Het Middagconcert: Nicolas Altstaedt en Jean Rondeau in barokprogramma
Nicolas Altstaedt cello
Jean Rondeau klavecimbel
Dit concert maakt deel uit van de serie Het Middagconcert.
Met dank aan het Fonds Topmusici in de Kleine Zaal.
Ook interessant:
- Achtergrondverhaal: Zo werd de cello een soloinstrument
- Boekentip: Geen ochtend ter wereld
Vincenzo Bonizzi (?-1630)
Pis ne me peult venir (1626)
Girolamo Frescobaldi (1583-1643)
Toccata quarta
uit ‘Il primo libro di Toccate d’intavolatura di cembalo e organo’ (1615)
Antonio Vivaldi (1678-1741)
Sonate nr. 5 in e kl.t., RV 40 (1740)
Largo
Allegro
Largo
Allegro
Giovanni Benedetto Platti (1692?-1763)
Sonate nr. 6 in F gr.t. (1725)
Largho
Allegro
Ciciliana
Presto
Domenico Gabrielli (1659-1690)
Ricercare nr. 2 in a kl.t. (1689)
Jean-Baptiste Barrière (1707-1747)
Sonate in Bes gr.t., nr. 4, boek III (1733)
Andante
Allegro
Adagio – Allegro
Marin Marais (1656-1728)
Grand ballet (1711)
Antoine Forqueray (1672-1745)
La Sylva
Jupiter
uit ‘Vijfde suite in c kl.t.’ (jaartal onbekend)
er is geen pauze
einde ± 15.30 uur
Toelichting
Nicolas Altstaedt en Jean Rondeau in barokprogramma
Door Noortje Zanen
Dat de Duits-Franse cellist Nicolas Altstaedt een veelzijdig musicus is heeft hij afgelopen zomer met flair aan het publiek getoond tijdens het Prinsengrachtconcert. Of hij nu een stuk speelt, een klassiek concert of eigentijdse muziek, hij voelt zich altijd thuis op zijn instrument. Vanmiddag presenteert hij samen met klavecinist Jean Rondeau een origineel barokprogramma waarin de cello straalt als solo-instrument.
Bonizzi
Het avontuurlijke van Altstaedt en Rondeau begint met een interessant stuk van een onbekende Italiaan. Hoewel we maar weinig weten over het leven en werk van Vincenzo Bonizzi speelt hij toch een belangrijke rol in de muziekgeschiedenis. Hij was namelijk de laatste componist die muziek schreef voor viola bastarda, een speciale vorm van de viola da gamba, een soort achterneef van de cello.
Bonizzi publiceerde in 1626 maar liefst negen stukken voor dit instrument, allemaal geïnspireerd op oudere Franse en Italiaanse eren. Juist omdat Pis ne me peult venir oorspronkelijk voor viola bastarda is bedoeld, een instrument met een opvallend groot bereik in toonhoogte, klinkt de solopartij zeer experimenteel. Bonizzi had het overigens prima gevonden als hij had geweten dat Altstaedt zijn stuk op een cello zou spelen, want in zijn voorwoord schrijft hij dat zijn composities weliswaar voor viola bastarda zijn, maar dat ze ook gespeeld mogen worden op ieder ander instrument met hetzelfde bereik.
Vivaldi, Platti en Barrière
In veel barokcomposities speelt de cello vooral een belangrijke rol als begeleider. Samen met instrumenten als klavecimbel, en vormde de cello de basgroep die de begeleidende baspartij speelde; de zogenaamde die het fundament vormt van de barokmuziek. Dat de cello daarnaast ook steeds vaker klonk als solo-instrument blijkt uit de s van Vivaldi, Platti en Barrière.
Antonio Vivaldi, de oervader van het Italiaanse soloconcert, schreef niet alleen vele tientallen viool- en concerten, hij was ook een van de eerste componisten die soloconcerten schreef voor bijvoorbeeld , altviool en viola da gamba. Bovendien was hij een van de uitvinders van de cellosonate. Als muziekleraar aan het vermaarde weeshuis Ospedale della pietà in Venetië beschikte Vivaldi kennelijk over zoveel verschillende instrumentalisten, dat hij flink kon experimenteren met zijn orkest- en solobezettingen.
De in e klein is een van de eerste sonates waarin de cellopartij niet langer een begeleidende baspartij speelt, maar een vioolachtige solopartij. Vivaldi’s iets jongere tijdgenoot Giovanni Benedetto Platti ging nog een stapje verder en maakte de cellopartij nóg solistischer, al is zijn Sonate in F groot uit 1725 nog niet zo origineel als zijn latere werken voor cello. Platti, zelf hoboïst en violist, schreef zijn uitbundige cellorepertoire aan het hof in Würzburg voor de Duitse graaf Rudolf Franz Erwein, een succesvolle diplomaat die in zijn vrije tijd het liefst cello speelde.
Het oeuvre van de Franse componist Jean-Baptiste Barrière bewijst dat de cello aan het begin van de achttiende eeuw ook in Frankrijk als solo-instrument werd ingezet. Barrière speelde zelf aanvankelijk viola da gamba – in Frankrijk dé grote concurrent van de cello –, maar later zou hij zich ontwikkelen tot een van de meest virtuoze cellisten van zijn tijd. De cellopartij in zijn Sonate in Bes groot uit 1733 is nog doorwrochter en solistischer dan de cellopartijen van Vivaldi en Platti. Een technische uitdaging voor iedere cellist en een voorloper van de romantische celloliteratuur.
Frescobaldi en Gabrielli
De drie vernieuwende cellosonates worden afgewisseld met twee veel oudere solostukken. Jean Rondeau speelt een van zijn favoriete werken voor klavecimbel solo: Toccata quarta van Girolamo Frescobaldi. De Italiaan, die werkzaam was als organist in de Sint-Pieter in Rome, speelde mede dankzij zijn succesvolle leerlingen een grote rol in de ontwikkeling van de klaviermuziek. In Toccata quarta zoekt Frescobaldi zoals gebruikelijk de grenzen van het instrument op.
Een andere Italiaan uit de late zeventiende eeuw zou juist een essentiële rol spelen in de celloliteratuur. Domenico Gabrielli, cellist en componist van het orkest van de Basilica di San Petronio en de Accademia Filarmonica in Bologna, was een van de eerste componisten die muziek schreef voor cello solo. In 1689, enkele decennia voordat Johann Sebastian Bach zijn beroemde cellosuites schreef, componeerde Gabrielli zeven Ricercari voor cello solo. Quasi geïmproviseerde muziek, vol met onderhoudende ën en verrassende wendingen.
Marais en Forqueray
Altstaedt en Rondeau laten ten slotte ook nog wat muziek horen die eigenlijk bedoeld was voor viola da gamba. Marin Marais en Antoine Forqueray, twee uitmuntende gambisten aan het Franse hof in Versailles, zijn bij uitstek componisten die de cello verwaarloosden ten gunste van de viola da gamba. Ze hadden ieder een geheel eigen stijl, treffend omschreven in een beroemd geworden citaat van een tijdgenoot: ‘Marais speelt als een engel, Forqueray als de duivel.’ Met een beetje fantasie klinkt het Grand Ballet van Marais inderdaad milder, zoeter en vriendelijker dan de wat fellere, donkere en onstuimige delen La Sylva en Jupiter van Forqueray.
Biografie
Nicolas Altstaedt, cello
De Duits-Franse cellist Nicolas Altstaedt is een veelgevraagd solist, , artistiek leider en kamermusicus. Sinds zijn debuut met de Wiener Philharmoniker en Gustavo Dudamel op het Lucerne Festival werkte hij met het Budapest Festival Orchestra met Iván Fischer, het SWR Sinfonieorchester Baden-Baden en Freiburg met Teodor Currentzis, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en de Münchener Philharmoniker met Robin Ticciati, het Konzerthausorchester Berlin met Joana Mallwitz, de London Philharmonic en Philharmonia met Paavo Järvi, het Swedish Radio Symphony Orchestra met Maxim Emelyanychev, alle BBC-orkesten en verschillende gezelschappen in de Verenigde Staten, Azië, Australië en Nieuw-Zeeland.
In november 2024 debuteerde de cellist bij het Concertgebouworkest met Liza Lims opdrachtwerk A Sutured World. Nicolas Altstaedt treedt ook veelvuldig op met gespecialiseerde oudemuziekgezelschappen. Als dirigent onderhoudt hij banden met het Orchestre Philharmonique de Radio France, het Münchener Kammerorchester en het Scottish Chamber Orchestra; bij Tapiola Sinfonietta is hij artist in association.
Kamermuziekpartners zijn Janine Jansen, Lawrence Power, Jean Rondeau en het Quatuor Ébène, en in 2012 volgde Nicolas Altstaedt op diens voorspraak Gidon Kremer op als artistiek leider van het Kammermusikfestival Lockenhaus. Optredens met componisten als Thomas Adès, Jörg Widmann, Fazıl Say (Edison Klassiek 2017) en Esa-Pekka Salonen (wereldpremière concert) versterken zijn reputatie als pleitbezorger van hedendaagse muziek.
In de had Nicolas Altstaedt in 2017/2018 een Spotlightserie, en zijn laatste optreden daar was op 20 december 2024 met pianist Maxim Emelyanychev en violist Aylen Pritchin.
Jean Rondeau, klavecimbel
Jean Rondeau kreeg in 2019 voor zijn Scarlatti-cd een Diapason d’Or, en ook zijn eerdere opnames en zijn laatst verschenen albums Gradus ad Parnassum en Goldberg Variations worden internationaal geprezen. De klavecinist soleerde bij orkesten als het Orchestre de Paris, het Freiburger Barockorchester, het Kammerorchester Basel en het Orchestre de Chambre de Genève.
In 2022 tourde hij met Bachs Goldberg-variaties langs belangrijke Europese podia waaronder de Philharmonie in Berlijn, de Alte Oper in Frankfurt en Wigmore Hall in Londen.
Tijdens deze tournee maakte hij zijn solodebuut in de van Het Concertgebouw. Momenteel presenteert Jean Rondeau een baanbrekend project rond het complete werk van Louis Couperin, dat onder meer een uitgave van tien cd’s en een dvd omvat, een tournee door Japan en meerdere uitvoeringen van Couperins werken in Europese concertzalen en tijdens het Festival Oude Muziek Utrecht, waar hij in 2025 artist in residence was.
Hedendaagse muziek heeft zeker ook de belangstelling van de veelzijdige musicus: hij speelt regelmatig nieuwe composities en eigen s. Jean Rondeau studeerde klavecimbel bij Blandine Verlet aan het Conservatoire National Supérieur de Musique in Parijs, gevolgd door lessen in basso-continuospel, , piano, jazz, improvisatie en directie.
Hij voltooide zijn opleiding aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen. In 2012 won hij de International Harpsichord Competition in Brugge. Zijn laatste optreden in de Kleine Zaal was in de zomerprogrammering van 2024 samen met luitist Thomas Dunford.


