Iván Fischer dirigeert Stravinsky bij het Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest 
Iván Fischer dirigent
Emanuel Ax piano

Deze concerten maken deel uit van de series A en D.

Inleiding en Meet the Artists

Aan het concert van vrijdag 1 maart gaat een inleiding door schrijver en componist Elmer Schön­berger vooraf, deze vindt plaats om 19.15 uur in de Koorzaal. Uw gratis kaartje hiervoor kunt u reserveren via de Concertgebouwlijn (020 671 83 45) of afhalen aan de kassa van Het Concertgebouw. Direct na het concert op 1 maart spreekt ­artistiek directeur Joel Ethan Fried in de Spiegelzaal met Iván Fischer, ­Emanuel Ax en een orkestmusicus.

Het concert van vrijdag 1 maart wordt opgenomen door AVRO­TROS voor uitzending op zondag 3 maart om 14.00 uur via NPO Radio 4.

Lees ook het uitgebreide interview met Iván Fischer

Lees ook het achtergrondverhaal 'Het paradijs in gemompeld' over verschillende periodes van Stravinsky's oeuvre

Igor Stravinsky (1882-1971)

Concert in D gr.t. (1946) ‘Basel Concerto’
voor strijkorkest
Vivace 
Arioso: Andantino
Rondo: Allegro 

Capriccio (1929, revisie 1949) 
voor piano en orkest
Presto
Andante rapsodico
Allegro capriccioso ma tempo giusto

pauze ± 20.50 uur 

Petroesjka (1911, revisie 1947)
burleske in vier taferelen op een scenario van Igor Stravinsky en Alexandre Benois 
Eerste tableau: Jaarmarkt in carnavalstijd - Russische dans 
Tweede tableau: Petroesjka 
Derde tableau: De Moor - Wals
Vierde tableau: Jaarmarkt in carnavalstijd - Dans van zoogsters - Boer met beer - Zigeuners en riekenverkoper - Dans van de koetsiers - De gemaskerden - Handgemeen: de Moor en Petroesjka - Dood van Petroesjka - Politie en de goochelaar - Verschijning van Petroesjka’s dubbelganger
pianosolo: Jeroen Bal 

einde ± 22.00 uur

Toelichting

Igor Stravinsky 1882-1971

Stravinsky: Concert in D groot

Door Michiel Cleij

Van de vier grote muziekvernieuwers uit de twintigste eeuw – de anderen waren Claude Debussy, Arnold Schönberg en Béla Bartók – was Igor Stravinsky degene die ook zichzelf voortdurend vernieuwde. Na de vroege Russische balletten, waaronder Petroesjka, voerde zijn artistieke parcours via en flirts met Amerikaanse dansmuziek naar de twaalftoonsmuziek die hij na zijn zeventigste componeerde. Het is het gevarieerde resultaat van een lang leven (ondanks een immense sigaretten- en alcoholconsumptie) en een niet aflatende nieuwsgierigheid. 

In 1920, toen het publiek eenmaal gewend was aan de exotiek en ‘wildheid’ van zijn folkloristisch geïnspireerde stukken, verbaasde Stravinsky opnieuw door muziek uit de Renais-sance en als model te nemen. Vanaf dat moment was zijn muziek veel milder van klank, ook waar die gekruid was met de hem typerende ritmische en harmonische eigenaardigheden. Sommigen zagen dit als een zwaktebod, anderen als een logisch alternatief voor de steeds ontoegankelijker muziek van Schönberg en de zijnen. Het leverde Stravinsky in elk geval nieuwe compositie-opdrachten op, ook na zijn emigratie naar Amerika in 1939.

Het Concert in D groot schreef hij op uitnodiging van Paul Sacher, voor de twintigste verjaardag van diens Kammerorchester Basel. Het werk klinkt dan ook als een muzikaal taartpuntje: spits, ambachtelijk en lekker. Té lekker, volgens de hardliners die zich in 1946 nog steeds niet bij Stravinsky’s neoklassieke stijl hadden neergelegd. Die kritiek wordt in de hand gewerkt door de bezetting; er komen wel degelijk wrange ën voorbij, maar die worden door het vriendelijke, homogene klankbeeld (louter strijkers) gemaskeerd.

