Het Middagconcert: Quirine Viersen en Enrico Pace

Quirine Viersen cello
Enrico Pace piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Het Middagconcert.

Robert Schumann (1810-1856)

Fantasiestücke, op. 73 (1849)
Zart und mit Ausdruck
Lebhaft, leicht
Rasch und mit Feuer

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Sonate in C gr.t., op. 102 nr. 1 (1815)
Andante – Allegro vivace
Adagio – Tempo d’andante – Allegro vivace

Johannes Brahms (1833-1897)

Tweede sonate in F gr.t., op. 99 (1886)
Allegro vivace
Adagio affettuoso
Allegro passionato
Allegro molto

er is geen pauze
einde ± 15.15 uur

Toelichting

Robert Schumann 1810-1856

Schumann: Fantasiestücke

Door Joke Dame

Zijn meest vruchtbare compositietijd noemde Robert Schumann de periode waarin hij de Soiréestücke, later bekend geworden als Fantasiestücke, 73, schreef. Zijn Genoveva had hij net voltooid, evenals een paar grote koorwerken.

De drie miniaturen – fraaie duo’s voor klarinet en piano die al spoedig ook in versies voor viool of en piano werden gedrukt – zagen het licht in niet meer dan twee dagen, in februari 1849. En ze vormen de opmaat voor een totaal van vier kleinschalige fantasieduo’s voor een blazer of strijker met piano datzelfde jaar. 

Zijn meest vruchtbare compositietijd noemde Robert Schumann de periode waarin hij de Soiréestücke, later bekend geworden als Fantasiestücke, opus 73, schreef. Zijn opera Genoveva had hij net voltooid, evenals een paar grote koorwerken. De drie miniaturen – fraaie duo’s voor klarinet en piano die al spoedig ook in versies voor viool of cello en piano werden gedrukt – zagen het licht in niet meer dan twee dagen, in februari 1849. En ze vormen de opmaat voor een totaal van vier kleinschalige fantasieduo’s voor een blazer of strijker met piano datzelfde jaar.

De drie fantasieën van opus 73 roepen verschillende sferen op met een toenemende intensiteit. Het melancholieke eerste deel is teder en introvert. Het levendigere tweede deel is meer naar buiten gericht en het opgewonden laatste deel is soms ronduit onstuimig. Van alle drie de delen valt de perfecte balans op tussen klarinet – hier cello – en piano: het gaat om levendige, schumanneske dialogen als tussen twee personages.

De drie fantasieën van 73 roepen verschillende sferen op met een toenemende intensiteit. Het melancholieke eerste deel is teder en introvert. Het levendigere tweede deel is meer naar buiten gericht en het opgewonden laatste deel is soms ronduit onstuimig.

Van alle drie de delen valt de perfecte balans op tussen klarinet – hier – en piano: het gaat om levendige, schumanneske dialogen als tussen twee personages.  

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Beethoven: Sonate in C groot

Door Floris Don

Een meesterlijk vakmanschap en blakend zelfvertrouwen spreken uit de  voor piano en , 102 nr. 1. Ludwig van Beethoven had reeds drie cellosonates gecomponeerd en kende het genre goed.

Acht jaar na voltooiing van de Derde cellosonate, de Sonate in A groot, opus 69, bevond de componist zich overigens wel in een nieuwe situatie. Zijn doofheid was in 1815 een groot en niet te ontkennen probleem geworden. Beethoven trok zich steeds meer terug uit het openbare leven en zette zich aan gecompliceerdere werken waarin de befaamde late strijkkwartetten zich al aankondigen.

Een kluizenaar was hij echter niet. Nog regelmatig onderhield hij contact met gravin Maria von Erdödy, met wie hij sinds 1803 bevriend was. Ze noemde hem in een vriendschappelijke brief ‘Apollo’s meest befaamde zoon en de eerste meester van muziek’, en nodigde hem uit om in de zomer weer eens langs te komen in het buitenhuis van de familie Erdödy in Jedlersee.

Beethoven kwam, en trof daar ook de cellist Joseph Linke aan. Voor hem schreef hij de twee s 102, die evenwel aan Maria werden opgedragen.

‘Freie Sonate’ is de ondertitel die Beethoven aan het manuscript van nr. 1 had toegevoegd. Wellicht duidde hij op een romantische vrijheid van expressie. De vorm is in elk geval ongebruikelijk: twee snelle delen worden elk door een langzame introductie voorafgegaan.

‘Dolce cantabile’ presenteert de cellist een gemoedelijk golvende , die door de piano wordt overgenomen. Lange trillers getuigen verderop van gelukzaligheid. Het is strenger van karakter maar niet minder optimistisch, al leiden de vele en tot een wilde rit.

Het daaropvolgende heeft het karakter van een intermezzo, waarbij de onvoorspelbare s de verwachting doen stijgen voor wat komen gaat. Het blijkt een opgewekt tweede Allegro vivace waarin soms plots aan de handrem wordt getrokken.

Johannes Brahms 1833-1897

Brahms: Tweede sonate

Door Liesbeth Houtman

Twee sonates schreef Johannes Brahms, met een pauze ertussen van ruim twintig jaar. Zo intiem en elegisch van toon als de eerste is, zo heftig en gepassioneerd gaat het eraan toe in nummer twee.

In de tussentijd had Brahms zijn vier symfonieën voltooid, en dat verklaart misschien het expansieve karakter van deze Tweede sonate in F groot, 99. Brahms componeerde het werk in 1886 tijdens een gelukkige zomervakantie aan het meer van Thun in Zwitserland.

In zijn achterhoofd had hij vermoedelijk het spel van de jonge Julius Klengel, waarvan hij zeer onder de indruk was. ‘Ik had al gehoord over uw fenomenale techniek, maar zulke wonderen had ik op uw instrument niet voor mogelijk gehouden’, zei hij tegen de cellist uit Leipzig.

Aangemoedigd door deze ‘wonderen’ laat Brahms de uitpakken met grote sprongen, cantilenes in het hoge register en een zingend . Met zijn turbulente eerste en derde deel, de plechtig voorbijtrekkende processie van het langzame deel (een met uitgesproken ­karakter) en de volksliedachtige finale is de Tweede cellosonate rijk aan contrasten en jongensachtig elan.  

Biografie

Quirine Viersen, cello

Quirine Viersen kreeg haar eerste lessen van haar vader Yke Viersen, cellist in het Concertgebouworkest van 1971 tot 2014. Ze studeerde bij Jean Decroos en Dmitri Ferschtman aan het Conservatorium van Amsterdam en bij Heinrich Schiff aan het Mozarteum in Salzburg.

De celliste won prijzen op het Rostropovich Concours (Parijs 1990), het Internationale concours (Helsinki 1991) en het Tsjaikovski Concours (Moskou 1994), en in 1994 kreeg ze de Nederlandse Muziekprijs. Quirine Viersen soleerde bij de Wiener Philharmoniker, het Concertgebouworkest, het Nederlands Philharmonisch Orkest en het Filharmonisch Orkest van Sint-Petersburg.

Na een bijna twintigjarige samenwerking met ­pianiste Silke Avenhaus ging ze nieuwe duoverbanden aan met Enrico Pace ( oktober 2019) en Thomas Beijer (Kleine Zaal oktober 2021), en in november vorig jaar was ze in de Kleine Zaal te gast in een et met onder anderen pianist Severin von ­Eckardstein en altvioliste Isabelle van Keulen.

Quirine Viersen bespeelt de ‘Joseph Guarnerius Filius Andreae’ uit 1715, ter beschikking gesteld door het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds. Heinrich Schiff deed haar een van zijn strijkstokken cadeau.

Enrico Pace, piano

Enrico Pace studeerde piano bij Franco Scala, eerst aan het Rossini Conservatorium in Pesaro (waar hij afstudeerde in orkestdirectie en compositie) en later aan de Accademia Pianistica Incontri col Maestro in Imola. Jacques De Tiège was een gewaardeerd mentor.

Het winnen van het Internationale Franz Liszt Pianoconcours in Utrecht was in 1989 het startpunt van een internationale carrière.

Naast zijn vele solorecitals – ook meermaals in de van Het Concertgebouw – werd de Italiaan geëngageerd door orkesten als het London Symphony Orchestra, het BBC Philharmonic Orchestra, de Bamberger Symphoniker, de Münchner Philharmoniker, het Konzerthausorchester Berlin, het orkest van de Maggio Musicale Fiorentino en de orkesten van Göteborg, Stavanger, Sydney en Melbourne.

In Nederland soleerde Enrico Pace bij onder meer het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het Nederlands Philharmonisch, Amsterdam Sinfonietta, het Radio Filharmonisch Orkest en het Concertgebouworkest. Op de bekende ­kamermuziekfestivals en -podia wereldwijd speelt hij samen met – onder vele anderen – de ­cellisten Sung-Won Yang en Daniel Müller-­Schott en de violisten Frank Peter Zimmermann, Akiko Suwanai en Leonidas Kavakos.

De laatste optredens van Enrico Pace in de waren in mei 2022 zowel een programma ron­dom klarinettiste Sharon Kam als een duo-avond met Liza Ferschtman, en in mei 2023 het Scherpdenkers-programma De klank van de heilstaat met Liza Ferschtman en schrijver/spreker Michel Krielaars.