Iván Fischer dirigeert het Concertgebouworkest in Mendelssohn, Debussy, Satie en Ravel

Koninklijk Concertgebouworkest

Iván Fischer dirigent
James Ehnes viool

Dit concert maakt deel uit van de series B, F en Z.

Ook interessant:
- Wat maakt Franse muziek zo Frans? (deel 2)

Felix Mendelssohn (1809-1947)

Ouverture ‘Ein Sommernachtstraum’, op. 21 (1826)

Vioolconcert in e kl.t., op. 64 (1844) 
Allegro molto appassionato 
Andante
Allegretto non troppo – Allegro molto vivace

pauze ± 21.10

Claude Debussy (1866-1918)

Printemps (1887, orkestratie H. Büsser 1912) 
Très modéré
Modéré

Erik Satie (1866-1925)

Gymnopédie nr. 3 (1888, orkestratie C. Debussy 1897) 
Gnossienne nr. 3 (1893, orkestratie F. Poulenc 1939) 

Maurice Ravel (1875-1937)

Suite nr. 2 uit het ballet ‘Daphnis et Chloé’ (1909-13)
Lever du jour
Pantomime
Danse générale

einde ± 22.20 uur

Toelichting

Felix Mendelssohn 1809-1847

Mendelssohn: Ouverture en Vioolconcert

Door Michel Khalifa

Twee eeuwen na zijn dood groeide Shakespeare uit tot een belangrijke inspiratiebron voor schrijvers en componisten. Berlioz zou hem zelfs tot God van de kunstenaars verheffen. Ook de jonge Felix Mendelssohn hield zich intensief met Shakespeare bezig. Samen met zijn broer en zussen (onder wie Fanny, het andere muzikale wonderkind van de familie) speelde hij als tiener toneelstukken van de Engelse meester na, in de nieuw verschenen Duitse vertaling van Ludwig Tieck en August Schlegel. Vooral de betoverende wereld van de komedie A Midsummer Night’s Dream trok hem aan.

In augustus 1826 voltooide Mendelssohn de zelfstandige concertouverture ‘Ein Sommernachtstraum’ na intensief overleg met zijn oudere vriend, muziektheoreticus Adolf Bernard Marx. Hij verwerkte daarin concrete elementen uit Shakespeares sprookjesachtige verhaal: de rondvliegende elfen worden door fluisterende violen uitgebeeld, het hof van Athene krijgt gestalte in een machtig van het voltallige orkest en de handwerklieden annex amateur-acteurs tonen zich van hun ruigste kant met een stampend , direct gevolgd door het gebalk van degene wiens hoofd in een ezelskop is veranderd. De muzikale droom van de zeventienjarige componist begint en eindigt met fluisterzachte en in de .

Als nieuwe van het Gewandhausorchester in Leipzig benoemde Mendelssohn in 1836 zijn jeugdvriend Ferdinand David tot concertmeester. Mendelssohn speelde zelf redelijk viool, maar hij kon de expertise van zijn maatje goed gebruiken voor het Vioolconcert in e klein dat hij twee jaar later voor hem ontwierp. Mede vanwege drukte, chronisch overwerk en een tijdelijke betrekking in Berlijn nam het componeren zes jaar in beslag. Het was uiteraard David die in maart 1845 de solopartij vertolkte bij de eerste uitvoering.

Hoewel Mendelssohn later het etiket ‘behoudend’ kreeg opgeplakt, bevat zijn Vioolconcert in e klein vernieuwende kenmerken. Zo zijn alle drie de delen met elkaar verbonden. De overgang van het eerste naar het tweede deel, ron­dom een aangehouden noot van de eerste tist, is ronduit gedurfd. Mendelssohn innoveert ook door de solocadens al halverwege het eerste deel te plaatsen, waarna de terugkeer van het zachte beginthema in fluit, hobo en eerste violen bijzondere aandacht krijgt. Het tweede deel begint als een serene meditatie, maar bereikt een expressief hoogtepunt met uitdagende dubbelgrepen van de soloviool in het centrale gedeelte. In het virtuoze slotdeel krijgt de solist vleugels.

Claude Debussy 1862-1918

Debussy: Printemps

Door Michel Khalifa

Als winnaar van de Prix de Rome mocht de net afgestudeerde Claude Debussy twee jaar lang in de Eeuwige Stad verblijven op kosten van de Franse overheid. Dit vooruitzicht was voor componisten minder aantrekkelijk dan voor schilders of beeldhouwers, aangezien er van de antieke muziek geen concrete sporen bewaard gebleven zijn. Debussy moest geregeld nieuwe werken naar het Institut de France in Parijs sturen als bewijs dat hij zich als scheppend kunstenaar bleef ontwikkelen. De tweedelige ‘symfonische Printemps uit 1887 is een van deze inzendingen, al raakte de oorspronkelijke versie met orkest en vocaliserend koor snel verloren. Op basis van de pianoversie tekende Debussy’s vertrouweling Henri Büsser een kwarteeuw later voor de orkestversie die nu op de lessenaars staat.

Vermoedelijk aangespoord door Baudelaires theorie over de verbanden tussen de kunstvormen experimenteert Debussy in Printemps met en. Zijn inspiratiebron is het schilderij La Primavera (ca. 1470-80) van Sandro Botticelli. In Büssers versie ontbreekt weliswaar het koor, maar behoudt de piano vierhandig een belangrijke rol. Bijzondere instrumentcombinaties en – in het eerste deel – een zwevende ritmiek zonder metrisch keurslijf kondigen de latere orkestwerken van Debussy aan, zoals Prélude à l’après-­midi d’un faune en La mer.

Debussy’s zoektocht werd niet gewaardeerd door de gevestigde orde. In hun oordeel over Printemps schreven de Parijse juryleden dat de jonge componist weg moest blijven van ‘dit ‘vage’ impressionisme, een van de gevaarlijkste vijanden van de waarheid in kunstwerken’. Het was de eerste keer, en zeker niet de laatste, dat het woord ‘impressionisme’ viel in verband met Debussy’s muziek.

Erik Satie 1866-1925

Satie: Gymnopédie nr. 3 en Gnossienne nr. 3

Door Michel Khalifa

Erik Satie, buitenbeentje en visionaire zonderling, streefde zijn leven lang naar muzikale eenvoud. Hij blonk uit in melancholische pianowerken, die sindsdien nieuwsgierige collega-musici blijven fascineren, van Claude Debussy tot John Cage en Reinbert de Leeuw. Toen de jonge Satie in Parijs pianist wilde worden in het cabaret Le Chat Noir op de Butte Montmartre, deed hij zich voor als ‘gymnopédiste’ om de aandacht te trekken. Deze aanduiding verwijst onder meer naar een festival in het oude Griekenland waar de mannen naakt dansten. De Gymnopédie nr. 3, die samen met nr. 1 extra bekendheid kreeg in de orkestratie van Debussy, staat net als de andere twee in een driekwartsmaat en kenmerkt zich door een kronkelende boven een vast begeleidingspatroon.

Terwijl Debussy zich na de Wereld­tentoonstelling van 1889 op de gamelanmuziek stortte, luisterde Satie aandachtig naar de Roemeense musici. Hij verwerkte zijn indrukken in drie Gnossiennes voor piano ­zonder maat­strepen (maar feitelijk in een vierkwartsmaat), waarbij oriëntaalse invloeden in de melodievoering hoorbaar zijn.

Na de Eerste Wereldoorlog fungeerde Satie als voorbeeld en mentor voor een groep jonge componisten die de Franse muziek wilden ontdoen van de laatste resten romantische pathos, de Groupe des Six. Onder hen bevond zich Francis Poulenc, die zich herkende in de combinatie van mystiek en humor. Hij zou zijn geestelijk vader ook na diens dood nog regelmatig eer betonen. Poulencs orkestratie van de Gnossienne nr. 3 heeft zeker bijgedragen aan een bredere erkenning van Saties muziek.

Maurice Ravel 1875-1937

Ravel: Suite nr. 2 uit ‘Daphnis et Chloé’

Door Michel Khalifa

Vanaf 1909 maakten Les Ballets Russes furore in Parijs. Oprichter Sergej Diaghilev besefte al snel dat hij voor zijn dansproducties nieuwe muziek moest laten componeren om het publiek van de Franse hoofdstad aan zich te binden. Hij vroeg Maurice Ravel om een ballet ron­dom het amoureuze verhaal uit de Griekse Oudheid tussen herder Daphnis en herderin Chloé. Drie jaar lang ploeterde de componist om zijn langste orkestpartituur te voltooien. De première van Daphnis et Chloé kon eindelijk op 8 juni 1912 plaatsvinden, tussen Stravinsky’s balletten Petroesjka uit 1911 en Le sacre du printemps uit 1913.

Ravels sensuele weerspiegelt de beschaafde erotische stemming van wat hij ‘het Griekenland van mijn dromen’ noemt. De tweede orkestsuite beslaat het eind van het ballet, waarbij uitgebreid gevierd wordt dat de door piraten ontvoerde Chloé weer terecht is. Na een sfeervolle zonsopgang brengt het liefdespaar een pantomime ter ere van hun beschermer Pan. Het geheel eindigt met een wervelend bacchanaal in vijfkwartsmaat. Van de eerste tot de laatste maat trekt meester­orkestrator Ravel alle registers open om de idylle over het voetlicht te brengen. 

  • Daphnis et Gnathon

Met hun charmante, mysterieuze en soms ongrijpbare klanken gelden Claude Debussy en Maurice Ravel als iconen van de Franse muziek. Toen ze beiden eind negentiende eeuw tot artistieke wasdom kwamen, bestond in Franse muzikale kringen de wens om zich te onttrekken aan de e Duitse traditie. De rivaliteit met de oosterburen was verscherpt door de vernederende nederlaag tegen Pruisen en de daaropvolgende Duitse eenwording in 1870-1871.

Dat het Concertgebouworkest en honorair gastdirigent Iván Fischer beide Franse boegbeelden samen met Felix Mendelssohn op het programma zetten, is in dat opzicht pikant, zeker omdat Debussy zijn Duitse voorganger afdeed als een ’keurige en elegante notaris’. Mendelssohns subtiele sfeertekeningen wijzen echter vooruit naar de latere Franse orkestratiekunst. Ravel had meer waardering voor Mendelssohn, met name voor zijn vandaag uitgevoerde Vioolconcert en de pianomuziek, waarvan hij een wetenschappelijke editie verzorgde.

Biografie

Iván Fischer, dirigent

Iván Fischer studeerde piano, viool, en compositie in Boedapest, en vervolgde zijn opleiding in Wenen met lessen orkestdirectie van Hans Swarowsky. Daarop was hij twee seizoenen lang assistent van Nikolaus Harnoncourt. In 1983 richtte Iván Fischer het Budapest Festival Orchestra op.

Met dit gezelschap, waarvan hij nog steeds chef- is, voerde hij vele vernieuwingen door, zoals ‘chocomel­concerten’ voor kleine kinderen, ‘Midnight Music’-concerten voor een jong publiek, verrassingsconcerten en verschillende educatie- en ­outreachprojecten, zoals een tournee langs voormalige synagogen.

Hij is actief als componist en regisseur met zijn Iván Fischer Opera Company en richtte diverse festivals op, waaronder het Vicenza Opera Festival. In het verleden stond hij aan het roer van Kent Opera, de Opéra National de Lyon, het National Sym­phony Orchestra in Washington en het Konzerthausorchester in Berlijn, waar hij sindsdien eredirigent is.

Bij het Concertgebouworkest is Iván Fischer al sinds 1987 vrijwel jaarlijks te gast. Vanwege zijn belangrijke artistieke bijdragen benoemde het orkest hem tot honorair gastdirigent met ingang van het seizoen 2021/2022. In maart kreeg hij de vijftiende Concertgebouw Prijs. Eerder ontving Iván Fischer de Kossuth Prijs, de Ovatie Prijs en de Crystal Award van het World Economic Forum voor het steunen van internationale cultuuruitwisseling, en is Chevalier des Arts et des Lettres en erelid van de Royal Academy of Music in Londen.

Iván Fischer beperkt zijn gastdirigentschappen tot slechts enkele orkesten om voldoende tijd en aandacht te kunnen geven aan het componeren, aan zijn Budapest Festival Orchestra en zijn operagezelschap, en aan het voortdurend ontwikkelen van creatieve ideeën. Hij is een erkend voorvechter voor mensenrechten, democratie en tolerantie.

James Ehnes, viool

James Ehnes was protégé van de bekende Canadese violist Francis Chaplin en debuteerde op zijn dertiende als solist met het Orchestre symphonique de Montréal. Hij studeerde aan de Juilliard School in New York.

De Canadese violist soleerde met de en van Londen, Boston, Chicago en Dallas (residency in seizoen 2019/2020), het Tonhalle-­Orchester Zürich, het NDR Elbphilharmonie Orchester, de Los Angeles en de New York Philharmonic en The Cleveland Orchestra.

In oktober 2023 maakte hij zijn langverwachte debuut bij het Concertgebouworkest met Mendelssohns Vioolconcert. s gaf James Ehnes in bijvoorbeeld Carnegie Hall in New York en op de festivals van Ravinia, Montreux, La Chaise-Dieu, Sint-Petersburg (Witte Nachten) en Verbier.

Ter gelegenheid van Beethovens 250ste geboortejaar speelde hij alle vioolsonates in Wigmore Hall in Londen, op het festival Praagse Lente en op het Aspen Festival als onderdeel van een meerjarige residency, en in februari 2020 gaf hij ook een Beethovenrecital in de . In seizoen 2025/2026 viert James Ehnes zijn vijftigste verjaardag met een tournee langs alle Canadese provincies.

Kamermuziek speelt hij met musici als Leif Ove Andsnes, Louis Lortie, Nikolai Lugansky, Yo-Yo Ma, Antoine Tamestit en Yuja Wang. De violist won onder meer twee Grammy Awards, drie Gramophone Awards, een Diapason d’Or en het recordaantal van twaalf Juno Awards. James Ehnes bespeelt de ‘Ma­rsick’-­Stradivarius, gebouwd in 1715.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest