Isabelle Faust: van Biber naar nu

Isabelle Faust viool

er is geen pauze
einde ± 21.30 uur

Met dank aan de begunstigers van het Fonds Topmusici in de Kleine Zaal.

Lees ook het uitgebreide interview met Isabelle Faust: 'Ik heb altijd een vlindertje in mijn buik'

George Rochberg (1918-2005)

Allegro fantastico, nr. 18
Molto adagio, nr. 34
Allegro molto (after Webern:
Passacaglia, op. 1), nr. 41
Nocturnal; slow, nr. 42
Moderately fast: fantastico, nr. 48
Poco allegretto ma con rubato, nr. 6
uit ‘Caprice Variations’ (1970)

Louis-Gabriel Guillemain (1705-1770)

Allegro, nr. 18
Altro, nr. 3
Allegro, nr. 4
Gratioso, nr. 5
Altro, nr. 12
Aria, nr. 14
Allegretto, nr. 13
uit ‘Amusement’, variaties en
caprices viool solo, op. 80 (1762)

Heinz Holliger (1939)
Drei kleine Szenen (2014)
Ciacconina
Geisterklopfen
Musette funèbre

Johann Georg Pisendel (1687-1755)

Sonate per violino solo in a kl.t. (jaartal onbekend)
Largo
Allegro
Giga – Variaties

George Benjamin (1960)

Three Miniatures (2001)
A Lullaby for Lalit
A Canon for Sally
Lauer Lied

Heinrich Ignaz Franz von Biber (1644-1704)

Passacaglia in g kl.t., C. 105 (1674)

Toelichting

Toelichting

Spotlight op Isabelle Faust

Door Noortje Zanen

Dat Isabelle Faust graag ­nieuwe dingen uitprobeert wordt vanavond opnieuw bevestigd. De violiste stelde een pittig programma samen waarin ze eigentijdse werken afwisselt met muziek en waarvoor ze twee verschillende violen meeneemt: een moderne viool en een barokviool met darmsnaren. Dit is het tweede concert van haar serie Spotlight, voor het derde en laatste concert keert Isabelle Faust terug op 1 mei met een programma rond Schönbergs Verklärte Nacht.

De zes solowerken voor viool die Isabelle Faust voor vandaag heeft geselecteerd worden niet vaak uitgevoerd, zeker niet in deze samenstelling. De hedendaagse composities van Rochberg, Holliger en Benjamin klinken heel anders in combinatie met de ­zeventiende- en achttiende-eeuwse werken van Guillemain, Pisendel en Biber.

De oude stukken klinken opeens veel moderner en de eigentijdse werken doen juist minder modern aan. Zonder vooraf een duidelijke regie op te leggen aan de luisteraar ontstaat er volgens Faust als vanzelf een speciale spanningsboog met momenten van ontspanning en stilte, waarbij er soms wel en soms niet wordt geapplaudisseerd.

Rochberg: Zes caprices

De Amerikaanse componist George Rochberg liet zich voor zijn Caprice Variations inspireren door de beroemde, duivels lastige 24 Caprices van de negentiende-eeuwse vioolvirtuoos Niccolò Paganini. Rochberg schreef het werk in 1970, een periode waarin hij duidelijk afstand had genomen van het dogmatische modernisme en waarin hij experimenteerde met het afwisselen van traditionele tonaliteit, moderne en atonale passages. Zijn verzameling van in totaal 51 caprices zit vol met verschillende viooltechnieken voor de linker- en de rechterhand.

Als eerbetoon aan Paganini eindigt de bundel met een letterlijk citaat uit diens bekende Caprice nr. 24. Rochberg citeert ook werken van andere componisten zoals Beethoven, Schubert, Brahms en Webern. Isabelle Faust heeft zes caprices uitgekozen waarin de meest uiteenlopende viooltechnieken aanbod komen: van fluisterzachte ten en ’s tot mysterieuze dubbelklanken, felle ’s en dicht bij de kam gestreken lange noten.

Guillemain: Amusement

Zoals Paganini en andere negentiende-eeuwse virtuozen hun publiek betoverden met indrukwekkende s op bekende ’s uit hun tijd, zo baseerde ­Louis-Gabriel Guillemain zijn Amusement pour le violon seul op het principe van de s variés – variaties op bekende volksdeuntjes of ’s uit populaire ’s. Guillemain was een vooraanstaand violist en componist die onder andere aan het Franse hof van Lodewijk XV heeft gewerkt. 

Isabelle Faust speelt een deel uit Amusement in Concertgebouw Sessions

De twaalf ingewikkelde viooletudes waarmee Amusement afsluit zijn wellicht een inspiratiebron geweest voor Paganini’s Caprices. Isabelle Faust koos zeven contrasterende delen uit Guillemains bundel: originele en aantrekkelijke vioolmuziek die beslist een podium verdient.

Holliger: Drei kleine Szenen

Het multitalent Heinz Holliger, zeer succesvol als hoboïst, en componist, heeft zijn Drei kleine Szenen speciaal voor Isabelle Faust geschreven. Ze omschrijft deze korte stukjes als ‘echte juweeltjes, die op een heel intieme manier iets vertellen over de ziel van de componist’ die op dat moment net zijn vrouw had verloren.

Faust vindt de passages waarin de violist zowel moet spelen als moet zingen het moeilijkst. Ook opmerkelijk zijn de opvallende -fragmenten in het tweede deel, waarin de violist zowel met de rechter- als met de linkerhand aan de snaren plukt. Voor het slot van dat deel heeft Holliger iets nieuws bedacht: de violist moet dan met een stift of een pen in de rechterhand tussen twee snaren in een soort -effect creëren.

Pisendel: Sonate

Johann Georg Pisendel was een van de meest succesvolle Duitse violisten van zijn tijd. Na vele omzwervingen door Duitsland, Frankrijk en Italië vestigde hij zich uiteindelijk als concertmeester aan het prestigieuze hof in Dresden, dat een zeer goed orkest had. Dat Pisendel tijdens zijn reizen door Europa onder anderen bij Antonio Vivaldi heeft gestudeerd, is duidelijk hoorbaar in zijn kleinschalige oeuvre: er zijn alleen instrumentale werken bewaard gebleven en hij schreef vooral veel muziek voor viool.

Of zijn per violino solo in a klein een inspiratiebron is geweest voor Johann Sebastian Bachs Sonates en ’s voor viool solo kan niet worden bewezen, omdat van beide werken niet precies duidelijk is wanneer ze zijn ontstaan. Pisendel voltooide zijn vioolsonate in ieder geval vóór 1728, want in dat jaar publiceerde Georg Philipp Telemann het laatste deel van deze sonate in zijn verzamelbundel Der getreue Musikmeister.


Benjamin: Three Miniatures

Hoewel de Three Miniatures voor viool solo van George Benjamin zelden worden uitgevoerd heeft Isabelle Faust ze al langer op haar repertoire staan. Ze heeft nauw samengewerkt met de componist, die volgens haar ‘zeer goed weet wat hij wil horen’ als zijn werken worden uitgevoerd. Deze korte vioolstukjes zijn volgens Benjamin zelf ‘extreem moeilijk’ en vergen van de violist opperste concentratie en volledige beheersing van het instrument.

Benjamin heeft zijn miniaturen opgedragen aan drie vrienden: de lullaby (of het wiegelied) aan de dochter van de violist Jagdish Mistry, de aan de muziekuitgever Sally Cavender en het laatste aan Klaus Lauer, die in zijn Römerbad Hotel in Badenweiler concerten met nieuwe muziek organiseerde. Op deze locatie speelde Irvine Arditti in 2002 de eerste volledige uitvoering van de Three Miniatures.

Biber: Passacaglia

Isabelle Faust sluit haar solorecital af met de Passacaglia van Heinrich Ignaz Franz von Biber uit circa 1676, het oudste werk dat op het programma staat. Net als de andere ‘oude’ componisten Guillemain en Pisendel was Biber naast componist een beroemd violist. Niet voor niets merkte de vermaarde achttiende-eeuwse muziekhistoricus Charles Burney op: ‘Van alle violisten uit de zeventiende eeuw lijkt Biber de beste te zijn geweest. Zijn solo’s zijn het moeilijkst en ook het meest fantasierijk van alle muziek die ik uit die tijd ken’.

  • Heinrich Ignaz Franz Biber von Bibern

Bibers muziek is onbetwist uniek, zijn vioolsonates zijn onvoorspelbaar en zitten vol onverwachte wendingen en verrassende en. Zijn Passacaglia in g klein wordt wel gezien als de voorloper van Bachs uiterst complexe en polyfone Chaconne voor viool solo uit de Tweede , maar er is geen bewijs dat Bach het manuscript van Biber kende.

De kern van Bibers Passacaglia is een eenvoudige lijn van vier dalende noten: de opeenvolging g-f-es-d. Boven dit steeds herhaalde je creëert Biber een reeks van contrasterende variaties die na een meeslepend en betoverend betoog van ongeveer negen minuten plotseling tot een eind komen in een mild G-groot-.

Biografie

Isabelle Faust, viool

Isabelle Faust won op jonge leeftijd het Leopold Mozart Concours in Augsburg en het Italiaanse Paganini ­Concours en werd al snel uitgenodigd door belangrijke gezelschappen wereldwijd waaronder de Berliner Philharmoniker, het Boston Symphony Orchestra, het NHK Symphony Orchestra, Tokyo, het Chamber Orchestra of Europe en het Freiburger Barockorchester.

Bij het ­Concertgebouworkest debuteerde ze in 2015, en bij Concertgebouworkest Young 2022 soleerde ze in Beethovens Viool­concert onder leiding van ­Gustavo Gimeno.

De Duitse violiste beheerst een repertoire dat reikt van de tot wereldpremières, en is zich daarbij altijd bewust van de tijdeigen context en speelwijze. Onder leiding van wijlen Claudio Abbado maakte Isabelle Faust prijswinnende opnames van de viool­concerten van Berg en Beethoven, en ze was een aantal jaar vaste partner van het door hem opgerichte Mahler Chamber Orchestra.

In het seizoen 2023/2024 was ze artist in residence bij het SWR Symphonie­orchester, in 2024 bij het Beethovenfest Bonn, en in datzelfde jaar won ze twee Gramophone Awards: voor een Schumann-album en voor Brittens Vioolconcert met het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks onder leiding van Jakub Hrůša. Kamermuziek speelt Isabelle Faust met onder anderen haar vaste pianist Alexander Melnikov, cellist Jean-Guihen Queyras, klavecinist/pianist Kristian Bezuidenhout, ­altviolist Antoine Tamestit en zangeres Anna Prohaska.

In seizoen 2019/2020 had ze een Spotlight-serie in de . Op dat podium was ze voor het laatst te beluisteren op 17 maart 2023, in Brahms en Ligeti met ist Teunis van der Zwart en pianist Alexander Melnikov.