Jaap van Zweden met Bruckner bij het Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest
Jaap van Zweden dirigent

Anton Bruckner 1824-1896

Achtste symfonie in c kl.t. (1884-87, revisie 1890; editie Nowak)
Allegro moderato
Scherzo: Allegro moderato
Adagio: Feierlich langsam, doch nicht schleppend
Finale: Feierlich, nicht schnell

er is geen pauze
einde ca. 21.45 resp. 15.45 uur 

Dit concert maakt deel uit van de series B en Z.

Bruckners Achtste symfonie kreeg heel wat kritiek te verduren. Eerst wilde dirigent Hermann Levi het stuk niet dirigeren. Na aanpassing vond muziekcriticus Eduard Hanslick het helemaal niets. Gelukkig werd de uiteindelijke première met gejuich ontvangen. Lees de toelichting

Toelichting

(1884-87, revisie 1890; editie 'Nowak')

Bruckner: Achtste symfonie

Door Dirk Luijmes

BrucknerAchtste symfonie kreeg heel wat kritiek te verduren. Eerst wilde Hermann Levi het stuk niet dirigeren. Na aanpassing vond muziekcriticus Eduard Hanslick het helemaal niets. Gelukkig werd de uiteindelijke première met gejuich ontvangen.

‘Deze symfonie is de schepping van een gigant en overtreft wat betreft de geestelijke dimensie, vruchtbaarheid en grootte alle andere symfonieën van de meester…. [De première] was een volledige zege van het licht over de duisternis en als elementair geweld brak de storm van enthousiasme uit… een mf, die een Romeinse heerser zich niet beter kon wensen.’ 

Na 18 december 1892 kon Anton Bruckner opgelucht ademhalen; collega Hugo Wolf – van wie bovenstaande woorden zijn – was bepaald niet de enige die diep onder de indruk was van de Achtste symfonie in c klein. Vijf jaar ervoor was Bruckners gemoedstoestand heel anders geweest, toen de eerste versie van de symfonie onder meer als ‘te sjabloonachtig’ misprijzend was weggezet door dirigent Hermann Levi, die het werk weigerde te dirigeren.

De immer on­zekere en zelfkritische componist was flink uit het veld geslagen, stopte meteen met het werk aan zijn Negende – die mede daardoor onvoltooid bleef – en paste flink wat aan zijn ‘Urfassung’ van de Achtste aan. Hij wijzigde onder meer de (vooral door bepaalde groepen sterker te bezetten), zorgde voor nieuwe verbindingen tussen de verschillende ’s en verving bepaalde fragmenten door geheel nieuwe.

Haatcampagne van Hanslick

In 1890 waren de aanpassingen klaar. Bruckner droeg de symfonie op aan keizer Joseph I. Naar verluidt moet hij destijds bij de ­keizer zijn hart hebben gelucht over critici die hem in Wenen het leven zuur maakten. Zijn belangrijkste kwelgeest was de beruchte Eduard Hanslick, een liefhebber van degelijke meesters als Johannes Brahms en fervent tegenstander van wagneriaanse componisten als Bruckner.

De macht van de keizer reikte waarschijnlijk op dit gebied niet al te ver, want Hanslick liet zich ook over de Achtste zeer negatief uit, door die net als de eerdere Bruckner-­symfonieën als ‘vreemd’ en ‘weerzinwekkend’ te omschrijven:

‘Kenmerkend voor Bruckners nieuwste symfonie is de onmiddellijke confrontatie van dor, schools met grenzeloze vervoering. Zo worden we heen en weer geslingerd tussen bedwelming en troosteloosheid en kunnen we ons geen goed oordeel vormen, terwijl we er evenmin artistiek genoegen aan beleven. Alles stroomt, zonder enige duidelijkheid en zonder ordelijkheid, goedschiks of kwaadschiks richting troosteloze langdradigheid.’

Hanslick kon klagen wat hij wilde: voor Bruckner-liefhebbers was de nieuwe symfonie opnieuw een prachtig voorbeeld van wat de Oostenrijkse meester vermocht en was de Achtste de bekroning van zijn symfonische oeuvre. Opnieuw konden zij zich tegoed doen aan de bekende handelsmerken van hun idool: hoe hij ’s liet groeien vanuit motieven, hoe hij de symfonische vorm uitbreidde met een derde themagroep, hoe hij het orkest soms als een behandelde en hoe hij als een groot architect een imposant bouwwerk wist vorm te geven.

De keizer betaalde in 1892 de eerste uitgave van de gereviseerde versie. In de jaren dertig kwam een nieuwe uitgave van de succesvolle symfonie op de markt, waarvoor Robert Haas verantwoordelijk was.

De nazi-ideologie maakte destijds ook in muziekwetenschappelijke kringen opgeld: Haas meende dat de versie van 1890 te veel was gekleurd door de joodse Levi en maakte een soort combinatie van die versie en de Urfassung. In 1955 volgde een kritische editie van Leopold Nowak, die weer meer aansloot bij de versie van 1890.

Lees ook: 'Toelichtingen vol ongewenste Joodse referenties' - programmaboekjes stonden in 1942 bol van Joodse componisten en musici. Bewuste stellingname?

De opbouw van de symfonie

Een van de grote wijzigingen die Bruckner na Levi’s kritiek aanbracht, is te vinden in het eerste deel, het . Na de presentatie van drie thema’s, die de componist in de doorwerking vergroot, verkleint en omkeert, eindigde het monumentale deel in de eerste versie in een apotheose.

In de gewijzigde editie van 1890 is het slot een soort afbrokkeling van de thematiek. Bruckner vertelde zelf dat in het eerste deel de dood zich aankondigt; aan het slot horen we de ‘doodsklok’: ‘Dat is zo wanneer iemand op sterven ligt; tegenover hem hangt een klok, die terwijl zijn leven eindigt steeds gelijkmatig doortikt: tik, tak, tik, tak..’.

Als contrast met dit deel vervolgt de componist met een , waarin hij naar eigen zeggen een portret schetste van de ‘Duitse Michel’, een stereotiep beeld van een Duitse boer. Deze Michel krijgt het niet heel gemakkelijk in dit deel, ‘maar komt er tot slot weer bovenop’. Het van dit Scherzo is in de tweede versie geheel vernieuwd; hier horen we, volgens Bruckner zelf, hoe Michel op het land voor zich uit droomt.

Twee themagroepen bepalen voor het grootste deel het expressieve . ‘Pas over duizend jaar zal men dit heerlijke werk begrijpen’, meende de eerder aangehaalde Hugo Wolf. Bruckner vertelde zelf dat hij dit Adagio schreef nadat hij ‘een meisje te diep in de ogen had gekeken’.

Het betrof hier een zekere Maria Demar, die groot Bruckner-fan was. Op zijn verzoek had ze hem een portret van haar gegeven, waar de componist erg verguld mee was: ‘Die trouwhartige, mooie ogen! Hoezeer troosten ze me vaak. Tot aan het einde van mijn leven zal dit relikwie me dierbaar zijn.’

Ook over de achtergronden van de Finale worden we door de componist zelf geïnformeerd, zij het in telegramstijl:

‘Onze keizer kreeg destijds in Olzmütz een bezoek van de tsaar: daarom strijkers: rit van de kozakken; koper: militaire muziek; ten: fanfare, zoals majesteiten elkaar ontmoeten. Ten slotte alle thema’s, zoals bij Tannhäuser in de tweede akte de koning komt, zoals de Duitse Michel terugkomt van zijn reis, is alles vol glans. In de Finale is ook de dodenmars en dan (koper) Verklärung.’

In hoeverre deze ‘programmatische’ informatie voor ons als luisteraars van belang is, blijft de vraag. Was het ook Bruckner niet die stelde: ‘Meine Achte ist ein Mysterium’?

Biografie

Jaap van Zweden, dirigent

Jaap van Zweden is music director van het Seoul Philharmonic Orchestra sinds 2024; daarvoor stond hij aan het roer van het Hong Kong Philharmonic Orchestra en de New York Philharmonic. In september 2026 wordt hij chef- van het Orchestre Philharmonique de Radio France, waarmee hij afgelopen oktober al in de stond. Jaap van Zweden studeerde bij onder anderen Davina van Wely.

Na het winnen van het Nationaal Vioolconcours ‘Oskar Back’ in 1977 vertrok hij, zestien jaar oud, naar New York om verder te studeren aan de Juilliard School of Music. In 1979 werd hij concertmeester van het Concertgebouworkest, met negentien jaar de jongste uit de geschiedenis. In 1997 verruilde Jaap van Zweden zijn strijkstok definitief voor de baton.

Hij vervulde chef-schappen bij het Orkest van het Oosten, het Residentie Orkest en de Filharmonie in Antwerpen, en was chef-dirigent en ­artistiek leider van het Radio Filharmonisch Orkest. Na zijn benoeming tot chef-dirigent van het Dallas Symphony Orchestra in 2008 – een functie die hij tot 2018 vervulde – nam zijn carrière een internationale vlucht. Hij leidde vooraanstaande orkesten als het Chicago Symphony Orchestra, het London Philharmonic Orchestra en de Berliner Philharmoniker.

Met het Hong Kong Philharmonic Orchestra nam hij Wagners Der Ring des Nibelungen integraal op cd op. Onder zijn talloze bejubelde opnamen bevinden zich ook de complete symfonieën van Beethoven en Brahms en Wagners ­Parsifal, waarvoor hij in 2012 een Edison in ontvangst mocht nemen. Door Musical America werd hij in dat jaar gehuldigd als Conductor of the Year.

Jaap van Zweden stond voor het eerst in 1998 als dirigent voor het Concertgebouworkest en is met grote regelmaat te gast, zoals in januari 2023 met werken van Wagner en Clyne. In oktober 2023 verscheen zijn biografie Dat is Jaap, opgetekend door Peter van Ingen; dat jaar kreeg hij ook de Concertgebouw Prijs.

Lees ook het interview met Jaap van Zweden uit mei 2018: 'Elke dag als ik opsta en de  ligt voor me, denk ik: wat is dit een feest'

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest