Jaap van Zweden dirigeert het Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest
Jaap van Zweden dirigent

Deze concerten maken deel uit van de serie B.

De concerten worden mede mogelijk gemaakt door ING en Unilever, Global Partners van het Concertgebouworkest.

Martijn Padding (1956)

Softly Bouncing (2017) 
geschreven in opdracht van het Koninklijk Concertgebouworkest
wereldpremière

Gustav Mahler (1860-1911)

Adagio en Purgatorio uit ‘Tiende symfonie’ (1910-11, versie Mengelberg/Dopper 1924)

pauze ± 21.10 uur

Igor Stravinsky (1882-1971)

Le sacre du printemps (1911-13)
tableaux de la Russie païenne en deux parties
Première partie: L’adoration de la terre
Seconde partie: Le sacrifice 

einde ± 22.15 uur

Toelichting

Martijn Padding 1956

Padding: Softly Bouncing

Door Michiel Cleij

In de afgelopen drie decennia ontwikkelde Martijn Padding zich tot een van de herkenbaarste stemmen van het Nederlandse muziekleven. Dat wil niet zeggen dat hij op zeker speelt en in herhaling valt – integendeel. Als hij zelf niet wordt verrast door wat hij componeert kan hij dat onmogelijk van het publiek verwachten. ‘Steeds weer beland ik in onverwachte situaties,’ aldus Padding. ‘Vaak lijkt mijn pen uit zichzelf dingen op te schrijven, dingen die ik totaal niet van plan was.’

En zo componeerde de doorgaans uitbundige Padding plots een ingetogen, verstild stuk. ‘Er is ontzettend veel herrie op straat, maar ook in de concertzaal. Het viel me op dat nieuwe orkestwerken tegenwoordig vaak erg luid zijn. Ik sta zelf ook bekend als een herriemaker, toen ik een paar jaar geleden in Het Concertgebouw verstilde stukken van Webern en Kurtág hoorde was ik overrompeld. Die zaal klinkt juist bij fluisterzachte geluiden zó mooi! Een handjevol noten heeft al een enorm effect. Daar wilde ik op doorgaan.’

  • Martijn Padding

Softly Bouncing – de titel slaat op de zachte pendelbeweging waarmee en van de ene orkestgroep naar de andere stuiteren – is geschreven voor een kleine, Haydn-achtige orkestbezetting, zij het met typische Padding-uitbreidingen. De strijkers spelen met s en soms zelfs de nog zachtere practice mutes (‘hoteldempers’), wat een geheimzinnige klank oplevert; evenzo gebruiken de verschillende dempersoorten.

Daarnaast is er een partij voor Thaise gongs die een onwezenlijk geluid voortbrengen – helemaal, ontdekte Padding, wanneer je de nagalm beperkt door ze op hun rug te leggen. De ers zijn tevens toegerust met twee melodica’s die ‘door hun onzuiverheid een heerlijk armetierige, Leger des Heils-achtige klank’ voortbrengen. Zij beginnen het stuk met achtige fragmenten; die vormen de basis van de hele compositie en keren steeds in nieuwe gedaanten terug. Het effect is eerder weemoedig dan ironisch – en vormt een onverwachte klik met Mahler, die destijds mandolines en koebellen op het concertpodium introduceerde. Dat Paddings springerige componeerstijl bij Stravinsky past, was al langer bekend.

Gustav Mahler 1860-1911

Mahler: Adagio en Purgatorio uit ‘Tiende symfonie’

Van onvoltooide of zoekgeraakte composities gaat een merkwaardige fascinatie uit. Hoe meer je van een componist houdt, hoe intenser lijkt de fantoompijn die elke verdwenen of bijna geschreven noot veroorzaakt. Toen Gustav Mahler overleed liet hij een deels voltooide Tiende symfonie en een schare knarsetandende bewonderaars achter. Twee delen werden als voltooid beschouwd en mochten van Mahlers weduwe Alma worden uitgevoerd. Maar zij verzette zich tegen het speelklaar maken van de drie resterende delen: de orkestratie en de typische Mahler-textuur ontbraken. Zo’n embargo werkt natuurlijk invulling en speculatie in de hand; in de afgelopen honderd jaar zijn diverse meer en minder overtuigende pogingen gedaan de symfonie te completeren op grond van de nagelaten manuscripten.

‘Invulling’ is bij Mahler een ironisch begrip; hij stopte zoveel nadrukkelijke autobiografische elementen in zijn symfonieën dat de luisteraar er weinig meer bij hoeft te verzinnen. Bij ­diverse eerdere symfonieën verstrekte hij zijn uitgever een toelichting waar het nu weer over ging, om die vervolgens terug te trekken. Ook de Tiende is drager van een dramatische boodschap – niet vreemd, gezien de context van Mahlers ernstige hartkwaal en zijn recente ontdekking van Alma’s relatie met de jonge architect Walter Gropius. Zijn wanhoop blijkt uit diverse kanttekeningen in het manuscript (waaronder de kreet ‘Voor jou leven! Voor jou sterven!’), maar spat ook van de noten af.

  • Gustav Mahler

Opmerkelijk genoeg stonden de voltooide delen één en drie – en Purgatorio – al vroeg in de geschiedenis van het Concertgebouworkest gebeiteld. Alma stuurde ze in 1923 aan de toenmalige chef- Willem Mengelberg die persoonlijk met Mahler bevriend was geweest. Hij kreeg carte blanche om wijzigingen aan te brengen wanneer de uitvoering daarbij gebaat zou zijn – een vrijheid die Mengelberg, gesteund door componist en assistent-­dirigent Cornelis Dopper, ruim opvatte. Hij verdubbelde bepaalde partijen, zette het extra in het vet en voegde in het Purgatorio zelfs noten toe.

