Jaap van Zweden leidt het Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest
Jaap van Zweden dirigent  
Antoine Tamestit altviool 

Dit programma maakt deel uit van de series B en Z.

Het concert wordt door AVROTROS live op de radio uitgezonden via NPO Klassiek.

Ook interessant:
- Notenbeeld - Sofia Goebaidoelina: Altvioolconcert

Sofia Goebaidoelina (1931)  

Altvioolconcert (1996)  
eerste uitvoering door het Concertgebouworkest 

pauze ± 14.50 uur

Pjotr Tsjaikovski (1840-1893)

Symfonie nr. 4 in f kl.t., op. 36 (1877-78)  
Andante sostenuto – Moderato con anima
Andantino in modo di canzona
Scherzo, Pizzicato ostinato: Allegro
Finale: Allegro con fuoco

einde ± 16.10  

  

Toelichting

Sofia Goebaidoelina (1931)

Altvioolconcert

Door Martijn Voorvelt

Wat er in de Sovjet-Unie tijdens en na Dmitri Sjostakovitsj verder nog aan prachtige en belangwekkende muziek werd geschreven, bleef grotendeels een goed bewaard geheim tot het na 1989 allemaal naar buiten kwam. Een uitzondering was Sofia Goebaidoelina: haar naam drong al vanaf 1981 door tot de westerse wereld dankzij violist Gidon Kremer en het voor hem geschreven Offertorium, een prachtig vioolconcert dat voortbouwt op zowel Bach als Webern. Sindsdien groeide haar reputatie als een van de belangrijkste naoorlogse componisten. Op onnavolgbare wijze slaat ze muzikale bruggen tussen traditie en avant-garde, oost en west, mens en God, hemel en aarde. Sinds 1992 woont ze in het dorp Appen, bij Hamburg. 

Het Offertorium was ook het ­eerste werk van Goebaidoelina dat het Concertgebouworkest uitvoerde (in 1991, komend seizoen opnieuw). Het A­ltvioolconcert wordt vandaag als vijfde werk van deze componist toegevoegd aan het repertoire. 

Het A­ltvioolconcert is opgedragen aan de befaamde altviolist Yuri Bashmet, ‘een artiest die over een verbazingwekkende weelde aan kleuren en een enorm scala aan emotionele toestanden beschikt’, aldus Goebaidoelina. Maar, voegt ze toe, het is ook opgedragen aan zijn instrument, waarvan de mysterieuze omfloerste klank haar zowel voor raadsels stelt als in vervoering brengt. Om dat te benadrukken voegde ze aan de orkestbezetting ‘een extra personage’ toe, dat een andere geluidsdimensie toevoegt: een strijkkwartet, waarvan de instrumenten een kwarttoon omlaag zijn gestemd. De ‘vals’ gestemde strijkers zorgen voor een extra en een licht gevoel van instabiliteit en desoriëntatie (een procedé dat we bijvoorbeeld ook tegenkomen bij György Ligeti). 

De solo- beweegt zich tussen de omfloerste schaduwwereld van het kwartet en de heldere wereld van het orkest. Zo slaat de solist een brug tussen twee dimensies, in Goebaidoelina’s woorden een ‘werkelijke’ en een ‘virtuele’. In beide dimensies gedraagt de altviool zich anders: bij het overgaan van de ene naar de andere dimensie versmallen en verwijden de toonsafstanden zich – secunden en tertsen zijn bijvoorbeeld klein in de ene wereld, groot in de andere. Door deze combinatie van klankwerelden met verschillende groottes ontstaat een levendig vibrerende textuur, waarbinnen de klank soms subtiel schittert en iriseert, dan weer uitbarst in vurige kleuren. Dat gebeurt in een specifiek , dat meerdere keren herhaald wordt binnen de zeven secties: introductie – eerste expressie – tweede expressie – doorwerking in drie episodes –

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (1877-1878)

Vierde Symfonie

Door Lies Wiersema

Het fatum, het onafwendbare noodlot, dat is wat ons leven volgens Pjotr Iljitsj Tsjaikovski beheerst: ‘het noodlot, … dat ooit voorkomt dat ons streven naar geluk zijn doel bereikt, … dat als een zwaard van Damocles boven onze hoofden hangt …, onontkoombaar’.

Dit fatum klinkt in de fanfare-introductie waarmee zijn Vierde symfonie in f klein opent. De symfonie kwam tot stand in een turbulente tijd die vooral getekend werd door de avances van een hopeloos verliefde aanbidster, Antonina Miljoekova. Haar dreiging zonder hem niet meer te kunnen leven en zijn behoefte aan een maatschappelijk geaccepteerde oplossing voor zijn homoseksualiteit leidden tot een verstandshuwelijk waarin ze ‘als broer en zus’ zouden samenleven.

Na drie maanden beëindigde Tsjaikovski wat een ondraaglijke situatie was geworden

De dag na de huwelijksvoltrekking bleek het een vergissing. Na drie maanden beëindigde Tsjaikovski wat een ondraaglijke situatie was geworden. De symfonie droeg hij anoniem op aan zijn beschermvrouwe Nadezjda von Meck. Hij schreef haar dat zijn symfonie een programma heeft waarin het onontkoombare noodlot, het motto- van de in het eerste deel, de kern vormt.

De twee middendelen zijn zachtaardiger. De hobomelodie in het begin van het ­langzame tweede deel drukt melancholie uit: ‘Dat melancholische gevoel dat ’s avonds in je opkomt als je alleen zit, moe van je werk. Je pakt een boek, maar het valt uit je handen en een hele stoet herinneringen trekt voorbij.’ In het worden de twee buitensecties door de strijkers geheel gespeeld.

