Jaap van Zweden leidt Bruckners Vierde bij het Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest
Jaap van Zweden dirigent

Dit programma maakt deel uit van de Bruckner-cyclus. Het concert wordt kort ingeleid op het podium.

Ook interessant:
- Hoe kwam Bruckner tot zijn meesterwerken?

Anton Bruckner (1824-1896)

Symfonie nr. 4, ‘Romantische’ (1874, 1878-80)
Bewegt, nicht zu schnell
Andante quasi allegretto 
Scherzo: Bewegt – Trio: Nicht zu schnell. Keinesfalls schleppend 
Finale: Bewegt, doch nicht zu schnell 

er is geen pauze
einde ± 21.30 uur

Toelichting

Anton Bruckner (1824-1896)

Vierde symfonie, ‘Romantische’

Nadat op 20 februari 1881 zijn Vierde symfonie in Es groot ten doop was gehouden, kon Anton Bruckner uitermate tevreden zijn. Na elk deel moest hij naar voren komen om het applaus in ontvangst te nemen. Vele jaren later schreef hij nog enthousiast: ‘Het succes in Wenen zal ik niet vergeten.’

  • Anton Bruckner

De eerste versie van de symfonie dateert uit 1874. Vier jaar later, vlak nadat zijn Derde symfonie door de Weense critici was neergesabeld, herzag Bruckner het werk grondig: hij verkortte de hoekdelen, verving ‘onspeelbare’ vioolpassages in het en schreef een geheel nieuw . Na 1880 onderging het werk nog tal van veranderingen, maar dan door toedoen van anderen. De componist noemde zijn Vierde zelf ‘de Romantische’, een bijnaam die hij ook op de noteerde. Commentatoren die Bruckners symfonieën graag als autonome kunstwerken zien weten niet altijd wat ze aan moeten met de losse ‘programmatische’ opmerkingen die van Bruckner zelf zouden zijn. Zo schetste de componist bij het eerste deel het volgende beeld: ‘Een middel­eeuwse stad – ochtendschemering. Vanaf de torens worden we gewekt. De stadspoorten gaan open. Op vurige paarden rijden de ridders naar buiten – het bos ruist.’ Elders noteerde Bruckner in telegramstijl naar aanleiding van deel twee: ‘, gebed, ’. Bij deel drie schreef hij ‘jacht’, en bij het ‘tijdens het middagmaal in het bos een Leierkast (draaiorgeltje) klinkt.’ En de finale? De componist wist niet meer ‘was i dabei denkt hab’. 

In het openingsdeel horen we in het begin boven de ’s van de strijkers de s, die een karakteristieke ()sprong laten horen. Dit signaal, gevormd door de natuurtonen van de hoorn, wordt een belangrijke bouwsteen, een soort motto dat ook in andere delen van de symfonie opduikt. Het tweede gegeven is een combinatie van een soort vogelroep (in de violen, kennelijk volgens Bruckner de zang van een koolmees: ‘zi-zi-pe’) en een zangerige in de altviolen. Als derde klinken dalende motieven in het koper. Bruckner verwerkt het materiaal op een sfeervolle wijze en combineert een en ander met religieus getinte klanken. 

In het tweede deel horen we onder meer een weemoedige melodie in de ’s in een soort treurmars, een achtige passage in de strijkers en meer ritmische motieven bij de . In het Scherzo presenteren de hoorns zich als de traditionele jachtinstrumenten; het middendeel ervan – het Trio met de melodie in fluit en klarinet – is er. De donkere Finale zit vol contrasten en bevat ook muzikaal materiaal uit de andere delen; zo horen we in de apotheose triomfantelijk het hoornsignaal uit het openingsdeel terug.

Toen de Vierde symfonie in het najaar van 1897 voor het eerst door het Concertgebouworkest werd gespeeld, waren publiek en pers nog niet klaar voor Bruckners universum. Dat ‘verscheidene bezoekers voor de Symphonie op de vlucht gingen’ vonden de critici niet verwonderlijk omdat het werk ‘niet van matheid en eentonigheid is vrij te pleiten’.

Biografie

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest

Jaap van Zweden, dirigent

Jaap van Zweden is music director van het Seoul Philharmonic Orchestra sinds 2024; daarvoor stond hij aan het roer van het Hong Kong Philharmonic Orchestra en de New York Philharmonic. In september 2026 wordt hij chef- van het Orchestre Philharmonique de Radio France, waarmee hij afgelopen oktober al in de stond. Jaap van Zweden studeerde bij onder anderen Davina van Wely.

Na het winnen van het Nationaal Vioolconcours ‘Oskar Back’ in 1977 vertrok hij, zestien jaar oud, naar New York om verder te studeren aan de Juilliard School of Music. In 1979 werd hij concertmeester van het Concertgebouworkest, met negentien jaar de jongste uit de geschiedenis. In 1997 verruilde Jaap van Zweden zijn strijkstok definitief voor de baton.

Hij vervulde chef-schappen bij het Orkest van het Oosten, het Residentie Orkest en de Filharmonie in Antwerpen, en was chef-dirigent en ­artistiek leider van het Radio Filharmonisch Orkest. Na zijn benoeming tot chef-dirigent van het Dallas Symphony Orchestra in 2008 – een functie die hij tot 2018 vervulde – nam zijn carrière een internationale vlucht. Hij leidde vooraanstaande orkesten als het Chicago Symphony Orchestra, het London Philharmonic Orchestra en de Berliner Philharmoniker.

Met het Hong Kong Philharmonic Orchestra nam hij Wagners Der Ring des Nibelungen integraal op cd op. Onder zijn talloze bejubelde opnamen bevinden zich ook de complete symfonieën van Beethoven en Brahms en Wagners ­Parsifal, waarvoor hij in 2012 een Edison in ontvangst mocht nemen. Door Musical America werd hij in dat jaar gehuldigd als Conductor of the Year.

Jaap van Zweden stond voor het eerst in 1998 als dirigent voor het Concertgebouworkest en is met grote regelmaat te gast, zoals in januari 2023 met werken van Wagner en Clyne. In oktober 2023 verscheen zijn biografie Dat is Jaap, opgetekend door Peter van Ingen; dat jaar kreeg hij ook de Concertgebouw Prijs.

Lees ook het interview met Jaap van Zweden uit mei 2018: 'Elke dag als ik opsta en de  ligt voor me, denk ik: wat is dit een feest'