Iván Fischer dirigeert Brahms en Bach
Koninklijk Concertgebouworkest
Iván Fischer dirigent
Hanno Müller-Brachmann bas
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Tweede orkestsuite in b kl.t., BWV 1067 (ca. 1738-39)
Ouverture – Rondeau – Sarabande – Bourrée I/II – Polonaise / Double – Menuet – Badinerie
fluitsolo: Emily Beynon
Cantate ‘Ich habe genung’, BWV 82 (1727)
zum Fest Mariae Reinigung
Aria: ‘Ich habe genung’
Recitatief: ‘Ich habe genung!’
Aria: ‘Schlummert ein, ihr matten Augen’
Recitatief: ‘Mein Gott! wann kommt das Schöne: Nun!’
Aria: ‘Ich freue mich auf meinen Tod’
pauze
Johannes Brahms (1833-1897)
Tweede symfonie in D gr.t., op. 73 (1877)
Allegro non troppo
Adagio non troppo
Allegretto grazioso (quasi andantino) – Presto ma non assai
Allegro con spirito
Toelichting
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Tweede orkestsuite in b kl.t., BWV 1067 (ca. 1738-39)
De vier orkestsuites stammen vermoedelijk alle uit de tijd dat Johann Sebastian Bach in Leipzig leiding gaf aan het collegium musicum van de stad, een gezelschap van professionele musici en studenten. De tweede is als laatste van de vier tot stand gekomen. De bewaard gebleven autografen van de fluit- en partij dateren uit ca. 1738-39.
De s worden vaak aangeduid als ‘Ouvertüre’ omdat zij beginnen met een Franse ouverture, zoals het hele genre zijn origine heeft in Franse hofdansen van de zeventiende eeuw. In nr. 2 zijn de kenmerken daarvan vermengd met de Italiaanse concertostijl: er is een solorol weggelegd voor de . Zoals de traditie wil, begint de ‘Ouvertüre’ in een laag tempo met een gepuncteerd , statig alsof Lodewijk XIV langzaam de majestueuze trap afdaalt, waarna in het snelle gedeelte de dwarsfluit meteen de aandacht opeist. Na zeven gestileerde dansen vormt de de virtuoze afsluiting. Dit is eigenlijk geen dans, eerder een karakterstuk. Het is een van Bachs populairste werken geworden.
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Cantate ‘Ich habe genung’, BWV 82 (1727)
Voor Bach was het collegium musicum een welkome afleiding van zijn taak als cantor van de Thomaskirche, waarin het lag op kerkmuziek. In 1727 had hij in vier jaar tijd al zo’n tweehonderd s voor de lutherse eredienst gecomponeerd. De solocantate Ich habe genung is gemaakt voor het feest van Maria-Reiniging (Maria-Lichtmis) op 2 februari van dat jaar. In de joods-christelijke traditie werd een vrouw die een kind had gebaard veertig dagen lang als onrein beschouwd. Bij de reiniging van Maria in de tempel was volgens het evangelie van Lucas de vrome Simeon aanwezig. In het kindje Jezus herkende hij de Messias, zodat hij in vrede kon sterven.
De cantate is relatief sober gezet voor een bas die drie ’s met twee verbindende recitatieven zingt. In de eerste aria parafraseert hij de Bijbelse woorden van Simeon, die afscheid neemt van het aardse bestaan. In het volgende verschuift het perspectief naar anno 1727. Daarin is een gelovige aan het woord die zich met Simeon identificeert. De tweede aria is een wiegenlied voor de eeuwige slaap. Een recitatief laadt de stemming voor de afsluitende aria, waarin de muziek welhaast danst van vreugde bij het vooruitzicht van een leven na de dood.
Zangtekst
Ich habe genung,
Ich habe den Heiland, das Hoffen der Frommen,
Auf meine begierigen Arme genommen;
Ich habe genung!
Ich hab ihn erblickt,
Mein Glaube hat Jesum ans Herze gedrückt;
Nun wünsch ich, noch heute mit Freuden
Von hinnen zu scheiden.
Ich habe genung!
Ich habe genung!
Mein Trost ist nur allein,
Dass Jesus mein und ich sein eigen möchte sein.
Im Glauben halt ich ihn,
Da seh ich auch mit Simeon,
Die Freude jenes Lebens schon.
Lasst uns mit diesem Manne ziehn!
Ach! möchte mich von meines Leibes Ketten
Der Herr erretten!
Ach! wäre doch mein Abschied hier,
Mit Freuden sagt ich, Welt, zu dir:
Ich habe genung!
Aria
Schlummert ein, ihr matten Augen,
Fallet sanft und selig zu!
Welt, ich bleibe nicht mehr hier,
Hab ich doch kein Teil an dir,
Das der Seele könnte taugen.
Hier muss ich das Elend bauen,
Aber dort, dort werd ich schauen
Süssen Friede, stille Ruh.
Recitatief
Mein Gott! wann kömmt das schöne: Nun!
Da ich im Friede fahren werde
Und in dem Sande kühler Erde
Und dort bei dir im Schosse ruhn?
Der Abschied ist gemacht,
Welt, gute Nacht!
Aria
Ich freue mich auf meinen Tod,
Ach! hätt er sich schon eingefunden.
Da entkomm ich aller Not,
Die mich noch auf der Welt gebunden.
Johannes Brahms (1833-1897)
Tweede symfonie in D gr.t., op. 73 (1877)
Hoewel er meestal een van Bach op de lessenaar van zijn piano stond, zal Johannes Brahms tijdens het componeren van zijn Tweede symfonie eerder aan Ludwig van Beethoven hebben gedacht. Hij werd beschouwd als diens rechtmatige opvolger, maar het kostte hem vele jaren om zich te bevrijden van de geest van deze grote voorganger. Veertien jaar lang worstelde hij met de Eerste, en toen deze eindelijk af was, noemde de Hans von Bülow het werk ‘Beethovens Tiende’.
In de zomer van 1877 verbleef Brahms in het slot van Baron von Pausinger aan de Wörthersee. ‘s Ochtends vroeg ging hij zwemmen in het meer, met vrienden beklom hij de Dobratsch. Het was een zonnige, onbekommerde tijd. Het landschap inspireerde hem: ‘Daar vliegen de ën rond zodat je moet uitkijken dat je er niet op stapt.’ Binnen vijf maanden was de symfonie voltooid. Het werk wordt wel ‘Brahms’ Pastorale’ genoemd; de geest van Beethoven bleef rondwaren, ook al leek hij zich ervan te hebben bevrijd.
Brahms’ vriend Theodor Billroth hoorde er alleen idyllische tonen in: ‘Het is louter blauwe hemel, ruisende beekjes, zonneschijn en koele, groene schaduw. Het moet daar mooi zijn aan de Wörthersee!’ De componist zelf liet zich in schijnbaar tegenstrijdige bewoordingen uit over zijn eigen werk. Hij noemde het ‘een heel onschuldig, opgewekt stuk’, waarin een ‘tedere lieflijkheid’ overheerste. Maar aan een uitgever schreef hij: ‘De nieuwe symfonie is zo melancholisch...’ De partituur zou volgens de componist een rouwrand moeten krijgen.
Deze twee uitersten leveren voldoende conflictstof voor het lange eerste deel. Terwijl de lage strijkers het korte ‘natuurmotief’ spelen waaruit de tiek van de gehele symfonie is afgeleid, zetten de s de pastorale toon. Maar zodra de trombones hun intrede doen, verschijnen er dreigende wolken voor de zon. Als tweede thema zingen de ’s een innige die doet denken aan het wiegenlied Guten Abend, gut’ Nacht, waarin tederheid en nostalgie elkaar versterken. In het volgende lijkt het weemoedige cellothema een rouwrandje te hebben, maar daarna overheerst een serene stemming. Het derde deel is een reeks contrasterende dansen, bijna als in een orkestsuite van Bach. De finale klinkt inderdaad onschuldig en opgewekt.
De Wiener Philharmoniker gaven onder leiding van Hans Richter de eerste uitvoering op 30 december 1877 in de Musikverein te Wenen. Na elk deel was er luide bijval van het publiek. Brahms zelf dirigeerde het werk in andere steden, ook in Nederland. Slechts vijf weken na de première was de nieuwe symfonie onder zijn leiding al te horen in Amsterdam en Den Haag. Volgens een ooggetuige was de tot tranen toe geroerde componist Johannes Verhulst er zo verrukt van dat hij de hand van een wildvreemde vrouw pakte en zei: ‘Vergeet u nooit het geluk dat u deze muziek mag horen!’
Eddie Vetter
Biografie
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest
Iván Fischer, dirigent
Iván Fischer studeerde piano, viool, en compositie in Boedapest, en vervolgde zijn opleiding in Wenen met lessen orkestdirectie van Hans Swarowsky. Daarop was hij twee seizoenen lang assistent van Nikolaus Harnoncourt. In 1983 richtte Iván Fischer het Budapest Festival Orchestra op.
Met dit gezelschap, waarvan hij nog steeds chef- is, voerde hij vele vernieuwingen door, zoals ‘chocomelconcerten’ voor kleine kinderen, ‘Midnight Music’-concerten voor een jong publiek, verrassingsconcerten en verschillende educatie- en outreachprojecten, zoals een tournee langs voormalige synagogen.
Hij is actief als componist en regisseur met zijn Iván Fischer Opera Company en richtte diverse festivals op, waaronder het Vicenza Opera Festival. In het verleden stond hij aan het roer van Kent Opera, de Opéra National de Lyon, het National Symphony Orchestra in Washington en het Konzerthausorchester in Berlijn, waar hij sindsdien eredirigent is.
Bij het Concertgebouworkest is Iván Fischer al sinds 1987 vrijwel jaarlijks te gast. Vanwege zijn belangrijke artistieke bijdragen benoemde het orkest hem tot honorair gastdirigent met ingang van het seizoen 2021/2022. In maart kreeg hij de vijftiende Concertgebouw Prijs. Eerder ontving Iván Fischer de Kossuth Prijs, de Ovatie Prijs en de Crystal Award van het World Economic Forum voor het steunen van internationale cultuuruitwisseling, en is Chevalier des Arts et des Lettres en erelid van de Royal Academy of Music in Londen.
Iván Fischer beperkt zijn gastdirigentschappen tot slechts enkele orkesten om voldoende tijd en aandacht te kunnen geven aan het componeren, aan zijn Budapest Festival Orchestra en zijn operagezelschap, en aan het voortdurend ontwikkelen van creatieve ideeën. Hij is een erkend voorvechter voor mensenrechten, democratie en tolerantie.
Hanno Müller-Brachmann, bariton
Hanno Müller-Brachmann studeerde bij Ingeborg Most, Rudolf Piernay en Dietrich Fischer-Dieskau. Hij geeft recitals op de bekende podia (in september 2008 stond hij in de ), en een van zijn recentste cd’s is een Brahmsalbum met pianist Malcolm Martineau en alt Sarah Connolly.
De Duitse zanger soleerde bij de orkesten van Parijs, Londen, Rome, Milaan, Zürich, Wenen, München, Dresden en Berlijn, en het Concertgebouworkest en Iván Fischer nodigden hem uit voor Bachs solocantate Ich habe genug (2015).
In de Verenigde Staten musiceerde hij met de orkesten van New York, Boston, Los Angeles, Cleveland en Chicago. Van 1998 tot 2011 was Hanno Müller-Brachmann verbonden aan de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn, en hij was te gast bij San Francisco , de Wiener Staatsoper en La Scala in Milaan en op de festivals van Salzburg, Aix-en-Provence, Edinburgh en Peking.
Hij werkte met Kirill Petrenko, Simon Rattle, Franz Welser-Möst, Herbert Blomstedt en Andris Nelsons, en langer geleden ook met Mariss Jansons, Claudio Abbado, Nikolaus Harnoncourt, Pierre Boulez en Bernard Haitink. Hanno Müller-Brachmann geeft sinds 2011 les aan de Musikhochschule Karlsruhe, is een veelgevraagd jurylid op concoursen en zet zich in voor muziekeducatie.
Met het Budapest Festival Orchestra en Iván Fischer trad de bas-bariton al eerder op in de : in mei 2016 op twee verschillende Mozart-avonden en in maart 2024 in het programma Compassion rondom Bachs Matthäus-Passion.


