Het Middagconcert op derde kerstdag: Anja Bihlmaier leidt Residentie Orkest in Tsjaikovski

Residentie Orkest Den Haag
Anja Bihlmaier dirigent
Stefan Jackiw viool

Dit concert maakt deel uit van de serie Het Middagconcert.

Bekijk ook het lijstje Fantastische Vijfdes.

Jean Sibelius (1865-1957)

Vioolconcert in d kl.t., op. 47 (1903-05)
Allegro moderato
Adagio di molto
Allegro ma non tanto

Pjotr Tsjaikovski (1840-1893)


Symfonie nr. 5 in e kl.t., op. 64 (1888)
Andante – Allegro con anima
Andante cantabile, con alcuna licenza
Valse: Allegro moderato
Finale: Andante maestoso – Allegro vivace

er is geen pauze
einde ca. 15.35 uur

Toelichting

Jean Sibelius 1865-1957

Vioolconcert

Door Michiel Cleij

Voordat hij naam maakte als componist wilde Sibelius violist worden. Jarenlang joeg hij dat doel na; het verbaast dan ook dat hij slechts één vioolconcert componeerde, al maakte hij op latere leeftijd wel schetsen voor een tweede. Achteraf beschouwde Sibelius zijn vioolambities als verspilde tijd.

‘Helaas wilde ik per se een beroemd violist worden’, zei hij in een interview. ‘Vanaf mijn vijftiende speelde ik de hele dag. Aan pen en inkt had ik een hekel, ik wilde alleen maar die elegante strijkstok vasthouden. Uiteindelijk moest ik toegeven dat ik te laat was begonnen om nog solist te worden. Dat was heel pijnlijk.’

  • Jean Sibelius in 1891

Zijn hoop op een podiumcarrière had Sibelius al lang opgegeven toen hij het Vioolconcert componeerde. Mogelijk had hij zelfs nooit zo’n stuk overwogen als anderen daarop niet hadden aangedrongen. Het succes van de vioolconcerten van Johannes Brahms, Antonín Dvořák en Pjotr Illjitsj Tsjaikovski deed zowel het publiek als internationaal opererende vioolvirtuozen naar meer verlangen.

Hoewel Sibelius op dat moment met geldzorgen en een niet misse drankzucht kampte, zwichtte hij niet voor de verleiding om de werken van de genoemde favorieten als model te nemen. Evenals in zijn twee reeds voltooide symfonieën gaf hij een eigen invulling aan het genre. De viool neemt in de openingsmaten het orkest op sleeptouw in een rapsodie-achtig betoog, en zwerft twee delen lang mijmerend rond in een landschap van orkestrale jes en kleurvlakken. Pas in de volksdansachtige finale voegen de ’s zich meer naar vaste patronen.

Een eerste versie bleek bij uitvoering niet aan te slaan; Sibelius zelf was er ook niet gelukkig mee en maakte een ingrijpende revisie. De wijzigingen golden vooral de solopartij, waaruit heel wat virtuositeit en bombast werd geschrapt. Maar Sibelius handhaafde zijn experimentele, quasi-improvisatorische benadering, wetende dat hij daarmee het meeste recht deed aan de expressieve thema’s van de delen één en twee. De beginmelodie van de viool, schreef Sibelius-biograaf Robert Layton, was zelfs zó effectief ‘dat de rest van het werk er nauwelijks aan kan tippen’. Als hij gelijk had was dit echter nooit één van de meest gespeelde vioolconcerten ooit geworden.

De mftocht van dit wonderlijke, eigenzinnige concert begon in 1905 in Berlijn waar Richard Strauss de première van de herziene versie dirigeerde – en als uithangbord fungeerde, want de naam van de componist alleen was niet genoeg om veel publiek te mobiliseren. Het heeft resultaat gehad.

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893

Vijfde symfonie

Door Aad van der Ven

Een negentiende-eeuwse componist schreef zijn muziek in het algemeen óf voor de concertzaal óf voor het theater. Niet voor allebei. Kan iemand zich een opera van Brahms of Bruckner voorstellen? Of een symfonie van Verdi? Wagner vond in 1832 dat hij toch een symfonie moest componeren om voor vol te worden aangezien, maar hij droomde al van Gesamtkunst. Schubert deed zijn best op een paar opera’s, maar die staan, met een enkele uitzondering, als mislukkingen te boek.  

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski behoorde tot de uitzonderingen. Orkestwerken, opera’s, balletmuziek: wat zou de liefhebber van zijn werk willen missen? Met zijn melodisch talent kon de onovertroffen meester van de melancholie in elk genre de sterren van de hemel componeren. Dit wil niet zeggen dat hij de ’s en s uit zijn mouw schudde. Hij zag de symfonische vorm waarschijnlijk vooral als een historische noodzaak. Met zijn enorme bewondering voor Mozart hechtte hij veel waarde aan traditie en accepteerde hij het stramien van de klassieke symfonie (herhalingen, tische ontwikkeling, afwisseling snel-langzaam etc.). De Britse muziekpublicist Martin Cooper spreekt in dit verband over het ‘procrustesbed’, waarop de Russische componist zijn spontane ideeën placht te ‘folteren’.  

Pjotr Iljitsj maakte daarbij overigens van zijn hart geen moordkuil. Als er, naast Mahler, een componist was die overal problemen zag en daar bovendien langdurig over kon klagen, dan was het Pjotr Iljitsj wel. Zelfs nadat een compositie al lang en breed was voltooid. Dit laatste bijvoorbeeld was het geval bij de Vijfde symfonie uit 1888. Al kort nadat deze in Sint--Petersburg in première was gegaan, met Tsjaikovski zelf als , schreef hij aan zijn rijke vriendin-op-afstand Nadezjda von Meck: ‘Ik ben tot de conclusie gekomen dat er niets van deugt.’ Hij vond de muziek ‘bombastisch, oppervlakkig en onsamenhangend’. Ook vreesde hij ‘dat zijn creativiteit was opgedroogd’. Een jaar na een uitvoering van hetzelfde werk in Hamburg berichtte hij aan zijn broer Modest: ‘Ik ben weer verliefd geraakt op de symfonie’. Duidelijk over de aard van zijn aanvankelijke bezwaren was hij niet.

Tsjaikovski’s toelichting bij de Vijfde symfonie is veel minder expliciet dan de tekst bij haar tien jaar eerder gecomponeerde voorganger. De Vijfde begint met een treurmarsachtig van bescheiden omvang (voortschrijdende secunden plus dalende terts), dat de componist typeert als ‘berusting bij het noodlot, of de ondoorgrondelijke uitwerking van de goddelijke voorzienigheid’. Het door twee klarinetten unisono geïntroduceerde thema zal zowel ritmisch als melodisch doorklinken als motto voor de hele symfonie.

Ondanks de neerslachtige ondertoon klinkt het op de inleiding volgende eerder trots dan smartelijk. Meer introvert, beschroomd bijna, is het cantabile, waarover tijdgenoten hebben beweerd dat de componist het als liefdesmuziek beschouwde. Maar Tsjaikovski zou Tsjaikovski niet zijn geweest als hij ook hier het noodlot (de schrijft hier een fortississimo voor) buiten de deur had kunnen houden. Voor isten behoort dit Andante cantabile tot de favorieten en voor de luisteraar tot de meest verheven bladzijden van het orkestrepertoire. 

In plaats van het gebruikelijke schreef de componist als derde deel een , die zoals vaker bij Tsjaikovski een zowel sierlijk als enigszins droevig karakter heeft. Langdurige uit snelle, springerige noten van de strijkers bestaande passages verhogen de levendigheid waardoor binnen de constante dansbeweging de muziek voortdurend varieert en iets speels behoudt.

De Finale wordt net als het openingsdeel gevormd door twee episodes, Andante en Allegro, die samen het karakter van de symfonie radicaal wijzigen. Van verandert de muziek in een stralend . Instrumentaal raffinement, waarin de symfonie drie kwartier uitblonk, maakt plaats voor een robuuste kracht die zelfs voor deze componist opmerkelijk is. Het drie kwartier geleden nog zo verlegen klinkende motto-thema blijkt zich te hebben bewapend in de aanloop naar een zelfverzekerd, glorieus maestoso.

Biografie

Residentie Orkest, orkest

Aan de wieg van het Residentie Orkest stond in 1904 Henri Viotta – advocaat, , componist en conservatoriumdirecteur. Hij was overtuigd van de impact van muziek op de samenleving en van de noodzaak van een uitzonderlijk orkest in Den Haag, en tot 1917 bleef Viotta dirigent en directeur van zijn nieuwe orkest.

Na de Tweede Wereldoorlog werd ­Willem van Otterloo aangesteld als chef-dirigent; hij bleef tot 1973. Vervolgens leidden Jean Martinon, Ferdinand Leitner, Hans Vonk, Evgeny Svetlanov, Jaap van Zweden en Neeme Järvi het orkest.

In de zomer van 2021 is Nicholas Collon opgevolgd door Anja Bihlmaier, en sinds afgelopen zomer is Jun Märkl chef-. Richard Egarr is sinds 2019 vaste gastdirigent, Chloe Rooke is sinds de zomer van 2024 emerging artist in residence. Het Residentie Orkest is gehuisvest in het nieuwe cultuur- en onderwijscomplex Amare. Tournees in de afgelopen jaren voerden naar Duitsland, Roemenië en China.

Het orkest werkt samen met Haagse en nationale partners als het Nationaal ­Theater, het Festival Classique, het The Hague African Festival, Het Paard, De Nationale en het Koninklijk ­Conservatorium. Met zijn educatieprogramma en het jaarlijkse Zuiderparkzomerconcert draagt het bij aan de sociale cohesie in zijn thuisstad. Het vorige optreden van het Residentie Orkest in Het Concertgebouw was op 24 augustus jongstleden, samen met violiste Bomsori Kim, die voor het seizoen 2025/2026 artist in residence is van het orkest.

Anja Bihlmaier, dirigent

In september 2021 is Anja Bihlmaier begonnen als chef- bij het Residentie Orkest Den Haag, waar ze in november 2018 haar debuut had gemaakt. Sinds zomer 2020 is ze bovendien vaste gastdirigent van de Lahti. 

Met een schat aan ervaring als Kapellmeisterin en plaatsvervangende Generalmusikdirektorin bij diverse Duitse huizen geldt ze als een rijzende ster in de internationale en­wereld.

Ze dirigeerde het Deutsches Symphonie-­Orchester Berlin, de ­Deutsche Kammerphilharmonie Bremen en de NDR Radiophilharmonie Hannover en werd buiten haar geboorteland bijvoorbeeld uitgenodigd door de orkesten van Stockholm, Göteborg en Malmö, ­Tapiola Sinfonietta, het Sinfonie­orchester ­St. Gallen, het City of Birmingham Sym­phony Orchestra, het BBC Sym­phony Orchestra en het Yomiuri Nippon Symphony Orchestra. Operaproducties leidde Anja Bihlmaier in de theaters van Malmö en Trondheim en bij de Volks­oper Wien. Haar opleiding begon ze aan de Musikhochschule Freiburg bij Scott Sandmeier, waarna ze doorstudeerde bij Dennis Russell Davies en Jorge Rotter aan het Mozarteum in Salzburg.

In 2006 won ze de derde prijs van de Dimitris Mitropoulos International Competition en in 2008 behaalde ze de finale van de Donatella Flick Competition. In Het Concertgebouw stond Anja Bihlmaier voor het laatst op de bok tijdens Het Zondagochtend Concert van 4 september jongstleden, bij haar eigen Residentie Orkest met solist Boris Giltburg.

Stefan Jackiw, viool

De Amerikaan Stefan Jackiw, opgeleid aan Harvard University en het New England Conserva­tory, soleerde bij de orkesten van Boston, Chicago, Cleveland, New York, Philadelphia, Pittsburgh en San Francisco.

Op het Aspen Music Festival 2021 verscheen hij in het Tripelconcert van Beethoven met celliste Alisa Weilerstein en pianist Inon Barnatan (ze namen het ook op met Alan Gilbert en de Academy of St Martin in the Fields), en in het afgelopen seizoen speelde hij Korngold bij de Indianapolis Symphony en Schumann bij de Oregon Symphony.

 Hij tourde door Korea met Gidon Kremer en diens Kremerata Baltica. In Europa was Stefan ­J­ackiw te gast bij het NDR Elbphilharmonie Orchester onder Alan Gilbert, het Orchestre National de Lyon onder ­Nikolaj Szeps-­Znaider en het Rotter­dams Philharmonisch ­Orkest onder Yannick Nézet-Séguin. Met de Deutsche Kammerphilharmonie en Matthias ­Pintscher gaf hij de wereldpremière van het aan hem opgedragen Tweede vioolconcert ‘Jubilant Arcs’ van David Fulmer.

Tijdens de corona­pandemie lanceerde de violist Stefan’s Sessions, online masterclasses waarmee hij duizenden kijkers bereikte. Met pianist Conrad Tao en cellist Jay Campbell vormt Stefan Jackiw het Junction en met pianist Jeremy Denk nam hij de complete vioolsonates van Ives op. ­Stefan Jackiw heeft uit een privé­collectie een instrument van Guadagnini ­(Milaan 1750) in bruikleen. In Het Concertgebouw soleerde hij voor het laatst in de zomer van 2018, in het Vioolconcert van ­Tsjaikovski met het Residentie Orkest.