Het Pražák Quartet speelt Beethoven en Smetana (20.45 uur)
Pražák Quartet:
Jana Vonášková viool
Vlastímil Holek viool
Josef Klusoň altviool
Michal Kanka cello
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Strijkkwartet in Bes gr.t., op. 18 nr. 6 (1798-1800)
Allegro con brio
Adagio, ma non troppo
Scherzo: Allegro
La malinconia: Adagio – Allegretto quasi allegro
Bedřich Smetana 1824-1884
Strijkkwartet nr. 1 in e kl.t. (1876) ‘Uit mijn leven’
Allegro vivo appassionato
Allegro moderato alla Polka
Largo sostenuto
Vivace
Het concert duurt ongeveer een uur en heeft geen pauze.
Toelichting
Beethoven: Strijkkwartet
Door door Axel Meijer
Pas na vijf strijktrio’s begint Ludwig van Beethoven rond zijn achtentwintigste aan zijn eerste strijkkwartet. De lange aanloop heeft te maken met de hooggespannen verwachtingen die muziekkenners tegen het eind van de achttiende eeuw hebben van het genre. Joseph Haydn, de ‘vader van het strijkkwartet’, en Wolfgang Amadeus Mozart hebben het genre al tot het summum van de kamermuziek verheven.
De jonge Beethoven moet even zoeken naar de overtuiging dat hij iets aan de kwartetliteratuur heeft toe te voegen. Maar dat doet hij magistraal met zijn zes kwartetten 18, waarvan hier het laatste klinkt: het Strijkkwartet in Bes groot. Van de vier delen is het eerste, con brio, het meest haydneske. Het hoofdthema is een zigzaggend gebroken waar Beethoven met hoorbaar plezier mee speelt. Sommige momenten doen denken aan de muzikale humor waar Beethovens oude leermeester Haydn patent op had. Dan volgt een van Beethovens sterkste vroege ’s. De kracht zit hem niet in een doorwrochte vorm, maar juist in de eenvoud van de lange lijnen en de simpele aankleding van de stemmen. Het korte dat erop volgt, is daarentegen een razend ingewikkeld spel van ritmische verspringingen, loopjes en virtuoze solo’s. Het zwaartepunt ligt in de finale, La malinconia. De titel dekt de lading perfect, zeker waar het gaat om de langzame inleiding.
In de periode dat Beethoven deze muziek schrijft, groeit zijn vermoeden dat zijn gehoorproblemen alleen maar zullen verergeren. Maar de titel zegt ook iets over de revolutionaire weg die Beethoven inslaat: hij wil met zijn muziek niet alleen emoties suggereren, maar ze zo exact mogelijk weergeven.
Bedřich Smetana 1824-1884
‘Uit mijn leven’
Door door Lies Wiersema
Bedřich Smetana’s Eerste strijkkwartet in e klein, ‘Uit mijn leven’ was een muzikale reactie op een persoonlijk drama. Een aanhoudende fluittoon in zijn oren was de voorbode van beginnende doofheid, een gegeven dat hij verwerkte in de finale van zijn kwartet. Hij koos expliciet voor het strijkkwartet: ‘vier instrumenten die met elkaar communiceren in een kleine kring van vrienden over wat mij zo ernstig getroffen heeft’.
In elk deel blikt hij terug op belangrijke levensfasen, vandaar de bijnaam ‘Uit mijn leven’. Het eerste deel is gewijd aan ‘mijn hunkering naar kunst in mijn jeugd, romantische gevoelens, verlangen naar iets onuitsprekelijks, en een voorgevoel van naderend onheil…’ Wisselende stemmingen kenmerken dit deel. De dalende in het begin kondigt het toekomstige noodlot aan, gevolgd door een veel er tiek. Het tweede deel, moderato alla Polka, verwijst naar de gelukkige tijd toen hij ‘kwistig danswijsjes voor de jonge garde schreef en zelf bekend stond als een hartstochtelijke danser’. Er zijn twee contrasterende motieven, een luchthartige boerenpolka tegenover een ballroomdans.
Het derde deel, een liefdestafereel, herinnert ‘aan het geluk van mijn eerste liefde voor het meisje dat later mijn vrouw werd’. Na de introductie van de zingt de eerste viool een liefdeslied. In een laatste scène blikt Smetana tevreden terug op zijn betekenis voor de Tsjechische nationale muziek, maar dat plezier slaat plotseling om in droefheid ‘door de ramp van de beginnende doofheid, het uitzicht op de trieste toekomst…’. Hierover gaat het vierde deel, dat begint met een temperamentvolle Boheemse dans, die tegen het eind van de finale abrupt afgebroken wordt. De realiteit dringt zich op. Boven een van de middenstemmen speelt de eerste viool bijna zeven maten lang een onaangenaam scherpe hoge E, ‘het noodlottige gefluit van de hoogste tonen in mijn oor’. Met herinneringsfragmenten uit voorgaande delen lost de muziek geleidelijk op in stilte.
Biografie
Pražák Kwartet, kwartet
Het Pražák Quartet werd in 1972 opgericht door vier studenten van het Praagse conservatorium en neemt dit seizoen na een lange en succesvolle carrière met een laatste tournee afscheid van het concertpodium. Tweede violist Vlastímil Holek maakt al bijna vier decennia deel uit van het Pražák Quartet en altist Josef Klusoň is een van de oprichters. Jana Vonášková volgde in 2015 Pavel Hula op als primarius. Cellist Michal Kanka kwam er in 1986 bij.
In de beginjaren verwierf het kwartet bekendheid met zijn optreden tijdens het festival Praagse Lente en het winnen van het Evian Internationaal Strijkkwartet Concours. Vervolgens traden de musici op in de concertzalen van Europese steden als Londen, Parijs, Berlijn, Brussel, München, Milaan en Madrid, en op tal van bekende muziekfestivals. Ook tourde het kwartet op regelmatige basis door de Verenigde Staten en Canada.
Samenwerkingen waren er met onder anderen pianisten Menahem Pressler en Nathalia Milstein, violist Josef Suk en klarinettiste Sharon Kam. Met altiste Dana Zemtsov speelde het kwartet het Strijkkwintet van Bruckner tijdens zijn vorige optreden in Het Concertgebouw, op 8 maart jongstleden. Gedurende zijn lange geschiedenis bracht het Pražák Quartet meer dan zestig platen en cd’s uit, met onder meer de complete strijkkwartetten van Beethoven en de grote werken van componisten als Borodin, Brahms, Martinů, Dvořák, Schönberg, Schulhoff, Smetana en Zemlinsky.




