Intieme Matthäus-Passion met Mark Padmore

Orchestra and Choir of the Age of Enlightenment
Mark Padmore tenor (evangelist)/leiding
Roderick Williams bariton (Christus)
Katherine Watson sopraan
Jessica Cale sopraan
Claudia Huckle alt
Eleanor Minney alt
Hugo Hymas tenor
Matthew Brook bas

Inleiding
Op woensdagavond 14 maart (Koorzaal, 20.00-22.00 uur) geeft musicoloog en Preludium-auteur Michel Khalifa een lezing over de muzikale ­retoriek in de Matthäus-Passion. Zie www.concertgebouw.nl/cursus voor kaarten en informatie.

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Matthäus-Passion, BWV 244 (1727, revisie 1729)
op teksten van Christian Friedrich Henrici, alias Picander

pauze ca. 20.35 uur
einde ca. 22.15 uur

teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal
Dit concert maakt deel uit van de serie Spotlight op Mark Padmore.

Download het tekstboekje van Preludium

Toelichting

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Matthäus-Passion

Door Clemens Romijn

De Johannes- en Matthäus-­Passion waren meer dan een eeuw totaal vergeten, samen met vrijwel alle andere muziek van Bach. Pas in de negentiende eeuw kwamen er moeizaam weer uitvoeringen op gang, voor het eerst onder leiding van Felix Mendelssohn in Berlijn in 1829. In Nederland is de jaarlijkse uitvoering van de Matthäus-Passion, en in mindere mate de Johannes-Passion, een traditie van al meer dan 125 jaar oud. In Het Concertgebouw was de legendarische Willem Mengelberg een grote gangmaker. Parallel daaraan ontpopte de Grote Kerk in Naarden zich als een waar pelgrimsoord voor Bachs passie. Door de unieke combinatie van pracht, ontroering en bezinning in tekst en muziek blijft de belangstelling groeien. Duizenden zangers en muzikanten in Nederland zijn in de lijdenstijd in de weer voor naar schatting tientallen Matthäusen en Johannesen. En dat is het beste bewijs van de bedoeling die Bach met deze werken had. Hij wilde dat zijn lijdensmuziek iedereen zou aanspreken door zijn bevattelijkheid en directheid. 

Wie in een encyclopedie of muziek­lexicon het woord Matteüspassie opzoekt zou daar kunnen lezen: ‘De op muziek gezette tekst van het verhaal van het lijden, sterven en de graflegging van Jezus van Nazareth, zoals beschreven door de evangelist ­Matteüs.’ Misschien vermeldt het lexicon nog dat talrijke componisten vanaf de Middel­eeuwen in Europa dit verhaal op muziek hebben gezet en hebben uitgevoerd in de zogenaamde lijdenstijd, de Goede Week, de week vóór Pasen. En dat in vrijwel alle kerken en kapellen in Europa teksten uit het evangelie werden gelezen en passiemuziek klonk, lijdensmuziek (‘passio’ is Latijn voor ‘lijden’). Zo zou de lezer zien dat de Matthäus-Passion van Bach maar een van de vele uitbeeldingen is van dat lijdensverhaal.

De grote passie

Bachs Matthäus-Passion behoort tot de absolute hoogtepunten uit de westerse beschaving, vergelijkbaar met de Ilias en Odyssee van Homerus en de drama’s van Shake­speare. In 1870 schreef de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche: ‘Deze week heb ik drie maal de Matthäus-­Passion gehoord, iedere keer met hetzelfde gevoel van onmetelijke bewondering. Ook wie het christendom al finaal heeft afgezworen, die hoort het hier weer echt als een evangelie.’ Bachs Matthäus-Passion overschaduwde alle eerdere kerkmuziek van hemzelf en van anderen qua omvang, opzet, techniek, expressie en moeilijkheidsgraad. Toen zijn vrouw Anna Magdalena op een basso-continuopartij van de Matthäus schreef ‘zur gross Bassion’ (behoort bij de grote passie), wist iedereen in de familie wat ze bedoelde. Ook voor hen was er maar één ‘grote passie’. 

Mauricio Kagel: ‘Het is mogelijk dat niet alle musici in God geloven, in Bach echter geloven ze allemaal’

  • Johann Sebastian Bach

Bach moet zich van de grootsheid van zijn Matthäus-Passion bewust zijn geweest, maar kan onmogelijk hebben geweten dat het werk nog eeuwen later de tongen zou roeren, en zeker niet dat het ‘het evangelie volgens Bach’ genoemd zou worden. In 1985 schreef de Argentijns-Duitse componist Mauricio Kagel: ‘Je zou bijna een vergelijking maken met de unieke betekenis van de figuur Mozes, wanneer je de plaats ziet van Bach als symbolische oervader voor componisten en als het summum van muziek voor de luisteraar. Zo’n vijf jaar geleden begon ik een Sankt-Bach-Passie te schrijven; op het eerste blad schreef ik als motto: ‘Het is mogelijk dat niet alle musici in God geloven, in Bach echter geloven ze allemaal.’

De algehele opzet van de Matthäus-­Passion is vergelijkbaar met die van de Johannes-Passion van een paar jaar eerder. De hoofdmoot van de tekst is ontleend aan het evangelie van Matteüs dat in een soort spraakzang () verteld wordt door de evangelist, steevast een tenor. Die recitatieven wisselen af met meditatieve beschouwelijke ’s, koren en koralen. Overeenkomstig de traditie worden de woorden van Christus toevertrouwd aan een baszanger, evenals die van koning Pilatus. Het koor zingt naast de koralen nog een uitgebreid openingskoor waarin een rouwende menigte de dochters van Jeruzalem uitnodigt mee te klagen. De koren zijn de uitbeelding van de ‘turba’-gedeelten (‘turba’ is Latijn voor ‘massa’, ‘volk’) en stellen de dienaren van de hogepriester voor die Jezus zoeken in de hof van Gethsemane, en zich verderop in het verhaal warmen aan een vuurtje naast Petrus.

Woordschildering en toon­symboliek

Bach had in zijn Matthäus talloze kansen voor muzikale retoriek, woordschildering en symboliek. Een groot spektakel is het koor ‘Sind Blitze, sind Donner’, stellig het meest gevreesde onweer uit de muziek­geschiedenis. In een ­dubbelkorig stereo-effect kan men hier bliksem en donder van links naar rechts horen flitsen, terwijl het woord ‘Abgrund’ een schoolvoorbeeld van de generale pauze biedt. 

In de altsolo ‘Ach Golgatha’ heeft Bach de duistere c klein waarmee de passie eindigt al voorbereid. In de aria liggen maar liefst alle twaalf tonen opgetast. En na extreem verafgelegen en als as klein en fes klein laat hij de alt nota bene besluiten met een onopgeloste ­, des-g, een traditioneel aangeduid als ‘diabolus in musica’ (de duivel in de muziek). Nog ­extremer gaat het eraan toe in de sterfscène nummer 61a ‘Und von der sechsten Stunde an’ (oude telling nummer 71). Hier zingt de evangelist op het woord ‘Finsternis’ (duisternis) een fes. Jezus’ laatste woorden, het Hebreeuwse ‘Eli, Eli, lama asabthani’, staan in het ongehoorde bes klein (5 mollen), de daaropvolgende vertaling in het Duits in es klein (6 mollen!). 

Maar vooralsnog is er de Avondmaal­sfeer aan het begin (nummer 2 tot 19) waarvoor G groot hem het meest geschikt leek. Had theoreticus Johann Mattheson de toonsoort niet zeer sprekend genoemd en ‘gar geschickt so wol zu seriösen als munteren Dingen’? Uitmuntend bruikbaar dus ook voor de ‘gevende’ aria ‘Ich will dir mein Herze schenken’. Het bedroefde e klein uit het openingskoor laat hij terugkeren in het troosteloze duet ‘So ist mein Jesus nun gefangen’. En in toepasselijk heeft hij ook de aria’s ­‘Gerne will ich mich bequemen’ (g klein is ‘ziemlich ernsthaft, sehnend, mässige Klage’ ) en ‘Erbarme dich’ (b klein is ‘unlustig und melancholisch’) gekleurd.

Een zeer angstaanjagend tafereel is het tenorrecitatief nummer 63a, waar na het overlijden van Jezus ‘der Vorhang im Tempel zerriss in zwei Stück von oben an bis unten aus’. Hier heeft Bach met groot gevoel voor theater de retorische figuren van de anabasis en katabasis kunnen inzetten, de stijgende en dalende melodische lijn. Deze laatste suist zelfs in een peilloze diepte van twee ­octaven, tot de laagste noot van de . Ook als men de tekst niet verstaat is het pijnlijk duidelijk: onder een levensgevaarlijke stuwen immense krachten de wereld en zijn noten omhoog. In zijn onmetelijke toorn laat God de aarde beven. Rotsen splijten, graven scheuren open en de heiligen die daarin rusten staan op. De basso continuo lost hier een enorm salvo tweeëndertigste noten om de aardbeving kracht bij te zetten. Honderd­negentig noten om precies te zijn. Ooit telde iemand ze na.

Biografie

Mark Padmore, tenor

Mark Padmore, opgeleid aan King’s College in Cambridge en in 2016 Vocalist of the Year van Musical America, is veelvuldig te gast bij de bekende orkesten van Londen, Berlijn, München, Wenen en New York. Bij het Concertgebouworkest zong hij in Bachs Matthäus-Passion, Mozarts Requiem en Brittens War Requiem. Zijn uitvoeringen van Bachs Passionen als zanger én met het Orchestra of the Age of Enlightenment zijn wereldwijd geprezen.

Na residencies bij het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks (2016/2017) en de Berliner Philharmoniker (2017/2018) was de tenor in 2021/2022 in residence bij Wigmore Hall in zijn geboortestad Londen, waar hij zijn verbintenis vierde met de pianisten Till Fellner, Imogen Cooper, Mitsuko Uchida en Paul Lewis.

Van 2012 tot 2022 was Mark Padmore artistiek leider van het St. Endellion Summer Music Festival in Cornwall. Dit seizoen is Mark Padmore in residence bij het Oxford er Festival, tourt hij met Mitsuko Uchida door Japan en verzorgt hij met het Nash Ensemble de wereldpremière van A Constant Ob­session van Mark-Anthony Turnage.

Op het toneel vertolkte hij de hoofdrollen in Birtwistle’s The Corridor and the Cure en Stravinsky’s The Rake’s Progress en – recentelijk nog aan de Royal Opera Covent Garden – Aschenbach in Brittens Death in Venice. In de was Mark Padmore vaak te gast, bijvoorbeeld met Kristian Bezuidenhout in Schuberts Die schöne Müllerin (september 2015), Schwanengesang (juni 2017) en Winterreise (januari 2018). In oktober 2019 zong hij er met pianist ­Aaron Pilsan A ­Padmore Cycle van Thomas Larcher.

Orchestra of the Age of Enlightenment, orkest

Het Orchestra of the Age of Enlightenment werd in het midden van de jaren 1980 opgericht door een groep onderzoekende Britse musici. Zij besloten te werken zonder vaste en gaven het collectief een grote mate van inspraak in artistieke zaken. Nog altijd ligt de verantwoordelijkheid voor de programmering bij het Players’ Artistic Committee, dat elk jaar democratisch wordt gekozen.

Het Orchestra of the Age of Enlightenment maakt gebruik van historisch instrumentarium. Het zwaartepunt van het ­repertoire ligt bij de en de , al staat ook regelmatig werk uit de op de lessenaars. Simon Rattle, Vladimir Jurowski, Mark Elder en Iván Fischer delen de titel principal artist. Wijlen Frans Brüggen was conductor emeritus.

Het Orchestra of the Age of Enlightenment heeft zijn hoofdkwartier in King’s Place in Londen en is resident orchestra van het Southbank Centre in dezelfde stad. Bovendien is de groep ­associate orchestra bij de Glyndebourne Festival .

Het Orchestra of the Age of Enlightenment heeft een omvangrijke discografie en gaat regelmatig op tournee. In Het Concertgebouw was het gezelschap meermalen te beluisteren, onder meer ook in 2009 en 2015 met BachMatthäus-Passion onder leiding van Mark Padmore.

Roderick Williams, bariton

Roderick Williams ontving in 2016 de Singer of the Year Award van de Royal Philharmonic Society en in 2017 de Most Excellent Order of the British Empire.

Voordat hij in Londen zijn ­zangstudie aan de Guildhall School of Music begon, was hij muziekleraar. De zanger is tevens componist; zijn werk klonk onder meer in Barbican Hall en Wigmore Hall in Londen.

Roderick Williams geniet bekendheid door zijn Mozart- en Britten-vertolkingen, maar stond ook in de premières van nieuwe ’s van onder anderen Sally Beamish, Alexander ­Knaifel en Michel van der Aa. Hij trad op met alle BBC-orkesten en met uiteenlopende gezelschappen als de Academy of Ancient Music, London Sinfonietta, de Berliner Philharmoniker, het RIAS Kammerchor, het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, het Russisch Nationaal Orkest, de New York Philharmonic, het Bach Collegium Japan en De Nationale Opera.

In de van Het Concertgebouw was Roderick Williams onder meer te beluisteren in maart 2018 in Bachs Matthäus-Passion met het Orchestra of the Age of Enlighten­ment en in december 2018 in Händels Messiah met Britten . In de gaf hij s in april 2017 (Brits repertoire) en in april 2019 (Schubert en Finzi). In maart 2021 nam Roderick Williams met pianist Daan Boertien in de Kleine Zaal een Empty Concertgebouw Session op met de Songs of Travel van Vaughan Williams.

Katherine Watson, sopraan

Katherine Watson was koorzanger op Trinity College, Cambridge. Ze werd kort na haar afstuderen toegelaten tot Le Jardin des Voix, de prestigieuze academie voor jonge zangers van Les Arts Florissants en William Christie.

In 2012 won ze in ­Glyndebourne de John Christie Award. Vervolgens zong de ­sopraan in verschillende producties onder leiding van William Christie, in de grote theaters van bijvoorbeeld Parijs, Wenen, Moskou en New York.

Ook op het concertpodium is ze zeer actief. Ze musiceerde met bijvoorbeeld het Hallé Orchestra, Les Talens Lyriques, de Academy of Ancient Music en The English Concert en was ook al eerder te gast bij het Orchestra of the Age of Enlightenment.

recitals verzorgde Katherine Watson op verschillende Britse podia en in het Festspielhaus Baden-Baden.

Jessica Cale, sopraan

Jessica Cale is afkomstig uit de Engelse plaats Pembrokeshire en begon haar muzikale opleiding aan Cardiff ­University. Na haar afstuderen in 2014 vervolgde ze haar studie aan het Royal College of Music in Londen bij Rosa Mannion.

Ondertussen maakte de so­praan een vliegende start met haar carrière. Ze trad op met bekende ensembles als het Gabrieli Consort & Players, The Sixteen en ­Tenebrae.

Onder leiding van John Eliot ­Gardiner ­soleerde ze in Mendelssohns A Midsummer Night’s Dream bij het London Symphony Orchestra.

Met diens Monteverdi Choir en English Baroque Soloists reisde Jessica Cale in 2016 door Europa voor een serie uitvoeringen van BachMatthäus-Passion; het gezelschap deed toen ook Het Concertgebouw aan.

Claudia Huckle, alt

De Britse Claudia Huckle was leerling aan het New England Conservatory in Boston, het ­Royal College of ­Music in Londen en het Curtis ­Institute of Music in Philadelphia. De alt was in 2004 winnaar van de Metropolitan ­ National Council Auditions. In 2013 ontving ze de Birgit Nilsson Prize, tijdens Plácido Domingo’s Operalia-concours in Verona.

Ondertussen werkte de zangeres aan een voorspoedige carrière. Ze was vier jaar lang lid van het vaste ensemble van de Oper Leipzig. Ook werd ze geëngageerd door bijvoorbeeld de ­Semperoper Dresden, de Staatsoper Berlin en de Santa Fe .

In 2018 is Claudia Huckle te gast bij de Royal Opera Covent Garden voor opvoeringen van WagnerDie Walküre en Götterdämmerung. In Het Concertgebouw was ze één keer eerder te gast, in een Vivaldi-programma door de Academy of Ancient Music onder leiding van Richard Egarr in december 2012.

Eleanor Minney, alt

Eleanor Minney studeerde in 2010 af aan het Trinity Laban Conservatoire of Music in Londen. Hierbij sleepte ze de Wilfred Greenhouse Allt ­College Prize for Cantata and Oratorio in de wacht, voor haar solistische aandeel in een uitvoering van Bachs Johannes-­Passion.

Na haar opleiding maakte de alt snel carrière. Inmiddels zong ze werk van Schumann bij het Gewandhausorchester Leipzig en vertolkte ze partijen in muziek van Bach bij de English Baroque Soloists en het Monteverdi Choir; ze zong onder meer in Het Concertgebouw in hun tournee van 2016 met Bachs Matthäus-Passion onder leiding van John Eliot Gardiner.

Eleanor Minney zingt ook graag solorecitals en deed dat in bijvoorbeeld Cadogan Hall in Londen en de Weill Hall van Carnegie Hall in New York.

Hugo Hymas, tenor

Als kind zong Hugo Hymas in een kerkkoor in zijn geboorteplaats Cambridge en leerde hij klarinet spelen. Na een aantal jaren als tenor in het Choir of Clare College, Cambridge studeerde hij in 2014 af aan Durham University. Hij werd verkozen tot Britten Pears Young Artist en nam deel aan het talentprogramma van het Orchestra of the Age of Enlightenment.

Inmiddels is Hugo Hymas een veelgevraagd solist in met name de oude muziek, met engagementen bij gespecialiseerde gezelschappen als The English Concert (Händels Esther), het Dunedin Consort (Bach), Collegium Vocale Gent (Bachs Matthäus-Passion met Philippe Herreweghe), Les Violons du Roy en het Sinfonieorchester Basel (Händels Messiah met Ivor Bolton).

In Purcells King Arthur ging hij met het Gabrieli Consort naar Australië, in Duitsland tourde hij met het Freiburger Barockorchester en Kristian Bezuidenhout en in Frankrijk en New York was hij te horen met Les Arts Florissants en William Christie. Op het toneel stond de Britse tenor bijvoorbeeld op het Glyndebourne Festival en de Maggio Musicale Fiorentino.

In Het Concertgebouw debuteerde hij in 2016 in Bachs Matthäus-Passion met het Monteverdi Choir onder leiding van John Eliot Gardiner, en zijn laatste optreden was in datzelfde werk bij het Concertgebouworkest in 2023.

Matthew Brook, bas-bariton

Matthew Brook studeerde aan het Royal College of Music in Londen en heeft een grote reputatie in muziek van Händel en Bach. De Britse bas-bariton werd uitgenodigd door onder meer Philharmonia, het London Symphony Orchestra, het Royal Philharmonic Orchestra, het Freiburger Barockorchester, de Staatskapelle Dresden, het Chamber Orchestra of Europe, het Dunedin Consort en het Gabrieli Consort.

In de vertolkte Matthew Brook rollen als Aeneas in Purcells Dido and Aeneas, Ned Keene in Brittens Peter Grimes, Young Sam in Bernsteins A Quiet Place, Zuniga in Bizets Carmen en de Mozartpartijen Papageno, Figaro en Leporello. Hij was te beluisteren in het Royal Opera House Covent Garden, het Theater an der Wien, het Staatstheater Stuttgart, Carnegie Hall in New York en de Opéra National de Paris.

In Het Concertgebouw trad Matthew Brook op met het Monteverdi Choir en de English Baroque Soloists (2006, 2008 en 2018), de Nederlandse Bachvereniging (2009), Il Complesso Barocco (2012), Britten (2014), het Orchestra of the Age of Enlightenment (2015 en 2018) en in december 2021 en 2024 met The Academy of Ancient Music. Bij het Concertgebouworkest maakt hij zijn debuut.