Isata Kanneh-Mason soleert bij Paris Mozart Orchestra

Isata Kanneh-Mason piano

Paris Mozart Orchestra
Claire Gibault dirigent (Beethoven, Schumann)
Stephanie Childress dirigent (Colasanti, Stravinsky)

Dit concert maakt deel uit van de serie Nieuwe Wereldsterren.

Met dank aan de begunstigers van het Fonds Hemelbestormers.

Lees ook: Op een rijtje: 7 duo's

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Ouverture uit ‘Egmont’, op. 84 (1809-10)

Clara Schumann (1819-1896)

Pianoconcert in a kl.t., op. 7 (1833-35)
Allegro maestoso
Romanze: Andante non troppo, con grazia
Finale: Allegro non troppo

pauze ± 20.50 uur

Silvia Colasanti (1975)

Capriccio a due (2013)
in opdracht van Istituzione Universitaria dei Concerti en Fondazione Pirelli; Nederlandse première

Igor Stravinsky (1882-1971)

Suite uit ‘Pulcinella’ (ballet 1920, suite 1922)
Sinfonia
Serenata
Scherzino en Allegro
Andantino
Tarantella
Toccata
Gavotta con due variazioni
Vivo
Minuetto en Finale

einde ± 22.05 uur

Toelichting

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Ouverture 'Egmont'

Door Aad van de Ven

Bekend is dat Ludwig van Beethoven een enorme bewondering had voor Johann Wolfgang von Goethe. En dat die bewondering niet wederzijds was. In elk geval moest de grote componist, die sympathiseerde met revolutionaire denkbeelden, zich wel aangetrokken voelen tot Goethes drama over een belangrijke verzetsheld uit de Nederlanden.

Trouwens, toneelstukken en ’s waarin helden in opstand kwamen tegen wrede onderdrukkers waren destijds sowieso in de mode. Zie ook Beethovens opera Fidelio, waarin Leonore haar Florestan uit de gevangenis bevrijdt. De ‘Leonore’ van graaf Egmont heet Clärchen. Maar zij kan niet verhinderen dat haar geliefde tijdens de Tachtigjarige Oorlog door soldaten van de Spaanse hertog van Alva op de Grote Markt in Brussel ter dood wordt gebracht.

Beethoven ontving in 1809 het verzoek dit toneelstuk van Goethe van passende muziek te voorzien. De ouverture geeft in een notendop de inhoud van het drama weer. Zo toont de begin-episode door middel van en als vuistslagen de onverzettelijkheid van de wrede machthebber. Hierop volgt een dat zowel de strijdlust van Egmont als de toewijding van zijn geliefde lijkt te beschrijven.

De executie gaat niet zoals bij Hector Berlioz twintig jaar later (Symphonie fantastique) gepaard met tromgeroffel, maar met twee hoge noten van de strijkers aan het einde van een frase, gevolgd door stilte. De strijd gaat echter door. Jubelende klanken brengen vervolgens de boodschap over dat de overwinning die de held niet meer heeft mogen meemaken nabij is.

Clara Schumann (1819-1896)

Clara Schumann: Pianoconcert

Door Thea Derks

  • Robert en Clara Schumann

Clara Schumann kreeg muziek met de paplepel ingegoten. Haar vader, Friedrich Wieck, was muziekuitgever, zangleraar, pianist en pianopedagoog; moeder Marianne Tromlitz was een succesvolle zangeres en pianiste. Vanwege zijn frequente woede-uitbarstingen verliet zij Friedrich toen Clara pas vijf jaar oud was. Als pedagoog was hij echter zeer begaafd. Hij gaf les op een speelse manier en maakte gehooroefeningen en andere trainingen tot aangename bezigheden. Al snel kon Clara uitstekend à vue spelen; bovendien bleek ze een geweldig improvisator.

Iedereen die er destijds toe deed kwam over de vloer in huize Wieck, waar haar vader soirées organiseerde. Clara speelde voor een geïnteresseerd maar kritisch gehoor. Zo leerde ze ook Robert Schumann kennen, die rond haar elfde bij het gezin introk. Twee jaar later begon ze aan wat haar Pianoconcert in a klein zou worden.

Eind 1833 voltooide ze een eendelige Konzertsatz die ze zelf orkestreerde. Robert bewerkte haar , waarna ze het werk als veertienjarig wonderkind in verschillende concerten uitvoerde. Hierna breidde ze het gaandeweg uit tot een driedelig concert, waarin de Konzertsatz fungeerde als finale.

In 1834 schreef ze het eerste deel, dat opent met een martiaal in majestueuze en van het orkest, gevolgd door een virtuoze pianopartij. Het jaar daarop componeerde ze het middendeel, de intens zangerige ­Romanze, waarin de partijen van de piano en de ­eerste elkaar als een liefdespaar omcirkelen – ze was indertijd verliefd op de cellist August Theodor Müller. Zachte roffels markeren de overgang naar het derde deel, dat opent met klaroengeschal en een krachtig, stijgend in octaven van de pianist.

Een jaar later instrumenteerde Clara het stuk opnieuw, waarbij ze de revisies van Robert ongedaan maakte. Twaalf dagen voor haar zestiende verjaardag voltooide ze deze nieuwe versie van haar Pianoconcert. In november 1835 speelde ze zelf de première met het ­Gewandhausorkest onder leiding van Felix Mendelssohn.

Silvia Colasanti (1975)

Colasanti: Capriccio a due

Door Thea Derks

  • Silvia Colasanti

Of het nu gaat om vloeiende ën, stuwende s of dichte klankenwolken, de muziek van Silvia Colasanti blijft altijd . In Italië geldt zij als een van de belangrijkste componisten van haar tijd, haar muziek wordt uitgegeven door de prestigieuze muziekuitgever ­Ricordi. In ons land kreeg ze opdrachten van de Eduard van Beinum Stichting (­Burning, 2010) en de Strijkkwartet Biënnale (Ogni cosa ad ogni cosa ha detto addio, 2018), maar haar muziek klinkt voor het eerst in Het Concertgebouw.

Colasanti studeerde aan het Conservatorio Santa Cecilia en de Accademia Nazionale di Santa Cecilia in haar geboortestad Rome. In 2012 verwierf ze internationale faam met haar op Franz Kafka geïnspireerde La Metamorfosi. Vijf jaar later baseerde ze de kameropera Le imperdonabili. L’ultima lettera di Etty Hillesum op leven en werk van dezeNederlandse verzetsstrijder.

Het vandaag uitgevoerde a due voor twee violen en strijkorkest ontstond in 2013. Colasanti schreef het op verzoek van het violistenechtpaar Salvatore Accardo en Laura Gorna, aan wie ze het ook heeft opgedragen. Accordo en Gorna speelden de première tijdens de opening van het concertseizoen 2013/14 van het Istituzione Universitaria dei Concerti in Rome. Critici reageerden enthousiast en noemden het stuk ‘uiterst gevarieerd en levendig’ en roemden de ‘evenwichtige, duidelijk herkenbare opbouw’.

Capriccio a due heeft een sterk kamer­muzikaal karakter. Het heeft veel trekken van een dubbelconcert, met een voortdurende dialoog tussen de solisten en het orkest en tussen de twee violisten onderling. Na een stormachtige, vierdubbelforte gespeelde opening van het strijkorkest ontstaat een wervelende interactie tussen de vioolsolisten en het orkest. Het is één bruisend geheel van vurige ’s, fel aangezet gekras van zowel tutti als solisten, afgewisseld met meer ingetogen passages van langgerekte tonen en zoete lyriek. Zo lijken emoties van aantrekken en afstoten de kurk te zijn waarop het stuk drijft – eigenlijk net zoals in een huwelijk.

Igor Stravinsky (1882-1971)

Stravinsky: Suite uit ‘Pulcinella’

Door Martijn Voorvelt

Sinds zijn Sacre du printemps was ingeslagen als een bom stond Igor Stravinsky te boek als rebels en vooruitstrevend boegbeeld onder de componisten. Groot was dan ook de ophef toen het ballet Pulcinella op 15 mei 1920 zijn première beleefde in Parijs. Waar was de complexe ritmiek, waar waren de e samenklanken, de Russische volksmelodieën? Stravinsky leek wel gek geworden: hij schreef plotseling muziek. Daarmee was de grote vernieuwer een conservatief geworden! De modernistische goegemeente sprak er schande van. Toch bleek het een uiterst succesvolle weg: de balletmuziek en de daaruit gedestilleerde vormden het startschot voor een periode waarin componisten massaal moderne technieken combineerden met stijlen uit de zeventiende en achttiende eeuw. Het was geboren.

In feite was de invloedrijke ­impresario Serge Diaghilev de hoofdschuldige. Hij had voorgesteld een ballet te baseren op een karakter uit de zeventiende-eeuwse Commedia dell’Arte, waarvoor Stravinsky muziek van Pergolesi zou arrangeren. Stravinsky vond het maar niks. Hij hield niet van Pergolesi. Maar toen hij op aanraden van Diaghilev toch de partituren bestudeerde, ging hij overstag: ‘Ik keek ernaar, en werd verliefd... Pulcinella was mijn ontdekking van het verleden, de openbaring waardoor al mijn latere werk mogelijk is geworden.’ Het werden geen arrangementen: de barok­stukken werden geïnjecteerd met spannende moderne dissonanten en subtiele ritmische verschuivingen. Van de originele muziek bleek later overigens maar de helft van Pergolesi te zijn. Zo vinden we Unico graaf van ­Wassenaers tweede Concerto armonico terug in de vorm van een tarantella.

Biografie

Isata Kanneh-Mason, piano

Isata Kanneh-Mason kreeg de ­Leonard Bernstein Award 2021 en een Klassik 2020 en trok tijdens de lockdown in voorjaar 2020 met een livestream van Beethovens Derde piano­concert – thuis, begeleid door haar broers en zussen – meer dan een miljoen kijkers.

Op haar debuutalbum Romance – the Piano Music of ­Clara Schumann (2019) volgden in 2021 Summertime (inclusief een cd-première van componist Samuel Coleridge-Taylor) en in 2023 Childhood Tales. Tussendoor verscheen ook Muse, het eerste duo-album met op haar broer Sheku Kanneh-Mason

Isata Kanneh-­Mason speelde in 2023 op de BBC Proms met het BBC National Orchestra of Wales, en debuteerde de afgelopen tijd in Londen in het Barbican Centre, de Queen Elizabeth Hall en Wigmore Hall. Ze was Junge Wilde bij het Konzerthaus Dortmund en speelde kamermuziek in de Berliner Philharmonie, de National Concert Hall Dublin, Perth Concert Hall en het Prinzregenten­theater in München.

Ook werd de pianiste geëngageerd door gezelschappen als de New World Symphony Miami, het City of Birmingham Symphony Orchestra, de London Mozart Players en de orkesten van Los Angeles, Philadelphia en Toronto. Artist in residence was ze bij het Royal Philharmonic Orchestra. Solorecitals geeft ze dit seizoen in Noord-Amerika, op het Festival van Luzern en op een reeks podia in Duitsland.

Isata Kanneh-Mason studeerde in 2020 af aan de Royal Academy of Music in Londen en volgde in Berlijn lessen bij Kirill Gerstein. In de debuteerde ze op 1 augustus 2021 in een duoprogramma met haar broer, cellist Sheku Kanneh-Mason, en keerde ze (in de serie Nieuwe Wereldsterren) terug op 15 maart 2022 met het Paris Mozart Orchestra in het Pianoconcert van Clara Schumann.

Op 8 juni 2022 speelde Isata Kanneh-Mason solo in de in de Rising Stars-serie.

Paris Mozart Orchestra, orkest

Het Paris Mozart Orchestra was nog niet eerder in Het Concertgebouw te horen. In 2011 opgericht door Claire Gibault trad het orkest inmiddels op in bekende Franse zalen als het Théâtre du Châtelet en de Philhar­monie in Parijs, het Théâtre des Quinconces in Le Mans en het Arsenal in Metz, op de Folle Journée in Nantes en op het Festival de Pâques in Aix-en-Provence, maar ook in gevangenissen, ­ziekenhuizen en schoolkantines.