Tegenwoordig luisteren we natuurlijk met een totaal ander referentiekader naar zo’n stuk; wat andere componisten in dezelfde tijd deden, of Stravinsky in de jaren ervóór, is niet bepaald actueel. Wat er wél toe doet is dat je Stravinsky – dik in de zestig, inmiddels – nog altijd meteen herkent. De ‘kliederige’ omgang met de D groot die voortdurend tussen en zwalkt, het middendeel dat als een gemankeerd Italiaans volksliedje klinkt, het ADHD-gehalte van de finale – zulke tegendraadsheden hadden Stravinsky ruim dertig jaar eerder geliefd gemaakt. En daar kwam hij nooit meer van af.

Igor Stravinsky 1882-1971

Stravinsky: Capriccio

Stravinsky’s composities hebben zijn reputatie als pianist overschaduwd, maar in de jaren twintig en dertig was hij een geliefd vertolker van zijn eigen pianocomposities. Niet dat hij een parallelle podiumcarrière ambieerde; s gaf hij puur om in zijn levensonderhoud te voorzien, mede omdat hij lange tijd geen royalties voor zijn beroemde balletten ontving. Die nooddruft leverde een paar nieuwe werken op – en een lucratief contract met pianofabrikant Pleyel, die hem uitgebreid met pianola’s liet experimenteren.

Het mechanische aspect van klavierspel is duidelijk hoorbaar in de twee pianoconcerten uit die periode. Het Concert voor piano en blazers werd door een Berlijnse criticus zelfs ‘zielloos’ bevonden vanwege de strakke, droge pianistiek die Stravinsky verlangde.

Het kort daarop geschreven  is veel vrijer en expressiever, vooral in het middendeel waarin de pianopartij klinkt als een . Een inspiratiebron, vertelde Stravinsky later, waren de sierlijke, rondborstige pianoconcerten van Carl Maria von Weber – de enige Duitse componist van wie hij écht hield. 

En toch: als je je ogen dichtdoet kun je je nog altijd voorstellen dat er zo’n onbemande pianola voor het orkest staat. Stravinsky’s pianistiek is percussief, rusteloos en zit vol sprongen die de menselijke lenigheid zwaar op de proef stellen.

En er wringt meer, zoals altijd bij Stravinsky. De olijkheid van begin- en slotdeel heeft scherpe trekjes, alsof er een confettikanon met grint op je afgevuurd wordt. En ook hier duiken bij fluiten en violen steeds weer volksdeuntjes op die met typerende wellust worden afgeknepen of uitgerekt.

Igor Stravinsky (1882-1971)

Petroesjka

Door Michiel Cleij

Mensen zijn door de jaren heen heel handig geworden in het verwerken van parallelle informatiestromen: werken op verschillende beeldschermen tegelijk, of gamen terwijl je belt. Heel nuttig, maar daardoor dreigt je te ontgaan waarom Petroesjka in 1911 zo’n verpletterende indruk maakte. Dit ballet is een Windows-­achtig knip- en plakwerk van verschillende sferen, ën en en. Het is gesitueerd op een Russische dorpskermis – dan zijn zulke buitenissigheden op slag aannemelijk, ook voor het Parijse premièrepubliek. De muziek zapt van het ene tafereel naar het andere, zoomt in en laat tevens horen wat er buiten beeld gebeurt.

Na een weergave van het rumoerige kermisterrein zoomt Stravinsky in op de poppenkraam. Petroesjka (de Russische versie van onze Jan Klaassen) is hopeloos verliefd op de Danseres, maar heeft concurrentie van de Moor. Wanneer hun gekibbel uit de hand loopt, sluit de poppenbaas hen op in hun dozen. Petroesjka moet machteloos toezien hoe de Danseres de Moor verleidt. Aan de dramatische ontknoping gaat een scènewisseling vooraf: opnieuw biedt de muziek een totaalbeeld van de kermis – inclusief een dansende beer – en plots vermengt het poppendrama zich met het tafereel van feestende kermisgangers. Petroejska, uitbrekend, wordt door de Moor achtervolgd en doodgestoken. De politie verschijnt, de poppenbaas argumenteert dat het slachtoffer slechts een pop was – en tot ieders schrik verschijnt plots Petroesjka’s schaterlachende geest boven de kraam; zijn snerpende geschater vult de slotmaten. ‘Die geest’, lichtte Stravinsky toe, ‘toont Petroesjka’s ware aard: hij bespot het publiek omdat het zich heeft laten meeslepen door een houten pop.’

Niemand had het willen missen, getuige het immense succes vanaf de eerste voorstelling van Petroesjka. Stravinsky’s Le sacre du printemps zou twee jaar later meer ophef veroorzaken, maar de ongehoorde harmonische en ritmische vrijheden van Petroesjka lieten meer sporen na bij de jonge garde van dat moment. Zonder dit werk zou het werk van Francis Poulenc, Darius Milhaud, Arthur Honegger en zelfs Maurice Ravel heel anders geklonken hebben. Stravinsky werkte in 1946/47 de balletmuziek om tot een concertstuk met onder meer een uitgebreidere pianopartij.

  • Petroesjka: de mensenmassa op de kermis

Biografie

Emanuel Ax, piano

Emanuel Ax studeerde aan de Juilliard School of Music in New York. In 1974 won hij het eerste Arthur Rubinstein Pianoconcours in Tel Aviv en vijf jaar later de Amerikaanse Avery Fisher Prize. In de decennia die volgden, concerteerde Emanuel Ax veelvuldig op de grote internationale podia. In recente seizoenen soleerde hij bij de orkesten van bijvoorbeeld Chicago, New York, Cleveland en ­Philadelphia.

Hij was onder meer pianist in residence bij de Berliner Philharmoniker (in 2005/06) en vertolkte in 2012/13 als artist in residence bij de New York Philharmonic alle pianoconcerten van Beethoven in Hongkong en Australië.

Bij het Concertgebouworkest is hij al sinds 1994 een graag ­geziene gastsolist, voor het laatst toen hij februari en maart 2019 Stravinsky’s speelde onder leiding van Iván Fischer. Afgelopen december gaf hij een in de serie Grote Pianisten van Het Concertgebouw. Emanuel Ax vertolkt graag hedendaagse muziek en bracht werken in première van onder anderen John Adams, Magnus Lindberg, ­Christopher Rouse, Krzysztof Penderecki, Brett Dean, Missy Mazzoli en Anders Hillborg.

Van de universiteiten van Yale en Columbia ontving hij eredoctoraten en gedurende zijn lange carrière nam de pianist vele platen en cd’s op die onder meer werden bekroond met meerdere Grammy Awards.

Iván Fischer, dirigent

Iván Fischer studeerde piano, viool, en compositie in Boedapest, en vervolgde zijn opleiding in Wenen met lessen orkestdirectie van Hans Swarowsky. Daarop was hij twee seizoenen lang assistent van Nikolaus Harnoncourt. In 1983 richtte Iván Fischer het Budapest Festival Orchestra op.

Met dit gezelschap, waarvan hij nog steeds chef- is, voerde hij vele vernieuwingen door, zoals ‘chocomel­concerten’ voor kleine kinderen, ‘Midnight Music’-concerten voor een jong publiek, verrassingsconcerten en verschillende educatie- en ­outreachprojecten, zoals een tournee langs voormalige synagogen.

Hij is actief als componist en regisseur met zijn Iván Fischer Opera Company en richtte diverse festivals op, waaronder het Vicenza Opera Festival. In het verleden stond hij aan het roer van Kent Opera, de Opéra National de Lyon, het National Sym­phony Orchestra in Washington en het Konzerthausorchester in Berlijn, waar hij sindsdien eredirigent is.

Bij het Concertgebouworkest is Iván Fischer al sinds 1987 vrijwel jaarlijks te gast. Vanwege zijn belangrijke artistieke bijdragen benoemde het orkest hem tot honorair gastdirigent met ingang van het seizoen 2021/2022. In maart kreeg hij de vijftiende Concertgebouw Prijs. Eerder ontving Iván Fischer de Kossuth Prijs, de Ovatie Prijs en de Crystal Award van het World Economic Forum voor het steunen van internationale cultuuruitwisseling, en is Chevalier des Arts et des Lettres en erelid van de Royal Academy of Music in Londen.

Iván Fischer beperkt zijn gastdirigentschappen tot slechts enkele orkesten om voldoende tijd en aandacht te kunnen geven aan het componeren, aan zijn Budapest Festival Orchestra en zijn operagezelschap, en aan het voortdurend ontwikkelen van creatieve ideeën. Hij is een erkend voorvechter voor mensenrechten, democratie en tolerantie.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest