Ian Bostridge zingt Fauré en Berlioz

Tenor Ian Bostridge heeft wegens ziekte moeten afzeggen. Dit concert is daarom geannuleerd.

Extra Concert 20.15 uur

Ian Bostridge tenor
Julius Drake piano

Claude Debussy 1862-1918

Fêtes galantes II (1904)
Les ingénus
Le faune
Colloque sentimental

Gabriel Fauré 1845-1924

La chanson du pêcheur (1872)
uit ‘Deux mélodies’, op. 4

Clair de lune (1887)
uit ‘Deux mélodies’, op. 46

Prison (1894)
uit ‘Deux mélodies’, op. 83

Après un rêve (1877)
uit ‘Trois mélodies’, op. 7

Nell (1878)
uit ‘Trois mélodies’, op. 18

Francis Poulenc 1899-1963

Deux poèmes de Louis Aragon (1943)
C
Fêtes galantes

Deux poèmes de Guillaume Apollinaire (1938)
Dans le jardin d’Anna
Allons plus vite

Tel jour, telle nuit (1936-37)
Bonne journée
Une ruine coquille vide
Le front comme un drapeau perdu
Une roulotte couverte en tuiles
A toutes brides
Une herbe pauvre
Je n’ai envie que de t’aimer
Figure de force brûlante et farouche
Nous avons fait la nuit

pauze

Hector Berlioz 1803-1869

Les nuits d’été, op. 7 (1840-56)
Villanelle
Le spectre de la rose
Sur les lagunes
Absence
Au cimetière: Claire de lune
L’île inconnue

begin van de pauze ca. 20.55 uur
einde van het concert ca. 22.00 uur

teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal

Toelichting

Claude Debussy 1862-1918

fêtes galantes II

Tekst: Joke Dame

Met Debussy, Fauré, Poulenc en Berlioz hebben Ian Bostridge en Julius Drake een eeuw Franse kunst op hun programma gezet. Liederen van heel verschillende aard, maar de meeste met dat typisch Franse parfum van vluchtigheid en melancholie, naast een vleug humor en afstand scheppende ironie.

In Claude Debussy’s tweede serie Fêtes galantes op drie teksten van de symbolist Paul Verlaine – hij schreef ook een eerste reeks van drie op Verlaines poëzie – komen meteen al de meest breekbare emoties aan bod.

Ontluikende seksuele gevoelens van een jongeling bij de plotse aanblik van een hooggehakt meisjesbeen en een blanke hals (Les ­ingénus) worden gevolgd door de homerische lach van een mythisch wezen (van terracotta) over een erotische ontmoeting in het park (Le faune). Het zal, zo voorspelt het verweerde parkbeeld, de geliefden slecht vergaan.

In Colloque sentimental zijn we getuige van een ontgoochelende conversatie over een vroegere ­liefdesrelatie tussen… ja, tussen wie eigenlijk? De onderwerpen raken aan het ‘tweeduuster’, het gebied tussen heden en verleden waar droom en werkelijkheid in elkaar overgaan. 

Debussy voorzag de eren van even geheimzinnige als breekbare muziek. Pianopartij en zanglijn volgen de inhoud van de gedichten, meer dan de vorm. ‘Triste et lent’ klinkt de samenspraak van de nachtelijke verschijningen in het slotlied en veelbetekenend verdwijnen zowel zijzelf als de betekenis van hun woorden in het niets.

1845-1924

Gabriel Fauré

Gabriel Fauré, de romantisch-impressionistische meester van het Franse , zette al net zo gretig de poëzie van Verlaines bundel Fêtes galantes op muziek als Debussy, en dat resulteerde in een aantal van zijn mooiste ‘mélodies’, waaronder het bekende Claire de lune.

Volgens pianist en Fauré-kenner ­Graham Johnson het prototype van de mélodie française. Watteau’s schilderijen van de hoffeesten in de tuinen van Versailles bepalen de toon van Claire de lune. De woorden ‘mode ’ stevenen regelrecht op af, stelde Erik Satie ooit vast: ‘De muzikale metafoor voor de zoete woorden van een hoveling die nooit zeggen wat ze betekenen.’

Prison, ook op een tekst van Verlaine, kun je zien als Fauré’s saluut aan de dichter die hem nieuwe wegen voor zijn kunst had geopend. Verlaine schreef het nadat hij was gearresteerd omdat hij zijn minnaar (en collega) Arthur Rimbaud had verwond met een revolver. Vanaf de binnenplaats van de gevangenis zag hij de boom, hoorde hij de vogel en het straatrumoer die hij vol spijt over zijn agressieve daad in Prison beschreef.

1899-1963

Francis Poulenc

Francis Poulenc was altijd ruimhartig in zijn dankbetuigingen. Zonder de adviezen van bariton Pierre Bernac, met wie hij bijna 25 jaar het podium deelde – Poulenc aan de piano –, had zijn vocale muziek nooit kunnen worden wat het uiteindelijk werd, zo liet hij geregeld weten.

Meer dan honderd eren (tweederde van zijn totale lied-output) schreef de componist om uit te voeren met Bernac. Waaronder Deux poèmes de Guillaume Apollinaire – de favoriete dichter van Poulenc, hij zette zo’n 35 gedichten van Apollinaire op muziek – en Deux poèmes de Louis Aragon uit het oorlogsjaar 1943.

Voor Bernac schreef Poulenc ook de cyclus Tel jour, telle nuit, op gedichten van Paul Éluard, de surrealistische dichter aan wie hij naar eigen zeggen ook al zo veel te danken had voor zijn vocale oeuvre.

Om de fraaie cyclus meteen de Franse Winterreise te noemen gaat misschien wat ver, maar de vergelijking wordt wel vaak gemaakt; het gaat zeker niet te ver om de negen eren van de cyclus tot de mooiste van Poulenc te betitelen.

Poulenc getroostte zich moeite om samenhang tussen de liederen aan te brengen: zo fungeert het derde, vijfde en achtste lied telkens als een springplank naar het daaropvolgende lied. Het pianonaspel van het afsluitende Nous avons fait la nuit, zo verklaarde Poulenc, verlengt de sfeer die de woorden heeft opgeroepen en is vergelijkbaar met de pianocoda van Schumanns Dichterliebe. Het werd zonder meer zijn allermooiste lied.

Hector Berlioz 1803-1869

Les Nuits d'été

Dat Hector Berlioz meer dan vijftig eren heeft gecomponeerd kunnen we aan de uitvoeringspraktijk van vandaag niet aflezen: niet meer dan zes liederen – de cyclus Les nuits d’été – hebben stand gehouden. We kennen de liederen tegenwoordig voornamelijk als orkestliederen, en dan meestal uitgevoerd door sopranen of mezzosopranen.

Maar Berlioz schreef zijn cyclus aanvankelijk voor tenor of mezzosopraan en piano. En zo, in die oorspronkelijke versie, krijgen de zes liederen van de cyclus hun kamermuzikale intimiteit weer terug.

De teksten komen uit de bundel La comédie de la mort (1938) van Théophile Gautier, vriend en collega-recensent van Berlioz. De componist koos twee lichtvoetige gedichten (eerste en laatste ) om op muziek te zetten en vier zwaarmoedige tot sombere. Ze geven een blik op de liefde vanuit verschillende invalshoeken, maar met het op verlies.

Het ligt voor de hand om het ontstaan van de cyclus te zoeken in het mislukte huwelijk met de actrice Harriet Smithson, ooit zijn geïdealiseerde grote liefde. En dat werpt meteen een ander licht op het nadrukkelijke woord ‘Toujours!’ in Villanelle.

Maar Berlioz, die doorgaans niet zuinig was met het delen van zijn drijfveren, heeft zich niet uitgelaten over zijn motieven voor deze cyclus – soms spreekt iets vanzelf.

Biografie

Ian Bostridge, tenor

Ian Bostridge was historicus in Oxford voordat hij zo’n drie decennia geleden koos voor een muziekcarrière. Hij werkte wereldwijd met de grootste en, orkesten en huizen en vervulde residencies bij tal van muzikale instituten.

In Het Concertgebouw kreeg de tenor in seizoen 2004/2005 carte blanche samen met bariton Thomas Quasthoff

Recente opnames zijn Respighi-eren en Schuberts Die schöne Müllerin met Saskia Giorgini, The Folly of Desire met jazzpianist Brad Mehldau en Schuberts Schwanengesang met Lars Vogt. Schubert’s Winter Journey: Anatomy of an Obsession (2014) werd in twaalf talen vertaald, en in 2023 verscheen zijn nieuwste boek Song and Self.

Naast residencies aan het San Francisco Conservatory of Music en op LIED Basel zong Ian Bostridge afgelopen seizoen BerliozLes nuits d’été met het Orchestre de Chambre du Luxembourg, Brittens Les illuminations met het City of Birmingham Symphony Orchestra, Bachs Matthäus-Passion met het Musikkollegium Winterthur en met het Wrocław Baroque Orchestra en de Johannes-Passion met het Orchestre National d’Auvergne. s gaf hij recentelijk onder andere in Wigmore Hall met Imogen Cooper, in Shanghai, Krakau en Bonn met Saskia Giorgini en in Japan met Julius Drake.

Zijn vorige -recitals waren Schubert-programma’s met Julius Drake op 3 maart 2020 respectievelijk Saskia Giorgini op 30 mei 2022. 

Julius Drake, piano

Julius Drake geniet een internationale reputatie als een van de beste begeleiders. De Britse pianist werkt samen met vele vooraanstaande zangers, zowel op het podium als in de opnamestudio.

Zijn passie voor het lied leidde tot diverse uitnodigingen om liedseries samen te stellen, onder andere voor Het Concertgebouw, de Londense Wigmore Hall en de BBC.

In de historische Middle Temple Hall in Londen organiseert hij een jaarlijkse reeks, Julius Drake and Friends. Daaraan werken uitstekende vocalisten mee, onder wie Sir Thomas Allen, Véronique Gens, Simon Keenlyside en Felicity Lott.

Julius Drake maakte vele opnamen, onder anderen met Gerard Finley, Ian Bostridge en Christianne Stotijn. Hij werd opgeleid aan de Purcell School en het Royal College of Music in Londen.

Tegenwoordig doceert hij zelf piano/zangbegeleiding aan de Kunstuniversität Graz in Oostenrijk. In december 2022 kreeg Julius Drake de Concertgebouwpenning.