Jaap van Zweden en de Wiener Symphoniker in Beethovens Vijfde

Wiener Symphoniker
Jaap van Zweden dirigent
Simone Lamsma viool

Dit concert maakt deel uit van de serie Wereldberoemde Symfonieorkesten.

Richard Wagner (1813-1883)

Voorspel ‘Die Meistersinger von Nürnberg’ (1861-68)

Benjamin Britten (1913-1976)

Vioolconcert in d kl.t., op. 15 (1938-39)
Moderato con moto
Vivace
Passacaglia: Andante lento (un poco mosso)

pauze ± 21.00 uur

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Symfonie nr. 5 in c kl.t., op. 67 (1804-08)
Allegro con brio
Andante con moto
Allegro
Finale: Allegro

einde ± 22.00 uur

Met dank aan de begunstigers van het Fonds Wereldberoemde ­Symfonieorkesten.

Hoofdsponsor Van Lanschot Kempen biedt bij dit concert een podcast aan, te beluisteren via concertgebouw.nl.

Toelichting

Richard Wagner 1813-1883

Wagner: Voorspel ‘Die Meistersinger von Nürnberg’

Door Marco Nakken

In 1858 onderbrak Richard Wagner het werk aan Der Ring des Nibelungen om Tristan und Isolde (1859, première 1865) en Die Meistersinger von Nürnberg (1867, première 1868) te voltooien. Het historische gilde van de meesterzangers, een soort muzikale rederijkers, floreerde tussen de veertiende en de zestiende eeuw. Het was dit gilde dat de hoofdrol speelt in Wagners Meistersinger: met behulp van de wijze schoenmaker Hans Sachs (een historisch karakter) en het voldoen aan de voorwaarden om met zijn geliefde Eva in het huwelijk te kunnen treden, wordt de jonge ridder Walther von Stolzing in het gilde opgenomen, ondanks zijn tegen de voorschriften van de meesters indruisende muzikale opvattingen.

Het voorspel tot de eerste akte is, in overeenstemming met het nogal gezapige en pedante karakter van de meesterzangers, geschreven in een overwegend diatonische en ische stijl. ‘Prachtige, overdadige, zwaarwichtige en late kunst die de trots bezit om twee eeuwen muziek als levende traditie te veronderstellen’, zoals Friedrich Nietzsche in Jenseits von Gut und Böse schreef. De vier voornaamste gegevens zijn in volgorde van opkomst: het pompeuze Meistersinger-, de met Eva verbonden motieven in de , de Meistersinger- en het waarmee Walther Eva als bruid wint. Het hoogtepunt is de, door een slag op de triangel aangekondigde, ingenieuze contrapuntische combinatie van het Meistersinger-thema (in de bassen), de mars (in verkleinde notenwaarden in de houtblazers en s) en Walthers prijslied (in de eerste violen).   

Benjamin Britten 1913-1976

Britten: Vioolconcert

Door Aad van der Ven

Benjamin Britten behoorde niet tot de componisten die als beginnend talent het muziekleven bestormden met grote symfonieën voor honderd en meer musici. Hij toonde aanvankelijk een voorkeur voor kleine vormen, vaak met al dan niet neoklassieke stijlimitaties. Naast een aantal korte composities zijn de Simple Symphony, de Variations on a Theme of Frank Bridge en zelfs het Pianoconcert uit 1938 daar voorbeelden van. Kort nadat hij het Pianoconcert had voltooid begon hij aan een ander concert, deze keer voor viool. Daarmee zou hij degenen die zijn naam associeerden met speelse, luchthartige muziek verbazen. Want in dit 15, voltooid in 1939, sloeg de componist een andere toon aan. De tijd, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, was daar ook naar. Ook Benjamin Brittens privé­omstandigheden lieten te wensen over. Men had in Engeland wel oog voor zijn talent, maar kon met zijn muziek moeilijk overweg. Dat laatste waarschijnlijk doordat hij van meet af aan veraf stond van de ‘pastorale’ Britse traditie zoals die haar culminatie vond bij Ralph Vaughan Williams.

Los daarvan voelde hij zich als principieel pacifist ten tijde van de oorlogsdreiging en als homoseksueel belemmerd en geïsoleerd. Dat bracht hem er in 1939 toe naar de Verenigde Staten uit te wijken. Daar zou hij enkele meesterwerken als Les illuminations en de Sin­fonia da Requiem schrijven, alvorens in 1942 terug te keren naar zijn geboorteland. Het vlak voor zijn vertrek naar Amerika voltooide Vioolconcert komt evenmin met de traditionele vorm van het genre overeen als het eerder gecomponeerde Pianoconcert; in beide genres zou het overigens bij één stuk blijven.

Dat ­Pianoconcert lijkt met delen als een toccata en een eerder op een concertsuite. Het Vioolconcert staat op een andere manier buiten de traditie. Door de opeenvolging langzaam-snel-­langzaam van de drie delen en door het uitgesproken karakter van het middendeel, vertoont het een sterke overeenkomst met het eveneens enigszins buitenissige Eerste vioolconcert van Prokofjev (uit 1917).

Het eerste deel staat grotendeels in het teken van het traditionele antagonisme zoals dat in de klassieke gebruikelijk is, met een uiteenlopend karakter van twee tegen elkaar uitgespeelde ’s. In dit geval zijn die thema’s respectievelijk en obstinaat. Ongebruikelijk bij deze opzet is echter dat het tweede thema in de reprise achterwege wordt gelaten, waardoor de weemoedige wiegeliedstemming van het begin de overhand houdt in dit openingsdeel. Belangrijk is hier verder het door de aan het begin geïntroduceerde (zie ook Beethovens Vioolconcert), dat in sterke mate de beweging bepaalt. Het tweede deel heeft op sommige plaatsen, bijvoorbeeld waar een tuba met twee ­’s converseert, een Berlioz-­achtige schrilheid. Een van de solist, met flarden van thema’s uit het eerste en tweede deel, vormt een brug naar het slotdeel.

Britten koos daarvoor de vorm van de passacaglia, een ke variatiereeks op een steeds terugkerend basmotief waarvan Britten ook later vaak gebruik zou maken. Op dit door drie trombones geïntroduceerde volgen de verschillende variaties, uitlopend in een verheven slotepisode met ijle trillers van de solist. De diepgaande bewogenheid daarvan zou enkele jaren later in verhevigde vorm terugkeren in Brittens Peter Grimes.

  • Benjamin Britten in 1938

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Vijfde symfonie

Door Maarten Beirens

Voor veel klassieke muziekliefhebbers zal het concert dat in Wenen op 22 december 1808 georganiseerd werd in het Theater an der Wien hoog op de lijst staan van ‘concerten waar we graag aanwezig waren geweest’. De concertavond besloeg een programma van ongeveer vier uur met uitsluitend wereldpremières van één enkele componist: Ludwig van Beethoven. De Vijfde symfonie, die zowat het signatuurwerk van Beethoven zou worden en zelfs een van de meest iconische werken van het hele symfonische repertoire, kreeg die avond het gezelschap van de Zesde symfonie, delen uit de Missa solemnis, de Ah, perfido!, het Vierde pianoconcert (met Beethoven zelf als solist), de Koorfantasie en een piano- door de componist.

Formeel gezien volgt de Vijfde de toenmalige normen van het genre: een eerste deel in , een langzamer tweede deel in , een en tot slot een wervelende finale. Maar zoals in wel meer werken verbuigt Beethoven de conventies van het genre. In het vierde deel, bijvoorbeeld, voegt hij blaasinstrumenten toe die in een standaard orkest van die tijd ongebruikelijk waren: contrafagot, en drie trombones, instrumenten die toentertijd tot het repertoire van militaire kapellen behoorden. Beethoven breidt zo onder meer het bereik van het orkest uit (de contrafagot en piccolo kunnen respectievelijk de laagste en hoogste tonen produceren binnen het orkest). Bovenal is het de manier waarop Beethoven uit heel compact materiaal een heel abstract muzikaal bouwwerk construeert dat het werk zo revolutionair en invloedrijk maakt.

Het bekende openingsmotief bestaat uit slechts vier noten en bovenal één karakteristiek ritmisch (ta-ta-ta-taaa), dat vervolgens als een melodisch-ritmische bouwsteen in het eerste deel veelvuldig wordt gebruikt. De doorgedreven uitwerking van een compact motief toont een heel andere benadering van muzikale constructie dan de bredere, zelfs zangerige melodisch-tische uitgangspunten die we bijvoorbeeld bij Beethovens voorganger Mozart vinden.

Het ritmische basismotief is (met enige goede wil) ook terug te vinden in het derde en vierde deel van de symfonie, waarmee Beethoven een muzikale eenheid creëert – een concept dat bij de volgende generatie uitgebreid navolging zou krijgen en ook een eeuw later nog zou blijven doorwerken.

Biografie

Jaap van Zweden, dirigent

Jaap van Zweden is music director van het Seoul Philharmonic Orchestra sinds 2024; daarvoor stond hij aan het roer van het Hong Kong Philharmonic Orchestra en de New York Philharmonic. In september 2026 wordt hij chef- van het Orchestre Philharmonique de Radio France, waarmee hij afgelopen oktober al in de stond. Jaap van Zweden studeerde bij onder anderen Davina van Wely.

Na het winnen van het Nationaal Vioolconcours ‘Oskar Back’ in 1977 vertrok hij, zestien jaar oud, naar New York om verder te studeren aan de Juilliard School of Music. In 1979 werd hij concertmeester van het Concertgebouworkest, met negentien jaar de jongste uit de geschiedenis. In 1997 verruilde Jaap van Zweden zijn strijkstok definitief voor de baton.

Hij vervulde chef-schappen bij het Orkest van het Oosten, het Residentie Orkest en de Filharmonie in Antwerpen, en was chef-dirigent en ­artistiek leider van het Radio Filharmonisch Orkest. Na zijn benoeming tot chef-dirigent van het Dallas Symphony Orchestra in 2008 – een functie die hij tot 2018 vervulde – nam zijn carrière een internationale vlucht. Hij leidde vooraanstaande orkesten als het Chicago Symphony Orchestra, het London Philharmonic Orchestra en de Berliner Philharmoniker.

Met het Hong Kong Philharmonic Orchestra nam hij Wagners Der Ring des Nibelungen integraal op cd op. Onder zijn talloze bejubelde opnamen bevinden zich ook de complete symfonieën van Beethoven en Brahms en Wagners ­Parsifal, waarvoor hij in 2012 een Edison in ontvangst mocht nemen. Door Musical America werd hij in dat jaar gehuldigd als Conductor of the Year.

Jaap van Zweden stond voor het eerst in 1998 als dirigent voor het Concertgebouworkest en is met grote regelmaat te gast, zoals in januari 2023 met werken van Wagner en Clyne. In oktober 2023 verscheen zijn biografie Dat is Jaap, opgetekend door Peter van Ingen; dat jaar kreeg hij ook de Concertgebouw Prijs.

Lees ook het interview met Jaap van Zweden uit mei 2018: 'Elke dag als ik opsta en de  ligt voor me, denk ik: wat is dit een feest'

Simone Lamsma, viool

Simone Lamsma begon op haar vijfde met vioolspelen, kreeg vanaf haar negende les van Davina van Wely, studeerde vanaf haar elfde aan de Yehudi Menuhin School bij Hu Kun en debuteerde op haar veertiende bij het Noord Nederlands Orkest met het Eerste vioolconcert van Paganini. Ze vervolgde haar opleiding bij Hu Kun en Maurice Hasson aan de Royal Academy of Music in Londen, en won in 2003 het Nederlands Vioolconcours ‘Oskar Back’.

Haar repertoire omvat inmiddels meer dan zestig vioolconcerten, waaronder ook opdrachtcomposities van Mattijs de Roo, Mathilde Wantenaar en Joey Roukens die ze in première bracht met het Radio Filharmonisch Orkest.

Simone Lamsma debuteerde bij de New York Philharmonic onder Jaap van Zweden, de Los Angeles Philharmonic onder Otto Tausk, het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia onder Antonio Pappano en Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen onder Paavo Järvi.

Ze soleerde ook bij veel van ’s werelds belangrijkste orkesten, waaronder die van Chicago, Washington, Detroit, Pittsburgh, Dallas, San Francisco, Seoul, Hongkong, Sydney, Londen, Helsinki, Oslo, Stockholm, het Concertgebouworkest, het Konzert­hausorchester Berlin, Les Siècles, het BBC Symphony Orchestra, de Wiener Symphoniker en het Mostly Moz­art Festival Orchestra. In 2021/2022 was ze artist in residence bij het Residentie Orkest en begon haar driejarige residency bij de Oregon Symphony.

In 2022/2023 had de violiste een residency in PHIL Haarlem, en in 2023/2024 bij de Royal Liverpool Philharmonic. Het vorige optreden van Simone Lamsma in de was in juni 2023 een met Thomas Beijer, die voor die gelegenheid een vioolsonate componeerde.

Wiener Symphoniker, orkest

De Wiener Symphoniker kreeg zijn huidige naam in 1933 en was in 1900 opgericht onder de naam Wiener Concert-Verein. Al in zijn eerste seizoen bracht het gezelschap een complete Beethovencyclus. Legendarisch is het ‘Skandal­konzert’ van 31 maart 1913, toen onder leiding van Arnold Schönberg onder veel tumult premières werden uitgevoerd van Webern, Zemlinsky, Berg en Schönberg zelf. Ook onder anderen Gustav Mahler en Richard Strauss hebben het orkest gedirigeerd.

Al in de jaren 1930 voerden tournees naar Engeland en Italië. De eerste 25 jaar was Ferdinand Löwe chef-; daarna hebben grootheden als Furtwängler, Swarowsky, Von Karajan, Sawallisch, Giulini, Prêtre, Frühbeck de Burgos en Luisi hun stempel op de orkestklank gedrukt. Per 2024/2025 trad Petr Popelka aan als chef-dirigent, als opvolger van Philippe Jordan (2014-2020) en Andrés Orozco-­Estrada (2020-2022); eerste gastdirigent is Marie Jacquot.

Naast veelvuldige concerten in de Wiener Musikverein en het Wiener Konzerthaus begeleidt de Wiener Symphoniker sinds 2006 producties in het Theater an der Wien, en al sinds 1946 vervult het residencies bij de Bregenzer Festspiele. In variabele kleinere formaties spelen de orkestleden ook oude muziek tot en met jazz en avant-garde. De Wiener Symphoniker verzorgde historische wereldpremières van bijvoorbeeld Bruckners Negende symfonie, Schönbergs Gurre-­Li­eder en Ravels Pianoconcert voor de linkerhand. Die pioniersgeest is nog steeds herkenbaar in samenwerkingen met hedendaagse componisten.

Samen met Jan Lisiecki (in Mozarts Pianoconcert nr. 21, KV 467) was de Wiener Symphoniker in Het Concert­gebouw te gast in november 2022; het laatste optreden was op 24 oktober 2023 met dirigent Jaap van Zweden en violiste Simone Lamsma.