Ian Bostridge en Julius Drake in Schubert en de Schumanns

Ian Bostridge tenor
Julius Drake piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Vocaal 1. 

Zangteksten zijn gratis verkrijgbaar aan de zaal. 

Ook interessant:
- Boekentip: Am I Too Loud? - Gerald Moore

Robert Schumann (1810-1856) 

Widmung 
uit ‘Myrthen’, op. 25 (1840) 
Schneeglöckchen 
uit ‘Lieder-Album für die Jugend’, op. 79 (1849) 
Aus den östlichen Rosen 
uit ‘Myrthen’, op. 25 (1840) 

ROBERT SCHUMANN (1810- 1856) / CLARA SCHUMANN (1819-1896) 

Der Himmel hat ein Träne geweint 
Er ist gekommen in Sturm and Regen 
O ihr Herren, o ihr werten grossen reichen Herren all’ 
Liebst du um Schönheit 
Ich hab’ in mich gesogen den Frühling 
Flügel! Flügel! um zu fliegen 
Rose, Meer und Sonne sind ein Bild 
O Sonn’, o Meer, o Rose 
Warum willst du and’re fragen 
uit ‘Zwölf Gedichte aus F. Rückerts Liebesfrühling’, op. 37 / op. 12 (1841) 

FRANZ SCHUBERT (1797-1828) 

Die Wallfahrt, D 778a (1823) 
Greisengesang, D 778 (1823) 

pauze ± 21.05 uur 

FRANZ SCHUBERT (1797-1828)

Lachen und Weinen, D 777 (1823) 
Dass sie hier gewesen, D 775 (1823) 
Du bist die Ruh, D 776 (1823) 
Sei mir gegrüsst, D 741 (1821-22) 

GUSTAV MAHLER (1860-1911) 

Blicke mir nicht in die Lieder 
Ich atmet’ einen linden Duft 
Liebst du um Schönheit 
Ich bin der Welt abhanden gekommen 
uit ‘Rückert-Lieder’ (1901-02) 

HANS WERNER HENZE (1926-2012) 

Das Paradies 
uit ‘Sechs Gesänge aus dem Arabischen’ (1997-98) 

einde ± 22.10 uur 

Toelichting

Toelichting

Door Hugo Bouma

‘Gedicht von fr. Rückert’ 

Rode draad in dit programma is de dichter, letterkundige en polyglot Friedrich Rückert (1788-1866) – alle teksten zijn van zijn hand. Naast een enorme productie van eigen poëzie was hij hoogleraar oosterse talen en literatuur, vertaalde hij klassieke werken vanuit onder meer het Arabisch, Perzisch en Sanskriet naar het Duits en schreef hij verhandelingen over oosterse cultuur en filosofie. Naar verluidt beheerste hij meer dan veertig talen. Zijn werk omvat ook vele onderwerpen: van oriëntalistische fantasieën, komedies en politieke verhandelingen over Napoleon tot uitbarstingen van wanhoop over het ziekbed en overlijden van twee van zijn eigen kinderen. Vele componisten hebben zijn gedichten op muziek gezet, getuige ook dit programma – naast Schubert, Mahler en de Schumanns hebben onder anderen Brahms, Reger en Hindemith teksten van Rückert gebruikt. 

Robert Schumann 

Onder biografen bestempelt men het jaar 1840 als Robert Schumanns ‘liederenjaar’. Waar hij tot dan toe vrijwel exclusief voor solo piano had gecomponeerd verschenen er in dat jaar alleen al meer dan 130 liederen van zijn hand. En de rest van zijn carrière zouden er nog vele volgen. Niet geheel toevallig was 1840 ook het jaar dat hij eindelijk met Clara Wieck mocht trouwen. Haar vader Friedrich Wieck was Roberts pianoleraar, kende Robert als een armoedzaaier, en was dermate tegen hun verloving dat het tot een pijnlijke rechtszaak kwam – die hij uiteindelijk verloor. Robert schreef de liedcyclus Myrthen in de lente van 1840 en gaf ze Clara als geschenk, de avond voor hun trouwdag in september; de bloemen van de mirte waren een traditioneel onderdeel van de bruidstooi. De verzameling bevat naast zettingen van Rückert ook teksten van Goethe en Heine, alsmede Duitse vertalingen van Byron en Burns. Inhoudelijk is de voornaamste samenhang tussen de liederen waarschijnlijk het feit dat de componist ze schreef in opperste staat van verliefdheid. 

Clara en Robert Schumann: Liebesfrühling 

In het recent gevormde Schumann-huishouden waren Robert en Clara in vele opzichten elkaars gelijken. Naast het feit dat Clara onvermoeid door Europa bleef toeren als concertpianist bleef ze ook componeren, met onvoorwaardelijke aanmoediging en steun van haar echtgenoot. Robert kon op zijn beurt zijn naamsbekendheid inzetten om ook Clara’s werken gepubliceerd te krijgen. In haar latere leven zou Clara onvermoeibaar redacteur, pleitbezorger en uitvoerder blijven van Roberts muziek, ook toen deze aan populariteit had ingeboet. In hun eerste lente als gehuwd koppel, in 1841, kwam het eenmalig tot een gezamenlijke uitgave: twaalf zettingen (negen sololiederen en drie duetten) uit Rückerts kolossale dichtbundel Liebesfrühling – haar 12, zijn opus 37 – waarbij nadrukkelijk níet vermeld werd welke compositie van wie was. 

Schubert 

Van Franz Schubert klinken er enkele individuele Rückert-zettingen, op één na gecomponeerd in 1823, het jaar waarin ook Schuberts eerste ‘volwassen’ liedcyclus ontstond, Die schöne Müllerin. In tegenstelling tot de verliefde Schumanns laat Schubert hier een breder scala aan emoties horen: de vermoeidheid van een pelgrim en die van een oude grijsaard, gevolgd door een overdenking over de wispelturigheid van de menselijke ziel. Het liefdesverdriet van Dass sie hier gewesen maakt dat Schubert in zijn een halve eeuw vooruit lijkt te blikken naar Wagners Tristan und Isolde. Hierna volgen nog twee liefdesliederen, ditmaal echter van meer berustende aard. 

Mahler: Rückert-Lieder 

Na zijn aanstelling in 1897 als chef-d­irigent van de Weense Hofoper had Gustav Mahler het enkele jaren te druk om veel te componeren. Ook liet zijn zwakke gezondheid hem steeds verder in de steek – een hersenbloeding in februari 1901 werd hem bijna fataal. In de zomer van dat jaar nam hij een lange, welverdiende vakantie in de bergen, en kwam hij eindelijk weer toe aan zijn favoriete vrijetijdsbesteding: furieus componeren. Naast acht Rückert-zettingen (inclusief orkestraties) voltooide hij in zijn vakantievilla in Maiernigg ook de eerste twee delen van zijn Vijfde symfonie. 

Men beschouwt 1901 wel als een keerpunt in Mahlers compositiestijl: na de volkse, soms satirische uitspattingen van zijn eerste vier symfonieën en zijn diverse Wunderhorn-zettingen is Mahler hier en introvert geworden, met veel nadruk op individuele lijnen. In zijn latere werk zijn deze aspecten ook regelmatig terug te vinden. De vijf Rückert-Lieder [Um Mitternacht staat vandaag niet op het programma, red.] werden met groot succes ontvangen, hoewel sommigen (zoals de componist Anton Webern) Mahler wel van sentimentaliteit betichtten. De keuze voor de toegankelijke en nog immer populaire poëzie van Rückert zal hier ook aan hebben bijgedragen. 

Blicke mir nicht in die Lieder is een geagiteerd pleidooi van de dichter (en de componist) om zijn werk niet te aanschouwen tot hij zelf vindt dat het af is. Ich atmet’ einen linden Duft is in beginsel een liefdeslied, waarbij de begeleiding opmerkelijk is: deze bestaat grotendeels uit slechts één melodielijn in plaats van de gebruikelijke en. Liebst du um Schönheit hebben we eerder al gehoord in een zetting van (Clara) Schumann. Mahler componeerde deze zetting een jaar na de andere liederen in deze cyclus, als blijk van liefde voor zijn kersverse echtgenote Alma. Hij vond dit lied als enige ook te intiem om te , dit is later voor de volledigheid door een uitgever gedaan. Ten slotte klinkt Ich bin der Welt abhanden gekommen: een overpeinzing van een componist die reeds oog in oog heeft gestaan met zijn eigen sterfelijkheid, en in de muziek berusting vindt. 

Henze: Das Paradies 

Van de componisten die na de Tweede Wereldoorlog opkwamen was Hans Werner Henze de eerste die openlijk aanhaakte bij de romantische traditie, met name in zijn opera’s en liederen. De postmodernist schreef de cyclus Sechs Gesänge aus dem Arabischen speciaal voor Ian Bostridge en Julius Drake. De liedteksten beschrijven een oriëntalistische fantasiewereld compleet met piraten en zeemonsters. Door de gedichten zelf te schrijven had Henze ook de vrijheid ze aan te passen aan de muziek in plaats van andersom. Het laatste lied uit de cyclus, Das Paradies, is hierop echter een uitzondering: de tekst (een ode aan de maan) is van de klassieke Perzische dichter Hafez, naar het Duits vertaald door – u raadt het al – Friedrich Rückert. Hoewel Henze in zijn muziek onmiskenbaar alle artistieke ontwikkelingen van de twintigste eeuw heeft meegemaakt, ademt dit lied met zijn lange lyrische lijnen onmiskenbaar de sfeer van de

Biografie

Ian Bostridge, tenor

Ian Bostridge was historicus in Oxford voordat hij zo’n drie decennia geleden koos voor een muziekcarrière. Hij werkte wereldwijd met de grootste en, orkesten en huizen en vervulde residencies bij tal van muzikale instituten.

In Het Concertgebouw kreeg de tenor in seizoen 2004/2005 carte blanche samen met bariton Thomas Quasthoff

Recente opnames zijn Respighi-eren en Schuberts Die schöne Müllerin met Saskia Giorgini, The Folly of Desire met jazzpianist Brad Mehldau en Schuberts Schwanengesang met Lars Vogt. Schubert’s Winter Journey: Anatomy of an Obsession (2014) werd in twaalf talen vertaald, en in 2023 verscheen zijn nieuwste boek Song and Self.

Naast residencies aan het San Francisco Conservatory of Music en op LIED Basel zong Ian Bostridge afgelopen seizoen BerliozLes nuits d’été met het Orchestre de Chambre du Luxembourg, Brittens Les illuminations met het City of Birmingham Symphony Orchestra, Bachs Matthäus-Passion met het Musikkollegium Winterthur en met het Wrocław Baroque Orchestra en de Johannes-Passion met het Orchestre National d’Auvergne. s gaf hij recentelijk onder andere in Wigmore Hall met Imogen Cooper, in Shanghai, Krakau en Bonn met Saskia Giorgini en in Japan met Julius Drake.

Zijn vorige -recitals waren Schubert-programma’s met Julius Drake op 3 maart 2020 respectievelijk Saskia Giorgini op 30 mei 2022. 

Julius Drake, piano

Julius Drake geniet een internationale reputatie als een van de beste begeleiders. De Britse pianist werkt samen met vele vooraanstaande zangers, zowel op het podium als in de opnamestudio.

Zijn passie voor het lied leidde tot diverse uitnodigingen om liedseries samen te stellen, onder andere voor Het Concertgebouw, de Londense Wigmore Hall en de BBC.

In de historische Middle Temple Hall in Londen organiseert hij een jaarlijkse reeks, Julius Drake and Friends. Daaraan werken uitstekende vocalisten mee, onder wie Sir Thomas Allen, Véronique Gens, Simon Keenlyside en Felicity Lott.

Julius Drake maakte vele opnamen, onder anderen met Gerard Finley, Ian Bostridge en Christianne Stotijn. Hij werd opgeleid aan de Purcell School en het Royal College of Music in Londen.

Tegenwoordig doceert hij zelf piano/zangbegeleiding aan de Kunstuniversität Graz in Oostenrijk. In december 2022 kreeg Julius Drake de Concertgebouwpenning.