Horizon: Mens & Mythe bij het Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest
Santtu-Matias Rouvali dirigent
Pierre Bokma spreker
Lance Ryan tenor (Oedipus)
Anna Caterina Antonacci mezzosopraan (Jocaste)
Christian Van Horn bariton (Creon en bode)
Shenyang bas-bariton (Tiresias)
Attilio Glaser tenor (herder)
Lets Staatskoor ‘Latvija’ (heren)

Gijs de Lange mise-en-espace Oedipus Rex

Zie ook de video-inleiding op dit concert in de toelichting hieronder.

Deze concerten maken deel uit van de series Horizon (30 januari) en A (31 januari).

do 30 januari: programmaboekje en Late Night
Bij het concert in de serie Horizon is kosteloos een programmaboekje met toelichtingen, biografieën en achtergrondinformatie bij alle Horizon-activiteiten aan de zaal verkrijgbaar. Het volledige Horizon-­programma vindt u op www.concertgebouw­orkest.nl/horizon.
Direct na het concert is iedereen welkom bij de Entrée Late Night: een nu al mythisch programma met spannende muzikale acts in de Koorzaal en de entreehal.

vr 31 januari: inleiding en Meet the Artists
Om 19.15 uur geeft musicoloog Maarten Beirens een inleiding in de Koorzaal. Uw gratis kaartje hiervoor kunt u reserveren via de Concertgebouwlijn (020 671 83 45) of afhalen bij de kassa van Het Concertgebouw (zolang de voorraad strekt).

Direct na het concert spreekt artistiek directeur Joel Ethan Fried in de Spiegelzaal met Santtu-Matias Rouvali, Lance Ryan, Anna Caterina Antonacci en een orkestmusicus.

Het concert van 31 januari wordt opgenomen door AVROTROS voor uitzending op zondag 2 februari om 14.00 uur via NPO Radio 4.

Giuseppe Verdi (1813-1901)

Ouverture ‘La forza del destino’ (1869)

Theo Verbey (1959-2019)

Ariadne (2019)
geschreven in opdracht van het Koninklijk Concertgebouworkest
wereldpremière

pauze ± 20.40 uur

Igor Stravinsky (1882-1971)

Oedipus Rex (1926-27, rev. 1948)
opera-oratorium in twee bedrijven naar Sophocles op tekst van Jean Cocteau

einde ± 22.10 uur

Toelichting

Giuseppe Verdi 1813-1901

Verdi: Ouverture ‘La forza del destino’

Door Mark van Dongen

Het lijkt een aardige grap: de Ouverture ‘La forza del destino’ (‘De macht van het lot’) op een programma dat naar aanleiding van de Oedipus-mythe het noodlot als heeft. Maar dit is dé gelegenheid om de stijl van Giuseppe Verdi in het gehoor te roepen, die immers onverwacht opduikt in Stravinsky’s muzikale weergave van het thema in Oedipus Rex.

Want in contrast met de opzettelijk afstandelijke behandeling van de mythe lardeerde Igor Stravinsky zijn met stijlcitaten van emotio­neel geladen muziekdrama’s uit het verleden, de grote verdiaanse van Jocaste voorop (Händel en Moesorgski zijn andere voorbeelden). Dit dionysische, extatische aspect was nodig om het apollinische, gestileerde Griekse kunstdrama tot leven te wekken. En Stravinsky hield van Verdi: ‘Verdi! Verdi! De grote en machtige Verdi! (…) Ik acht Verdi hoger dan alle andere muziek van de negentiende eeuw’ (1935).

  • Giuseppe Verdi

In La forza del destino is er feitelijk geen sprake van een door een orakel voorspeld lot, maar van een vloek en van geliefden die tot een tragisch einde veroordeeld zijn, wát ze er ook aan doen om de speling van het lot te ontwijken. Stravinsky lijkt goed te hebben gekeken naar Verdi’s – juist in Forza erg uitgewerkte – gebruik van en om karakters en hun emotionele status te typeren, en naar het spel met de grote en kleine sext, de len die Leo­nora en Alvaro in hun noodlottige geschiedenis verbonden houden.

De ouverture – de beroemde versie die pas na de première ontstond en die een pièce de résistance van het orkestrepertoire werd – begint, na dreigende koperstoten, met het stuwende noodlotsthema. Dat speelt een grote rol aan het einde van het eerste bedrijf van de , als de door haar geliefde Alvaro per ongeluk dodelijk verwonde markies zijn dochter Leonora vervloekt. De geliefden gaan uiteen, maar als Alvaro, om de wrede wereld te ontvluchten, in een klooster treedt, is dat uitgerekend de plek waar Leonora een schuilplaats denkt te hebben gevonden.

Theo Verbey 1959-2019

Verbey: Ariadne

Het denkbeeldige labyrint, waarin zowel Alvaro en Leonora als Oedipus en Jocaste verstrikt raken, krijgt letterlijk gestalte in de levensgeschiedenis van de Kretenzische koningsdochter dne. Gevraagd om bij het verhaal van Koning Oedipus een nieuw orkestwerk te schrijven, koos Theo Verbey voor deze mythe, te interpreteren als het spiegelbeeld daarvan. Ariadne staat symbool voor het vinden van een uitweg uit het doolhof, bevrijding en verlossing.

Ariadne, dochter van koning Minos van Kreta, werd verliefd op de Atheense held Theseus, die naar Kreta was gekomen om de Minotaurus te doden. Dit monster, half mens en half stier, hield men uit voorzorg gevangen in het Labyrint. Koning Minos dwong de Atheners om jaarlijks zeven jongens en zeven meisjes naar Kreta te zenden als voedsel voor de Minotaurus. Met een door Ariadne verschaft zwaard slaagde Theseus erin de Minotaurus te verslaan en dankzij de door haar uitgerolde kluwen wol (‘de draad van Ariadne’) wist hij zijn weg terug uit het doolhof te vinden.

  • Theo Verbey (r.) met Louis Andriessen, 2018

De mythe (naar Ovidius) verhaalt verder hoe dne op het eiland Naxos door haar geliefde wordt verlaten en uiteindelijk de bruid wordt van Dio­nysus. Na haar dood wordt ze als godin van de passie naar de Olympus gevoerd.

Het is verleidelijk om in het lieflijke, kalme (Lento) begin van het werk de gelaatstrekken van Ariadne te zoeken, de strijd van Theseus en het monster in de toenemende beweeglijkheid van sequensmatig herhaalde, korte melodische motieven tegenover snel repeterende ritmische samenklanken, en de terugtocht uit het Labyrint in de herhaalde motieven tegen het eind van dit centrale , om dan in de terugkerende structuur van het Lento Ariadne te hervinden.

Maar ondanks het karakteristiek heldere notenbeeld van Verbey en de duidelijke melodische, harmonische en ritmische gestiek, is het verhaal achter de noten zonder zijn eigen toelichting niet te duiden. Het overlijden van de componist kort na de voltooiing van het werk kwam als een grote schok.

  • Theo Verbey in 2009

Theo Verbey 1959-2019

Theo Verbey overleed op 13 oktober 2019, voor de orkest­gemeenschap onverwacht. Korte tijd daarvoor had hij zijn handgeschreven van het in opdracht geschreven orkestwerk dne voorgelegd. Als altijd maakte hij de titel pas bekend na voltooiing van de muziek.

Met zijn grote talent en heldere, melodische klankconstructies – grotendeels gebaseerd op een persoonlijke, van theoretische getalsverhoudingen afgeleide toontaal – stond de componist in hoog aanzien bij het Concertgebouworkest. De eerste kennismaking vormde zijn orkestratie van de ­Pianosonate 1 van Alban Berg, die sinds 1993 tientallen malen op de lessenaars heeft gestaan. In opdracht van het orkest ontstonden Alliage (1997) en het trombone­concert (2007, voor Jörgen van Rijen). In 2017 orkestreerde Verbey voor het orkest Rachmaninoffs lied Lente­wateren. In dat jaar voerde het orkest ook zijn Invitation to a Beheading (2008) uit.

Igor Stravinsky 1882-1971

Stravinsky: Oedipus Rex

In 1926 was Stravinsky voor het eerst sinds lange tijd toe aan een groots opgezet en symfonisch bezet dramatisch werk. Op zoek naar een ­‘subliem’ onderwerp, vond hij in Koning Oedipus van Sophocles een passend universeel gegeven dat weinig uitleg vergde en dat hem in staat stelde om zich geheel op de dramatische essentie te concen­treren.

Hij wendde zich nu tot Jean Cocteau, wiens ­Antigone – eveneens naar Sophocles – hij bewonderde, en legde uit dat wat hem voor ogen stond een ‘stilleven’ was, geen heftig bewogen muziekdrama. Er moest een minimum aan handeling zijn; de gemaskerde solisten, als levende standbeelden opgesteld op platformen van verschillende hoogte, zouden het toneel niet verlaten; evenals het koor, dat een grote rol kreeg toebedacht. Vandaar dat het werk als - werd aangeduid.

In deze video-inleiding spreekt een orkestmusicus met een classicus van de UvA over Oedipus

Omdat geen enkele moderne taal hem toereikend leek, koos Stravinsky voor het Latijn: ‘Een keuze die het grote voordeel had van een medium dat niet dood, maar versteend was en als monument immuun was geworden voor ieder risico van vulgarisatie.’ Het onpersoonlijke Latijn, een taal die hij niet goed beheerste, bevrijdde hem van de dwang van woordbetekenis en spreektaalritme, ten gunste van een zuiver muzikale ritmiek. Dit werd de drijvende kracht in het muziekdrama, dat wordt gekenmerkt door morse-­achtige noodsignalen als het ‘Oracula, oracula’ uit Jocastes , de aanhoudende verwijzing naar de driesprong (tri-vi-um) en het voorlaatste koor, door Stravinsky als ‘sterfhuis-tarantella’ betiteld.

Cocteau voegde de commentaarstem toe, die het publiek in de eigen taal toespreekt. Deze spreker staat geheel buiten de muziek, op vier woorden aan het eind van zijn tweede interruptie na, uitgesproken terwijl de lage strijkers al inzetten: ‘[de moordenaar van de] vorst is een vorst’. Dat woordritme wordt hierna opgepakt door het koor op ‘ex-pec-ta-mus’: het volk wacht op de ziener Tiresias, die de koning zelf als de moordenaar zal aanwijzen.

De korte spreekteksten werken ironisch, ze vormen steeds een brug naar een volgend crisismoment in het verhaal, waarna de muziek weer bij het punt aansluit waar men gebleven was. En hoewel Stravinsky dit later als hinderlijke onderbrekingen heeft afgedaan, heeft hij de ironie in één geval versterkt met de suggestie om het herhaalde Gloria waarmee Jocaste verwelkomd wordt, ná de spreker in plaats van ervóór te plaatsen, zodat deze pompeuze muziek direct volgt op de woorden ‘hij is bang’.

Oedipus wringt zich in allerlei bochten, om zich uiteindelijk te schikken in zijn voorspelde lot. Zijn trotse, hoge coloraturen van het begin hebben dan plaats gemaakt voor onzekere melodische lijnen in de ‘Nonne monstrum’, als hij niet wil zien wat Jocaste al weet, en eindigen vol deemoed – wijfelend tussen en – op ‘Lux facta est’: de waarheid is aan het licht gekomen. Dan volgen de aankondiging van de dood van Jocaste en de epiloog door de bode en het koor, met de uiteindelijk terugkeer van het onontkoombare in de bassen waarmee het werk ook begon.

Synopsis Oedipus Rex

Eerste bedrijf
De koningszoon Oedipus uit Korinthe heeft de Sfinx verslagen, die de stad Thebe terroriseerde. Hij heeft de plaats ingenomen van de vermoorde koning Laius en is gehuwd met diens weduwe Jocaste, niet wetende dat deze zijn werkelijke vader er moeder zijn. Nu Thebe wordt geplaagd door de pest belooft hij opnieuw de stad te redden. Hij stuurt Creon (de broer van Jocaste) om advies te vragen aan het orakel. Creon rapporteert: de epidemie is veroorzaakt door de moord op Laius en kan alleen overwonnen worden door de moordenaar te straffen. Oedipus zweert hem op te sporen. Hij vraagt de blinde ziener Tiresias om hulp. Deze adviseert Oedipus zijn zoektocht te staken en weigert te vertellen wat hij weet. Oedipus wordt woest en beschuldigt Tiresias van de moord op Laius. Daarop onthult Tiresias dat de moordenaar zelf een koning is, die uit Thebe moet worden verdreven. Oedipus kan dat niet rijmen en concludeert dat Tiresias moet zijn omgekocht door Creon om hem te onttronen. Niet de ziener Tiresias, maar hij is door het volk geroepen om het raadsel op te lossen. Dan juicht en scandeert het koor: de geliefde koningin ­Jocaste verschijnt.

  • Infographic 'Oedipus Rex'

Tweede bedrijf
Jocaste is verontwaardgd over het dispuut der vorsten in de door pest geteisterde stad en wil Oedipus kalmeren. Dat orakel spreekt onzin, zegt ze: het waren bandieten die Laius op een driesprong vermoordden. Het vermelden van de driesprong maakt Oedipus bang. Hij beveelt de enige getuige van de gebeurtenis, een herder, te halen. Na zijn vlucht uit Korinthe (omdat hij vernomen had van de voorspelling dat hij zijn vader zou vermoorden en met zijn moeder zou slapen) heeft hij onderweg naar Thebe een man gedood die hem bij een driesprong de weg versperde. Maar dat kan toch niet Laius geweest zijn? Want die werd door bandieten gedood. Oedipus hoopt dat de herder dat kan bevestigen.

Een bode arriveert uit Korinthe om te vertellen dat Oedipus’ vermeende vader Polybus is gestorven. Hij tracht ­Oedipus gerust te stellen door te vertellen dat Polybus niet zijn echte vader was. Hij verklaart dat deze ooit een baby met gewonde voeten (‘oidipous’ betekent ‘gezwollen voet’) adopteerde, aan hem overhandigd door een herder. Die herder is dezelfde als de getuige van de moord bij de driesprong. Jocaste, die zich nu realiseert hoe het zit, vlucht weg. Oedipus meent dat ze zich voor hem schaamt, nu zou blijken dat hij geen ­koningszoon is. Hij wil zijn afkomst weten. De herder en de bode onthullen daarop dat hij de zoon is van Laius en Jocaste. Uit angst dat de profetie uit zou komen had Jocaste haar kind (waarvan Laius de enkel­pezen had doorgesneden) in de bergen achtergelaten. De herder had het kind naar Polybus gebracht. Oedipus vervloekt zichzelf: alles is aan het licht gekomen.

Dan komt de bode vertellen dat Jocaste zich heeft opgehangen. Oedipus heeft zich, toen hij haar lichaam aantrof, de ogen uitgestoken met haar gouden gesp. Hij toont zich als een onmens aan het volk. Nu is hij echt blind.

Biografie

Santtu-Matias Rouvali, dirigent

Santtu-Matias Rouvali is chef­ van Philharmonia (sinds 2021) en was dat ook acht seizoenen lang (van 2017 tot 2025) van het Göteborg . Van het Tampere Philharmonisch Orkest in zijn thuisland Finland is hij eredirigent. In 2022 maakte Santtu-Matias Rouvali met Philharmonia zijn BBC Proms-debuut, en jaarlijks reizen dirigent en orkest naar het Mikkeli Festival in Finland.

In september 2025 leidde Santtu-Matias Rouvali het tachtigjarige Philharmonia in een grote tournee, uitmondend in een concert in Carnegie Hall in New York; ook Het Concertgebouw werd aangedaan, met onder meer een wereldpremière van composer in residence Gabriela Ortiz.

De Finse was te gast bij gezelschappen als de Berliner en de Münchner Philharmoniker, de Wiener Symphoniker, het Orchestre Philharmonique de Radio France, het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia en de orkesten van New York, Cleveland, Chicago en Los Angeles. Sinds zijn overtuigende debuut bij het Concertgebouworkest in januari 2020 keerde hij er jaarlijks terug; de laatste keer, in maart 2025, dirigeerde hij werken van Clyne, Rachmaninoff en Sibelius.

Santtu-Matias Rouvali bouwt gestaag aan een uitgebreide discografie met zijn orkesten in Londen en Tampere, en met het Göteborg voltooide hij een Sibelius-cyclus die goed was voor onder meer een Gramophone Editor’s Choice, een Preis der deutschen Schallplattenkritik en een Diapason d’Or. Santtu-Matias Rouvali, van oorsprong er, studeerde directie aan de Sibelius-Academie in Helsinki bij onder anderen Jorma Panula, Leif Segerstam en Hannu Lintu.

Pierre Bokma, spreker

De Nederlandse acteur Pierre Bokma studeerde in 1982 af aan de Toneelschool Maastricht. Hij speelde bij het toneelgezelschap Globe, vervolgens bij het Publiekstheater, en na de fusie hiervan met Centrum vele jaren bij Toneelgroep Amsterdam.

Sinds 2004 is hij verbonden aan de muziektheatergroep Orkater en De Mexicaanse Hond. De acteur maakt ook deel uit van de Münchner Kammerspiele.

Naast zijn werk aan het toneel is Pierre Bokma bekend van films als De aanslag, Advocaat van de hanen, Moordwijven, Quiz en Van God los en televisieseries als ’t Schaep met de 5 Pooten, Gooische vrouwen en De prooi.

Pierre Bokma won twee keer de belangrijkste Nederlandse toneelprijs, de Louis d’Or. Ook won hij meerdere keren een Gouden Kalf en een Emmy Award.

Lance Ryan, tenor (Oedipus)

De Canadese tenor Lance Ryan studeerde onder andere bij de zangers Gianni Raimondi en Carlo Bergonzi. Zijn carrière ging van start in Italië, waar hij in 2002 het AsLiCo Concours won.

In 2005 verhuisde hij naar Duitsland, waar hij zich als vast ensemblelid verbond aan het Badisches Staatstheater Karlsruhe. Operarollen die Lance Ryan sindsdien met succes gestalte gaf zijn onder meer Siegfried in Wagners Siegfried en Götterdämmerung, Erik in Wagners Der fliegende Holländer, ­Bacchus in dne auf Naxos van Richard Strauss en de titelrol van Verdi’s Otello.

Op het concertpodium voerde Lance Ryan bijvoorbeeld Janáčeks Glagolitische mis en Schönbergs Gurrelieder uit.

Zijn eerste optredens met het Concertgebouworkest waren in juni en juli 2017. Hij vertolkte toen Herodes in Richard StraussSalome onder leiding van Daniele Gatti bij De Nationale .

Anna Caterina Antonacci, mezzosopraan (Jocaste)

Anna Caterina Antonacci groeide op in Bologna, waar ze aan het ­conservatorium studeerde en in 1986 haar debuut maakte als Rosina in Rossini’s Il barbiere di Siviglia. In haar vroege carrière specialiseerde zij zich in Rossini-rollen als Ninetta (La gazza ladra) en Elena (La donna del lago).

Hoewel Anna Caterina Antonacci zich steeds meer tot sopraan ontwikkelde, zingt ze ook nog steeds mezzosopraanpartijen. Ze was zeer succesvol als Cassandre in BerliozLes Troyens met John Eliot Gardiner in het Théâtre du Châtelet en in de titelrol van Bizets Carmen gedirigeerd door Antonio Pappano in het Royal Opera House Covent Garden.

Ook werd ze geprezen voor haar interpretaties van Berlioz’ vocale werken, waaronder La mort de Cléopâtre met het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Yannick Nézet-Séguin.

Anna Caterina Antonacci was eenmaal eerder te gast bij het Concertgebouw­orkest: in oktober 1992 zong ze in Stravinsky’s Pulcinella onder leiding van Riccardo Chailly.

Christian Van Horn, bariton (Creon en bode)

Christian Van Horn studeerde aan Yale University en werd vervolgens toegelaten tot het Lyric Center for American Artists van de Lyric Opera of Chicago.

De Amerikaan was sindsdien te gast bij operagezelschappen als de Metropolitan Opera in New York, de San ­Francisco Opera, de Bayerische Staatsoper in München en De Nationale Opera. Op zijn repertoire vinden we de titelrol van Mozarts Le nozze di Figaro, Méphistophélès in Faust van Gounod, Escamillo in Bizets Carmen en Colline in Puccini’s La bohème.

Hij verscheen in de Amerikaanse premières van Thomas AdèsThe Exterminating Angel en Tan Duns Tea: A Mirror of the Soul. Christian Van Horn werkte samen met de New York Philharmonic en de Berliner Philharmoniker en debuteerde bij The Cleveland Orchestra in uitvoeringen van Haydns The Creation in Carnegie Hall in New York. In 2018 ontving hij de prestigieuze Richard Tucker Award.

Christian Van Horn debuteert bij het Concertgebouworkest.

Shenyang, bas-bariton (Tiresias)

Shenyang begon zijn zangstudie aan het Shanghai Conservatory of Music. De Chinese bas-bariton vervolgde zijn opleiding aan The Juilliard School in New York en nam deel aan het Lindemann Young Artist Development Program van de Metropolitan .

Sindsdien werd hij vele malen teruggevraagd door ‘The Met’, waar hij recent als Sprecher in Mozarts Die Zauberflöte verscheen.

Shenyang werd in 2007 uitgeroepen tot BBC Cardiff Singer of the World. Hoogtepunten in zijn carrière tot dusver waren de titelrol in Mozarts Le nozze di Figaro en Alidoro in Rossini’s La cenerentola. Met de laatste rol debuteerde hij bij het Glyndebourne Festival, de Bayerische Staatsoper, het Opernhaus Zürich en de Washington National Opera.

Shenyangs concertrepertoire reikt van Händel tot hedendaagse muziek van vooral Chinese componisten. Hij maakt zijn debuut bij het Concertgebouworkest.

Attilio Glaser, tenor (herder)

Attilio Glaser begon zijn opleiding aan de Bayerische Singakademie en studeerde later bij Gabriele Fuchs aan de Hochschule für Musik und Theater in München. Voorts werd hij gecoacht door An­dreas Schmidt.

Attilio Glaser houdt zich sinds 1996 intensief bezig met concertrepertoire. Vele malen leverde de Duitse tenor solistische bijdragen aan uitvoeringen van Bachs Weihnachtsoratorium, Mozarts Requiem, Beethovens Missa solemnis en Negende symfonie, Dvořáks Stabat mater en het Oratorio de Noël van Saint-Saëns.

Attilio Glaser maakte zijn professionele debuut in 2006 als Zephyrus in Mozarts Apollo et Hyacin­thus. Sinds 2016 behoort hij tot het solistenensemble van de Deutsche Oper Berlin, waar zijn repertoire reikt van Tamino in Die Zauberflöte van Mozart tot Pong in Puccini’s Turandot.

Zijn eerste optredens met het Concertgebouworkest waren in juni en juli 2017 als Narraboth in Richard StraussSalome onder leiding van Daniele Gatti bij De Nationale Opera.

Lets Staatskoor ‘Latvija’, koor

Het Staatskoor ‘Latvija’ bestaat al bijna 100 jaar. Sinds 2013 is Andris Poga en artistiek leider. Het koor mocht al vijfmaal de Grote Muziekprijs in ontvangst nemen, de belangrijkste muziekprijs van Letland.

Het repertoire strekt zich uit over diverse genres. Zo werkte het koor mee aan de soundtrack van de film Perfume uit 2006 en heeft het meerdere wereldpremières op zijn naam staan, zoals The Enchanted Wanderer van Rodion Sjtsjedrin, The Deer’s Cry van Arvo Pärt en Russian Requiem van Lera Auerbach.

Jaarlijks organiseert het koor het Internationaal Festival voor Religieuze Muziek in Riga. Bekende orkesten doen regelmatig een beroep op het koor. Buiten Letland trad het op in diverse Europese landen, Singapore, Israël en de Verenigde Staten onder en als Mariss Jansons, Andris Nelsons, Neeme en Paavo Järvi, ­David Zinman, Valery Gergiev en Zubin Mehta.

In maart 2011 trad het Staatskoor voor het eerst op met het Concertgebouworkest, in Mahlers Achtste symfonie onder Mariss Jansons. De opname verscheen op cd en blu-ray bij Concertgebouworkest Live. De tweede samenwerking met het orkest betrof Mahlers Tweede symfonie in Sint-Petersburg, opnieuw met Jansons, in november 2013.