoconcert in C groot nog steeds niet in de vingers, en zelfs tijdens de orkestrepetities struikelde hij over zijn eigen technisch veeleisende passages. Een paar dagen voor de première besloot hij om het zich niet langer moeilijk te maken en alles wat hij nog niet feilloos kon spelen gewoon te herschrijven.
Na een koele ontvangst in Chicago en New York kon het nieuwe pianoconcert op enthousiaste reacties rekenen in Parijs, Londen en Antwerpen. De recensent van The Times schreef op 22 april 1922:
‘Music entered the room with Mr. Prokofiev. We must honestly confess we never understood Mr. Prokofiev’s music until he played it himself. As he plays it, the orchestra is like a vast resonator applied to the piano.’
De geëmotioneerde dichter Konstantin Balmont schreef zelfs een sonnet waarin hij de componist met een ‘rijkelijk gezegend zonnekind’ vergeleek. In december 1925 speelde Sergej Prokofjev zijn Derde pianoconcert in Amsterdam, met het Concertgebouworkest onder leiding van Pierre Monteux.
Het programmaboekje roemde de componist als vaandeldrager van de Russische muzikale tradities, iemand die veel invloed uitoefende op de jonge generatie Sovjetcomponisten, met name op Dmitri Sjostakovitsj.
Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975
Achtste symfonie
Het enorme enthousiasme dat de Zevende symfonie in 1942 te beurt viel, maakte Dmitri Sjostakovitsj onzeker over het lot van zijn volgende orkestwerk.
Hij ontweek alle vragen over de tiek en programmatische achtergrond van de muziek en gaf nooit een direct antwoord op de vraag die iedereen leek bezig te houden: was de Achtste symfonie wel of niet een oorlogssymfonie? Gezien het zwijgen van de componist werd er schouderophalend besloten dat het toch niet helemaal het geval was, waarna alle hoop opnieuw werd gericht op de Negende symfonie.
Wat wel buiten twijfel stond was de onmiskenbare tragiek van de Achtste symfonie, die Nikolaj Mjaskovski zelfs ‘expressionistisch tragisch’ noemde. Over tragiek schreef ook de musicoloog Ivan Sollertinski in zijn programmatoelichting bij de uitvoering in Novosibirsk op 6 februari 1944. Voor hem was Sjostakovitsj ‘een tragische dichter in de muziek’, en waren zijn muzikale verzen ‘vruchten van rijpheid, kracht, moed en morele vrijheid’.
De vijfdelige Achtste symfonie loopt over van de innerlijke spanning, die al vanaf het eerste deel, , in de intensiteit van krachtige dynamische golven uiteenspat. De spanning neemt toe in het groteske van het tweede deel, met zijn kenmerkende scherpe ritme uit het Duitse Rosamunde-.
Het derde deel, een toccata, wordt geopend door de altviolen, die met hun wat schorre timbre in het lage register de onafwendbare stappen van het ijzeren weergeven. Sjostakovitsj kiest vaak voor dit instrument om de emotionele intensiteit van de klank te benadrukken.
In de reprise spelen de altviolen met een sourdine, waardoor hun klank nog intenser en zelfs sinister overkomt. Huiveringwekkend is de combinatie met het aanvankelijk gedempte, maar steeds oplaaiende van de orkestbegeleiding. De daaropvolgende elf variaties van de passacaglia uit het vierde deel brengen de sombere verdoving van een treurlied mee.
Na hun gebroken, gespannen komt de openingsmelodie van de als een herrijzenis uit de as. De zachte verlichting van de pastorale finale wist de herinneringen aan de voorbije storm uit en vervult de luisteraar met nieuwe hoop. Niet voor niets vergeleek de Sovjet-muziekcriticus Boris Asafjev de finale met een eenzaam kloppend hart, dat als een beekje te midden van norse bergen zingt: ‘ik leef’.
Op het moment van de première had niemand durven beweren dat de rouwende droefenis van de passacaglia uit het vierde deel, Largo, enige tische verwantschap met het Crucifixus uit Bachs Mis in b klein ‘Hohe Messe’ vertoonde.
En ook zou niemand het licht en de hoop van de pastorale uit het afsluitende Allegretto in verband brengen met de hoop op barmhartigheid en genade van het bijbelse kerstverhaal. De vooraanstaande Sovjetcomponist die middenin de oorlog aan herders en het licht van de kerstster denkt, zo ver zou niemand durven gaan.