Tsjaikovski beschrijft het als ‘grillige arabes­ken, vluchtige beelden die in je opkomen na een paar glazen wijn’. De inzet van de Finale lijkt een uitbundige uitbarsting van opwindende vrolijkheid. Tsjaikovski spreekt over een volksfeest. In allerlei varianten klinkt steeds het Russische volksliedje over een berkenboom: ‘Op het veld stond een berk’. Maar dan dringt zich uiteindelijk toch weer het noodlot op, in de dramatische terugkeer van de omineuze fanfares met het motto-­.

Daaruit maakt zich het volksliedje los en alles eindigt in een definitieve, glorieuze apotheose. Of de symfonie echt autobiografisch is wordt betwijfeld. Het werk aan de eerste schetsen dateert immers van voor de episode Antonina en het programma schreef hij pas achteraf voor Von Meck. Maar de compositie is wel beïnvloed door Tsjaikovski’s sombere gemoedstoestand in die tijd.

Over het resultaat was hij overigens buitengewoon tevreden. Het was zijns inziens zijn beste orkestwerk, en wat betreft textuur en vorm een flinke stap vooruit in zijn ontwikkeling. De première in Sint-Petersburg was een ongekend succes.

Biografie

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest

Jaap van Zweden, dirigent

Jaap van Zweden is music director van het Seoul Philharmonic Orchestra sinds 2024; daarvoor stond hij aan het roer van het Hong Kong Philharmonic Orchestra en de New York Philharmonic. In september 2026 wordt hij chef- van het Orchestre Philharmonique de Radio France, waarmee hij afgelopen oktober al in de stond. Jaap van Zweden studeerde bij onder anderen Davina van Wely.

Na het winnen van het Nationaal Vioolconcours ‘Oskar Back’ in 1977 vertrok hij, zestien jaar oud, naar New York om verder te studeren aan de Juilliard School of Music. In 1979 werd hij concertmeester van het Concertgebouworkest, met negentien jaar de jongste uit de geschiedenis. In 1997 verruilde Jaap van Zweden zijn strijkstok definitief voor de baton.

Hij vervulde chef-schappen bij het Orkest van het Oosten, het Residentie Orkest en de Filharmonie in Antwerpen, en was chef-dirigent en ­artistiek leider van het Radio Filharmonisch Orkest. Na zijn benoeming tot chef-dirigent van het Dallas Symphony Orchestra in 2008 – een functie die hij tot 2018 vervulde – nam zijn carrière een internationale vlucht. Hij leidde vooraanstaande orkesten als het Chicago Symphony Orchestra, het London Philharmonic Orchestra en de Berliner Philharmoniker.

Met het Hong Kong Philharmonic Orchestra nam hij Wagners Der Ring des Nibelungen integraal op cd op. Onder zijn talloze bejubelde opnamen bevinden zich ook de complete symfonieën van Beethoven en Brahms en Wagners ­Parsifal, waarvoor hij in 2012 een Edison in ontvangst mocht nemen. Door Musical America werd hij in dat jaar gehuldigd als Conductor of the Year.

Jaap van Zweden stond voor het eerst in 1998 als dirigent voor het Concertgebouworkest en is met grote regelmaat te gast, zoals in januari 2023 met werken van Wagner en Clyne. In oktober 2023 verscheen zijn biografie Dat is Jaap, opgetekend door Peter van Ingen; dat jaar kreeg hij ook de Concertgebouw Prijs.

Lees ook het interview met Jaap van Zweden uit mei 2018: 'Elke dag als ik opsta en de  ligt voor me, denk ik: wat is dit een feest'

Antoine Tamestit, altviool

Antoine Tamestit studeerde bij Jean Sulem, Jesse Levine en Tabea Zimmermann. Als jonge musicus won hij onder meer het ­William Primrose Concours in 2001 en de ARD Musikwettbewerb in 2004; in 2008 kreeg hij de Credit Suisse Young Artist Award. De Parijzenaar is een van de weinige wereldwijd bekende solisten op de alt­viool, en bestrijkt een zeer breed repertoire van de tot het heden.

Zijn grote affiniteit met nieuwe muziek komt tot uiting in vele wereldpremières, zoals die van Jörg Widmanns Altv­ioolconcert, waarvan de opname met het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks onder Daniel Harding de ­Premier Award won tijdens de BBC Music Magazine Awards 2019, maar ook ­Thierry Escaichs La Nuit des chants, Bruno Mantovani’s Concert voor twee alt­violen (samen met Tabea Zimmermann) en Olga Neuwirths Remnants of Songs en Weariness Heals Wounds.

Recent soleerde Antoine Tamestit onder meer bij de Berliner Philharmoniker, de New York Philharmonic, de Wiener Symphoniker, het Orchestre Philharmonique de Radio France, het Tonhalle-Orchester Zürich en het NHK Symphony Orchestra Tokyo. Bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in april 2024 met het Alt­viool­concert van ­Goebaidoelina. Antoine Tamestit opende het seizoen 2025/2026 van het Tanglewood Music Festival met een met violist Leonidas Kavakos, cellist Y­o-Yo Ma en pianist Emanuel Ax.

Andere kamermuziekpartners zijn pianiste Yuja Wang, violiste Isabelle Faust, klarinettist Martin Fröst en het Quatuor Ébène. Met Frank P­eter Zimmermann en Christian P­oltera vormde hij ruim tien jaar het T­rio ­Zimmermann. Antoine Tamestit bespeelt de eerste die Antonio ­Stradivarius ooit maakte, in 1672.