In 1924 hield Mengelberg de twee delen ten doop. Een ­wereldpremière was het niet – de Weense dirigent Franz Schalk had hem een maand eerder afgetroefd. Maar dat doet niets af aan de historische waarde van Mengelbergs versie – en die wordt hier voor het eerst in meer dan 95 jaar uitgevoerd.

Igor Stravinsky 1882-1971

Stravinsky: Le sacre du printemps

In het jaar dat Mahler stierf, begon Igor Stravinsky aan zijn revolutionaire ballet voor Les Ballets Russes Le sacre du printemps. Componist/ Otto Ketting, die met de naoorlogse avant-garde opgroeide, zei eind jaren negentig: ‘Moderner dan Le sacre du printemps kon het eigenlijk niet worden.’ Een provocerende uitspraak, maar het punt was gemaakt: na Stravinsky zijn weinig vernieuwers nog in brede kring doorgedrongen.

De roerige, veelbesproken première in 1913 schokte niet alleen vanwege de muziek; vooral de hoekige choreografie en de ‘primitieve’ kostuums tartten alle verwachtingen van het Parijse publiek. Maar het zijn Stravinsky’s noten die nog altijd verbazing en opwinding oproepen. Met dit ‘voorjaarsoffer’ – het stuk verbeeldt een heidens ritueel waarin een uitverkoren maagd zich dood moet dansen – keerde Stravinsky de nadrukkelijk de rug toe. De (menselijke) natuur wordt hier confronterend verklankt, zonder mooimakerij. Claude Debussy, wiens invloed doorklinkt in de natuurschilderingen waarmee de twee hoofddelen beginnen, noemde het stuk ‘een prachtige nachtmerrie’.

Heel juist: vanaf de allereerste noten (een solo in een tegennatuurlijk hoog register) mikt Le sacre du printemps op onbehagen, met beukende ritmiek, wrange samenklanken en flarden die als gestotter en nooit als zang klinken. Tegelijkertijd is het een feest. Dat het destijds van een schandaal kwam was puur omdat men er niet bij wilde weglopen.

Daarbij: achter de ruwe façade is het een exquise stuk. De orkestrale verfijning druipt niet alleen van de af, maar is ook zichtbaar op het podium. De snelle interactie tussen de verschillende instrumentgroepen, de verschillende speeltechnieken waarvan de strijkers zich gelijktijdig bedienen, de wonderlijke klankwaaiers die in de introductie van het tweede deel uit violen en oprijzen: ze prikkelen de fantasie zozeer dat ze geen ballet of decor nodig hebben.

Geen wonder dat Stravinsky worstelde met de notatie van dit stuk. De klank stond hem helder voor de geest, maar het duurde maanden voordat hij die in een partituur kon weergeven. In een documentaire uit de jaren vijftig (te vinden op YouTube) toont hij de sombere, piepkleine ruimte waarin hij het stuk grotendeels componeerde – met vinnige kiespijn, ook nog. Meesterwerken, blijkt dan weer eens, worden vaak onder weinig florissante omstandigheden geboren.

Biografie

Jaap van Zweden, dirigent

Jaap van Zweden is music director van het Seoul Philharmonic Orchestra sinds 2024; daarvoor stond hij aan het roer van het Hong Kong Philharmonic Orchestra en de New York Philharmonic. In september 2026 wordt hij chef- van het Orchestre Philharmonique de Radio France, waarmee hij afgelopen oktober al in de stond. Jaap van Zweden studeerde bij onder anderen Davina van Wely.

Na het winnen van het Nationaal Vioolconcours ‘Oskar Back’ in 1977 vertrok hij, zestien jaar oud, naar New York om verder te studeren aan de Juilliard School of Music. In 1979 werd hij concertmeester van het Concertgebouworkest, met negentien jaar de jongste uit de geschiedenis. In 1997 verruilde Jaap van Zweden zijn strijkstok definitief voor de baton.

Hij vervulde chef-schappen bij het Orkest van het Oosten, het Residentie Orkest en de Filharmonie in Antwerpen, en was chef-dirigent en ­artistiek leider van het Radio Filharmonisch Orkest. Na zijn benoeming tot chef-dirigent van het Dallas Symphony Orchestra in 2008 – een functie die hij tot 2018 vervulde – nam zijn carrière een internationale vlucht. Hij leidde vooraanstaande orkesten als het Chicago Symphony Orchestra, het London Philharmonic Orchestra en de Berliner Philharmoniker.

Met het Hong Kong Philharmonic Orchestra nam hij Wagners Der Ring des Nibelungen integraal op cd op. Onder zijn talloze bejubelde opnamen bevinden zich ook de complete symfonieën van Beethoven en Brahms en Wagners ­Parsifal, waarvoor hij in 2012 een Edison in ontvangst mocht nemen. Door Musical America werd hij in dat jaar gehuldigd als Conductor of the Year.

Jaap van Zweden stond voor het eerst in 1998 als dirigent voor het Concertgebouworkest en is met grote regelmaat te gast, zoals in januari 2023 met werken van Wagner en Clyne. In oktober 2023 verscheen zijn biografie Dat is Jaap, opgetekend door Peter van Ingen; dat jaar kreeg hij ook de Concertgebouw Prijs.

Lees ook het interview met Jaap van Zweden uit mei 2018: 'Elke dag als ik opsta en de  ligt voor me, denk ik: wat is dit een feest'

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest