Het Requiem van Fauré door het Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest
Stéphane Denève dirigent
Christine Landshamer sopraan
Russell Braun bariton
Groot Omroepkoor instudering Klaas Stok

 

Het concert van 4 oktober wordt live uitgezonden door AVROTROS via
NPO Radio 4.

Johannes Brahms 1833-1897

Tragische ouverture in d kl.t., op. 81 (1880)

Detlev Glanert 1960

Vier Präludien und ernste Gesänge (2004-05)
voor bariton en orkest
gebaseerd op Vier ernste Gesänge, op. 121 (1896) van Johannes Brahms
Präludium zu Nr. 1
Nr. 1 Denn es gehet dem Menschen wie dem Vieh
Präludium zu Nr. 2
Nr. 2 Ich wandte mich, und sahe an
Präludium zu Nr. 3
Nr. 3 O Tod, wie bitter bist du
Präludium zu Nr. 4
Nr. 4 Wenn ich mit Menschen- und Engelszungen redete
Postludium
Nederlandse première

pauze

Gabriel Fauré 1845-1924

Requiem, op. 48 (1888, versie 1893, editie 'Nectoux')
voor solisten, koor en kamerorkest
Introït et Kyrie
Offertoire
Sanctus
Pie Jesu
Agnus Dei
Libera me
In paradisum

viool solo: Vesko Eschkenazy
altviool solo: Ken Hakii

Toelichting

Johannes Brahms 1833-1897

Tragische ouverture

Door Axel Meijer

BrahmsTragische Ouverture stamt uit 1880. Het is het serieuze zusje van de Akademische Festouvertüre uit hetzelfde jaar. Die laatste schreef Johannes Brahms als bedankje aan de Universiteit van Breslau, die hem een eredoctoraat had toegekend. Over Brahms’ redenen om vervolgens de Tragische Ouverture te schrijven is veel gespeculeerd: de componist was in 1880 meer nog dan gewoonlijk bezig met de werken van Goethe, en de ouverture zou volgens sommigen hebben gediend als opening van een voorgenomen Faust-. Maar Brahms heeft er naar eigen zeggen ‘geen specifiek treurspel mee voor ogen’ gehad. Het lijkt logischer om het werk te zien als een tegenhanger van haar directe voorganger. Daarmee vormt het het soort tweeluik waar Brahms zo dol op was. Voor de ouverture baseerde Brahms zich op schetsen van zo’n tien jaar eerder, toen hij onder meer de Altrapsodie schreef. Ook klinken er duidelijke echo’s uit Brahms’ Tweede Symfonie, uit 1877, met name de finale daarvan. In zekere zin is de Tragische Ouverture zelf te beschouwen als een korte symfonie in drie delen: met twee harde klappen, een kort maar krachtig rollen van de en twee grote ën snel na elkaar gooit Brahms meteen vrijwel zijn volledige materiaal op tafel. Brahms gebruikt deze bijzonderheid om in aangepaste een werk op te bouwen waarin drie delen zijn te onderscheiden. De expositie vormt het eerste deel, ma non troppo. Na zo’n vijf minuten begint dan de doorwerking, in half tempo, Molto più moderato. Het stevige thema uit het eerste deel verandert hier in een treurmars. De aangepaste terugkeer naar het eerste deel, Tempo primo ma tranquillo, fungeert hier als finale. Het werk eindigt zoals het begon: met hamerslagen door het voltallige orkest.


Axel Meijer

Detlev Glanert 1960

Vier Präludien und ernste Gesänge

Brahms wilde het publiekelijk nooit toegeven, maar aan intimi bekende hij dat zijn Vier ernste Gesänge wel degelijk waren ingegeven door het sterven van Clara Schumann. Na twee hersenbloedingen overleed zij op 20 mei 1896, twee weken nadat Brahms het werk had voltooid. Het werk, oorspronkelijk voor lage stem en piano, is niet alleen een monument ter nagedachtenis aan de vriendin die hij zijn leven lang liefhad; het is ook Brahms’ eigen muzikale testament, zijn laatste nog bij leven gepubliceerde werk.
Brahms, die volgens vriend Antonín Dvořák ‘nergens’ in geloofde, toonzet hier teksten uit Luthers bijbelvertaling - sombere bespiegelingen over leven, lijden en dood. Alleen het laatste gezang, het enige op teksten uit het Nieuwe Testament, lijkt enige troost te bieden, maar zelfs die is twijfelachtig. De muziek is kaal en sluit eerder aan bij zeventiende-eeuwse religieuze voorbeelden dan bij Brahms’ eigen oeuvre.
Het eerste gezang wijst de luisteraar erop dat de mens sterfelijk is ‘gelijk de dieren’, en spoort ertoe aan ‘dat de mens zich verblijde in zijn werken’. Dit moet de hardwerkende en perfectionistische Brahms, die nadrukkelijk ook voor het nageslacht componeerde, zeer hebben aangesproken. Uit het tweede gezang spreekt Brahms’ pessimisme nog duidelijker. Het gaat over het lijden der wereld en de benijdbaarheid van de doden. ‘Ik prees de doden boven de levenden.’ En zelfs: ‘Ja, hij die nog niet is, is beter dan die beiden.’
De dood is in het derde gezang niet alleen een ‘bittere gedachten’ voor wie gelukkig is, maar ook een verlossing ‘voor wie behoeftig is’ en ‘in zijn uiterste ouderdom’. In de begeleiding gebruikt Brahms hier de noten c-b-a-gis-a, Robert Schumanns muzikale ‘codenaam’ voor zijn vrouw Clara.
Het vierde gezang eindigt met de beroemde woorden ‘En nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie; doch de grootste van deze is de liefde’. Dat lijkt hoopgevend, maar bij Brahms klinken de woorden ‘en had ik de liefde niet, zo ware ik niets’ eerder wrang dan hoopvol. Nog geen jaar na voltooiing van deze gezangenwerk overlijdt Brahms zelf, 63 jaar oud.
Detlev Glanerts Vier Präludien und ernste Gesänge – de première vond in 2005 plaats in Prenzlau, Duitsland – is meer dan een orkestratie van Brahms’ gezangen. Door vier preludes en een naspel toe te voegen geeft  Glanert naar eigen zeggen ‘een theologisch commentaar’op de teksten, vooral in het vierde preludium. Glanert, huiscomponist van het Koninklijk Concertgebouworkest, maakt bij zijn bewerking zoveel mogelijk gebruik van materiaal uit Brahms’ origineel. Zo blijft de muziek onmiskenbaar Brahms, maar in een context die het werk ook voor kenners weer nieuw maakt.

Axel Meijer

Zangtekst

I. Denn es gehet dem Menschen wie dem Vieh
Denn es gehet dem Menschen wie dem Vieh;
wie dies stirbt, so stirbt er auch;
und haben alle einerlei Odem;
und der Mensch hat nichts mehr denn das Vieh:
denn es ist alles eitel.
Es fährt alles an einem Ort;
es ist alles von Staub gemacht,
und wird wieder zu Staub.
Wer weiß, ob der Geist des Menschen aufwärts fahre,
und der Odem des Viehes unterwärts unter die Erde fahre?
Darum sahe ich, daß nichts bessers ist,
denn daß der Mensch fröhlich sei in seiner Arbeit,
denn das ist sein Teil.
Denn wer will ihn dahin bringen,
dass er sehe, was nach ihm geschehen wird?
     Uit Prediker 3:19-22

II. Ich wandte mich und sahe an
Ich wandte mich und sahe an
Alle, die Unrecht leiden unter der Sonne;
Und siehe, da waren Tränen derer,
Die Unrecht litten und hatten keinen Tröster;
Und die ihnen Unrecht täten, waren zu mächtig,
Daß sie keinen Tröster haben konnten.
Da lobte ich die Toten,
Die schon gestorben waren
Mehr als die Lebendigen,
Die noch das Leben hatten;
Und der noch nicht ist, ist besser, als alle beide,
Und des Bösen nicht inne wird,
Das unter der Sonne geschieht.
     Uit Prediker 4:1-3

III. O Tod, wie bitter bist du
O Tod, wie bitter bist du,
Wenn an dich gedenket ein Mensch,
Der gute Tage und genug hat
Und ohne Sorge lebet;
Und dem es wohl geht in allen Dingen
     Uit Apocrypha Ecclesiasticus (Sirach), 41:1-2

IV. Wenn ich mit Menschen und mit Engelszungen redete
Wenn ich mit Menschen und mit Engelszungen redete,
Und hätte der Liebe nicht,
So wär’ ich ein tönend Erz,
Oder eine klingende Schelle.
Und wenn ich weissagen könnte,
Und wüßte alle Geheimnisse
Und alle Erkenntnis,
Und hätte allen Glauben, also
Daß ich Berge versetzte,
Und hätte der Liebe nicht,
So wäre ich nichts.
Und wenn ich alle meine Habe den Armen gäbe,
Und ließe meinen Leib brennen,
Und hätte der Liebe nicht,
So wäre mir’s nichts nütze.
Wir sehen jetzt durch einen Spiegel
In einem dunkeln Worte;
Dann aber von Angesicht zu Angesichte.
Jetzt erkenne ich’s stückweise,
Dann aber werd ich’s erkennen,
Gleich wie ich erkennet bin.
Nun aber bleibet Glaube, Hoffnung, Liebe, Diese drei;
Aber die Liebe ist die größeste unter ihnen.
     Uit Korinthiërs 13:1-3, 12-13

Gabriel Fauré 1845-1924

Requiem

De dodenmis is genoemd naar zijn openingswoorden: ‘Requiem aeternam dona eis, Domine’ – ‘Geef hun de eeuwige rust, Heer’. Een groot verschil met de reguliere mis is dat in een Requiem het Gloria en het Credo achterwege worden gelaten. Het Kyrie wordt voorafgegaan door een Introitus en doorgaans wordt na het Kyrie het toegevoegd, een tekst over de Dag des Oordeels die menig componist tot dramatische verklankingen heeft aangezet. Dat onheilspellende Dies irae ontbreekt nu juist in het Requiem van Gabriel Fauré. Hij heeft alleen de laatste zin behouden: dit Pie Jesu (‘Goede Jezus, Heer, geef hun de eeuwige rust’) staat precies in het midden van zijn mis, en de sopraan zingt in dit deel van slechts 38 maten maar liefst 10 keer het woord ‘Requiem’. Fauré’s intieme muziek concentreert zich zo volledig op de dood als iets goeds en vredigs, en laat geen ruimte voor toorn en doodsangst. Aan het einde van zijn Requiem verklankte Fauré bovendien het gebed In paradisum, dat de overledene vergezeld door engelen naar het hemelrijk leidt. Door deze toevoeging kon Fauré zijn werk afsluiten met het woord dat voor hem de kern was van de zaak: ‘Requiem’ – op de allerlaatste toon veelzeggend ondersteund door een akkoord, in tegenstelling tot de harmonieën van het begin. In 1920 kwam Fauré nog eens terug op zijn visie op de dood: ‘Dit is hoe ik het zie: als een vreugdevolle verlossing, als het uitzicht op een geluk in het hiernamaals, eerder dan als een pijnlijke overgang.’Fauré werkte vooral buiten de spotlights – als compositieleraar aan het Conservatoire de Paris en als kerkmusicus, onder andere als vaste organist van de Madeleine – en was een graag geziene gast in het Parijse saloncircuit. Zijn Requiem maakte hem bekend bij een groot publiek, bijvoorbeeld met de uitvoering ervan door maar liefst 250 musici in het Trocadéro ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling in 1900. Deze massale uitvoering ging echter geheel aan de oorspronkelijke intentie van de componist voorbij. De eerste uitvoering van het Requiem kende een bijzonder bescheiden orkestbegeleiding: een paar altviolen, ’s en contrabassen plus een harp, , een en een vioolsolo in het Sanctus. Deze eerste versie uit 1887-88 had slechts vijf delen (Introitus en Kyrie / Sanctus / Pie Jesu / Agnus Dei / In paradisum). Fauré herzag zijn Requiem twee keer, maar de sopraansolo Pie Jesu bleef steeds het serene centrum. In 1893 voegde de componist een aantal toe, plus twee delen met een baritonsolist: het Offertorium uit 1889 en het Libera me, dat al dateerde uit 1877. Dit laatste, een gebed om bevrijding, hoort net als het In paradisum niet thuis in de eigenlijke liturgie van de dodenmis. Op instigatie van uitgever Hamelle, die een lucratieve handel verwachtte, verscheen ten slotte in 1900 een ‘version symphonique’ – waarschijnlijk met name door Fauré’s leerlingen verzorgd.
En dit alles terwijl de start toch nogal ontmoedigend moet zijn geweest voor de componist. Na afloop van de kerkdienst van 16 januari 1888, waar Fauré zijn Requiem voor het eerst had laten horen, reageerde de priester: ‘Wat was dat voor een mis die u zojuist gedirigeerd hebt?’ Op het antwoord dat het een werk van eigen hand was, sprak hij: ‘Meneer Fauré, wij zitten hier niet te wachten op al die nieuwigheden; het repertoire van La Madeleine is rijk genoeg, stelt u zich daarmee maar tevreden.’ Aan een van zijn goede vrienden, de fameuze violist/componist Eugène Ysaÿe, vertrouwde de componist toe: ‘Na al die jaren van begeleiden van uitvaarten op het orgel kende ik het allemaal uit mijn hoofd! Ik wilde nu eens iets anders schrijven!’

Lonneke Tausch

Zangtekst


Introït et Kyrie
Requiem eternam dona eis, Domine:
et lux perpetua luceat eis.
Te decet hymnus, Deus, in Sion:
et tibi reddetur votum in Jerusalem.
Exaudi orationem meam,
ad te omnis caro veniet.
Kyrie eleison.
Christe eleison.
Kyrie eleison.

Offertoire
O Domine Jesu Christe, Rex gloriae,
libera animas defunctorum de poenis inferni,
et de profundo lacu:
O Domine Jesu Christe, Rex gloriae,
libera animas defunctorum de ore leonis,
ne absorbeat tartarus:
O Domine Jesu Christe, Rex gloriae,
ne cadant in obscurum.

Hostias et preces tibi Domine laudis offerimus:
tu suscipe pro animabus illis,
quarum hodie memoriam facimus.
Fac eas, Domine, de morte transire ad vitam.
Quam olim Abrahae promisisti,
et semini eius.

O Domine Jesu Christe, Rex gloriae,
libera animas defunctorum de poenis inferni,
et de profundo lacu: ne cadant in obscurum.
Amen

Sanctus
Sanctus Dominus Deus Sabaoth,
Pleni sunt coeli et terra, gloria tua.
Hosanna in excelsis.

Pie Jesu
Pie Jesu Domine,
dona eis requiem sempiternam.

Agnus Dei
Agnus Dei, qui tollis peccata mundi,
dona eis requiem sempiternam.

Communio
Lux aeterna luceat eis, Domine:
Cum sanctis tuis in aeternum,
quia pius es.
Requiem eternam dona eis Domine:
et lux perpetua luceat eis.

Libera me
Libera me, Domine, de morte aeterna,
in die illa tremenda:
Quando caeli movendi sunt et terra:
dum veneris judicare saeculum per ignem.

Tremens factus sum ego et timeo,
dum discussio venerit, atque ventura ira.
Dies illa, , calamitatis et miseriae,
dies magna et amara valde.
Requiem aeternam dona eis Domine,
et lux perpetua luceat eis.
Libera me, Domine, de morte aeterna,
in die illa tremenda:
Quando caeli movendi sunt et terra:
dum veneris judicare saeculum per ignem.
Libera me, Domine de morte aeterna.

In paradisum
In paradisum deducant (te) angeli:
in tuo adventu suscipiant te martyres,
et perducant te in civitatem sanctam Jerusalem.
Chorus angelorum te suscipiat,
et cum Lazaro quondam paupere
aeternam habeas requiem.


Vertaling:

Geef hun de eeuwige rust, Heer,
en het eeuwige licht verlichte hen.
U, God, komt een loflied in Sion toe,
en U zal een gelofte afgelegd worden in Jeruzalem.
Verhoor mijn gebed,
tot U kome alle vlees.
Heer, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Heer Jezus Christus, Koning der heerlijkheid,
bevrijd de zielen van alle gelovige overledenen
van de straffen van de hel en van de diepe afgrond.

Heer Jezus Christus, Koning der heerlijkheid,
bevrijd hen uit de muil van de leeuw,
opdat de onderwereld hen niet verslinde:
Heer Jezus Christus, Koning der heerlijkheid,
en zij niet in de duisternis vallen.

Offeranden en gebeden van lof brengen wij U, Heer.
Neem ze aan voor de zielen van hen
die wij vandaag gedenken.
Laat hen, Heer, van de dood overgaan naar het leven.
Zoals Gij voorheen aan Abraham beloofd hebt
en aan zijn nageslacht.

Heer Jezus Christus, Koning der heerlijkheid,
bevrijd de zielen van alle gelovige overledenen
van de straffen van de hel en van de diepe afgrond;
en laat hen niet in de duisternis vallen.
Amen

Heilig de Heer, de God der hemelse heerscharen.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.

O lieve Heer Jezus,
geef hen eeuwige rust.

Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt,
geef hen eeuwige rust.

Het eeuwige licht verlichte hen, Heer:
Met Uw heiligen in de eeuwigheid,
omdat Gij vroom zijt.
Geef hen de eeuwige rust, Heer,
en het eeuwige licht verlichte hen.

Bevrijd mij, Heer, van de eeuwige dood
op die verschrikkelijke dag,
wanneer de hemelen moeten wankelen en de aarde,
wanneer U de wereld zult komen oordelen met vuur.

Bang ben ik geworden en ik vrees,
wanneer de beoordeling zal komen en de toorn nabij is.
Die dag, dag van toorn, van rampspoed en ellende,
grote en zeer bittere dag.
Geef hen eeuwige rust, Heer,
en het eeuwige licht verlichte hen.

Bevrijd mij, Heer, van de eeuwige dood

op die verschrikkelijke dag,
Wanneer de hemelen moeten wankelen en de aarde,
wanneer U de wereld zult komen oordelen met vuur.
Bevrijd mij, Heer, van de eeuwige dood.

Mogen de engelen u bij Uw komst het paradijs binnenleiden,
en de martelaren u gunstig ontvangen,
en u brengen naar de heilige stad Jeruzalem.
Moge het engelenkoor u opnemen,
en moge u, evenals Lazarus, ooit zo arm,
eeuwige rust hebben.

Biografie

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest

Stéphane Denève, dirigent

Stéphane Denève is music director van het St. Louis Symphony Orchestra, artistiek leider van de New World Symphony in Miami, en sinds 2023 vaste gastdirigent van het Radio Filharmonisch Orkest. In recente jaren was hij eerste gastdirigent van The Philadelphia Orchestra en chef-­ van de Brussels Philharmonic, en voorheen stond hij aan het roer van het Radio-Sinfonieorchester Stuttgart en het Royal Scottish National Orchestra.

Als gastdirigent stond Stéphane Denève voor de Wiener Symphoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het London Sym­phony Orchestra, de en van Boston en Chicago en The Cleve­land Orchestra. producties leidde hij in Amsterdam, Londen, Parijs, Milaan, Berlijn, Madrid en Brussel en tijdens de festivals van Matsumoto en Glyndebourne.

Stéphane Denève heeft bijzondere affiniteit met de muziek van zijn geboorteland Frankrijk en is mede via zijn directeurschap van het Centre for Future Orchestral Repertoire (CffOR) een pleitbezorger van hedendaags repertoire. Na zijn overtuigende debuut bij het Concertgebouworkest met Frank Martins Golgotha in 2013 keerde hij meerdere malen terug. Zo leidde hij in september 2018 Honeggers opera-­ Jeanne d’Arc au bûcher, waarvan de cd-opname op RCO Live internationaal hoog geprezen werd. In 2019 leidde hij het orkest in Debussy’s Pelléas et Mélisande bij De Nederlandse Opera.

Stéphane Denève werd geboren in het Noord-Franse Tourcoing. Hij studeerde af aan het conservatorium van Parijs en werkte al vroeg in zijn carrière met en als Georg Solti, Georges Prêtre en Seiji Ozawa.

Christina Landshamer, sopraan

Christina Landshamer studeerde in haar geboortestad München en in Stuttgart bij Angelica Vogel, Konrad Richter en Dunja Vejzović. Ze debuteerde in 2011 op de Salzburger Festspiele en een jaar later bij De Nationale in Mozarts Die Zauberflöte onder leiding van Marc Albrecht.

Naast rollen in opera’s van Mozart, Puccini en Bizet vertolkt Christina Landshamer graag hedendaagse operapersonages, zoals in de wereldpremière van Hans Zenders Chief Josef bij de Staatsoper Berlin.

Haar carrière concentreert zich echter vooral op oratoria en concertrepertoire. Ze zong met onder meer de Berliner Philharmoniker, de Sächsische Staatskapelle Dresden, het ­Gewandhausorchester Leipzig, het Tonhalle-Orchester Zürich, het Orchestre de Paris en The Cleveland Orchestra, en werkte samen met en als Herbert Blomstedt, Kirill Petrenko, Simon Rattle, Alan Gilbert, Manfred Honeck en Gustavo Dudamel.

recitals geeft de Duitse sopraan met haar vaste ­pianopartner Gerold Huber in gerenommeerde concertzalen en op festivals, zoals de Schube­rtiade Schwarzenberg, de Wigmore Hall in Londen en de Weill Hall van Carnegie Hall in New York. Sinds 2024 doceert ze aan de Hochschule für Musik und darstellende Kunst Stuttgart. In Het Concertgebouw was Christina Landshamer meermaals te gast in de NTR ZaterdagMatinee, en bij het ­Concertgebouworkest soleerde ze in het Requiem van Fauré (2015; Stéphane Denève) en in de ­Matthäus-Passion van Bach (2018; Ton Koopman).

Russell Braun, bariton

De Canadese bariton Russell Braun, zoon van de beroemde Canadese bariton Victor Braun, ontving zijn opleiding aan de Faculty of Music van de University of Toronto.

Russell Braun maakte naam met zijn doordachte en levendige portretteringen van personages als Brittens Billy Budd, Mozarts Figaro in Le nozze di Figaro, Don Giovanni in Mozarts gelijknamige en recentelijk Lescaut in Massenets Manon. Hij treedt met regelmaat op bij de New Yorkse Metropolitan Opera, l’Opéra de Paris, in het Teatro alla Scala in Milaan en op de festivals van Salzburg en Glyndebourne.

In mei 2015 werkte hij mee aan de wereldpremière van Peter Eötvös Senza Sangue met de New York Philharmonic. Onder zijn repertoire met orkest vinden we Brittens War Requiem, Ein deutsches Requiem van Brahms en het Requiem van Fauré. De bariton trad op met de en van Vancouver, Montréal, Charlotte en Calgary.

Russell Braun maakt zijn debuut bij het Koninklijk Concertgebouworkest.