Jarenlang stond de Achtste symfonie te boek als filosofische heroverweging van de verschrikkingen van de oorlog. De parallellen met Bach en het verloop van zijn Matthäus-Passion kwamen pas in 2007 ter sprake en plaatsten de tragiek van de Achtste meteen in een nieuw licht.
De emotionele spanning en kracht van deze reusachtige symfonie maken het heel aannemelijk dat dit ‘epos van de pijn’ inderdaad aan het ondraaglijke lijden van het volk herinnert, met alle hoop op zijn wedergeboorte en licht aan het eind van zijn lijdensweg.
Biografie
Jaap van Zweden, dirigent
Jaap van Zweden is music director van het Seoul Philharmonic Orchestra sinds 2024; daarvoor stond hij aan het roer van het Hong Kong Philharmonic Orchestra en de New York Philharmonic. In september 2026 wordt hij chef- van het Orchestre Philharmonique de Radio France, waarmee hij afgelopen oktober al in de stond. Jaap van Zweden studeerde bij onder anderen Davina van Wely.
Na het winnen van het Nationaal Vioolconcours ‘Oskar Back’ in 1977 vertrok hij, zestien jaar oud, naar New York om verder te studeren aan de Juilliard School of Music. In 1979 werd hij concertmeester van het Concertgebouworkest, met negentien jaar de jongste uit de geschiedenis. In 1997 verruilde Jaap van Zweden zijn strijkstok definitief voor de baton.
Hij vervulde chef-schappen bij het Orkest van het Oosten, het Residentie Orkest en de Filharmonie in Antwerpen, en was chef-dirigent en artistiek leider van het Radio Filharmonisch Orkest. Na zijn benoeming tot chef-dirigent van het Dallas Symphony Orchestra in 2008 – een functie die hij tot 2018 vervulde – nam zijn carrière een internationale vlucht. Hij leidde vooraanstaande orkesten als het Chicago Symphony Orchestra, het London Philharmonic Orchestra en de Berliner Philharmoniker.
Met het Hong Kong Philharmonic Orchestra nam hij Wagners Der Ring des Nibelungen integraal op cd op. Onder zijn talloze bejubelde opnamen bevinden zich ook de complete symfonieën van Beethoven en Brahms en Wagners Parsifal, waarvoor hij in 2012 een Edison in ontvangst mocht nemen. Door Musical America werd hij in dat jaar gehuldigd als Conductor of the Year.
Jaap van Zweden stond voor het eerst in 1998 als dirigent voor het Concertgebouworkest en is met grote regelmaat te gast, zoals in januari 2023 met werken van Wagner en Clyne. In oktober 2023 verscheen zijn biografie Dat is Jaap, opgetekend door Peter van Ingen; dat jaar kreeg hij ook de Concertgebouw Prijs.
Lees ook het interview met Jaap van Zweden uit mei 2018: 'Elke dag als ik opsta en de ligt voor me, denk ik: wat is dit een feest'
Denis Kozhukhin, piano
Sinds Denis Kozhukhin in 2010 het Koningin Elisabeth Concours in Brussel won, onderhoudt hij een wereldwijde carrière. Hij werd geboren in Nizjni Novgorod en kreeg zijn eerste pianolessen op vijfjarige leeftijd van zijn moeder. Later studeerde hij in Madrid bij Dmitri Bashkirov en Claudio Martínez-Mehner.
Aan de International Piano Academy Lake Como had hij les van Fou Ts’ong, Stanislav Ioudenitch, Peter Frankl, Boris Berman, Charles Rosen en Andreas Staier, en in Stuttgart van Kirill Gerstein. Denis Kozhukhin werd als solist uitgenodigd door onder meer het London Symphony Orchestra, Philharmonia, het Sint-Petersburg Filharmonisch Orkest, de Staatskapelle Berlin en de orkesten van Oslo, Stockholm, Kopenhagen, San Francisco, Chicago, Philadelphia, Los Angeles, Washington en Dallas. In een residency bij het Barcelona Symphony Orchestra voerde hij alle vier pianoconcerten van Rachmaninoff uit.
In Nederland soleerde de pianist bij het Nederlands Philharmonisch, Amsterdam Sinfonietta, het Radio Filharmonisch Orkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Concertgebouworkest (2017). Hij speelde op de BBC Proms (debuut 2018), op de festivals van bijvoorbeeld Verbier, Gstaad en Grafenegg en op het Klavier-Festival Ruhr. Voor solorecitals was Denis Kozhukhin drie keer te gast in de serie Meesterpianisten (2014, 2016 en 2017). In februari 2022 en maart 2025 verzorgde hij met Janine Jansen duos in de .
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest


