Het Middagconcert: Mendelssohns Vierde symfonie
Residentie Orkest
Duncan Ward dirigent
Henk Neven bariton
teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal
er is geen pauze
einde ca. 15.00 uur
Dit concert maakt deel uit van de serie Het Middagconcert.
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Ouverture
Aria ‘Hai già vinta la causa!...Vedrò, mentr’io sospiro’
uit ‘Le nozze di Figaro’, KV 492 (1786)
Aria ‘Donne mie, la fate a tanti’
uit ‘Così fan tutte’, KV 588 (1790)
Aria ‘Madamina, il catalogo è questo’
Ouverture
Canzonetta ‘Deh vieni alla finestra’
uit ‘Don Giovanni’, KV 527 (1787)
Felix Mendelssohn 1809-1847
Vierde symfonie in A gr.t., op. 90 (1833) ‘Italiaanse’
Allegro vivace
Andante con moto
Con modo moderato
Saltarello
Toelichting
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Aria's
tekst: Frits de Haen
Cherubino, de puberende tiener die zich met zijn ontwaakte hormonen geen raad weet. Don Giovanni, de pathologische libertijn die de ene vrouw na de andere verslindt. En Don Alfonso, de cynische vrijgezel die geen stuiver geeft voor trouw.
Drie personages uit de trilogie die Wolfgang Amadeus Mozart schreef op teksten van Lorenzo da Ponte. Er is wel gezegd dat de libretto’s die Da Ponte voor Mozart vervaardigde zijn visie op de verhoudingen tussen mannen en vrouwen schetsen. En dat hij dat deed in drie fasen: de ontdekkende adolescent, de volwassen rokkenjager en de berustende oudere.
Of ze autobiografisch zijn is onduidelijk. Wat we wél weten is dat Da Ponte een grote belangstelling had voor het vrouwelijk geslacht; daarvan legt zijn autobiografie getuigenis af. Het feit dat hij onder zijn vrienden een avonturier als Giacomo Casanova telde zou ook in die richting kunnen wijzen. Hoe het ook zij, Mozart kwam in 1783 in contact met de gesjeesde priester – want dat wàs Da Ponte.
En hoewel Mozart zijn twijfels had of de tekstschrijver wel tijd voor hem zou vinden (hij schreef zijn vader Leopold: ‘Wie weet of hij zijn woord kan houden – of wil! U weet wel dat die Italianen in je gezicht heel aardig zijn! – Genoeg, we kennen ze!’) ontstonden in 1786, 1787 en 1790 drie ’s op Da Pontes briljante teksten.
In de Hai già vinta la causa! uit Le nozze di Figaro is het overigens niet de jonge Cherubino die spreekt, maar de graaf. Die heeft enerzijds afstand gedaan van het ‘ius primae noctis’ (het recht op de eerste nacht met de bruid van bediende Figaro), maar stelt ondertussen alles in het werk om deze Susanna het bed in te krijgen.
De aria schetst zijn reactie op het moment dat hij de frase ‘Hai gia vinta la causa’ (Je hebt het pleit al gewonnen) per ongeluk opvangt en beseft dat hij bij de neus wordt genomen.
En hoe hij vervolgens zijn woede en spijt ventileert over het feit dat zijn bediende Figaro kan bezitten ‘hetgeen ik vergeefs begeer’.
In de beroemde catalogus- Madamina, il catalogo è questo bezingt Don Giovanni’s knecht Leporello de veroveringen van zijn meester: ‘In Italië 640, in Duitsland 231, 100 in Frankrijk, in Turkije 91, maar in Spanje zijn het er al 1.003.’ Dat ‘Il padrone’ al alle zeilen bijzette om kandidate numero 1.004 zo snel mogelijk het bed in te krijgen blijkt uit de canzonetta Deh, vieni alla finestra. Terwijl Leporello Giovanni’s gewezen bedgenote Elvira afleidt in de kleren van de Don, maakt die, verkleed als Leporello, Elvira’s kamenierster het hof in een verleidelijke , compleet met mandoline-begeleiding.
In Donne mie, la fate a tanti uit Così fan tutte ten slotte komt de jonge verloofde Guglielmo aan het woord; hij zal binnenkort slachtoffer worden van de weddenschap over de trouw van zijn geliefde waartoe de sluwe Don Alfonso hem heeft uitgedaagd. Guglielmo bezingt het vrouwelijk geslacht: ze zijn zo aantrekkelijk en lieflijk en hij heeft ze wel duizendmaal beschermd. Maar desondanks, verklaart hij, hebben mannen wel degelijk een punt als ze zich beklagen over het gedrag van hun vrouwen.
Felix Mendelssohn 1809-1847
Vierde symfonie
Het was in 1821, dertig jaar na de dood van Mozart, dat een jonge knaap zich bij Wolfgang von Goethe presenteerde. Hij speelde onder meer het uit Mozarts Don Giovanni en de Ouverture tot Le nozze di Figaro.
Het was de twaalfjarige Felix Mendelssohn die zijn opwachting maakte bij de gerespecteerde literator. Die overigens ruim een halve eeuw eerder de jonge Mozart nog had zien spelen op een met doeken afgedekt klavecimbel (Mozart was toen zeven jaar).
Evenals bij Mozart liep Goethe over van complimenten aan het adres van de jonge Felix
Evenals bij Mozart liep Goethe over van complimenten aan het adres van de jonge Felix. En terecht, want die demonstreerde een ongelooflijk talent en hij zou zich met een duizelingwekkende vaart verder ontwikkelen. Kort na zijn twintigste verjaardag begon Mendelssohn aan een aantal reizen door Europa die in zijn muziek duidelijk hoorbare sporen nalieten.
Zo inspireerde een reis naar Schotland hem tot het schrijven van een ‘Schotse symfonie’. Hij legde die echter terzijde toen hij zijn schreden zuidwaarts had gericht, naar het land ‘waar de citroenen bloeien’, zoals Goethe had gedicht. Vanuit Italië schreef de jonge Felix in maart 1831 aan zijn familie: ‘Wie kan het me kwalijk nemen dat ik me niet meer kan verplaatsen in de Schotse sferen van nevel?
Ik heb de symfonie daarom voorlopig maar even aan de kant moeten schuiven.’ Hij ging verder met wat de ‘Italiaanse symfonie’ zou worden: ‘Het wordt het leukste stuk dat ik tot nog toe geschreven heb, met name het laatste deel.’ Hoewel de componist zijn werk aan de ‘Schotse symfonie’ tijdelijk onderbrak, voltooide hij de ‘Italiaanse’ ook niet op stel en sprong.
Pas toen hij in november 1832 opdrachten uit Londen kreeg, onder meer om een symfonie te schrijven, zette hij zich aan de voltooiing van zijn Italiaanse werk. Opvallend is dat het buitenmuzikale elementen verklankt, zonder dat het echt schilderend is.
Met recht hebben tal van commentatoren gewezen op het zonnige en zuidelijke temperament van het eerste deel, terwijl de Saltarello waarmee de symfonie wordt besloten regelrecht verwijst naar de dansen die de 23-jarige componist hoorde in Rome en Napels.
Op 13 maart 1833 bracht hij de laatste veranderingen aan en twee maanden later dirigeerde hij de première van het werk in de Hanover Square Rooms. De symfonie werd opgetogen ontvangen, maar de componist zelf had zijn twijfels en zette zich aan een revisie.
Meestal wordt echter de oorspronkelijke versie gespeeld. Alle veranderingen ten spijt bleef Mendelssohn tot aan zijn dood tweeslachtige gevoelens houden over de Vierde symfonie; ze werd dan ook pas na zijn dood gepubliceerd.
Biografie
Duncan Ward, dirigent
De Brit Duncan Ward is niet alleen chef- van de philharmonie zuidnederland, maar ook van het Mediterranean Youth Orchestra dat in 2020 werd gecreëerd door het Festival d’Aix-en-Provence. Hij studeerde
aan de Karajan-Akademie van de Berliner Philharmoniker en werd daarna chef-dirigent van Viva (2015-2017) en assistent bij het National Youth Orchestra of Great Britain.
Recente hoogtepunten waren concerten met de Sächsische Staatskapelle Dresden en het Fins Radio Symfonie Orkest, en debuten bij het China Philharmonic Orchestra en het Shanghai Symphony Orchestra.
Hij keerde terug bij het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Orchestre de Paris en Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen. Hij wordt uitgenodigd door oudemuziekensembles, maar ook door Ensemble Modern en de Birmingham Contemporary Music Group. ’s leidde hij in Straatsburg, Keulen, Berlijn, Amsterdam en bij Glyndebourne- on-Tour.
Duncan Ward is ook componist: in 2005 won hij de BBC Young Composers Competition en zijn stukken zijn uitgevoerd door het Zweeds Radio , Magdalena Kožená, het London Symphony Orchestra en het BBC National Orchestra of Wales.
Hij initieerde muzikale projecten met en voor minder bedeelden in eigen land, India en Zuid-Afrika. In Het Concertgebouw maakte Duncan Ward zijn debuut in december 2017, bij het Residentie Orkest Den Haag.
Henk Neven, bas
Henk Neven kreeg een Borletti-Buitoni Trust Fellowship en ontving in 2011 de Nederlandse Muziekprijs. Hij vertolkt hoofdrollen in ’s van Monteverdi tot en met Messiaen bij De Nationale Opera, het Theater an der Wien en in de grote theaters van Berlijn, Parijs, Brussel en Londen.
Bij het Orkest van de Achttiende Eeuw was hij eerder Almaviva in Mozarts Le nozze di Figaro (2015), Publio in La clemenza di Tito (2017), Leporello in Don Giovanni (2019) en Papageno en Puf in de pastiche Der Schauspieldirektor/Die Zauberflöte (2021), maar ook Christus in Bachs Johannes-Passion (2019).
recitals gaf de zanger op de BBC Proms en in Wigmore Hall in Londen, in Het Concertgebouw en op de festivals van Oxford en Leeds.
Hij soleerde bij het Concertgebouworkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het Nederlands Kamerorkest, de Nederlandse Bachvereniging, het Orchestra of the Age of Enlightenment, Les Talens Lyriques, het Orchestre National de France en de Staatskapelle Berlin.