Daarmee ­leggen de musici een stevige sociale betrokkenheid aan de dag. Lid zijn van dit orkest betekent dan ook meer dan alleen het aangaan van een muzikaal avontuur: de helft van de agenda is gevuld met educatie en maatschappelijke projecten. Het Paris Mozart Orchestra streeft naar een gelijk aantal vrouwen en mannen op aanvoerdersposities en plaveit graag de weg voor inclusie en diversiteit.

Het orkest geeft solisten uit eigen gelederen de ruimte, maar engageerde ook gerenommeerde musici als sopraan Natalie ­Dessay en pianiste Maria João Pires en jonge solisten als de pianisten Adam Laloum en Marie-Ange Nguci en tiste Lucienne Renaudin-­Vary. Samen met de Philharmonie de Paris initieerde het orkest de La Maestra International Competition for Women Conductors, die in maart zijn tweede editie beleeft.

Claire Gibault, dirigent

Claire Gibault is oprichter en artistiek leider van het Paris Mozart Orchestra; ze dirigeert haar geesteskind zo’n dertig keer per seizoen.

Haar carrière begon aan de Opéra National de Lyon, voordat ze de eerste vrouw werd die de Filarmonica della Scala in Milaan dirigeerde. Als assistent van Claudio Abbado werkte ze in Milaan maar ook aan de Wiener Staatsoper en het Royal House Covent Garden in Londen; ook hielp ze hem in 2004 bij de oprichting van zijn Orchestra Mozart in Bologna.

De e stond op de bok tijdens de festivals van Edinburgh en Glyndebourne, en bij de Washington , de Opéra Comique in Parijs en de Opéra de eille. Symfonisch repertoire leidde ze bij het Hallé Orchestra, het Orchestra Sinfonica Nazionale della RAI, de orkesten van Luik, Bordeaux en Nice en het Osaka Symphony Orchestra. Chef-dirigent was ze van het kinderkoor van de opera van Lyon, het Orchestre de Chambre de Chambéry en Musica per Roma.

Claire Gibault werkte samen met componisten als Graciane Finzi, Wolfgang Rihm, Silvia Colasanti, Fabio Vacchi en Edith Canat de Chizy.

Directiemasterclasses geeft ze in Parijs, maar ook bijvoorbeeld aan de operastudio van Covent Garden. In 2016 werd Claire Gibault benoemd tot Officier de la Légion d’Honneur en in 2017 tot Commandeur des Arts et des Lettres.

Ze debuteert in Het Concertgebouw.

Stephanie Childress, dirigent

Dit seizoen is Stephanie Childress assistent- van het St Louis Symphony Orchestra en chef-dirigent van het bijbehorende jeugdorkest. Als uitvloeisel van haar tweede prijs op het dirigentenconcours La Maestra in 2020 werd ze geëngageerd door het Orchestre de Paris, het Orchestre de Chambre de Paris, het ­Orchestre Symphonique de Mulhouse en de Opéra en het Orchestre National de Montpellier. Debuten bij het Symfonie­orkest van Barcelona en de North Carolina Symphony staan gepland, en in 2020/2021 stond ze op de bok bij het London ­Symphony Orchestra, het Philharmonia Orchestra, het BBC Philharmonic Orchestra en de London Mozart Players.

Een van de drijfveren om te worden was haar liefde voor ; afgelopen zomer assisteerde ze in Glyndebourne bij Il Turco in Italia van Rossini en Luisa Miller van Verdi. Eerder leidde ze producties bij British Youth Opera en het St John’s College Cambridge, alsook de wereldpremière van Anna Semple’s The Next Station Is Green Park aan het Royal Conservatoire of Scotland.

Masterclasses volgde Stephanie Childress bij Mark Elder, Paavo Järvi en Jukka-Pekka Saraste. Als violist werd ze in 2016 en 2018 finalist bij de BBC Young Musician of the Year, en in 2019 maakte ze met Southbank haar debuut op de BBC Proms. Ook soleerde ze bij het BBC Scottish Symphony Orchestra en bij het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra.

In Het Concertgebouw maakt Stephanie Childress haar debuut.