Hrusa met Prokofjev en Beethoven bij het Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest
Jakub Hrůša dirigent
Igor Levit piano

Oorlog & Vrede 

pauze ca. 21.15 uur
einde ca. 22.20 uur

Dit programma maakt deel uit van de serie B.

Zoltán Kodály 1882-1967

Suite uit ‘Háry János’ (1926-27)
Voorspel. Het sprookje begint
Weens uurwerk
Lied
Veldslag en nederlaag van Napoleon
Intermezzo
Intocht van de keizerlijke hofhouding

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Derde pianoconcert in c kl.t., op. 37 (1800-03)
Allegro con brio
Largo
Rondo: allegro
cadens: Beethoven

pauze

Sergej Prokofjev 1891-1953

Oorlog en vrede, op. 91 (1942, versie Christopher Palmer 1987)
symfonische suite
Het bal: fanfare en polonaise – wals – mazurka
Intermezzo
Finale: sneeuwstorm – veldslag – overwinning
eerste uitvoering door het Koninklijk Concertgebouworkest

Toelichting

De coalitieoorlogen

Door Michiel Cleij

Tussen 1792 en 1815 woedde een reeks oorlogen op het Europese continent, alle gericht tegen Frankrijk. Diverse landen vreesden dat de geest van de Franse Revolutie zich door Europa zou verspreiden en de oude orde zou omverwerpen. Daarom werden coalities gevormd door onder andere Engeland, Pruisen, Oostenrijk, Nederland en Spanje. Behalve staatkundig conservatisme speelden ook handelsbelangen mee.

Sleutelfiguur van deze oorlogen werd Napoleon, de Franse consul/veldheer die zich van verdediger tot aanvaller ontwikkelde en het strijdtoneel tot de Europese periferie uitbreidde, tot Egypte en Rusland toe. Vele niet-Fransen zagen hem evenwel niet als een bezetter, maar als een strijder voor een rechtvaardiger staatsbestel.

Het keerpunt van zijn militaire successen kwam bij zijn onfortuinlijke veldtocht naar Rusland in 1812; zijn definitieve nederlaag leidde hij drie jaar later bij Waterloo.

Beethoven: Derde pianoconcert

Als er één componist is geweest die de verschuivende machtsverhoudingen van zijn tijd belichaamt is het Ludwig van Beethoven. In zijn tijd verspreidden de idealen van de Franse Revolutie zich over Europa en broeiden diverse internationale handelsconflicten. Oorlog was voor hem een deel van de alledaagse realiteit.

Tijdens zijn jaren in Wenen werd de stad herhaaldelijk door Napoleon belegerd – eenmaal zelfs met zoveel tumult dat Beethoven met kussens over zijn oren in een kelder vluchtte om zijn toch al beschadigde gehoor te beschermen. Zijn eerdere Napoleon-verering was op dat moment al verbleekt; maar nog altijd geloofde hij in een nieuwe, rechtvaardige wereld en in de maakbaarheid van een nieuwe wereld.

Dat is te horen in zijn composities. De ordelijke, klassieke vormregels die Joseph Haydn en Wolfgang Amadeus Mozart nog hanteerden waren tegen Beethoven niet bestand. In zijn s en symfonieën gooide hij de vaste volgorde van de delen om als hem dat zo uitkwam, hij overschreed de gebruikelijke lengte, hij strooide met verrassingseffecten en overvloedig tisch materiaal, en dat alles kwam de expressie ten goede: krachtige taal van een bewogen karakter, versterkt door die doofheid waaraan hij vanaf zijn zesentwintigste jaar leed.

Ondertussen ging achter zijn persoonlijke tragiek (en zijn beroemde korzelige uitstraling, vereeuwigd in talloze bustes en schilderijen) optimisme schuil. Hij was een fervent aanhanger van de Verlichtingsidealen en meende dat kunst bijdroeg aan een uze toekomst.

Het Derde pianoconcert, gecomponeerd rond 1800, is geen tumultueus werk maar getuigt wel van Beethovens groeiende artistieke eigenzinnigheid. Hij was nog steeds een briljant pianist die zijn eigen werken ten doop hield; niet lang daarna zou zijn tanende gehoor een eind maken aan zijn podiumcarrière.

Alleen al qua lengte onderscheidt zijn Derde pianoconcert zich van de concerten van Haydn en Mozart (en van zijn eigen eerdere concerten). De interactie tussen piano en orkest is een intense dialoog waarin de solist veelal het voortouw neemt. In het middendeel begint de piano zelfs al te ‘praten’ eer het orkest een harmonisch decor heeft kunnen neerzetten; een fraai staaltje van artistieke eigengereidheid.

Prokofjev: Oorlog en Vrede

In de kunsten vormt oorlog een dankbaar, eeuwig actueel onderwerp; een eeuwenoude oorlog kan altijd weer dienen als spiegel voor meer eigentijdse conflicten. Russische kunstenaars konden lang vooruit met Napoleons aanval op hun land in 1812. Leo Tolstoj vereeuwigde die in zijn omvangrijke roman Oorlog en vrede uit 1869 en ruim zeventig jaar later liet Sergej Prokofjev zich op zijn beurt inspireren door Tolstojs roman toen de Tweede Wereldoorlog was uitgebroken.

‘Tijdens de oorlog tegen het Duitse fascisme koesterden wij allen Tolstojs roman over de patriottische strijd in 1812’, schreef Prokofjev in zijn memoires. ‘Ik wilde er een over schrijven, hoewel ik me ervan bewust was hoe moeilijk dat zou zijn.’

Dat laatste was een understatement: de roman is een meerdelig, wijdlopig verhaal over de levens van vele personages. Wil je zulke complexe materie in één libretto samenpersen dan krijg je een opera van enorme proporties – zelfs wanneer je de vele zijlijnen in het verhaal negeert en het aantal personages drastisch beperkt, wat Prokofjev deed.

Inderdaad was de eerste versie een moloch van twee avonden lang die alleen een concertante uitvoering beleefde. Daarna volgde een lange reeks van tieve ingrepen: tot in 1952, een jaar voor zijn dood, bleef Prokofjev knippen en schrappen om de opera op het toneel te krijgen – en niet alleen omdat zo’n feuilleton-opera onpraktisch was. De Bond van Sovjetcomponisten was ontevreden: Prokofjev had zich gefocust op de hoofdpersonen, maar de oorlog zelf (en dus de heroïsche rol van Rusland) kwam er te bekaaid van af.

Prokofjev aarzelde niet om het zijn critici naar de zin te maken. Hij voegde een aantal monumentale koorpartijen en hymne-achtige orkestintermezzo’s toe die je nu zonder de componist te beledigen als sovjet-kitsch kunt bestempelen. Het opmerkelijke is dat de uze, toegankelijke stijl waar de Partij zo verzot op was zich al begon af te tekenen vóór Prokofjev naar Rusland terugkeerde. In de jaren twintig had hij in Europa en Amerika carrière gemaakt met hoekig modernistisch werk, maar na zijn bekering tot Christian Science was zijn idioom aanzienlijk milder geworden.

Toch waren Prokofjevs concessies niet genoeg. Tijdens de grote schoonmaak die de Componistenbond in 1948 hield en waarbij Prokofjev, Sjostakovitsj en Chatsjatoerjan als ‘formalisten’ werden gebrandmerkt velde commissielid Pavel Serebrjakov over Oorlog en vrede het volgende oordeel:

‘Dit is geen opera die door het volk begrepen wordt. De muziek spreekt noch mijn verstand, noch mijn hart aan, en ik ben nog wel een musicus.’

Kennelijk was de opera toch te eigenzinnig – en inderdaad ontbreekt het niet aan Prokofjevs grillige s en dynamische uithalen, en evenmin aan de jes die overal in zijn oeuvre plotseling opduiken.

Van een complete uitvoering kwam het tijdens Prokofjevs leven niet. De hier gespeelde werd samengesteld door de Engelse componist/arrangeur Christopher Palmer en bevat een selectie uit de dansdelen en de symfonische intermezzo’s.

Biografie

Jakub Hrůša, dirigent

Jakub Hrůša is chef- van de Bamberger Symphoniker en – met ingang van 2025/2026 – music director van de Royal in Londen. Daarnaast is hij eerste gast­dirigent van het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia en van het Tsjechisch Filharmonisch Orkest, dat hem recent benoemde tot chef-dirigent met ingang van 2028.

Als gastdirigent onderhoudt Jakub Hrůša goede banden met onder meer de Wiener, de Münchner en de Berliner Philharmoniker, het Gewandhausorchester Leipzig, de Staatskapelle Dresden, het Orchestre de Paris, het NHK Symphony ­Orchestra Tokyo, de orkesten van Cleveland, New York, ­Chicago en Boston en – sinds 2015 – het Concertgebouworkest.

­dirigeerde Jakub Hrůša op het Glyndebourne Festival en in de grote theaters van Wenen, Londen, Parijs en Zürich. In 2023 benoemde O­pus Klassik hem tot van het jaar. Voor opnames met de Bamberger Sym­phoniker won hij twee ICMA Prizes (werken van Rott respectievelijk Bruckner) en een Preis der deutschen Schallplattenkritik (Mahler), en in 2024 viel hij dubbel in de prijzen bij de Gramophone Awards, voor Brittens Vioolconcert met Isabelle Faust en het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en voor Janáčeks Kát’a Kabanová op de Salzburger Festspiele.

Jakub Hrůša studeerde in Praag bij Jiří Bělohlávek en was in 2015 de eerste winnaar van de Sir Charles Mackerras Prize. Hij kreeg samen met zijn Bamberger Symphoniker de Bayerische Staatspreis für Musik, werd in zijn vaderland onderscheiden met de Antonín Dvořák Prize en de zilveren medaille 2024 van de ­Tsjechische Senaat, en is erelid van de Royal Academy of Music in Londen.

Igor Levit, piano

Igor Levit, geboren in Nizjni Novgorod en vanaf zijn achtste woonachtig in Duitsland, won in 2005 als jongste deelnemer vier prijzen op het Internationaal Arthur Rubinstein Concours in Tel Aviv. In 2009 studeerde hij af aan de Musikhochschule van Hannover, waar hij sinds voorjaar 2019 zelf les geeft.

In 2018 ontving de pianist de Gilmore Artist Award, en een jaar later kreeg hij voor zijn complete Beethovensonates een Klassik en riep Gramophone hem uit tot ‘artist of the year’.

Bij Musical America werd Igor Levit ‘recording artist of the year 2020’, van BBC Music Magazine kreeg hij in 2022 twee awards voor On DSCH en eind 2023 verscheen het solo-album Fantasia. In 2021 bracht de musicus zijn eerste boek uit, House Concert. De titel refereert aan de 53-delige reeks Twitter-concerten die hem tijdens de covid-lockdown wereldwijd bekend maakten. In 2022 verscheen bovendien de documentaire Igor Levit – No Fear.

Voor zijn politieke commitment werd de musicus gelauwerd met de International Beethoven Prize (2019) en de ‘Statue B’ van het Internationaal Auschwitz Comité (2020), en in 2020 kreeg hij de Orde van Verdienste van de Bundes­republik Deutschland.

Onder de muzikale hoogte­punten van het vorige concert­seizoen waren solorecitals in Wenen, Berlijn, Milaan, Londen, Seoul, Tokio, Montréal, Toronto en New York, kamermuziek op de Schubertiade Schwarzenberg, een Bartókcyclus met het NDR Elbphilharmonieorchester, een Brahmscyclus met de Wiener Philharmoniker en optredens met de Berliner Barock Solisten, de Staatskapelle Berlin, de Sächsische Staatskapelle Dresden, de Los Angeles Philharmonic, The Cleveland Orchestra en de New York Philharmonic.

In mei 2024 cureerde Igor Levit de tweede editie van het Piano Fest in samenwerking met het Lucerne Festival, en met ingang van 2022/2023 is hij co-artistiek leider van de Heidelberger Frühling. In januari 2013 debuteerde Igor Levit als Rising Star in de , in april 2018 en maart 2021 soleerde hij bij het Concertgebouworkest en in november 2021 gaf hij zijn eerste solorecital in de .

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest