Het Middagconcert op Derde Kerstdag: Tsjaikovski

Het Middagconcert op dinsdag14.00 uur

Het Gelders Orkest
Antonello Manacorda dirigent
Yossif Ivanov viool

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893

Souvenir d’un lieu cher, op. 42 (1878)
oorspronkelijk voor viool en piano
(orkestratie Aleksandr Glazoenov)
Méditation
Scherzo
Mélodie 

Valse-Scherzo in C gr.t., op. 34 (1877)
voor viool en orkest

Antonín Dvořák 1841-1904

Achtste symfonie in G gr.t., op. 88 (1889)
Allegro con brio
Adagio
Allegretto grazioso
Allegro, ma non troppo

er is geen pauze
einde van het concert ca. 15.15 uur

Toelichting

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893

Valse Scherzo en souvenir d’un lieu cher

Tekst: Marco Nakken

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski componeerde de Valse-, 34 in de eerste maanden van 1877 voor de violist Iosef Kotek, die een van zijn favoriete studenten aan het conservatorium van Moskou was geweest.

Na zijn afstuderen in 1876 trad Kotek als ‘huisviolist’ in dienst van de schatrijke weduwe Nadezjda von Meck. Het eerste (schriftelijke) contact tussen haar en Tsjaikovski is door de bemiddeling van Kotek tot stand gekomen.

Het was het begin van een zeer vertrouwelijke en uitgebreide correspondentie die dertien jaar heeft geduurd. Mevrouw Von Meck loste Tsjaikovski’s schulden af en bood hem een ruim jaargeld aan. De enige voorwaarde was dat zij elkaar nooit daadwerkelijk zouden ontmoeten.

Ten tijde van de compositie van Valse-Scherzo was Tsjaikovski kortstondig, maar hevig verliefd op Kotek: ‘Het enige dat ik verlang is dat hij weet dat ik oneindig veel van hem houd en dat ik hem als een welwillende despoot kan aanbidden... We hebben over het stuk gesproken dat hij bij mij besteld heeft,’ schreef hij in januari in een brief aan zijn broer Modest.

Valse-Scherzo heeft een vorm: A-B-A. In de A-sectie overheerst het scherzo-karakter. Het springerige eerste met zijn gerepeteerde noten wordt begeleid door ’s van de strijkers. Pas met de komst van het tweede thema, dubbelgrepen tegenover een telkens herhaalde , doen de hun intrede.

De melancholieke B-sectie, waarin op het Vioolconcert vooruit wordt gelopen, gaat middels een uitgebreide voor de solist over in de reprise van de A-sectie. 

In de lente van 1878 verbleef Tsjaikovski met zijn broer Modest in Clarens in Zwitserland. Kotek kwam op bezoek en zijn aanwezigheid inspireerde Tsjaikovski tot het componeren van zijn Vioolconcert.

Hij voltooide het werk in slechts een paar weken tijd, maar zowel Modest als Kotek hadden hun bedenkingen over het langzame deel. Tsjaikovski schreef een nieuw langzaam deel, de Canzonetta uit het concert zoals men het nu kent.

Het verworpen deel werd als Méditation in Souvenir d’un lieu cher voor viool en piano opgenomen. De overige twee delen van Souvenir d’un lieu cher – een flitsend in de stijl van Mendelssohn en Mélodie, een melancholiek zonder woorden – ontstonden in de zomer van 1878 in Brailov in de Oekraïne, waar Tsjaikovski op een landgoed van mevrouw Von Meck logeerde.

Hij maakte er lange wandelingen in de idyllische omgeving en werd door de bedienden in de watten gelegd. Het stuk is opgedragen aan de ‘dierbare plek’ uit de titel. ‘Ik wil dat de opdracht er als volgt uitziet: opgedragen aan B*******, dus een B met zeven sterretjes [=Brailov]’, schreef Tsjaikovski aan zijn uitgever. Souvenir d’un lieu cher werd in 1896 door Aleksandr Glazoenov voor viool en orkest bewerkt.

Antonín Dvořák 1841-1904

achtste symfonie

Tekst: Liesbeth Houtman

‘De ën stromen als vanzelf uit mij,’ schreef Antonín Dvořák in de tijd dat hij zijn Achtste symfonie in G groot componeerde. Ver weg van het drukke Praag had Dvořák zich in de zomer en herfst van 1889 teruggetrokken in zijn buitenhuisje in Vysoká.

Nadat hij hier zijn Pianokwartet in Es groot, 87 had voltooid, was hij zo op dreef geraakt dat hij onmiddellijk begon aan deze zonnige symfonie. In slechts achttien dagen had hij de schetsen klaar en nog eens twee maanden later stond de hele symfonie op papier. De Achtste wekt inderdaad de indruk in een vlaag van verbijsterende creativiteit te zijn geschreven.

De is zo rijk aan melodische en ritmische invallen dat je je als luisteraar volledig laat meeslepen door de schijnbaar onuitputtelijke fantasie van de componist. Het groene, heuvelachtige Boheemse landschap en de volksmuziek van zijn land waren daarbij Dvořáks voornaamste inspiratiebronnen.

Zo hoor je al meteen aan het begin van het openingsdeel, na de breed uitgesponnen melodie van de ’s, de vogels kwetteren in de fluitpartij. Het pastorale tweede deel lijkt een hommage aan het Tsjechische boerenleven. Deel drie is een smachtende, aanstekelijke die na de reprise wordt besloten met een razendsnelle in tweekwartsmaat.

fanfares kondigen vervolgens de onstuimige finale aan: een reeks variaties culminerend in een uitbundig georkestreerde versie van de openingsfanfare.

Wie deze symfonie hoort, zal niet verbaasd zijn dat Johannes Brahms met jaloezie sprak over de ën die Dvořák zomaar kwamen aanwaaien.

‘Die kerel heeft meer ideeën in zijn hoofd dan wij allemaal bij elkaar,’ zei hij eens. ‘Ik wou dat mij hoofdthema’s te binnen schoten die hij als -neventhema’s gebruikt.’

Zo’n vijftien jaar eerder had Brahms zich opgeworpen als ‘promotor’ van de jonge, toen nog volslagen onbekende Tsjechische componist. Hij introduceerde hem bij de uitgever Simrock, waarna Dvořáks carrière in een stroomversnelling kwam. Ruzie over geld leidde ten tijde van de Achtste symfonie tot een breuk tussen Dvořák en Simrock. Dvořák liet de symfonie daarom uitgeven bij de -Londense firma Novello.

De componist dirigeerde zelf de première op 2 februari 1890 in Praag. Twee maanden later werd hij benoemd tot lid van de Tsjechische Keizer Franz Joseph Academie voor Wetenschap, Literatuur en Kunst. Als dank droeg hij de symfonie aan de Academie op. Dit belette hem niet om de Achtste een jaar later ook aan te bieden als ‘proeve van bekwaamheid’ aan de Universiteit van Cambridge die hem in juni 1891 een eredoctoraat verleende.

Vanwege de banden met Engeland heet het stuk ook wel de ‘Engelse symfonie’. Een misleidende naam, want geen van Dvořáks symfonieën is zo onlosmakelijk met Tsjechië verbonden als juist dit werk.

Biografie

Het Gelders Orkest

De geschiedenis van Het Gelders Orkest begint in 1889, toen het gezelschap als Arnhemse Orkest Vereeniging door Albert Kwast bij elkaar werd gebracht. In de eerste decennia stond het onder leiding van dirigenten als Peter van Anrooy en Jaap Spaanderman. In 1949 kreeg het orkest zijn huidige naam.

Onder de chef--dirigenten sindsdien treffen we Carl von Caraguly, Roberto Benzi, Lawrence Renes en Yoav Talmi. Sinds 2011 leidt Antonello Manacorda het orkest. Vaste gastdirigenten zijn Christian Vásquez, Nikolai Alexeev en Martin Sieghart.

Het Gelders Orkest verzorgt naast circa honderd symfonische concerten per jaar een groot aantal familie- en -educatieconcerten en participatieprojecten voor amateurs. Het Gelders OrkestLAB is een broedplaats voor vernieuwende muzikale initiatieven en multimedia-le crossovers.

Onder de recente optredens van Het Gelders Orkest in Het Concertgebouw zijn gala’s met het duo Juan Diego Flórez en Pretty Yende in mei 2015 en met Joseph Calleja in juni 2015, het familieconcert Halloween tijdens Het Zondagochtend Concert van 30 oktober en een Brahmsprogramma op 4 november jongstleden.

Antonello Manacorda, dirigent

De Italiaan Antonello Manacorda was in november 2009 voor het eerst te gast bij Het Gelders Orkest, waar hij met zijn gedreven muzikaliteit veel indruk maakte op musici en publiek. Twee jaar en vier programma’s later was hij chef- van het gezelschap; tussen dirigent en orkest groeide een hechte -artistieke band.

Antonello Manacorda begon zijn muzikale carrière als violist. In 1997 richtte hij samen met Claudio Abbado en enkele andere leden van het Gustav Mahler Jugendorchester het Mahler Chamber Orchestra op; hij werd concertmeester.

In 2002 besloot hij zich toe te leggen op het dirigeren. Hij volgde lessen bij Jorma Panula en verwierf in 2006 zijn eerste vaste positie als chef-, bij I Pome-riggi Musicali in Milaan. In september 2010 benoemde de Kammerakademie Potsdam hem tot muzikaal leider. Als gastdirigent -werkte Antonello Manacorda met gezelschappen als het BBC Philharmonic Orchestra, het Mozarteumorchester Salzburg en de Komische Oper Berlin.

Het vorige optreden van Antonello Manacorda met Het Gelders Orkest in Het Concertgebouw was vorige maand, met het Vioolconcert (met soliste Baiba Skride) en de Vierde symfonie van Brahms in de serie Klassieke Meesterwerken.

Yossif Ivanov, viool

Yossif Ivanov sleepte al in zijn tienerjaren enkele belangrijke prijzen in de wacht, van onder meer de Montreal International Musical Competition en het -Koningin Elisabeth Concours in Brussel. Hij studeerde bij Zakhar Bron en volgde ook lessen bij Igor Oistrakh en Augustin Dumay.

In het seizoen 2005/06 tourde hij in het kader van de Rising Stars-serie langs een aantal bij de ECHO (European Concert Hall Organisation) aangesloten concertzalen en deed hij ook de van Het Concertgebouw aan. In recente seizoenen was Yossif Ivanov als solist te gast bij onder meer het Bournemouth Symphony Orchestra, het Japan Century Symphony Orchestra en het Nationaal Orkest van België.

Eerder musiceerde hij met gezelschappen als het London Philharmonic Orchestra, het Konzerthausorchester Berlin en het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Voor het geven van s werkt de violist graag samen met de pianisten Itamar Golan en Julien Quentin.

Samen met de violisten Lorenzo Gatto en Hrachya Avanesyan vormt hij het ensemble Trilogy, dat in zijn programmering klassieke muziek combineert met filmmuziek en jazz. Yossif Ivanov is docent aan het Koninklijk Conservatorium.