Iconen in de Kleine Zaal: Bachs Cellosuites

Bert Natter spreker
Nicolas Altstaedt cello

er is geen pauze
einde ca. 21.30 uur

Dit concert maakt deel uit van de serie Iconen in de Kleine Zaal. In iedere editie staat één bekend meesterwerk uit het kamermuziekrepertoire centraal. De avond begint met een inleiding. Na het concert komen spreker en cellist ook naar de foyer, om samen na te praten.

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Eerste suite in G gr.t., BWV 1007 (ca. 1720)
Prelude
Allemande
Courante
Sarabande
Menuet I
Menuet II
Gigue

Vijfde suite in c kl.t., BWV 1011 (ca. 1720)
Prelude
Allemande
Courante
Sarabande
Gavotte I
Gavotte II
Gigue

Toelichting

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Bach: Cellosuites

Door Agnes van der Horst

Zoals bergbeklimmers onontkoombaar worden aangetrokken door de hoogste en meest onneembare pieken, zo oefenen de suites van Johann Sebastian Bach een magnetische werking uit op cellisten. 

Durf, feilloze techniek, grote muzikaliteit en diep inzicht in de , het zijn maar enkele van de kwaliteiten die een musicus nodig heeft om deze zes solosuites goed te kunnen uitvoeren.

Bach zelf kon het niet; hij was naast organist en klavecinist ook violist, maar geen cellist. Hij moet een musicus gekend hebben die zijn s zou kunnen spelen. Waarschijnlijk was dat Christian Ferdinand Abel, de cellist/gambist van het orkest van Prins Leopold van Anhalt-Köthen, waar Bach kapelmeester was.

Veel van de composities die hij daar schreef zijn verloren gegaan, waaronder het manu­script van de Cellosuites. Ook weten we niet hoe Bach op het idee kwam zes uitgebreide stukken voor solocello te componeren, want de cello was in Duitsland vooral een begeleidingsinstrument; solowerken voor strijkers werden meestal geschreven voor ­viool of gamba.

Bachs Cellosuites zijn de eerste grote composities voor een onbegeleide cello. En als deze cyclus is geschreven vóór Bachs Solosonates en ’s voor viool (wanneer beide composities precies ontstonden is niet bekend) dan is het ook de eerste grote compositie voor een onbegeleid strijkinstrument waarin meerstemmige ’s en en zijn verwerkt.

De cyclus omvat zes composities, ieder opgebouwd volgens de traditionele suitevorm van die tijd: een openingsdeel (Prelude) en vijf dansen. Die dansvormen zijn bij alle zes Allemande, Courante, Sarabande en een afsluitende Gigue.

Tussen de Sarabande en de Gigue staan soms twee ten, dan wel twee Gavottes of twee Bourrées. De suites lopen op in omvang en complexiteit. Zo duurt de Eerste suite ongeveer een kwartier en de Zesde suite ongeveer een half uur. 

De Eerste suite

De Eerste suite is relatief eenvoudig, er komen nauwelijks akkoorden in voor en de toon is lichtvoetig en vrolijk. De muziek van de korte Prelude klinkt als een uitnodigend welkom in de wereld van de cello.

Bach is een componist die zijn publiek graag verrast met lichtelijk ontregelende momenten en in de Prelude van deze suite is dat het moment waarop het drukke verloop van s, figuren en ën opeens stil valt, alsof luisteraars en uitvoerder even een adempauze krijgen.

Na een mijmerend-­improviserende Allemande, een dansante Courante in driekwartsmaat, een statige en zangerige Sarabande met veel dubbelgrepen en twee elegante Menuetten eindigt de Eerste suite met een stralende Gigue.

Qua atmosfeer is het contrast tussen de Eerste en de Vijfde suite gigantisch, als het verschil tussen hemel en hel. Maar er zijn veel meer verschillen. Behalve dat de Vijfde suite twee keer zo lang duurt als de Eerste wordt ook de hoogste snaar van de cello, de A-snaar, een toon omlaag verstemd, waardoor volgens Nicolas Altstaedt het hele instrument een stuk lager klinkt.

Dat was wel even wennen, vertelt hij: ‘Er komt opeens een heel ander geluid uit het instrument dat je al jaren bespeelt. Je moet als het ware je hersens veranderen.’

De Vijfde suite

De Vijfde suite ademt een vreemde, onaardse sfeer. Het eerste gedeelte van de Prelude is duister en spookachtig. De twee helften ervan lopen in elkaar over en nergens wordt een sectie herhaald. Het tweede – fugatische – gedeelte is sneller maar beslist niet vrolijker. Een koppig, wat grimmig bestaand uit een opwaarts loopje en drie noten duikt voortdurend op.

De Allemande is intrigerend; er is zwierigheid en berusting tegelijk. De muziek klinkt intiem, naar binnen gekeerd. Voor Altstaedt is dit deel ‘een absoluut hoogtepunt. Het is duidelijk een uitgeschreven met versieringen en verfraaiingen.’

De Courante lijkt een dans met grillige s die maar niet van de grond komt. Het is van alle courantes in Bachs Cellosuites de favoriet van Altstaedt: ‘Vanwege de fantastische ritmische asymmetriek, met syncopen die net niet op de tel vallen.’

Een opvallend en indrukwekkend deel is ook de Sarabande. De muziek is melodieus, elegisch, en heeft het karakter van een serene hymne. In de Gigue wordt het betoog regelmatig onderbroken door onverwachte lang aangehouden noten.  

Nicolas Altstaedt over de Cellosuites

Voor Nicolas Altstaedt is het uitvoeren van Bachs Cellosuites vooral een kwestie van luisteren. ‘Alleen zo kun je de muziek spelen: door te luisteren kun je erachter komen waarom de compositie plotseling de ene of de andere kant opgaat. De Suites spelen in een concert is het publiek meenemen op een reis, waarbij de mensen leren luisteren naar wat er in de muziek gebeurt, luisteren naar de – ook al kan dat niet echt op een cello.’

Biografie

Nicolas Altstaedt, cello

De Duits-Franse cellist Nicolas Altstaedt is een veelgevraagd solist, , artistiek leider en kamermusicus. Sinds zijn debuut met de Wiener Philharmoniker en Gustavo Dudamel op het Lucerne Festival werkte hij met het Budapest Festival Orchestra met Iván Fischer, het SWR Sinfonie­orchester Baden-Baden en Freiburg met Teodor Currentzis, het Symphonie­orchester des Bayerischen Rundfunks en de Münchener Philharmoniker met Robin Ticciati, het Konzerthausorchester Berlin met Joana Mallwitz, de London Philharmonic en Philharmonia met Paavo Järvi, het Swedish Radio Symphony Orchestra met Maxim Emelyanychev, alle BBC-­orkesten en verschillende gezelschappen in de Verenigde Staten, Azië, Australië en Nieuw-Zeeland.

In november 2024 debuteerde de cellist bij het Concert­gebouworkest met Liza Lims opdrachtwerk A Sutured World. Nicolas Altstaedt treedt ook veelvuldig op met gespecialiseerde oudemuziekgezelschappen. Als dirigent onderhoudt hij banden met het Orchestre Philharmonique de Radio France, het Münchener Kammerorchester en het Scottish Chamber Orchestra; bij Tapiola Sinfonietta is hij artist in asso­ciation.

Kamermuziekpartners zijn Janine Jansen, Lawrence Power, Jean Rondeau en het Quatuor Ébène, en in 2012 volgde Nicolas Altstaedt op diens voorspraak Gidon Kremer op als artistiek leider van het Kammermusikfestival Lockenhaus. Optredens met componisten als Thomas Adès, Jörg Widmann, Fazıl Say (Edison Klassiek 2017) en Esa-Pekka Salonen (wereldpremière concert) versterken zijn reputatie als pleitbezorger van hedendaagse muziek.

In de had Nicolas Altstaedt in 2017/2018 een Spotlightserie, en zijn laatste optreden daar was op 20 december 2024 met pianist Maxim Emelyanychev en violist Aylen Pritchin.

Bert Natter, spreker

Bert Natter studeerde enige tijd Nederlands in Amsterdam, werkte bij enkele uitgeverijen en was hoofdredacteur van het treintijdschrift Rails. Hij schreef columns, essays en artikelen voor onder andere het Utrechts Nieuwsblad, het Algemeen Dagblad en De Revisor.

Voor Preludium bespreekt hij maandelijks een boek, en maakte hij twee podcastseries: Bach tot op het bot en Natuurtonen.

In 2004 publiceerde hij Het Rijksmuseum Kookboek, waarvoor tien meesterkoks zich lieten inspireren door Hollandse zeventiende-eeuwse schilderijen. Zijn debuutroman, Begeerte heeft ons aangeraakt, verscheen in 2008 en werd bekroond met de Selexyz Debuutprijs en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs.

In 2012 kwam Hoe staat het met de liefde? uit. In het voorjaar van 2015 verscheen de korte roman Remington, kort daarop gevolgd door Goldberg, een roman over de beroemdste leerling van Johann Sebastian Bach. Deze laatste titel werd genomineerd voor de shortlist van de ECI Literatuurprijs 2016. In januari 2018 verscheen de vijfde roman van Bert Natter, getiteld Ze zullen denken dat we engelen zijn. In september 2022 publiceerde hij Leven met Lidewij, een boek over zijn jongste, meervoudig beperkte, dochter.