Jaap van Zweden leidt het Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest
Jaap van Zweden dirigent
Dit concert maakt deel uit van de series D en E.
Kirill Petrenko heeft zijn terugkeer als gastdirigent bij het Concertgebouworkest helaas om gezondheidsredenen moeten annuleren. Jaap van Zweden is bereid gevonden op zeer korte termijn de concerten op donderdag 22 en vrijdag 23 juni over te nemen, met een aangepast programma.
Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)
Symfonie nr. 9 in Es gr.t., op. 70 (1943-45)
Allegro
Moderato
Presto – Largo – Allegretto
pauze ca. 20.45 uur
Pjotr Tsjaikovski (1840-1893)
Symfonie nr. 6 in b kl.t., op. 74 (1893)
Adagio – Allegro non troppo
Allegro con grazia
Allegro molto vivace
Finale: Adagio lamentoso
einde ca. 22.10 uur
Toelichting
Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893
Tsjaikovski: Zesde symfonie, ‘Pathétique’
Door Michiel Cleij
Kort na de voltooiing van zijn Zesde symfonie – de eerste uitvoering moest nog volgen – kreeg Pjotr Iljitsj Tsjaikovski het verzoek een requiem-achtig stuk te schrijven. De componist weigerde beleefd: hij wilde geen twee requiems achter elkaar schrijven, daar kwam zijn bedankbrief aan de opdrachtgever op neer. Het is slechts een van de vele mystificaties die aan de Zesde kleven, versterkt door het feit dat Tsjaikovski kort na de première overleed. Tijdens de eerste uitvoering vertrouwde Tsjaikovski zijn collega Nikolaj Rimski-Korsakov toe dat de symfonie een verborgen programma had, een boodschap die hij niet wilde toelichten.
Zo zette hij zelf een stroom van interpretaties, quasi-historisch giswerk en gefantaseer in gang. Voorvoelde hij zijn naderend einde? De doodsoorzaak werd officieel verklaard als een acute cholera-besmetting – iets wat hij niet kon zien aankomen toen hij acht maanden eerder aan de symfonie begon. Een Russische musicologe opperde in 1980 de mogelijkheid dat Tsjaikovski door een geheim tribunaal tot zelfmoord was aangespoord, op grond van een homoseksuele relatie met een adellijke jongeling – een onwaarschijnlijke, maar opzienbarende theorie die meteen stof leverde voor een nieuwe (Peter Schats Symposion).
Hoe verleidelijk ook, het gezoek naar achterliggende bedoelingen leidt af van het feit dat het hier om een symfonie gaat: abstracte muziek dus, een orkestraal weefsel dat de componist niet nader wenste toe te lichten. Een symfonie, vond Tsjaikovski, was het ideale vehikel voor de expressie van ‘diepe gevoelens’. Het is echter de vraag hoe letterlijk hij die wilde weergeven. Hij worstelde met zijn kunstenaarschap, angsten, homoseksualiteit en een onfortuinlijk huwelijk; dat verklaart de intensiteit van zijn muziek, maar maakt zijn symfonieën niet anekdotisch.
In de Zesde volgde hij grotendeels het stramien van zijn eerdere symfonieën, met achtereenvolgens een getroebleerde introductie, een peinzend tweede deel en een dansachtig tussenspel. Maar in de Finale doorbreekt Tsjaikovski zijn eigen patroon: ditmaal geen triomfantelijke ontknoping, maar een kommervol, gestameld betoog van korte motieven dat langzaam wegsterft. Als je een imposant werk zó verontrustend laat eindigen en vervolgens doodgaat – dan roep je heel wat over je af. Het is (mild uitgedrukt) heel goed mogelijk dat Tsjaikovski nog niet van plan was te sterven en uit haast het glas ongekookte water dronk dat hem een paar dagen later fataal werd. Volgens Tsjaikovski’s broer Modest – die ook de titel ‘Pathétique’ bedacht – reflecteert deze symfonie dan ook niets meer of minder dan het leven zelf, inclusief de algemeen-menselijke vraag: wanneer zou mijn einde komen?
Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975
Sjostakovitsj: Negende symfonie
Tussen de verpletterende Achtste (1943) en de kolossale Tiende symfonie (1953) lijkt Dmitri Sjostakovitsj’ humorvolle Negende een merkwaardige stap opzij. Het hele werk is na zo’n 25 minuten voorbij. Het begint rechttoe, rechtaan met een klassieke , net als in de dagen van Haydn en Mozart. Er is een lekker voortmarcherend eerste , en een ferme kwartsprong op de trombone kondigt het tweede thema aan, precies ‘zoals het hoort’ op de , een hoger. Grapje: in plaats van een meer gebruikelijk instrument is dit thema de ‘militaire’ toebedeeld. Ook de tromslagen hebben iets militaristisch. In de bruisende doorwerking worden opvallend veel thema’s ondersteboven gekeerd. En op de meest onmogelijke momenten blijft die trombone proberen het verhaal in de richting van heroïek te sturen.
Na deze energieke opening klinkt de inzet van het Moderato afschuwelijk desolaat. Daarna gaan de laatste drie delen zonder onderbreking in elkaar over. In het lijkt aanvankelijk goede luim te overheersen. De dreigende van het vierde deel lijken afkomstig uit de duistere catacomben van Moesorgski’s Schilderijen van een tentoonstelling. Een langgerekt lamento van de gaat bijna ongemerkt over in het eerste gegeven van de finale. Banaliteiten bepalen steeds meer de sfeer. Wat vervolgens volgens de wetten van de officiële sovjetcultuur een grande apothéose had moeten worden, loopt uit op een frenetieke galop. Elke grandioze climax wordt uitgesteld of tenietgedaan, iedere inzet tot megalomanie in de kiem gesmoord. Een tongue-in-cheek eerbetoon aan Stalin en zijn ‘wijze’ oorlogs- en cultuurbeleid? En wéér wordt vrijwel iedere ook ondersteboven gespeeld. Leek het eerste deel al een ontkenning van het militarisme uit de Zevende symfonie, dit deel kun je, desgewenst, als een aanklacht bestempelen.
Dat de partijbonzen van een dergelijke humor niet gediend waren, is geen geheim. Maar de symfonie doodzwijgen en de uitvoering ervan verhinderen was onmogelijk, want sinds het internationale succes van de Zevende was Sjostakovitsj voorlopig onaantastbaar geworden. Omdat de culturele autoriteiten uit eerdere uitspraken van de componist hadden afgeleid dat er een grootste Negende zou komen, hadden ze het werk al aangekondigd als het slotstuk van een imposante ‘oorlogstrilogie’. Ze hielden het gezicht daarom in de plooi. Maar de symfonie kwam wel snel na de première op de lijst van ‘voor uitvoering niet aanbevolen werken’ te staan - tot 1955.
Buiten de Sovjet-Unie kon de Negende wél worden uitgevoerd, en oogstte ze succes. In januari 1951 gaf het Concertgebouworkest de Nederlandse première onder leiding van Otto Klemperer. Het orkest heeft dit werk daarna maar weinig uitgevoerd, de laatste keer was dertig jaar geleden.
Jaap van Zweden leidt het Koninklijk Concertgebouworkest in twee zeer persoonlijke symfonieën. Pjotr Tsjaikovski peilde in zijn indringende Zesde symfonie de krochten van de menselijke ziel, en stierf kort na de première. Een halve eeuw later, in 1945, verbaasde Sjostakovitsj vriend en vijand met zijn korte, klein bezette Negende symfonie, die geheel tegen Stalins verwachting in de draak stak met hoogdravend militarisme.
Biografie
Jaap van Zweden, dirigent
Jaap van Zweden is music director van het Seoul Philharmonic Orchestra sinds 2024; daarvoor stond hij aan het roer van het Hong Kong Philharmonic Orchestra en de New York Philharmonic. In september 2026 wordt hij chef- van het Orchestre Philharmonique de Radio France, waarmee hij afgelopen oktober al in de stond. Jaap van Zweden studeerde bij onder anderen Davina van Wely.
Na het winnen van het Nationaal Vioolconcours ‘Oskar Back’ in 1977 vertrok hij, zestien jaar oud, naar New York om verder te studeren aan de Juilliard School of Music. In 1979 werd hij concertmeester van het Concertgebouworkest, met negentien jaar de jongste uit de geschiedenis. In 1997 verruilde Jaap van Zweden zijn strijkstok definitief voor de baton.
Hij vervulde chef-schappen bij het Orkest van het Oosten, het Residentie Orkest en de Filharmonie in Antwerpen, en was chef-dirigent en artistiek leider van het Radio Filharmonisch Orkest. Na zijn benoeming tot chef-dirigent van het Dallas Symphony Orchestra in 2008 – een functie die hij tot 2018 vervulde – nam zijn carrière een internationale vlucht. Hij leidde vooraanstaande orkesten als het Chicago Symphony Orchestra, het London Philharmonic Orchestra en de Berliner Philharmoniker.
Met het Hong Kong Philharmonic Orchestra nam hij Wagners Der Ring des Nibelungen integraal op cd op. Onder zijn talloze bejubelde opnamen bevinden zich ook de complete symfonieën van Beethoven en Brahms en Wagners Parsifal, waarvoor hij in 2012 een Edison in ontvangst mocht nemen. Door Musical America werd hij in dat jaar gehuldigd als Conductor of the Year.
Jaap van Zweden stond voor het eerst in 1998 als dirigent voor het Concertgebouworkest en is met grote regelmaat te gast, zoals in januari 2023 met werken van Wagner en Clyne. In oktober 2023 verscheen zijn biografie Dat is Jaap, opgetekend door Peter van Ingen; dat jaar kreeg hij ook de Concertgebouw Prijs.
Lees ook het interview met Jaap van Zweden uit mei 2018: 'Elke dag als ik opsta en de ligt voor me, denk ik: wat is dit een feest'
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest


