Isabelle Faust in Dvořák, Philippe Herreweghe leidt Brahms
Isabelle Faust viool
Orchestre des Champs-Elysées
Philippe Herreweghe dirigent
Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Solisten.
Johannes Brahms (1833-1897)
Tragische ouvertüre in d kl.t., op. 81 (1880)
Antonín Dvořák (1841-1904)
Vioolconcert in a kl.t., op. 53 (1879)
Allegro ma non troppo
Adagio ma non troppo
Finale: Allegro giocoso ma non troppo
pauze ± 21.05 uur
Johannes Brahms (1833-1897)
Symfonie nr. 2 in D gr.t., op. 73 (1877)
Allegro non troppo
Adagio non troppo
Allegretto grazioso
Allegro con spirito
einde ± 22.10 uur
Toelichting
Johannes Brahms (1833-1897)
Tragische ouverture
Door Christiane Schima
Wanneer Johannes Brahms de Tragische Ouvertüre componeert, woont de in Hamburg geboren componist reeds zeven jaar in Wenen. Maar nog steeds ontvangt hij opdrachten vanuit Duitsland. Dat geldt ook voor twee in 1880 ontstane ouvertures, namelijk de Tragische Ouvertüre, 81 en de kort daarvoor geschreven Akademische Festouvertüre naar aanleiding van de uitreiking van het eredoctoraat van de Universiteit te Breslau. ‘De ene weent, de andere lacht’, aldus Brahms aan de Leipziger Carl Reinecke.
Beide ouvertures beleven hun première op 4 januari 1881 in Breslau. Brahms noemt de Tragische Ouvertüre ook een ‘Trauerspiel-ouverture’, en herinnert daarmee aan de oorspronkelijke functie van de ouverture als inleiding van een . Wisselende stemmingen en ’s kenmerken de muziekvorm die zich bij Brahms tot een zelfstandig orkeststuk heeft ontwikkeld. De componist vroeg zich aanvankelijk af of hij zijn ouverture ‘tragisch’ of ‘dramatisch’ moest noemen, beide omschrijvingen zijn van toepassing.
Na twee luidruchtige openingsakkoorden begeeft Brahms zich – bij wijze van spreken – op stormachtige zee. Af en toe komt het tot wilde erupties, de tussendoor langskomende kalmerende episoden zijn slechts van korte duur. Het in drie in elkaar overlopende gedeeltes ingedeelde werk – gekenmerkt door de tempo-aanduidingen ma non troppo-Molto più moderato-Tempo primo ma tranquillo – vertoont zowel ‘tragische’ als ‘dramatische’ trekken en wordt gekenmerkt door gedrevenheid en rusteloosheid.
Antonín Dvořák (1841-1904)
Vioolconcert
Door Martijn Voorvelt
‘Dvořák heeft allerlei soorten muziek geschreven: ’s, symfonieën, kwartetten en pianowerken. Hij is hoe dan ook een zeer getalenteerd man – en daarbij ook nog erg arm! Vergeet dat niet!’ Zo prees Johannes Brahms zijn jongere Praagse collega Antonín Dvořák in 1877 aan bij de voornaamste muziekuitgever van Leipzig, Fritz Simrock. Eerder in dat jaar had de nog vrij onbekende Dvořák al een beurs gekregen van het Keizerlijke Ministerie van Educatie: ook al dankzij Brahms. Om Brahms te bedanken voor zijn aanbevelingen reisde Dvořák naar Wenen, maar helaas: de grote componist was niet thuis. Toch zou er een levenslange vriendschap tussen de twee ontstaan.
De conservatieve Joseph Joachim had moeite met enkele opvallende noviteiten in de vorm.
Op de eerste dag van 1879 dirigeerde Brahms de première van het Vioolconcert dat hij had geschreven voor zijn goede vriend, de beroemde violist Joseph Joachim. Dvořák was aanwezig. Hij was zeer onder de indruk van Joachim en besloot ook een vioolconcert aan de violist op te dragen. Nog datzelfde jaar stuurde Dvořák zijn Vioolconcert in a klein naar Joseph Joachim. Maar die reageerde niet zoals gehoopt. Pas maanden later ontving Dvořák een teken van leven: Joachim liet weten dat het werk nog niet naar zijn zin was en gereviseerd moest worden. De conservatieve Joseph Joachim had niet alleen moeite met de solopartij, maar ook met enkele opvallende noviteiten in de vorm. Zo viel Joachim over het fragmentarische karakter van het eerste , met zijn afwisselingen van tutti-passages en solo’s. Ook had hij het moeilijk met de sterk gereduceerde recapitulatie, die na slechts zes maten abrupt overgaat in het langzame tweede deel.
Dvořák geloofde sterk in deze vormaspecten; hoewel hij met Joachims hulp uitgebreid aan het werk bleef sleutelen, zou hij die dan ook intact laten. Toen Joachim na drie jaar nog niet tevreden was – hij vond het concert mooi, maar nog niet ‘rijp voor het publiek, vooral door zijn nogal zware orkestbegeleiding’ – was Dvořák het zat: hij liet de première in oktober 1883 verzorgen door de jonge violist František Ondrícek.
En met succes. Vooral het laatste deel raakte met zijn opzwepende Slavische volksmuziekkarakter en zijn overvloed aan ën een snaar bij het publiek. Joachim zou het nooit uitvoeren. Brahms en Bruch wond hij om zijn vinger, maar Dvořák was te eigenwijs voor hem.
Johannes Brahms (1833-1897)
Tweede symfonie
Door Christiane Schima
Brahms kon misschien een werk als de Akademische Festouvertüre uit zijn mouw schudden, het schrijven van een symfonie ging hem minder makkelijk af. Toen hij in 1876 zijn Eerste symfonie voltooide was hij al boven de veertig. Mogelijk hebben de muziekstad Wenen, waar hij zich een paar jaar daarvoor gevestigd had, en de geest van Ludwig van Beethoven hem ertoe geïnspireerd. Enthousiast schrijft Brahms na zijn aankomst in Wenen: ‘Ik woon maar een paar stappen van de Prater vandaan en kan mijn wijn drinken waar Beethoven hem gedronken heeft’. Maar Brahms was zich er ook van bewust dat hij opgescheept zat met een moeilijke erfenis, namelijk die van Beethoven. De componist in een brief aan zijn goede vriend, de violist Joseph Joachim: ‘Je hebt geen idee hoe mensen als wij zich voelen wanneer je zo’n reus achter je aan hoort marcheren...’
Niet toevallig staat Brahms’ Eerste symfonie uit 1876 in een dramatisch c klein – een die in Beethovens oeuvre een centrale en – zoals in zijn Vijfde – ‘noodlottige’ betekenis heeft. Brahms’ slechts een jaar later ontstane Tweede symfonie in D groot, 73 ontwikkelt zich daarentegen tot een e idylle en vormt juist het tegendeel van zijn Eerste. Ze is de vrucht van een mooie zomer in zijn Oostenrijkse vakantieoord Pörtschach. Tegen zijn vrienden die hij graag voor de gek hield, gaf hij een compleet ander beeld van zijn ‘nieuwe’.
‘Mijn nieuwe is lang en niet bepaald liebenswürdig…’
Brahms aan Carl Reinecke: ‘Mijn nieuwe is lang en niet bepaald liebenswürdig…’ En aan vriendin Elisabet von Herzogenberg: ‘De nieuwe is niet echt een symfonie maar slechts een sinfonie en ik hoef ze u ook niet van te voren voor te spelen. U hoeft alleen maar te gaan zitten, afwisselend met de voetjes op beide pedalen, het f- een tijdlang aan te slaan – beneden, boven, ff en pp – dan krijgt u zo langzamerhand een idee van de nieuwe...’ Een grap, want Brahms’ Tweede is de meest poëtische en zonnige van zijn vier symfonieën.
Het eerste deel non troppo roept met met zijn vele passages al een pastorale sfeer op. Maar helemaal zorgeloos is de stemming niet. In het langzame tweede deel non troppo mengen zich ook melancholieke tonen. Uit dit deel spreekt onvervuld verlangen en het komt tot een dramatische gevoelsuitbarsting. Maar ten slotte keert de rust weer in en sterft de muziek met e klanken in de blazers weg. In het daaropvolgende bekoorlijk dansante Allegretto grazioso overheerst weer de levensvreugde. Het is de voorbereiding voor de wervelende finale Allegro con spirito. Hoewel de finale onderbroken wordt door contemplatieve passages die aan motieven uit de voorafgaande delen herinneren, eindigt Brahms’ Tweede symfonie mfantelijk.
Na de Weense première in december 1877 volgden begin februari 1878 uitvoeringen in Nederland. Brahms: ‘Holland is aangenaam en het bevalt me iedere keer buitenmate goed. Nummer twee bezorgt de musici en anderen veel plezier. Ze klinkt de vierde en achtste in Amsterdam, de zesde in Den Haag. Bovendien ook mijn Eerste op de vijfde in Amsterdam, in een soort volksconcert.’
Biografie
Isabelle Faust, viool
Isabelle Faust won op jonge leeftijd het Leopold Mozart Concours in Augsburg en het Italiaanse Paganini Concours en werd al snel uitgenodigd door belangrijke gezelschappen wereldwijd waaronder de Berliner Philharmoniker, het Boston Symphony Orchestra, het NHK Symphony Orchestra, Tokyo, het Chamber Orchestra of Europe en het Freiburger Barockorchester.
Bij het Concertgebouworkest debuteerde ze in 2015, en bij Concertgebouworkest Young 2022 soleerde ze in Beethovens Vioolconcert onder leiding van Gustavo Gimeno.
De Duitse violiste beheerst een repertoire dat reikt van de tot wereldpremières, en is zich daarbij altijd bewust van de tijdeigen context en speelwijze. Onder leiding van wijlen Claudio Abbado maakte Isabelle Faust prijswinnende opnames van de vioolconcerten van Berg en Beethoven, en ze was een aantal jaar vaste partner van het door hem opgerichte Mahler Chamber Orchestra.
In het seizoen 2023/2024 was ze artist in residence bij het SWR Symphonieorchester, in 2024 bij het Beethovenfest Bonn, en in datzelfde jaar won ze twee Gramophone Awards: voor een Schumann-album en voor Brittens Vioolconcert met het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks onder leiding van Jakub Hrůša. Kamermuziek speelt Isabelle Faust met onder anderen haar vaste pianist Alexander Melnikov, cellist Jean-Guihen Queyras, klavecinist/pianist Kristian Bezuidenhout, altviolist Antoine Tamestit en zangeres Anna Prohaska.
In seizoen 2019/2020 had ze een Spotlight-serie in de . Op dat podium was ze voor het laatst te beluisteren op 17 maart 2023, in Brahms en Ligeti met ist Teunis van der Zwart en pianist Alexander Melnikov.
Orchestre des Champs-Elysées, orkest
In 1991 nam Philippe Herreweghe samen met Alain Durel, directeur van het Théâtre des Champs-Elysées in Parijs, het initiatief tot de oprichting van een nieuw orkest dat was toegewijd aan het uitvoeren van repertoire van grofweg Haydn tot Debussy met gebruikmaking van instrumenten zoals die werden bespeeld in de tijd van de componisten zelf.
Dit orkest werd voor langere tijd huisorkest van zowel het Théâtre des Champs-Elysées als van Bozar in Brussel. Het gezelschap is geregeld in Het Concertgebouw te gast – voor het laatst op 22 november 2022 met Philippe Herreweghe en soliste Isabelle Faust – en treedt ook op in zalen als het Gewandhaus in Leipzig, de Musikverein in Wenen, de Alte Oper in Frankfurt, het Barbican Centre in Londen en het Lincoln Center in New York.
Ook tourde het door Japan, Korea, China en Australië. Philippe Herreweghe is chef-, en als gastdirigenten werden onder anderen Daniel Harding, Christian Zacharias, Louis Langrée, Heinz Holliger, Christophe Coin en René Jacobs uitgenodigd.
Het Orchestre des Champs-Elysées onderhoudt een sterke band met Collegium Vocale Gent, het koor waarmee het ook veel vocaal repertoire op cd uitbracht.
Philippe Herreweghe, dirigent
Philippe Herreweghe combineerde in zijn geboorteplaats Gent zijn universitaire studie (geneeskunde en psychiatrie) met een conservatoriumopleiding piano. Al in die jaren begon hij met dirigeren en in 1970 richtte hij Collegium Vocale Gent op. Nikolaus Harnoncourt en Gustav Leonhardt merkten zijn uitzonderlijke benaderingswijze op en nodigden hem uit om mee te werken aan hun opnames van de verzamelde Bachs.
Philippe Herreweghe groeide uit tot een van de bekendste oudemuzieken, en zou zijn repertoire gestaag uitbreiden naar de symfonische . Hij was oprichter van La Chapelle Royale (1977, Franse muziek uit de zeventiende eeuw), het Orchestre des Champs-Elysées (1991, romantisch en preromantisch repertoire op originele instrumenten) en zijn eigen Italiaanse festival Collegium Vocale Crete Senesi (2001). Met een discografie van meer dan 120 titels begon de dirigent in 2010 zijn eigen label (PHI).
Sinds 1997 is Philippe Herreweghe bovendien eredirigent van het Antwerp Symphony Orchestra. Als gastdirigent stond hij voor het Concertgebouworkest, het Gewandhausorchester Leipzig, het Mahler Chamber Orchestra, het Scottisch Chamber Orchestra, het Tonhalle-Orchester Zürich en verschillende Amerikaanse gezelschappen. Het vorige optreden van Philippe Herreweghe in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw was op 21 november 2023 met Mozarts ‘Haffner’-symfonie en Requiem door zijn eigen gezelschappen Collegium Vocale Gent en Orchestre des Champs-Élysées.




